Alopecia X

Alopecia X is een verzamelnaam voor specifieke klachten van kaalheid, die we met name bij een bepaalde hondenrassen zien. Deze aandoening heeft in de loop der jaren een hoop namen gehad en staat beter bekend als:

  • Black Skin Disease (BSD)
  • Black Skin Syndrome of Pomeranians

Andere namen zijn:

  • Atypische Cushing
  • Pseudo Cushing
  • Groeihormoon responsieve alopecia
  • Castratie responsieve alopecia
  • Bijnier-geslachtshormonen onbalans
  • Folliculaire groeistoring bij wolharige honden
  • Gonadal sex hormone dermatosis
  • Huidbiopt responsieve alopecia

De specialisten hebben de voorkeur voor de naam ‘Hair Cycle Arrest’.
Er is iets wat er voor zorgt dat de haarcyclus gepauzeerd wordt. De haren groeien niet meer verder waardoor na het uitvallen van de dode haren kale plekken ontstaan. 

Alopecia betekent deels of volledig verlies van haren, die er wél horen te zijn. Er zijn immers ook kerngezonde delen van de huid die altijd kaal (neus, voetzooltjes) of dunbehaard zijn, zoals oksels en buik.

Alopecia X ofwel Hair Cycle Arrest

Alopecia X is misschien wel het meest controversiële syndroom binnen de dermatologie.  Er is nog zóveel onbekend over Alopecia X en gerelateerde aandoeningen.

De exacte oorzaak van Alopecia X is niet bekend. Het lijkt een combinatie van genetische predispositie en afwijkingen in de geslachtshormonen. We zien deze huidaandoening vaker bij dwergkeesjes (Pomeranians), Chow Chows, Siberische Husky’s, Keeshonden, Samojeeds en (dwerg)poedels.

De huidige theorie is dat de kaalheid wordt veroorzaakt door een afwijking in de haarzakjes, die wordt verergerd door geslachtshormonen. Er is geen groei van nieuwe haren, de haarcyclus lijkt gepauzeerd. De trigger ofwel oorzaak van de pauze is nog niet achterhaald. 

Symptomen

In eerste instantie vallen dekharen uit. Hierdoor gaat de algemene vachtconditie achteruit. De vacht is meestal droog, dof en kroezig. In het Engels noemen ze dat ook wel ‘wooly coat syndrome‘.
Uiteindelijk zal de dunner wordende vacht zich uitbreiden. Wolharen zullen ook uitvallen resulterend in complete kaalheid (alopecia).

Kenmerkend is dat haren na het scheren niet terug willen groeien. Na het nemen van biopten of huidafkrabsels of een bacteriële ontsteking kunnen haren ‘ineens’ terugkomen. Meestal als kleine plukjes haren. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de groeifactoren die vrijkomen na trauma en schade aan de huid. 

De kaalheid wordt het vaakst bij de nek, staartbasis, broekspieren en rondom de anus gezien. Met de tijd kan ook de romp kaal worden. Zwartverkleuring van de huid (hyperpigmentatie) wordt regelmatig gezien. Dit komt ook deels door blootstelling aan UV-licht, de beschermende vacht is immers verdwenen.

In de liezen en bij de staartbasis worden regelmatig schilfers en mee-eters gezien. 

alopecia X nek chihuahua

Diagnose

De diagnose wordt gesteld aan de hand van:
– signalement (ras, leeftijd, geslacht)
– anamnese (vragenlijst + ziektegeschiedenis)
– symptomen
– uitsluiten van andere aandoeningen (hypothyreoïdie, ziekte van Cushing, overmaat aan geslachtshormonen)
– weefselonderzoek (pathologie) huidbiopten
– (bloedonderzoek geslachtshormonen)  

Op basis van het ras en de symptomen kan men meestal de waarschijnlijkheidsdiagnose stellen. Het advies is om andere oorzaken van kaalheid zonder jeuk  (bv. hormonen) uit te sluiten en daarna huidbiopten te nemen. De huidbiopten worden opgestuurd naar de patholoog in een extern laboratorium. De patholoog ziet een overmaat aan niet-groeiende haren (catagene haren), atrofie van de huid en hormonale kenmerken zoals zgn. ‘flame follicles’. Hiermee kan men de waarschijnlijkheidsdiagnose bevestigen.

Vroeger werd er geadviseerd om niet gecastreerde teefjes en reutjes te castreren vóórdat men met het diagnostische traject ging starten. In bijna 75% van de gevallen zag men dat castratie voor teruggroei van haren zorgde. Tegenwoordig weten we beter. 

Behandeling

In principe is behandeling niet noodzakelijk omdat het een ‘cosmetische’ aandoening betreft. Dat wil zeggen dat de honden geen last hebben van de kaalheid. Dat neemt niet weg dat veel eigenaren graag zien dat hun hond weer volledig behaard wordt.

Er zijn vele behandelingsopties waaronder castratie (chirurgisch of chemisch), lysodren®, melatonine, groeihormoon, testosteron, oestrogenen, ypozane®, trilostane, cyclosporine, medroxyprogesteron, micro-needling therapie, lasertherapie en diverse huidverzorgingsproducten.

Voor alle behandelingsopties geldt dat we niet weten óf de haren terug zullen groeien. De vachtconditie en kwaliteit van de haren zullen nooit meer hetzelfde zijn als vóór het ontstaan van Alopecia X. De dekharen komen meestal niet meer terug. We zien daarnaast ook dat de ene behandeling het ene moment wél effectief is en het volgende moment niets meer doet.

Als de haarcyclus weer op gang gebracht is door de behandeling dan zullen nieuwe groeiende haren (anagene haren) weer in rustfase (telogene haren) terecht komen en hierna uitvallen. Over het algemeen zijn er geen nieuwe haren gemaakt om de oude haren te vervangen waardoor de hond opnieuw kaal wordt.

Melatonine

Melatonine lijkt bij 1/3 van de honden effect te hebben. Het is relatief veilig en makkelijk verkrijgbaar. Let wel op dat melatonine een invloed heeft op meerdere geslachtshormonen met dus eventuele (ongewenste) bijwerkingen! Start nooit een behandeling zonder overleg/controle door dierenarts. De dosering verschilt per dier maar ook per ras en grootte van de hond! In tegenstelling tot veel medicatie in de diergeneeskunde wordt de dosering melatonine NIET berekend o.b.v. mg per kilogram lichaamsgewicht.

Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de effectiviteit van melatonine implantaten. In Amerika worden deze al langer bij honden met diverse vormen van alopecia ingezet. Ze lijken beter te werken dan tabletten. Behandeling met een melatonine implantaat is alleen via specialisten mogelijk. 

Castratie

Naast melatonine is castratie een veel gekozen behandelingsoptie. Castratie is eigenlijk altijd het proberen waard. Er zijn onderzoeken die aantonen dat castratie bij zo’n 50% van de honden helpt. Meestal groeit de vacht deels terug. Keeshonden lijken iets minder goed te reageren op deze behandeling.

Bij teefjes is er helaas onvoldoende onderzoek gedaan naar het effect van de behandeling. We kunnen dus niets zeggen over de kans van slagen etc. Daarnaast is castratie een definitieve ingreep. Eenmaal uitgevoerd is terugdraaien niet mogelijk. 

Bij reuen zijn er meer onderzoeken gedaan naar het effect van castratie bij Alopecia X. Deze behandeling is bij mannelijke dieren ook iets makkelijker. Bij intacte reuen lijkt chemische castratie beter te werken dan chirurgische castratie (tot 80% goed effect).

Er wordt vaak gekozen voor chemische castratie met het implantaat Suprelorin®. Na 6 of 12 maanden werkt het implantaat uit (afhankelijk van de sterkte). Er is één onderzoek waarbij dit implantaat bij gesteriliseerde teefjes is toegediend (zonder resultaat).

Niet alle behandelingen zijn zonder risico’s en bijwerkingen

Uit onderzoek blijkt dat trilostane erg effectief is. Dit middel is verkrijgbaar onder de merknaam Vetoryl® en wordt gebruikt bij de behandeling van ziekte van Cushing bij honden. Trilostane blokkeert de aanmaak van cortisol, een belangrijk bijnierschorshormoon. Het geven van dit medicijn is niet zonder risico’s en bijwerkingen!

Ook Lysodren® en testosteron worden niet veel gebruikt vanwege potentiële bijwerkingen. Groeihormoon, oestrogenen en medroxyprogesteron worden zover ik weet alleen in onderzoekssetting of door specialisten gebruikt. 

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update juli 2019. Oorspronkelijke artikel is in 2017 gepubliceerd.

Bronvermelding:
– ESAVS Dermatology course II 2016
– BSAVA Manual of Canine and Feline Dermatology third edition 2012
– Small Animal Dermatology third edition 2011 van K.A. Hnilica

Behandeling van Ichthyose

golden retriever in bad

Niets aan te doen, of toch wel?

In het artikel Ichthyosis bij de hond kun je meer lezen over deze schilferige huidaandoening. 

De klachten ontstaan door foutjes in de verhoorning: de vorming van de opperhuid incl. vetlaag tussen de huidcellen en het loslaten van de verhoornde huidcellen. Er zijn rasverschillen maar vrijwel alle hondenrassen met ichthyosis hebben last van overmatige schilfering.

Honden met ichthyose hebben een defecte huidbarrière, droge huid en zijn gevoeliger voor het krijgen van huidinfecties. Er zijn dermatologen die denken dat sommige individuen met ichthyose ook gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van atopische dermatitis.

Als het ziektebeeld zich beperkt tot milde of matige schilfering, zal het dier geen hinder ondervinden van deze huidaandoening. Wel is het raadzaam om een hond met ichthyose op een of meerdere manieren te ondersteunen. 

Behandeling ichthyose

Doordat er in de genen iets fout gaat, kunnen we honden met ichthyose niet genezen. Maar we kunnen ze wel ondersteunen en de symptomen behandelen.

Het doel van de behandeling is het herstellen van de barrièrefunctie van de opperhuid (in het bijzonder het stratum corneum) en overmatige schilfering tegen te gaan. Voor alle vormen van ichthyosis heeft topicale behandeling de voorkeur. Deze behandeling bestaat uit meerdere pijlers:

  1. Overmatige schilfering tegengaan
  2. Huid hydrateren, verzorgen en verzachten
  3. Indien van toepassing: (preventieve) behandeling van bijkomende huidinfectie

Anti-seborroe

Zoals je in het artikel Seborroe bij de hond kunt lezen, is seborroe een term waarmee dierenartsen bepaalde klachten van de huid beschrijven. Met seborroe beschrijft de dierenarts alle klachten die worden veroorzaakt door problemen met de verhoorning en vorming van vetten van opperhuid. Meestal zijn dit schilfers (seborroe sicca) maar dit kunnen ook een vette vacht (seborroe oleosa) of combinatie van droge en vette huid (met of zonder ontstekingen) zijn. Honden met ichthyose hebben een vorm van seborroe: de droge vorm (seborroe sicca). 

Veel medicinale shampoos zijn in te delen in groepen: Allergie, Infectie en Seborroe. 

Voor de behandeling van ichthyose kunnen we kiezen voor anti-seborroe shampoos. Deze shampoos werken op twee verschillende manieren, afhankelijk van de werkzame ingrediënten en samenstelling. 

Keratolytisch en keratoplastisch

Het doel van anti-seborroe shampoos is de verhoorning te normaliseren. Dit kan bewerkstelligd worden door gebruik van keratolytische en keratoplastische ingrediënten. Keratolytisch wil zeggen dat de overmatige verhoornde lagen verwijderd worden door het vervellen te stimuleren. Het maakt het stratum corneum zachter en vermindert de samenhang van de cellen en zo het loslaten van schilfers. Keratoplastisch betekent dat de snelheid van de celdeling wordt aangepast.

Een van de meest gebruikte ingrediënten in anti-seborroe shampoos is salicylzuur. Dit is afhankelijk van de concentratie keratoplastisch (0,1-2%) of keratolytisch (3-6%).

Geschikte shampoos om overmatige schilfering tegen te gaan

Voor honden zijn er drie medicinale shampoos te koop met salicylzuur (2%) erin: Zincoseb®, Dermazyme® Seb en Vetplus Coatex medicinale shampoo. Omdat salicylzuur 2% de snelheid van de celdeling van de opperhuid beïnvloed zou ik deze shampoos niet bij honden met milde schilfering gebruiken. 

De salicylzuur shampoos verschillen qua samenstelling; wat er in elke shampoo zit kun je hieronder lezen. 

Er zijn natuurlijk ook nog andere medicinale shampoos met anti-seborroe effect verkrijgbaar. Virbac Sebolitic®, Maxani SeboSilk of Douxo® Seb zijn bij meeste dierenartspraktijken verkrijgbaar. 

Tot slot bestaat er nog een Sebo shampoo o.b.v. essentiële oliën. Ga voor meer informatie naar mijn webshop 

Maar wanneer gebruik je welke shampoo??? Dat hangt (helaas) natuurlijk van verschillende factoren af.

Heb je een hond met ichthyose, seborroe of overmatige schilfering? En kun je wel wat advies of hulp gebruiken bij het maken van een keuze? Klik op onderstaande knop om mij een mailtje te sturen. 

Virbac Sebolitic®

sebolitic shampoo

Samenstelling: water, mild reinigende bestanddelen, vitamine B6, natrium salicylaat*, linolzuur, gammalinoleenzuur, piroctone olamine, zink gluconaat, tea tree olie

Tevens: glycotechnologie (rhamnose, galactose, mannose, lauryl glucoside) en defensine technologie (peumus boldus blad extract, spiraea ulmaria extract)

ICF Zincoseb®

icf zincoseb

Samenstelling: salicylzuur, melkzuur, colloïdale zwavel, zink gluconaat, chloorhexidine digluconaat

Tevens: gedeïoniseerd water, kationogene oppervlakteactieve stof, betaïne, kokosnoot diethanolamide, geëthoxyleerde lanoline, verdikkingsmiddelen, conserveringsmiddelen

Dermazyme® Seb

dermazyme seb

Samenstelling: ethyllactaat (10%), salicylzuur (2%), microSilver BG (0.05%), N-octadecanoyl phytosphingosine (Ceramide III)

Vetplus Coatex

vetplus coatex

Samenstelling: Chloroxylenol (2%), salicylzuur (2%), Natriumthiosulfaat (0,5%)

Samenstelling: phytosphingosine (0,1%), fomblin

Tevens conditioner, stoffen die de shampoo doen schuimen en parfum op basis van groene thee-extracten

Samenstelling: onder meer natrium salicylaat*, hyaluronzuur, salvia (salie), zinkgluconaat, vitamine B6, ceramiden, phytosphingosine en honing

Werking van ‘anti-seborroe’ ingrediënten

Salicylzuur: 
Keratoplastisch (0,1-2%)
Keratolytisch (3-6%)
Werkt tegen jeuk (matig)
Werkt tegen bacteriën
*natrium salicylaat werkt vergelijkbaar

(colloïdaal) Zwavel:
Werkt hetzelfde als salicylzuur
Werkt tevens tegen schimmels en parasieten

Phytosphingosine (PS):
Anti-seborroe effect
Werkt tegen microbiën zoals bacteriën
Remt ontstekingen
Zorgt voor reconstructie van de vetten in de opperhuid (belangrijke bouwsteen van ceramiden)

Zinkgluconaat:
Anti-seborroe effect
Remt talgproductie

Wat doen de andere ingrediënten?

Vitamine B6: 
Zorgt voor een gezonde huid en remt talgproductie
Een tekort aan vitB6 kan ontstekingen van de huid veroorzaken (‘seborroïsche dermatitis’)

Linolzuur en ceramiden:
Belangrijke componenten van de natuurlijke vetlaag van de opperhuid (huidbarrière)

Gammalinoleenzuur (GLA):
GLA is de enige omega 6 vetzuur met ontstekingsremmende eigenschappen. Het draagt ook bij aan het herstel van de verstoorde lipidenbalans in de opperhuid

Fomblin:
Vormt een beschermende laag op het huidoppervlak, hydrateert de huid en balanceert de talgproductie

Effect op microbiële huidflora:
Pirocton olamine, honing, melkzuur/ethyllactaat, chloroxylenol 

Hydrateren van de huid

Een andere belangrijke pijler bij de topicale behandeling van honden met ichthyose of seborroe is hydrateren van de huid. Een goed gehydrateerde huid kan meer hebben. Hydratatie verzacht en verzorgt de huid en zorgt voor minder jeuk. 

Hydrateren van de huid kan op meerdere manieren:

  1. Shampootherapie
  2. Huidconditioner (zie hieronder)
  3. Spot-on behandeling
Verzorgende en hydraterende shampoos
  1. Maxani Honing complex shampoo 
  2. Dermazyme® gold shampoo
  3. Vetplus Coatex aloë vera en havermout shampoo
  4. DermAllay Oatmeal (ook verkrijgbaar als conditioner)
Huidconditioner voor de hond

Maxani Hydralac is een olievrije spray die zorgt voor een soepele gehydrateerde huid zonder een vette laag achter te laten. Deze voedende huidconditioner dringt tot diep in de opperhuid door. Naast het hydrateren en het voeden is de speciale formule samengesteld om schilfers te verwijderen, talg te reguleren en de bacteriegroei te verminderen.

Samenstelling:
Water, propyleenglycol, ureum, glycerine, benzalkonium chloride, melkzuur, hyaluronzuur, zinkgluconaat

Spot-on behandeling

Naast een shampoo en conditioner bestaan er ook pipetten voor op de huid. De inhoud van de pipet wordt na toediening verspreid over de huid via de talglaag. Er bestaan twee soorten voor spot-on behandeling. Het verschil zit ‘m vooral in de samenstelling. Beide moeten in het begin wekelijks aangebracht worden. Onderhoudsfrequentie voor de Virbac Allerderm is 1 keer per maand terwijl de Dermoscent® Essential 6 pipetten om de week toegediend moeten worden.

Let op! Deze pipetten zijn niet geschikt als de hond veel zwemt of regelmatig gewassen wordt.
Het advies is om twee tot drie dagen vóór en ná het toedienen van de spot-on de hond NIET te wassen/laten zwemmen. 

Virbac Allerderm spot-on

Samenstelling: water, Skin Lipid Complex™ (ceramide 3, ceramide 6 II, ceramide 1, cholesterol, vetzuren), Glycotechnologie (Rhamnose, Galactose, Mannose), Defensine technologie (Peumus boldus leaf extract, Spiraea ulmaria extract)

Dermoscent® Essential 6 spot-on

Samenstelling: 10 essentiële oliën – oregano, rozemarijn, pepermunt, tea tree, ceder, kamfer, lavendel, kurkuma, wintergreen, kruidnagel + Hennep en neem zaad oliën + vitamine E

Preventie en behandeling van bijkomende huidinfecties

Veel honden met huidproblemen zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van bijkomende huidinfecties. Dat geldt ook voor honden met ichthyose en/of seborroe. 

Van de bovengenoemde shampoos werken deze het beste tegen huidinfecties (voor de behandeling):

  • Vetplus Coatex medicinale shampoo
  • ICF Zincoseb®

Deze shampoos hebben een milde of matige anti-microbiële werking en zijn goed te gebruiken ter preventie van huidinfecties:

  • Dermzyme® Seb
  • Maxani SeboSilk
  • Virbac Sebolitic®

Voor het behandelen van bacteriële huidinfecties of Malassezia dermatitis zijn er ook andere antiseptische shampoos en huidverzorgingsproducten op de markt verkrijgbaar. Klik hier voor een beperkt overzicht. 

Ondersteuning van binnenuit

Zoals je hebt kunnen lezen zijn er voor topicale behandeling een hele hoop opties. Maar niet alle honden laten zich goed wassen en niet iedereen kan zijn/haar hond wassen (om diverse redenen).

PS: Het is natuurlijk altijd mogelijk om een hondentrimsalon in de buurt om hulp te vragen! 

Er zijn helaas ook honden met dermate ernstige huidklachten dat topicale behandeling niet afdoende is. 

Soms zijn er andere redenen om voor ondersteuning van binnenuit te kiezen. Met ondersteuning van binnenuit bedoel ik goede kwalitatieve voeding of speciale huidondersteunende diëten maar ook bepaalde voedingssupplementen kunnen hiervoor gebruikt worden.

Overleg en kijk samen met de dierenarts, dermatoloog of voedingsdeskundige voor dieren naar mogelijke opties.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

 

Ichthyosis bij de hond

Ichthyose

Vroeger werd ichthyosis als vrij zeldzame aandoening beschreven en wordt ook wel de ‘visschubziekte’ genoemd. Tegenwoordig hebben we meer kennis van dit ziektebeeld. Het komt bij meerdere rassen voor waarbij de Golden Retriever één van de bekendste is. In Europa is zo’n 80% van de populatie Golden Retrievers drager van deze huidafwijking. Net zoals bij mensen bestaan er bij honden verschillen vormen van ichthyose.

Voorkomen

Bij de mens is ichthyosis een bekende huidaandoening en komt in zo’n 20 verschillende varianten voor. Het is een erfelijke verhoorningsstoornis waarbij een fout in de genen voor klachten zorgt. Er is sprake van een (primair) defect in de vorming van de opperhuid (in het bijzonder het stratum corneum).

Met weefselonderzoek van huidbiopten kan de patholoog zien om welke afwijkingen en variant het gaat. De veranderingen in de huid zijn bij honden vergelijkbaar als bij de mens.

Onderverdeling

Bij de hond zijn er ook meerdere varianten bekend. Het onderscheid is niet makkelijk te maken. De ‘makkelijkste’ manier is de indeling op basis van de bevindingen onder een licht microscoop. Bij honden kennen we ‘epidermolytische’ en ‘non-epidermolytische’ varianten. Bij de epidermolytische vorm zorgt een gen mutatie van keratine van de opperhuid (epidermis) voor problemen. Dit is goed beschreven bij de Norfolk Terriër. Bij de non-epidermolytische vorm ligt het probleem (mutatie in de genen) niet bij epidermale keratine. Ichthyose bij de Golden Retriever en Jack Russel Terriër zijn voorbeelden van deze variant. 

Ichthyosis komt voor bij de volgende rassen:

– Golden Retriever
– Amerikaanse bulldog (gentest)
– Jack Russel terrier
– Cavalier King Charles spaniel
– Duitse Dog (gentest)
– Norfolk terriër
– West Highland White terriër
– Ierse Setter
– Rottweiler
– Dobermann
– Engelse Springer spaniël
(- Rhodesian Ridgeback)
(- Labrador kruisingen)
(- andere terriërs: Soft-coated wheaten, Cairn en Yorkshire terriër)
(- Duitse Herder)(gentest)

Rasverschillen

Bij elk ras ontstaan de klachten door een specifiek probleem bij de vorming van de opperhuid. Er bestaan verschillende gradaties. Meestal gaat het om overmatige schilfering. 
De klachten kunnen van uiteenlopende aard zijn. Bij sommige rassen doen de voetzooltjes mee. Meestal hebben de honden géén jeuk maar soms hebben ze last van milde jeuk. 

  • Norfolk terriër, Rhodesian Ridgeback en Labrador kruisingen: vorm van epidermolytische ichthyose (symptomen: meerdere gebieden met gepigmenteerde schilfers, kaalheid en ruwe huid)
  • Jack Russel Terriër: vorm van non-epidermolytische ichthyose (gen is bekend)(symptomen: dikke vastzittende perkamentachtige schilfers, vaak ook Malassezia huidinfectie met ontstekingen en jeuk)
  • Golden Retriever: vorm van non-epidermolytische ichthyose (zie verder)
  • Amerikaanse Bulldog: non-epidermolytische ichthyose (symptomen: pups hebben een vieze vacht en schilferige huid, later: rood-bruin verkleuring van huid op buik met lichtbruine schilfers, voetzooltjes kunnen verdikt raken, lijders zijn gevoelig voor huidinfecties incl. oren en voetzooltjes)

Verhoorning van de huid en huidbarrière

Verhoorning van de huid

De huid is opgebouwd uit drie lagen, van buiten naar binnen: opperhuid, lederhuid en onderhuid. De opperhuid bestaat uit verschillende cellagen waarbij het stratum corneum (hoornlaag) de buitenste laag vormt. 

Keratinisatie, ofwel verhoorning, is het proces waarbij de opperhuidcellen (epitheelcellen) zich ontwikkelen van stamcellen (basale cellen) naar verhoornde cellen (keratinocyten, corneocyten), die dan vervolgens aan het oppervlakte van de huid ex-foliëren. Dit proces duurt bij gezonde honden zo’n 21-22 dagen.

Bij een stoornis zoals seborroe of ichthyose kan de reis van
basale cel naar verhoornde cel gereduceerd zijn tot vijf dagen!

Bakstenen muur met cement

Bij de vorming van de opperhuid hoort ook de aanmaak van een vetrijke matrix tussen de huidcellen. Het makkelijkste is om de opperhuid te vergelijken met een bakstenen muur met cement. De huidcellen (keratinocyten en corneocyten) zijn de bakstenen en de vetrijke matrix is het cement.

De matrix vormt een barrière laag, reguleert schilfering en heeft een antimicrobiële activiteit. De opperhuid (epidermis) is de eerste afweer tegen invloeden van buitenaf. De huidbarrière is een belangrijk onderdeel. Het stratum corneum is dus geen droge laag cellen maar een muur gemaakt van bouwstenen ingebed in een vetlaag.

De speciale vetlaag is waterafstotend (hydrofoob) en bij een aantal vormen van ichthyosis zien we dat deze waterafstotende barrière defect is waardoor het vochtverlies via de opperhuid (transepidermaal waterverlies) toeneemt. Dit resulteert in een droge huid met afwijkingen in de verhoorning en vorming van de opperhuid.

Schilfers

Schilfers die wij met het blote oog zien, zijn het gevolg van een verhoogde productie van verhoornde cellen (grote hoeveelheden) of afstoting van grote clusters verhoornde cellen.

Dit komt meestal door een zgn. secundaire oorzaak. Er is iets wat de huid prikkelt en stimuleert om huidcellen vroegtijdig los te laten, bv. parasieten of een ontsteking. Er zijn ook aandoeningen waarbij er primair iets mis is met de verhoorning (het proces van vernieuwing van de opperhuid). We noemen dit keratinisatie stoornissen.

Overmatige verhoorning

Ongeacht de oorzaak van de schilfering zal het lichaam eventuele schade proberen te herstellen en terug te keren naar de normale situatie. De ernst van de klachten (hoeveelheid schilfers) reflecteert de moeite die het lichaam moet doen om de schade en huidbarrière te herstellen.

Bij chronische prikkeling van de huid zien we dat de opperhuid dikker wordt door abnormaal hoge celdeling (medische term: hyperplasie). Dit is in onderstaande afbeelding geïllustreerd. 
Er kan zelfs eeltvorming ontstaan, we noemen dat hyperkeratose ofwel overmatige verhoorning. 
Aan de buitenkant is dit het beste te herkennen aan de vorming van olifantshuid.  

hyperplasie

Ichthyose bij de Golden Retriever

Ichthyosis is een veel voorkomend en groeiend probleem bij de Golden Retriever. Naar aanleiding van genetisch onderzoek door Anagene Laboratory blijkt dat van de populatie Europese Golden Retrievers zo’n 83% drager is van het gen (PNPLA-1 mutatie). In Amerika is dit 61% en in Australië zo’n 50%. 

Omdat er door een genmutatie iets mis gaat bij de vorming van de opperhuid, zien we de eerste symptomen van ichthyose op jonge leeftijd. Bij meer dan de helft van de dieren worden de schilfers gezien bij dieren jonger dan 1 jaar. Er bestaat ook een milde puppyvorm: milde schilfering op buik en rug. Meestal verdwijnen de klachten bij deze pups na het verliezen van de puppyvacht.

Klachten

Bij jong-volwassen dieren worden de klachten vaak voor het eerst opgemerkt: grote hoeveelheden zachte wit-grijze vastzittende schilfers. De schilfers vinden we meestal op de onderzijde van het lichaam (oksels, liezen, buik) maar kunnen ook op de flanken en rug gevonden worden.
De schilfers kunnen ook heel fijn of klein zijn en los in de vacht zitten. Op de buik zien we regelmatig een droge huid en zwartverkleuring (beginnende olifantshuid). 

Doordat de opperhuid niet goed gevormd wordt, zijn honden met ichthyose gevoeliger voor het ontwikkelen van bijkomende huidinfecties (meestal met bacteriën). Er kunnen dan korstjes of pukkeltjes gezien worden. De hond kan stinken en jeuk hebben.

Diagnose

De diagnose ichthyosis wordt gesteld op basis van de klinische symptomen en een gentest. In Nederland kan de test gedaan worden bij Van Haeringen lab en Laboklin. 

Meer lezen over de gentest en overerving? Ga dan naar de website van de Golden Retriever Vereniging.

Kies een verantwoorde fokker

Niet elke Golden Retriever met schilfertjes heeft ichthyose maar het is wel aan te raden om de hond te laten testen. In Nederland zijn er twee Golden Retriever rasverenigingen door Raad van Beheer erkend. Beide rasverenigingen verplichten aangesloten fokkers om te testen op ichthyose. Door lijders uit te sluiten van de fokkerij zullen er minder dragers en lijders zijn onder de nakomelingen.  

Helaas hebben we in Nederland en België natuurlijk ook mensen die de fokkerij en gezondheid van dieren minder serieus nemen. De gevolgen voor het welzijn en de gezondheid zijn dan ook groot als men alleen maar aan het geld denkt (hondenhandel, broodfokkerij).

Wil je een Golden Retriever aanschaffen (of welke rashond dan ook), verdiep je ook in de gezondheid van het ras: welke rasgebonden aandoeningen zijn er?* Vervolgens kun je bij de fokker navragen of de ouder dieren getest zijn en of hij/zij hier gezondheidsverklaringen en testuitslagen van kan overhandigen. 
*Op de website van Rashondenwijzer kun je een dergelijk overzicht per ras terugvinden.

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door Dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste versie juli 2019. Oorspronkelijk gepubliceerd op 13 mei 2017

Help! Mijn hond of kat verhaart enorm

Overmatig haarverlies bij de hond en kat

Er zijn meerdere aandoeningen waarbij een hond of kat teveel haren verliest. Als we spreken over haarverlies is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen verlies van haren mét behoud van vacht en verlies van haren met kaalheid als gevolg.

Als er sprake is van haarverlies zonder terug groei van haren dan kan dit meerdere oorzaken hebben! Het is vrijwel altijd niet normaal als een hond of kat verhaart en daardoor kale plekken krijgt.

Vachtverzorging

De manier waarop de vacht verzorgd en onderhouden wordt, kan een belangrijke rol spelen bij het (overmatig) verlies van haren. Hoe vaak borstelt u? Waarmee? En op welke manier? 
Dit zijn essentiële vragen die een professionele vachtverzorger of dierenarts zal stellen als je vraagt waar de overmatige verharing door kan komen.

Er zijn ook grote verschillen tussen rassen, denk aan samenstelling van de haren (dekharen, wolharen), verhouding tussen groeiende en rustende haren (bv, anagen dominant ras) en groeisnelheid van de haren.

Zoals we allemaal weten zijn katten géén kleine honden. De anatomie van de huid en haren zijn vergelijkbaar maar zo zal het aantal dek- en wolharen tussen hond en kat verschillen. Maar ook zien we per diersoort veel rasverschillen. Langharige katten hebben bijvoorbeeld een langere groeifase dan kortharige katten (dit geldt ook voor honden) en lange haren groeien sneller dan korte haren.

Gediplomeerde professionele vachtverzorgers zijn naar mijn inziens de partij die men moet raadplegen over vachtverzorging van uw huisdier. In feite kan iedereen zich honden- of kattentrimmer noemen omdat het een vrij beroep is. Dierenarts en paraveterinair zijn voorbeelden van beschermde beroepen. Er bestaat een diergeneeskunde register waar iedereen met een dierenarts(assistente)diploma zich moet registreren om het beroep te kunnen uitoefenen.

Heb je een kortharig ras zoals een Boxer of Bulldog? Dan is het overmatige verharen helaas in meeste gevallen ‘natuurlijk’. Je kunt er niet veel aan doen om dit tegen te gaan; er zit niets anders op dan regelmatig stofzuigen.

Ontstaan er kale plekken tijdens de rui? Dan kan het weleens zijn dat uw hond een huidaandoening heeft. Raadpleeg dan uw dierenarts.

Heb je een hond of kat die extra verzorging nodig heeft vanwege de samenstelling van de vacht? Dan kun je dus het beste een gediplomeerd trimmer raadplegen.
Het is belangrijk om niet teveel te kammen en het juiste gereedschap te gebruiken. De kam of borstel maakt geen onderscheid tussen groeiende en dode haren. Door te veel of verkeerd te borstelen en kammen kun je juist de aanmaak van nieuwe haren stimuleren en de rui verergeren!

Wondermiddelen tegen verharen

Veel mensen zijn op zoek naar middeltjes tegen het overmatige haren zonder te weten waar dit door komt.

Onderhoud van de gezonde huid en vacht kost veel energie. Ongeveer 1/3 van de dagelijks ingenomen eiwitten is bestemd voor dit onderhoud. Haren bestaan uit 90% eiwit en bevatten een hoog gehalte aan zwavelhoudende aminozuren. De vorming van haren is een continu proces en vraagt veel energie!

Als het dier in de rui is en de nieuwe haren doorkomen, kan het zijn dat het huidige dieet niet voldoende voedingsstoffen bevat. Een slechte vachtconditie, schilfers en gevoelige opperhuid kunnen dus vroege tekenen van een onderliggend voedingsprobleem.

Er bestaan diverse voedingssupplementen en producten op de markt die je zou kunnen gebruiken om het verharen tegen de gaan óf zelfs te stimuleren (aldus de fabrikant of mening van zogenaamde experts op Social Media).
De haargroei is dermate complex dat er niet één middel bestaat die ervoor zorgt dat de haren gaan groeien of juist stoppen met uitvallen!

Vitaminen, sporenelementen, vetzuren en aminozuren (eiwitten) staan bekend om het positieve effect op huid, haren en nagels. Het zijn bouwstenen voor de aanmaak van nieuwe huidcellen, haren of nagels.
Ze herstellen bijvoorbeeld ook de integriteit van de huid en verminderen huidontsteking door in te grijpen op de aanmaak van eicosanoïden. Dat zijn lokaal werkende weefselhormonen die worden gevormd uit meervoudig onverzadigde essentiële vetzuren zoals eicosapentaeenzuur, beter bekend als EPA (omega 3 vetzuur).

Vet-concept Biotin complex

Vet-concept Biotin complex bevat naast een hoog gehalte aan biotine (vitamine B8 ofwel vitamine H) ook vitamine B1, B2, B5, B6, nicotinezuur, koper en zink. 

biotine komplex

Dermoscent Keravita

Dermoscent Keravita phytokeratine, bamboe-extract, combinatie van vitaminen (B3, B5, B6, B8 en E) en zink. Phytokeratine is een bron van zwavelhoudende aminozuren (cysteïne en methionine). Het heeft een directe werking op de structuur van de haren en nagels. Bamboe-extract is rijk aan silica, dat is een natuurlijke versterker van een vitale vacht en versterkt de nagels.

Vitaminen voor huid, haren en nagels

We weten heel goed dat vitaminen meerdere belangrijke functies hebben als het gaat om de gezondheid van dier en mens. Voor de huid, haren en nagels zijn vitamine A, B, C en E van belang.

Vitamine A en beta-caroteen

Beta-caroteen is een voorloper van vitamine A en speelt een belangrijke rol bij voorkomen van schade door UV-straling. Beide vitaminen werken als antioxidant en hebben een significant effect op de regulatie van de vorming en differentiatie van de opperhuidcellen (keratinocyten).

Een tekort aan vitamine A zorgt voor een droge schilferige huid. Bij stoornissen van de verhoorning (keratinisatiestoornissen) wordt vitamine A dan ook regelmatig ingezet als onderdeel van de behandeling (denk aan sebaceous adenitis en primaire seborroe).

Vitamine B en biergist

Vitamine B is niet één enkele vitamine: het vitamine B-complex bestaat uit meerdere vitaminen. Met name vitamine B2 (riboflavine), B5 (pantotheenzuur), B6 (pyridoxamine), B8 (biotine) en B12 worden veel gebruikt bij huidverzorging (cosmetologie). Deze vitaminen spelen een belangrijke rol in de stofwisseling van eiwitten in de huid.

Vitamine B5 staat bekend om de bescherming tegen haarverlies en verbetert de kwaliteit van de huidomhulsels (haren, nagels). Deze vitamine wordt in grote aantallen gevonden in biergist (Brewer’s yeast) en is daarom zo populair als ‘wondermiddel’ tegen verharen. Naast grote hoeveelheden vitamine B5 bevat biergist ook aminozuren zoals methionine en cysteïne en sporenelementen.

Vitamine C en E

Beide vitaminen staan bekend als antioxidanten. Vitamine E bestaat uit een mengsel van vetoplosbare stofjes waarbij tocopherol de meest actieve component is. Tocopherol absorbeert tevens een deel van UV-straling. Met name in combinatie met het sporenelement selenium is vitamine E een belangrijke beschermer tegen schadelijke effecten van zonnestralen.

Sporenelementen en huid, haren en nagels

Zink

Zink is één van belangrijkste sporenelementen voor de huid. Het heeft een wisselwerking met veel andere mineralen en sporenelementen.

Het speelt een belangrijke rol als enzym en bevordert de vorming van de opperhuid en ontwikkeling van keratinocyten (opperhuidcellen). Het stimuleert ook de aanmaak van collageen en elastine.

Als dat nog niet genoeg is, zink is ook betrokken bij het afweer- en hormoonsysteem. Tot slot heeft het ook meerdere ontstekingsremmende eigenschappen.

Zink speelt een rol bij de vernieuwing van de huid en het genezingsproces na een beschadiging of ontsteking van de huid. Een tekort aan zink zagen we vroeger regelmatig toen de brokken net in opkomst waren. Het waren niet altijd goed uitgebalanceerde diëten of bevatte absurd hoge concentraties granen. Droge brokken waren hoog in fytaat en calcium, deze stofjes binden zink (in de darmen) waardoor het dier te weinig zink kon opnemen uit het dieet. Tegenwoordig zien we een zinktekort als gevolg van ‘slechte’ voeding zelden. Bij Husky’s kennen we deze aandoening als zink-responsieve dermatose

Symptomen van een zinktekort zijn een doffe harde vacht en symmetrische vrij typische korstvorming rondom ogen, op de kop maar ook op poten, scrotum en rondom anus. Roodheid van de huid, droge vacht en huid (schilfers) en cerumineuze oorontsteking kunnen gezien worden.

Selenium

Zoals genoemd speelt selenium een rol bij de bescherming tegen zonnestralen. Het heeft ook ontstekingsremmende effecten en helpt het lichaam te reageren tegen vrije radicalen.

Koper, ijzer en zwavel

Koper en ijzer gaan in de darmen de competitie aan met zink. Er moet dus een goede balans in de voeding aanwezig zijn en men dient supplementen met voorzichtigheid in te zetten.

Koper speelt met name een rol in de aanmaak van collageen maar heeft ook milde antioxidant werking.

IJzer heeft een speciale functie bij het vernieuwingsproces van de opperhuid. Tot bijna 30% van het opgenomen ijzer wordt via schilfering door het lichaam geëlimineerd. IJzer kan daarom gunstig zijn om toe te voegen aan het dieet als er sprake is van ‘exfoliërende huidontsteking’.

Zwavel is een belangrijk element bij vorming van keratine. Keratine is een eiwit dat voorkomt in de opperhuid en haren.

Essentiële vetzuren en de huid, haren en nagels

Een tekort aan essentiële vetzuren kan leiden tot een doffe, droge vacht en overmatige schilfering. Essentiële vetzuren moeten in de voeding aanwezig zijn want dieren kunnen deze vetzuren niet zelf aanmaken. Het gaat hier om omega 3 en 6 vetzuren.

Niet alleen de bron, hoeveelheid en verhouding van omega 3 en 6 vetzuren speelt een rol. Het is ook belangrijk om het verschil tussen gezonde en zieke dieren te maken.

Voor huid en haren zijn essentiële vetzuren van belang. Ze verbeteren de vachtkwaliteit en zorgen voor een ongeschonden toestand van de huidbarrière en nagels. Ze hebben daarnaast ook ontstekingsremmende effecten.

Bij dieren met afwijkende nagels kan het bijgeven van essentiële vetzuren gunstige effecten hebben. Denk hierbij aan honden met SLO.  Ook bij honden en katten met allergieën is het aan te raden om extra omega 3 en 6 vetzuren aan het dieet toe te voegen. 

Aminozuren en de huid, haren en nagels

Zoals hierboven aangegeven zijn zwavelhoudende aminozuren gunstig voor verbetering van de kwaliteit van haren en nagels. Deze zwavelhoudende aminozuren zijn voornamelijk aanwezig in phytokeratine en keratine. Een supplement met phytokeratine is Dermoscent Keravita®.

Supplementatie van zwavelhoudende aminozuren wordt vaak gecombineerd met meerdere soorten vitamine B. Ze bevorderen de groei van huidomhulsels zoals haren en nagels en verminderen de fragiliteit van deze structuren. Er zijn aanwijzingen dat het effect van supplementatie toeneemt naarmate men het langer geeft.

Levenslange behandeling

Een gezond dier op complete voeding hoeft eigenlijk geen extra mineralen, vitaminen of andere stofjes binnen te krijgen. Er zijn situaties waarbij het bijgeven van supplementen zoals biergist, Vet-concept Biotin complex of Dermoscent Keravita wenselijk is. Wanneer dergelijke voedingssupplementen voor de rui of overmatig verharen gebruikt worden, geef je deze niet levenslang!

De claims van veel voedingssupplementen zijn doorgaans nooit ‘therapeutisch’. Kreten die je vaak ziet langskomen zijn : hydraterend, verzorgend, verzachtend, anti-haarverlies, anti-seborroe, anti-schilfering. Als uw huisdier géén werkelijk huidprobleem heeft, moet u zich afvragen of supplementatie van populaire producten wel nodig is.

Als men supplementen voor verharen of kaalheid na verharen gebruikt, dan is het advies om deze maximaal 2 maanden te gebruiken. Je kunt indien gewenst of nodig gebruik maken van periodes van toediening, bv. 10-20 dagen of 1 maand en daarna een rustperiode.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd op 3 oktober 2017

Abnormaal haarverlies bij hond en kat

Wanneer verliest een hond of kat teveel haren?

Dat hangt natuurlijk van meerdere factoren af. Een hond of kat verliest sowieso teveel haren als er geen vacht meer over blijft. Het ontstaan van kale plekken of complete kaalheid op bepaalde gebieden van het lichaam is NIET normaal. Bij de normale rui kan het dier een hoop haren verliezen maar er mogen dus geen kale plekken ontstaan.

Heb je het idee dat jouw hond of kat teveel haren verliest? Of heeft jouw dier een van de volgende symptomen, neem dan contact op met de dierenarts of een professionele vachtverzorger:

  • De rui verloopt anders dan normaal (trimsalon)
  • Vilt en klitten (trimsalon)
  • Kale plekken (dierenarts)
  • Schilfers en jeuk (dierenarts)
  • Verandering van gedrag (dierenarts)
  • Andere symptomen zoals veel drinken, overgewicht, sloomheid (dierenarts)


Kattentrimmer in de buurt?
Kijk op de website van Perfectekat.nl voor een overzicht met kat- en vachtvriendelijke kattentrimmers

Hondentrimmer in de buurt?
Kijk op de website van de beroepsvereniging ABHB voor een overzicht met hondentrimmers

Konijnentrimmer in de buurt?
Kijk op de website Konijnenvachtverzorging.nl

Haargroei cyclus

Haren worden in haarzakjes in de lederhuid gevormd. De groeicyclus wordt beïnvloed door factoren van binnenuit maar ook van buitenaf. Denk aan omgevingsfactoren (zoals daglengte en temperatuur), hormonen, voeding, genetica en de algehele gezondheid van het dier. Belangrijke hormonen zijn melatonine, geslachtshormonen, glucocorticoïden, groeihormoon en prolactine.

De haren in alle honden- en kattenvachten worden volgens een mozaïek patroon vervangen. Er zijn duidelijke verhaarpieken in voor- en najaar maar de haarcyclus is continu en elk haartje bevindt zich in een ander stadium.

Groeistadia:
– Groeifase (Anagene fase)
– Rustfase (Telogene fase)
– Overgangsfase (Catagene fase)

De groeicyclus wordt niet alleen door veel verschillende factoren beïnvloed, er zijn ook meerdere aandoeningen waardoor de haren uitvallen en het dier kaal wordt. Tot slot kan zoiets ‘simpels’ als vachtverzorging (kammen e.d.) er voor zorgen dat de haargroei cyclus verstoord raakt. Gelukkig leidt dit in het laatste geval zelden tot kale plekken. 

© Müntener et al. The canine hair cycle – a guide for the assessment of morphological and immunohistochemical criteria. Journal of Veterinary Dermatology 2011; 22, 383-395

Defluxion is een verouderde Engelse benaming van plotselinge haaruitval

Anagen defluxion

Bij anagen defluxion verliest een dier spontaan haren doordat er tijdens de groeifase (anagen) ‘iets’ met de haren gebeurd. 

Oorzaak: bijzondere gebeurtenis/omstandigheid

Voorbeelden: infectieuze ziektes, hormonale aandoeningen, stofwisselingsziektes, medicijnen om kanker te behandelen (antimitotische medicijnen)

Kenmerk: haarverlies ontstaat acuut, c.q. binnen enkele dagen na de gebeurtenis

Bij bovengenoemde situaties wordt de groeifase van de haren beinvloed waardoor er afwijkingen van de haarzakjes en haarschacht ontstaan. 

Deze vorm van overmatig haarverlies met kaalheid is zeldzaam bij honden. Bij katten is er nog minder over bekend.

Diagnose en behandeling

Bij alle varianten wordt de diagnose gesteld o.b.v. de anamnese, lichamelijk onderzoek en trichoscopie. Bij trichoscopie worden plukjes haren onder de microscoop nagekeken (trichogram). 

Er is geen behandeling noodzakelijk omdat de haren spontaan terug groeien na verloop van tijd. Mocht je het idee hebben dat jouw huisdier extra ondersteuning nodig heeft, neem dan contact op met een dierenarts of voedingsdeskundige. 

Telogen defluxion

Bij telogen defluxion verliest een dier spontaan haren doordat alle haren tegelijkertijd in de rustfase (telogen) terechtkomen.

Oorzaak: stressvolle gebeurtenis

Voorbeelden: hoge koorts, dracht, shock, ernstige ziekte, operatie, medicijnen, narcose

Kenmerk: de kaalheid ontstaan binnen 1-3 maanden na de stressvolle gebeurtenis

Bij bovengenoemde gebeurtenissen ervaart het lichaam bij bepaalde individuen zoveel stress waardoor de groeifase abrupt gestaakt wordt. De anagene haren komen allemaal via de catagene fase in de telogene fase terecht. De haargroei kost veel energie en als een dier ziek is dan heeft het lichaam energie nodig om te herstellen. De vacht is dan niet belangrijk: het lichaam geeft stofjes af waardoor de haren plots stoppen met groeien

Post-partum telogen defluxion

Post partum is de periode ná de bevalling van de teef of poes (partus is de medische term voor bevalling). 

Bij post-partum telogen defluxion is eigenlijk geen echte ziekte. Meeste honden hebben namelijk enige mate van haarverlies na de bevalling. Tijdens de dracht zorgen de langdurig hoge concentraties progesteron ervoor dat haren niet uitvallen. Hierdoor zullen veel haren in hetzelfde groeistadium terecht komen: de rustfase (= telogene fase). 

Als de teef of poes melk gaat geven, vallen de haren uit. Dit begint meestal met een dunne vacht en later plekken met complete kaalheid. Voorkeursplek: flanken.

De haren gaan 8-12 weken na de bevalling weer groeien. Als de kaalheid zich verder blijft uitbreiden of het dier heeft andere symptomen, is verder onderzoek geïndiceerd. 

Andere benaming: telogen of anagen effluvium

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding: ESAVS Dermatology course II (2016)

Seborroe bij de hond

Seborroe, wat is het?

Heel vaak wordt de term seborroe gebruikt als diagnose. Het is echter geen aandoening of specifieke ziekte maar een woord waarmee de dierenarts bepaalde huidklachten beschrijft. Een hond met veel schilfers heeft bijvoorbeeld seborroe, maar er zijn meerdere oorzaken voor overmatige schilfering. 

Problemen met de verhoorning (keratinisatie) en vorming van vetten (lipiden) worden in de diergeneeskunde beschreven met de term ‘seborroe’. Seborroe betekent letterlijk verhoogde flow van talg. Maar lang niet alle honden met seborroe hebben een vette huid of vacht of andere symptomen van een overmatige talgproductie.

Verschillende vormen van seborroe

We maken een onderscheid tussen drie vormen:
(1) seborroe sicca 
(2) seborroe oleosa 
(3) seborroïsche dermatitis. 

Seborroe sicca beschrijft de droge vorm (schilfers, droge huid), seborroe oleosa is de vette variant (vette huid en vacht met of zonder schilfers) en seborroïsche dermatitis is een ontsteking van de huid met schilfers of een vette huid. Dieren met seborroïsche dermatitis hebben vaak ook bijkomende huidinfecties en/of jeuk.

Oorzaken van seborroe

Een hond met seborroe kan van alles mankeren. Naast de drie vormen van seborroe maken we ook een onderscheid tussen primair en secundaire seborroe. Dat zegt iets over de oorzaak van de huidklachten.

Primaire seborroe bij de hond is een erfelijke ziekte waarbij er iets mis gaat bij de vorming van de opperhuid (verhoorning, keratinisatie). Dit zien we voornamelijk bij bepaalde rashonden (bv. Cocker Spaniël en Duitse herders). Een van de meest bekende schilferige aandoeningen is ichthyose bij de hond (met name Golden Retriever).

Er zijn veel oorzaken voor secondaire seborroe. Met secondair bedoelen we dat de klachten door een onderliggend probleem worden veroorzaakt. De klachten zijn dus secundair aan een ziekte of ander probleem. Bij secundaire seborroe verdelen we de mogelijke oorzaken in zeven groepen: parasieten, infectie, allergie, hormonaal, voeding, immuun gemedieerd en overig. Afhankelijk van de oorzaak kan de hond ook andere verschijnselen hebben zoals afvallen, veel drinken en plassen of sloomheid. 

Niet elke hond met seborroe ziet er hetzelfde uit. De onderliggende aandoening bepaalt ook hoe de huidklachten er uitzien. Schilfers door een infectie zien er meestal anders uit dan schilfers door een auto-immuun aandoening.

Parasieten

Diverse mijten kunnen seborroe klachten veroorzaken, meestal schilfers of een droge huid. Denk aan demodex mijten, schurftmijt (scabiës) of vachtmijten (Cheyletiella). Oormijten (Otodectes) worden ook weleens gezien als oorzaak.

Infecties

Infecties veroorzaakt door: bacteriën, schimmels, gisten (Malassezia) of de buitenlandziekte Leishmaniose.

Allergieën

Meeste allergieën kunnen seborroe klachten veroorzaken, denk aan vlooienallergie, omgevingsallergie of voedselovergevoeligheid. Minder voorkomend is contact dermatitis.

Hormonale aandoeningen

Een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie), ziekte van Cushing (hyperadrenocortisime), suikerziekte (Diabetes Mellitus) en een verstoring van de geslachtshormonen.

Bij hormonale aandoeningen hebben de dieren zelden álleen huidklachten. Veel voorkomende symptomen zijn: veel drinken of plassen, afvallen, veranderingen in eetlust of het gedrag. 

Voeding

Dit zijn minder voorkomende oorzaken en zien we vaker bij bepaalde rassen. Zink responsieve dermatose en vitamine A responsieve dermatose zijn voorbeelden.
Overigens hebben honden met deze huidaandoeningen (dermatosen) géén werkelijk tekort aan zink of vitamine A. Wel zien we verbetering als we deze voedingsstoffen bij gaan geven, vandaar de naam van de aandoening.

Wellicht een meer voorkomende oorzaak is het voeren van een niet-compleet dieet. Dit kan een niet goed uitgebalanceerd rauw (BARF) of vers vlees (KVV) dieet zijn maar ook een commerciële brok.

NB: Het kan 2-3 maanden duren voordat een hond verbetering laat zien op een ander dieet. Wissel dus niet te vaak van voeding!

Immuun gemedieerd

Sebaceous adenitis is een relatief veel voorkomende oorzaak van seborroe. Bij deze aandoening lijkt het immuun systeem verantwoordelijk voor verwoesting van de talgklieren met droge seborroe als gevolg.

Meeste aandoeningen in deze groep zijn auto-immuunaandoeningen zoals pemphigus foliaceus, pemphigus erythematosus, DLE en SLE. Naast schilfers of korstvorming hebben honden meestal ook ander symptomen.

Overige oorzaken

Naast bovengenoemde groepen en oorzaken zijn er nog meer zeldzame aandoeningen die seborroe kunnen veroorzaken. Zoals je kunt lezen kan een hond met seborroe werkelijk van alles mankeren. Het is daarom belangrijk om samen met je dierenarts of een dermatoloog op zoek te gaan naar de onderliggende oorzaak.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding: ESAVS Dermatology course, Small Animal Dermatology (Hnilica)

Herpes infectie bij de kat

Niesziekte

Iedereen heeft weleens van niesziekte bij katten gehoord. Eén van de grootste veroorzakers van deze ziekte is het herpes virus (Feline Herpes virus, FHV-1). Maar bij het niesziekte complex zijn vaak ook andere ziekteverwekkers betrokken (calicivirus, bacteriën). 

Op specialisten van het Medisch Centrum voor Dieren hebben een informatief en overzichtelijk artikel over acute en chronische niesziekte geschreven.

In dit bericht lees je meer over huidklachten door het herpes virus. 

Feline Herpes Dermatitis

Een huidontsteking of jeuk door een virusinfectie … komt dat vaak voor? Nou eigenlijk niet. 

Het feline herpes virus veroorzaakt meestal een oogontsteking, voorste luchtweg problemen en ontstekingen in de bek. Soms kan het virus voor huidklachten zorgen. Dit zien we met name bij katten die het virus bij zich dragen maar hier geen klachten van hebben (ze zijn latent geïnfecteerd).

De huidklachten bij Feline Herpes Dermatitis worden niet direct door het virus zelf veroorzaakt maar door de reactie van het afweersysteem. 

Symptomen

Herpes dermatitis gaat gepaard met huidplekjes op de kop. De rest van het lichaam is niet betrokken bij de infectie. De huidplekjes kunnen ernstige jeuk veroorzaken en lijken op kop en nek ontvelling. De eerste plekjes zien we vaak tussen de ooghoek (binnenzijde) en het gebied bij neus/lippen. De plekjes die we het meeste zien korstjes, schaafplekjes (erosies) en zweertjes (ulcers). 

Allergische katten laten vergelijkbare symptomen zien. Het is belangrijk om vast te stellen of de huidplekjes door een allergie of infectie worden veroorzaakt. Corticosteroïden zijn namelijk gecontra-indiceerd bij een virusinfectie en worden veelal gebruikt om de jeuk en ontsteking te remmen bij allergische katten.

Diagnose en behandeling

De diagnose ‘herpes dermatitis’ is niet altijd voor de hand liggend. Het komt niet vaak voor en de klachten zien we ook bij allergische huidaandoeningen. 

Om een virusinfectie uit te sluiten of te diagnosticeren wordt bij het herpes virus gebruik gemaakt van PCR onderzoek. Hierbij kan een swab worden afgenomen en naar het laboratorium opgestuurd worden. Een negatieve PCR toont aan dat de klachten niet door herpes virus komen (het is een erg gevoelige test).

Behandeling

Het is niet mogelijk om het herpes virus volledig weg te krijgen. Het virus blijft in het lichaam, met name zenuwweefsel, aanwezig en bij stress of daling in de afweer kunnen problemen ontstaan. Dit zien we ook bij mensen met een koortslip, wat ook door een herpes virus wordt veroorzaakt.

De behandeling van katten met feline herpes dermatitis bestaat vooral uit symptomatische behandeling. Eventuele bijkomende bacteriële infectie moet apart behandeld worden. De jeuk trekt meestal weg zodra we het lichaam ondersteunen in de strijd tegen het virus.

L-lysine en famciclovir zijn middelen die ingezet worden bij de behandeling van het herpes virus. L-lysine is een essentieel aminozuur en speelt o.a. een rol in het goed functioneren van het afweersysteem. Het is als voedingssupplement te koop (zie verder). Famciclovir is een humaan antiviraal medicijn en op recept via de dierenarts verkrijgbaar. Tot op heden zijn er nog steeds erg weinig geneesmiddelen die virussen doden, het lichaam zal de infectie dus uiteindelijk zelf moeten opruimen.

L-lysine supplementen

Er bestaan meerdere supplementen (poeder of pasta). De samenstelling van het product en geadviseerde dosering verschilt echter enorm. In de literatuur wordt meestal een dosering van 2x daags 500 mg geadviseerd. PUUR L-lysine heeft de hoogste dosering L-lysine per dosis en geeft juiste adviezen m.b.t. de dagelijkse dosering. 

  • PUUR L-lysine (poeder)
    935 mg L-lysine per dosis (1 gram)
    + magnesium en vitamine B6
    → €10,15 per 50 gram → genoeg voor 25-50 dagen behandeling (volwassen kat)
  • Vétoquinol Care Enisyl-F (pasta)
    252,06 mg L-lysine per gram
    → €23,95 voor 100 ml → genoeg voor 25 dagen (volwassen kat)
  • Phytonics L-lysine comp (poeder)
    177 mg L-lysine per dosis (1/4 maatschep = 0,2 gram)
    + vitamine C + vitamine B6 + magnesium
    → €20,95 per 100 gram → genoeg voor 500 dagen behandeling
  • Ecuphar F-lysine (poeder)
    250 mg L-lysine per maatschepje (2,5 gram)
    → +/- €28,95 per 300 gram → genoeg voor 30 dagen (volwassen kat)
  • Groene Os L-lysine B6 -hond/kat (poeder)
    125 mg L-lysine per dosis (1/4 maatschep = 0,25 gram)
    + vitamine B6
    → €22,95 per 100 gram → genoeg voor 400 dagen behandeling
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door Dierenarts Kelly van Amersfort

Behandeling van atopie: anti-jeuk medicijnen

Anti-jeuk: Jeuk is erger dan pijn

Iedereen kent de uitspraak “jeuk is erger dan pijn”. Aanhoudende of erge jeuk heeft een behoorlijke impact op het dierwelzijn en uiteindelijk de gezondheid van het dier. Zeker bij allergische dieren is het van groot belang om tijdig de allergische ontstekingsreactie te couperen. Doen we dat niet dan worden de klachten alleen maar erger door het sensibilisatie proces. Het afweersysteem blijft overmatig reageren en het dier wordt gevoelig gemaakt voor een scala aan allergenen. Het lukt het lichaam niet om weer zelf in balans te komen. 

Spijtig genoeg zijn er een hoop mensen die niet begrijpen waarom dierenartsen anti-jeuk medicijnen voorschrijven. Er wordt zelfs door bepaalde partijen geclaimd dat dierenartsen de oorzaak niet (willen/kunnen) achterhalen en alleen maar symptomatisch behandelen. 

Het achterhalen van de oorzaak van de jeuk is geen makkelijk en snel proces. Een Quick Fix bestaat dan ook niet. Maar terwijl we het stappenplan vervolgen en de oorzaak van de jeuk onderzoeken, hoeft het dier niet met ondraaglijke jeuk te blijven lopen. Door tijdig in te grijpen kunnen we de sensibilisatie remmen of voorkomen.

Maar wat kunnen we dan aan de jeuk doen? In dit artikel lees je meer over anti-jeuk medicijnen en andere manieren om de jeuk te behandelen. Bij de behandeling van katten zijn er helaas minder mogelijkheden. Onderaan deze pagina vind je een overzicht. 

Vroeger en nu

Vroeger waren er vrij weinig mogelijkheden om (allergische) dieren met jeuk te behandelen. Het kwam vaak neer op een levenslange behandeling met corticosteroïden (het bekende prikje tegen de jeuk of tabletten). Bij katten is dit dikwijls nog steeds het geval.

In 2003 kwam Atopica® op de markt (dat is ruim tien jaar ná de eerste registratie van prednisolon tabletten). Atopica® is de merknaam voor het medicijn cyclosporine. Inmiddels zijn er meerdere merken op de markt waardoor de behandeling wat goedkoper is geworden, zeker voor katteneigenaren.

Tien jaar na de komst van Atopica® kwam het revolutionaire medicijn Apoquel® naar Nederland. Het was hét nieuwe middel in de strijd tegen jeuk. Dit middel is alleen voor honden geregistreerd en wordt experimenteel bij katten gebruikt.  

Halverwege 2017 (4 jaar na de komst van Apoquel®) kwam Zoetis met een ander vernieuwend diergeneesmiddel: Cytopoint®. Een langwerkende injectie met monoklonale antilichamen (zgn. biologische behandeling). Deze injectie is alleen bij honden te gebruiken, bij de kat doet het niets en kan het zelfs schadelijk zijn.

Zoals je kunt lezen is er sinds de jaren 90 een hoop veranderd qua medicatie. Het oude prikje tegen de jeuk kan eigenlijk anno 2019 niet meer. Er is zóveel mogelijk, zowel op het gebied van medicijnen en supplementen als diverse ondersteunende maatregelen. 

Anti-jeuk medicijnen

Corticosteroïden

Corticosteroïden zijn medicijnen die lijken op de hormonen die de bijnierschors maakt. Voorbeelden: prednison, prednisolon, dexamethason, methylprednisolon, triamcinolon, hydrocortison, etc.

Er zijn ontzettend veel medicijnen waar corticosteroïden in verwerkt zijn. Denk aan (oor)zalfjes, injecties, tabletten en oogdruppels. 

Dierenartsen schrijven corticosteroïden bij verschillende aandoeningen voor. Meestal om een (overmatige) ontstekingsreactie van het lichaam te remmen. Medicijnen uit deze groep werken heel breed, dat komt omdat bijna elke cel in het lichaam corticosteroïd receptoren heeft. 

Afhankelijk van de ziekte die behandeld wordt, varieert de startdosering van predniso(lo)n tussen 0,5 en 2 mg per kilogram lichaamsgewicht (hond). 

Bij de behandeling van allergieën reageert zo’n 70-90% van de honden goed op corticosteroïden. Waarbij het merendeel van de honden en katten heel snel verbetering laat zien (binnen enkele uren tot dagen). De voorkeur gaat uit naar tabletten, waarbij we op zoek gaan de laagst effectieve dosering. Stop nooit zomaar met prednison, altijd afbouwen volgens schema. 

Voordelen:
– snelle werking
– goedkoop
– hoge effectiviteit
– werkt breed

Nadelen:
– bijwerkingen
– veiligheid (bij lange termijn gebruik)
– beïnvloed de uitslag van allergietesten

Lees meer over prednison in het artikel van het Medisch Centrum voor dieren in Amsterdam.

Cyclosporines

Cyclosporine is een medicijn dat oorspronkelijk uit de transplantatiegeneeskunde bij mensen komt. De belangrijkste werking van cyclosporine berust op het effect op de T-cellen van het afweersysteem. 

Net zoals corticosteroïden onderdrukt cyclosporine de afweerreactie. T-cellen zijn een speciaal soort lymfocyten (witte bloedcellen) en een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Er bestaan verschillende type T-cellen met elk een eigen functie. 

Cyclosporine is verkrijgbaar onder diverse merknamen in capsule vorm, orale vloeistof en als oogzalf. Atopica® kwam als eerste op de markt en later volgde Sporimune®, Cyclavance® en Modulis®. 

De startdosering is 5 mg per kilogram lichaamsgewicht (hond) en 7 mg per kilogram lichaamsgewicht (kat).

Het duurt meestal 1 tot 3 weken voordat er effect zichtbaar is. Na 4-6 weken is het bij veel dieren mogelijk om af te bouwen naar om de dag dosering. Als dat één maand goed gaat dan is het mogelijk om cyclosporine twee keer per week te geven. Als dat ook goed gaat, kunnen we proberen om de dosering te verlagen. 

Voordelen:
– minder bijwerkingen dan corticosteroïden
– goede effectiviteit
– veilig voor lange termijn gebruik

Nadelen:
– kosten
– smakelijkheid / maag-darm klachten
– duurt 1-3 weken voordat het werkt
– kan niet zomaar bij elk dier ingezet worden 

Klik hier voor meer informatie over cyclosporine
(incl. kostenoverzicht).

Oclacitinib (Apoquel®)

Oclacitinib is de werkzame stof van Apoquel® en wordt tegenwoordig door veel dierenartsen als eerste keus middel voorgeschreven.

Evenals corticosteroïden en cyclosporine grijpt dit medicijn aan op het afweersysteem. Afweercellen communiceren met elkaar via signaalstofjes (bv. cytokines). Voordat cytokines andere cellen kunnen aansporen om iets te gaan doen, moeten ze binden aan een cel. Dat doen cytokinen (en andere signaalstoffen) via receptoren. Janus Kinase (JAK) enzymen worden o.a. gebruikt door cytokinen om signalen door te geven. 

Apoquel® is een Janus Kinase Remmer. Het is echter niet zo dat Apoquel® alle JAK enzymen remt (zoals sommige mensen beweren). Apoquel® is het meest potent in het remmen van JAK1. Het remt dus specifieke cytokines en onderdrukt niet een groot deel van het afweersysteem zoals corticosteroïden dat wel doen.

Voordelen:
– snelle werking
– hoge effectiviteit
– veilig 

Nadelen:
– kosten
– onbekend wat het op lange termijn doet qua veiligheid (jarenlang gebruik)
– mag niet bij honden < 12 maanden gebruikt worden

Lokivetmab (Cytopoint®)

Cytopoint® is de nieuwste manier om jeuk te behandelen. Het is een biologische behandeling per injectie op basis van monoklonale antilichamen. 

Lokivetmab is de werkzame stof en is speciaal voor honden gemaakt. Bij katten doet dit stofje niets. Cytopoint® werkt op een totaal andere manier tegen de jeuk als de andere drie anti-jeuk medicijnen. 
De monoklonale antilichamen werken op één cytokine (IL-31) en is daarom een hele veilige manier van behandelen. Het heeft dus geen direct effect op de afweercellen en het wordt ook niet door de lever of nieren afgebroken. Er zijn nauwelijks tot geen bijwerkingen gemeld. 

Eén injectie werkt tussen de vier en acht weken. Dit hangt met name af van de dosering van de injectie en de ernst van de klachten. In Nederland is het alleen geregistreerd voor de behandeling van jeuk bij honden met een omgevingsallergie (atopische dermatitis). 

Voordelen:
– werkt binnen 1-3 dagen
– gemak 
– zeer veilig

Nadelen:
– kosten
– onbekend of IL-31 nog meer functies heeft behalve jeuk opwekken
– niet te gebruiken bij honden lichter dan 3 kg

Klik hier voor meer informatie over Cytopoint® (incl. kostenoverzicht). 

Andere manieren om de jeuk te behandelen

Hier volgt zo snel mogelijk meer informatie.

Anti-jeuk behandeling bij de kat

Het leuke aan katten is dat ze allemaal anders zijn en doen waar ze zelf zin in hebben. Als katteneigenaar kan ik dat waarderen maar voor een dierenarts zorgt dat voor meerdere problemen. 

Bij de behandeling van katten met jeuk of huidproblemen staat de dierenarts dan ook voor een enorme uitdaging. Er wordt veel minder onderzoek naar ziekten bij katten gedaan (we weten relatief weinig) en veel aandoeningen geven dezelfde klachten.

Om de jeuk te behandelen zijn er een beperkt aantal opties:

(1) Corticosteroïden
(2) Cyclosporine
(3) Antihistaminica & essentiële vetzuren
(4) Apoquel® (off-label!)

Het ene middel werkt beter dan het andere. Het is tevens ook mogelijk om de kat met complementaire diergeneeskunde of andere supplementen te ondersteunen. In vergelijking met bovengenoemde opties is mijn ervaring dat deze manier van behandelen onvoldoende tegen de jeuk en ontstekingen werkt. Echter is het zeker voor de lange termijn het overwegen waard. De genoemde producten zorgen er vaak voor dat de kat minder medicatie nodig heeft. Ik heb nog geen katten gezien die het alleen op onderstaande middelen goed doen. 

Andere opties:
Redonyl capsules met PEA (natuurlijke ontstekingsremmer), vetzuren en biotine
– PUUR Derma, Apis of Cteno (o.b.v. orthomoleculaire geneeskunde)
Sensipharm Chinese kruiden
– Lokale ondersteuning met huidverzorgingsproducten (bv Dermoscent ATOP 7 lijn, Douxo Calm mousse, Dermacool ‘hotspot’ spray)

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Cyclosporine

Cyclosporine

Cyclosporine is een medicijn dat o.a. wordt voorgeschreven om bepaalde huidproblemen bij honden en katten te behandelen.

Verkrijgbaar onder de volgende merknamen:

Vloeistof: 100 mg per milliliter (5 ml, 17 ml en 50 ml)
Capsules: 25 mg, 50 mg en 100 mg per capsule (verkrijgbaar in doosjes van 15 stuks)

Houdbaarheid na openen:
– 5 en 17 ml flacon maximaal 70 dagen
– 50 ml flacon maximaal 84 dagen
NB: Bewaren tussen 15 °C en 30°C maar niet langer dan 1 maand beneden 20°C bewaren

Kosten:
– 5 ml: €41,50
– 17 ml: €114
– 50 ml: €135
– 25 mg: €2,21 per capsule
– 50 mg: €3,61 per capsule
– 100 mg: €6,16 per capsule

Behandeling kat (4 kg): 
– Dagelijkse toediening 0,28 ml → met een 17 ml flacon doe je 2 maanden = 57 euro per maand
– Om de dag toediening 0,28 ml → met een 17 ml flacon doe je 4 maanden  = 28,50 euro per maand

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 100 mg → met een 50 ml flacon doe je 50 dagen = 84 euro per maand
– Om de dag toediening 100 mg → met een 50 ml flacon doe je 3 maanden = 45 euro per maand
– Twee keer per week toediening 100 mg → met capsules zo’n 50 euro per maand en vloeistof (17 ml) 57 euro per maand

Vloeistof: 50 mg per milliliter (25 ml, 50 ml en 100 ml)

Houdbaarheid na openen:
3 maanden
NB: Het product bevat vetcomponenten van natuurlijke origine die bij lage temperaturen kunnen stollen (< 15 graden Celsius). Dit is omkeerbaar bij temperatuur tussen 15 en 25 graden Celsius. 

Kosten:
– 25 ml: €35
– 50 ml: €58
– 100 ml: €100

Behandeling kat (4 kg): 
– Dagelijkse toediening 0,56 ml → met een 25 ml flacon doe je 1,5 maand = 24 euro per maand
– Om de dag toediening 0,56 ml → met een 25 ml flacon doe je 3 maanden = 12 euro per maand

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 2 ml → met een 100 ml flacon doe je 50 dagen = 62 euro per maand
– Om de dag toediening 2 ml → met een 100 ml flacon doe je 3 maanden = 34 euro per maand
– Twee keer per week toediening 2 ml → met een 50 ml flacon doe je 3 maanden = 20 euro per maand

Vloeistof: 100 mg per milliliter (5 ml, 15 ml, 30 ml en 50 ml)

Houdbaarheid na openen:
6 maanden
NB: Een gelatine-achtig vel kan zich vormen beneden 15°C maar deze verdwijnt bij een temperatuur tussen de 15°C en 25°C, zonder dat de kwaliteit wordt aangetast. 

Kosten:
– 5 ml: €25,60
– 15 ml: €39,45
– 30 ml: €66,50
– 50 ml: €95,10

Behandeling kat (4 kg): 
– Dagelijkse toediening 0,28 ml → met een 15 ml flacon doe je 53 dagen = 23 euro per maand
– Om de dag toediening 0,28 ml → met een 15 ml flacon doe je 4 maanden = 9,90 euro per maand

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 50 dagen = 59 euro per maand
– Om de dag toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 100 dagen = 30 euro per maand
– Twee keer per week toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 6 maanden = 15,85 euro per maand

Vloeistof: 100 mg per milliliter (15 en 50 ml)

Alleen geregistreerd voor het gebruik bij honden

Houdbaarheid na openen:
3 maanden
NB: Een gelatine-achtig vel kan zich vormen beneden 15°C maar deze verdwijnt bij een temperatuur tussen de 15°C en 25°C, zonder dat de kwaliteit wordt aangetast. 

Kosten:
– 15 ml: €33
– 50 ml: €90,20

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 50 dagen = 56 euro per maand
– Om de dag toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 100 dagen = 28 euro per maand
– Twee keer per week toediening 1 ml → met een 15 ml flacon doe je 58 dagen = 18 euro per maand

Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor cyclosporine of één van de hulpstoffen (ethanol, propyleenglycol etc.)
  • Katten met FIV of FeLV
  • Niet bij dieren jonger dan 6 maanden of lichter dan 2 kg
  • Niet vaccineren met een levend vaccin gedurende de behandeling, of binnen een periode van twee
    weken vóór of na de behandeling
  • Niet gebruiken bij dieren met tumoren

Bijwerkingen

Hond

Meest frequent waargenomen bijwerkingen zijn braken, diarree, speekselen en verminderde eetlust. Deze symptomen zijn tijdelijk en verdwijnen meestal met 1-2 weken. Stoppen van de behandeling is in principe niet noodzakelijk.

Andere bijwerkingen worden zelden waargenomen maar kunnen voorkomen:
– lusteloosheid
– hyperactviteit
– toename van tandvlees
– wratvormige bultjes op de huid
– verandering van de vacht
– rode en gezwollen oorschelpen
– spierzwakte

Zeer zelden wordt suikerziekte waargenomen. Cyclosporine heeft bij laboratoriumdieren invloed op de insuline niveau in het bloed en kan een te hoog gehalte aan glucose in het bloed veroorzaken (hyperglycemie). Dit is voornamelijk bij de West Highland White Terriër gezien. Persoonlijk heb ik dit nog nooit als bijwerking gezien. 

Zelden betekent: meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 dieren
Zeer zelden betekent: minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten

Kat

Bij katten worden maag-darm klachten ook het meest gezien (zeer vaak), denk hierbij aan braken en diarree. Ook hier is stoppen van de behandeling niet noodzakelijk en verdwijnen de bijwerkingen naarmate het lichaam went aan de medicatie. Het langzaam opbouwen naar de startdosering is aan te raden. 

Katten hebben een hogere dosering cyclosporine nodig (7 mg/kg) en lijken vaker bijwerkingen te hebben dan honden. De volgende bijwerkingen worden vaak gezien: 
– lethargie/sloomheid
– niet willen eten
– overmatig speekselen
– gewichtsverlies
– te weinig lymfocyten in het bloed (lymfopenie)

Vaak betekent: meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 dieren

Bovenstaande bijwerkingen verdwijnen na het stoppen met de behandeling of (bij voorkeur) na een verlaging van de dosering(sfrequentie). 

Interacties met andere medicijnen

  • Ketoconazole (antischimmel medicijn) zorgt voor een hogere concentratie cyclosporine in het bloed
    → er is dus minder cyclosporine nodig als er gelijktijdig ketaconazole gegeven wordt
  • Marcoliden (antibiotica) verhogen ook de concentratie van cyclosporine (tot twee keer zo hoog)
  • Bepaalde medicijnen verlagen de concentratie cyclosporine (het medicijn werkt dan minder goed), dit zien we bij middelen die cytochroom P450 remmen, anti-epilepsie medicijnen en antibiotica (bv. trimethoprim/sulfadimidine)
  • Door cyclosporine kan de nefrotoxiciteit (kans op nierschade) van aminoglycoside antibiotica (gentamycine) en trimethoprim (antibiotica) toenemen. Gelijktijdig gebruik van deze medicatie wordt afgeraden.
  • Bij vaccinaties is extra aandacht vereist
  • Tot slot kan cyclosporine i.c.m. ivermectine, selamectine, moxidectine of milbemycine (macrocyclische lactonen) leiden tot een verhoogd risico op verschijnselen van centrale zenuwstelsel toxiciteit. Het kan de uitstroom van deze medicijnen vanuit de cellen van de bloed-hersen-barrière verminderen. Klinisch wordt hier zelden effect van gezien (m.a.w. het ontwormen of behandelen met antiparasitica zorgt in de regel niet voor zichtbare nadelige bijwerkingen). 

Speciale waarschuwingen

  • Gebruik bij lacterende poezen of teven wordt afgeraden
    (het medicijn passeert de placenta en wordt via de melk uitgescheiden)
  • Gelijktijdig gebruik van andere afweeronderdrukkende medicatie wordt afgeraden
  • Gebruik bij dieren met suikerziekte wordt niet geadviseerd
  • Cyclosporine onderdrukt de T-cellen, er kan daardoor een verminderde anti-tumor immuun respons gezien worden. Ondanks dat het geen tumoren veroorzaakt, moeten we hier wel rekening mee houden als we het bij bepaalde honden of katten voor willen
    schrijven.
  • Bij honden met verminderde nierfunctie is regelmatige controle van nierwaarden (SDMA, creatinine) en urine onderzoek (voor monitoring van proteïnurie) geïndiceerd.
  • Bij katten wordt geadviseerd om vóór het starten met cyclosporine bloedonderzoek te doen naar Toxoplasma. Katten met een negatieve titer lopen mogelijk risico op het ontwikkelen van toxoplasmose als zij tijdens de behandeling geïnfecteerd raken. Dit is met name bij katten die buiten komen of rauw vlees eten van toepassing. 
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorontsteking bij de hond

chronische oorontsteking hond

Oorontsteking - Otitis Externa

Otitis externa is een ontsteking van de buitenste gehoorgang. Dat is het deel van het oor dat door het trommelvlies wordt gescheiden van het midden- en binnenoor. De buitenste gehoorgang wordt opgedeeld in drie stukken: de oorschelp, verticale en horizontale gehoorgang. Een oorontsteking kan eenzijdig of beiderzijds aanwezig zijn. 

Sommige honden hebben alleen een ontsteking van de oorschelp (binnen- of buitenzijde) terwijl bij andere honden de gehele buitenste gehoorgang mee doet. In alle gevallen spreken we van een otitis externa.

Een oorontsteking kan acuut of chronisch zijn, waarbij we spreken van een chronische oorontsteking als het probleem langer dan 3 weken bestaat óf als er te snel recidief optreedt. 

Als dierenarts zie ik veel honden met een oorontsteking (bijna dagelijks). Ongeveer 1 op de 5 honden krijgt hier weleens last van. Merendeel van de honden met terugkerende oorontsteking heeft een allergie. Maar elke hond is anders. Het is erg belangrijk om het probleem stapsgewijs te benaderen om de klachten te kunnen behandelen én de onderliggende oorzaak te achterhalen.

anatomie oor hond
Doorsnede van de buitenste gehoorgang van een hond. De huid van de oorschelp loopt door via de verticale en horizontale gehoorgang naar het trommelvlies. Omdat de huid van de buitenste gehoorgang en oorschelp niet veel anders is dan elders op het lichaam, kan een ontsteking hiervan door verschillende aandoeningen veroorzaakt worden.

Symptomen

Tekenen van een oorontsteking zijn:

  • Jeuk of pijn
    • Schudden met kop
    • Klapperen met oren
    • Krabben aan oren
    • Schuren over de grond (met kop/oren)
    • Ontstoken oor omlaag houden / schuine kop
    • Pijn bij aanraken kop/oren
  • Overmatige hoeveelheid oorsmeer
  • Stinkende oren (met of zonder veel oorsmeer)
  • Rode oorschelp
  • Verdikte oorschelp of bloedoor (othematoom)
  • Etterige uitvloeiing (groen, geel, slijmerig)

Oorzaken van een oorontsteking

Er zijn meerdere oorzaken voor een oorontsteking. Bij sommige honden is de oorontsteking eenmalig maar bij veel honden komt de ontsteking steeds terug. In het begin kan hier maanden tussen zitten. Zolang de onderliggende oorzaak niet gediagnosticeerd wordt, kunnen de problemen steeds erger worden. Op den duur lijkt de oorontsteking helemaal niet meer weg te gaan.

Meest voorkomende oorzaken zijn:
  • Allergie: voedsel, omgeving
  • Parasieten: oormijten
  • Hormonale problemen: te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) of ziekte van Cushing
  • Problemen van de verhoorning: primaire seborroe, sebaceous adenitis, etc.
  • Vreemde voorwerpen zoals grasaren, haren of zand/vuil

Andere minder voorkomende oorzaken zijn immuungemedieerde aandoeningen zoals pemphigus en vasculitis maar ook afwijkingen aan de klieren of een poliep/tumor in de gehoorgang worden weleens gezien.

Bijkomende infectie

Een hond met een oorontsteking heeft niet per definitie een infectie. Door de ontsteking van de gehoorgang verandert het microklimaat (zuurgraad, temperatuur, luchtvochtigheid) en wordt er meer oorsmeer gemaakt. Dit alles zorgt ervoor dat bacteriën of gisten, die al aanwezig zijn, voor problemen kunnen zorgen. De infectie is niet de hoofdoorzaak maar een bijkomend probleem. We moeten in de praktijk dus ook niet de focus leggen op het behandelen van de infectie. Helaas zie ik regelmatig dat het wel zo is. Elke keer maar een zalfje voorschrijven, zorgt er niet voor dat we een diagnose kunnen stellen

Heeft de hond een infectie? – Cytologisch onderzoek

Om te zien of er sprake is van een bijkomende infectie kan de dierenarts middels cytologisch onderzoek het oorsmeer nakijken onder de microscoop. Een andere mogelijkheid is het opsturen van een swab voor kweek en gevoeligheidsbepaling (voor antibiotica). Dermatologen hebben de voorkeur voor cytologisch onderzoek om meerdere redenen: (1) je hebt direct een uitslag, (2) het is goedkoper, (3) het geeft een betrouwbare uitslag en een goed beeld van het probleem.

Met het cytologisch onderzoek bekijkt de dierenarts het monstertje na een speciale kleuring onder de microscoop. Hij/zij kan dan beoordelen of er een infectie aanwezig is en welke micro-organismen hier verantwoordelijk voor zijn (bacteriën of gisten). Daarnaast kan de dierenarts ook ontstekingscellen in beeld brengen en zien hoeveel micro-organismen per oor aanwezig zijn. Bij de controle kan dit onderzoek herhaald worden zodat we kunnen behandelen tot zowel de ontsteking als infectie verdwenen zijn. 

Dit onderzoek zorgt er voor dat de dierenarts gericht kan behandelen. We kunnen zo beter een oor reiniger en/of oorzalf kiezen. Een gisteninfectie krijgen we bijvoorbeeld niet weg met antibiotica en als er geen bacteriën aanwezig zijn dan hebben we ook geen antibiotica nodig. 

Plan van aanpak terugkerende oorontsteking

In de praktijk maak ik een onderscheid tussen honden die voor het eerst een oorontsteking hebben en honden die het vaker hebben gehad. Het mooiste zou zijn als we bij alle honden met een oorontsteking cytologisch onderzoek doen maar helaas is dit in de praktijk om meerdere redenen niet haalbaar. 

Heeft de hond vaker een oorontsteking gehad of gaat het niet beter na de ingestelde behandeling dan volg ik onderstaand stappenplan.

Stap 1: Anamnese + Signalement
Waar het heeft dier last van, sinds wanneer, hoeveel tijd zit ertussen, altijd in hetzelfde seizoen, etc.
Ras en leeftijd van de hond

Stap 2: Lichamelijk onderzoek
Hierbij worden de oren met een otoscoop bekeken en kijkt de dierenarts de rest van het dier na (ook wegen!). Het is extra belangrijk om de huid goed te onderzoeken (ook onder de staart en tussen de teentjes). Zo verzamelen we namelijk aanwijzingen voor een onderliggende aandoening.

Stap 3: Cytologisch onderzoek
Niet elke dierenarts kan dit onderzoek uitvoeren. Aanvullende kosten voor dit onderzoek liggen tussen de 15 en 30 euro. Cytologie helpt de dierenarts om je hond beter te behandelen en antibioticaresistentie en chronische oorontsteking te voorkomen.

Stap 4: Behandeling van de ontsteking en eventuele infectie
Een oorzalf bevat meestal een ontstekingsremmer (corticosteroïd), antibiotica en antischimmel middel. 
Afhankelijk van de bevindingen bij stap 3 kan de dierenarts voor een andere (betere) oorzalf kiezen. Zijn de oren erg vies dan is het aan te raden om de oren tevens te reinigen met een oorcleaner. In vieze oren werkt het oorzalfje minder goed. 

Stap 5: Onderliggende oorzaak onderzoeken 
Bij seizoensgebonden klachten denken we aan atopie maar bij alle andere huidklachten i.c.m. jeuk en oorontstekingen is er eerst een eliminatiedieet nodig om tot een diagnose te komen. Bij aanwijzingen op hormonale problemen is bloed- of urine onderzoek de volgende stap. Bij problemen met de verhoorning komen we al snel uit op het nemen van huidbiopten. 

Doorsturen dermatoloog of verder onderzoek

Bij sommige honden leiden bovenstaande stappen niet tot een blijvende oplossing. Het is dan aan te raden om op tijd naar een dermatoloog verwezen te worden. Zij kunnen met hun kennis en ervaring het dier beter helpen. Met een video-otoscoop kunnen zij de gehoorgang en het trommelvlies beter in beeld brengen dan met een normale otoscoop. Ze kunnen de oren goed uitspoelen en eventueel het middenoor mee behandelen.

Zijn er aanwijzingen voor bestendigende factoren dan is er verder onderzoek of een andere manier van behandeling noodzakelijk. Heeft de hond een middenoorontsteking of multiresistente bacterie? Dan ben je bij de dermatoloog in de juiste handen. Is de gehoorgang dermate aangetast dat we met medicatie dit niet meer kunnen terugdraaien? Dan is uiteindelijk verwijdering van de gehoorgang geïndiceerd. Om dit te voorkomen is tijdig ingrijpen en doorsturen van absoluut belang!

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort