Allergische reacties bij de hond

Allergieën en allergische reactie

Vlooienallergie, voedselallergie en omgevingsallergie komen regelmatig voor. Daarnaast kennen we ook drie andere soorten overgevoeligheidsreactie: medicijnovergevoeligheid, muggenbeet-/insectenbeetovergevoeligheid en contactallergie. 

Maar bij de hond kennen we ook acute allergische reacties waarbij we drie uitingsvormen zien: angio-oedeem, urticaria en zgn. anafylactische shock. In dit artikel lees je hier meer over.

Allergische reacties worden regelmatig gezien maar minder vaak dan de typische allergieën. Er is echter weinig bekend over de oorzaken en exacte frequentie van deze acute allergische reacties. In februari 2017 is er een artikel over dit onderwerp gepubliceerd in het internationale tijdschrift “Veterinary Dermatology”. De auteurs van dit wetenschappelijke artikel wilde meer kennis over triggers en risico factoren verkrijgen. Onderaan dit artikel worden de resultaten van dit onderzoek beschreven.

Urticaria en angio-oedeem bij de hond

Bij de hond kennen we drie uitingen van een overgevoeligheidsreactie op vaak onbekende prikkels. Urticaria en angio-oedeem zijn relatief onschuldig in vergelijking met een anafylactische shock. Een anafylactische shock kan na een vaccinatie of insectenbeet binnen enkele minuten (tot enkele uurtjes) ontstaan. De honden storten acuut in elkaar (collaps), hebben bleke slijmvliezen en raken vrij snel in shock (coma, koude lichaamsuiteinden, zwakke pols). Een anafylactische shock is een levensbedreigende reactie en kan leiden tot sterfte van de hond als er niet tijdig ingegrepen wordt!
Bij honden is het shockorgaan de lever. Afwijkingen aan de lever leiden bij zo’n heftige allergische reactie tot braken en diarree (in meer dan 90% van de gevallen).
In de 6,5 jaar dat ik als dierenarts heb gewerkt, kan ik de honden met een anafylactische shock op één hand tellen (en ik heb het nooit na een vaccinatie gezien).

Netelroos (urticaria)

In de volksmond staan urticaria beter bekend als galbulten, netelroos of kwaddels. Het zijn zwellingen in de huid die al dan niet een jeukprikkel opwekken. Meestal zijn de bulten rood verkleurd. Vanaf een afstand lijkt het alsof de vacht uit elkaar staat (zie foto). Er zijn een aantal huidaandoeningen die kunnen lijken op netelroos: ontsteking van de haarzakjes (folliculitis) door bacteriën, schimmels of demodex mijten, ontsteking van bloedvaten in de huid (vasculitis) en andere immuungemedieerde aandoeningen.

Rode zwelling op de buik, net boven de tepel (rechts)

Gezwollen kop (angio-oedeem)

Angio-oedeem is het beste te beschrijven als een gelijkmatige zwelling van de kop, waarbij met name oogleden en lippen extreem dik worden. Oedeem is een overmatige ophoping van vocht op plekken waar het eigenlijk niet aanwezig hoort te zijn. De aangedane huid is vaak ook rood. Enkele voorbeelden van huidaandoeningen die op angio-oedeem kunnen lijken: juveniele en infectieuze cellulitis, probleem van de lymfevaten en huidtumoren (mast cel tumoren, lymfoom).

Angio-oedeem wordt met name gezien na een wespensteek (of andere insecten) en bij jonge dieren als reactie op één van de eerste vaccinaties.

Oorzaken en triggers

In veel gevallen lijkt de oorzaak onbekend. Prikkels en triggers kunnen immunologisch of niet-immunologisch zijn. Immunologische prikkels worden vaak aangestuurd door de aanmaak van antilichamen (IgE). Overmatige productie van antilichamen kan worden veroorzaakt door allergenen (stofjes uit de omgeving die een allergische reactie kunnen uitlokken), bacteriën, parasieten of auto-antilichamen (gericht op een onderdeel van het lichaam zelf). Niet-immunologische urticaria worden veroorzaakt door o.a. hitte, druk, kou en trillingen.

Bij mensen zijn de meest voorkomende triggers voor een anafylactische shock of urticaria voedsel, stekende of bijtende insecten, medicijnen, latex en inspanning. Co-factoren en risicofactoren zijn leeftijd, hoeveelheid van allergenen, stress, type allergenen (bv. pinda’s), atopie (omgevingsallergie), medicatie (ACE-remmers, beta-blokkers) en bepaalde aandoeningen (astma).

Mogelijke triggers bij honden (uit eerdere onderzoeken): vaccinaties, narcosemiddelen, voedsel, vergif, planten, medicijnen, glucocorticosteroïden, transfusie en contrastmiddelen. Anekdotisch worden zeldzame oorzaken genoemd zoals hitte, inspanning, zonlicht, loopsheid bij teefjes en parasieten van de ingewanden. Er is erg weinig bekend over co-factoren of risicofactoren voor het ontstaan van anafylactische shock of netelroos bij de hond.

Diagnose en behandeling

Over het algemeen is de diagnose snel en zonder aanvullend onderzoek gesteld. In veel gevallen zijn de symptomen in combinatie met de ziektegeschiedenis en anamnese passende bij een allergische reactie (op onbekende prikkel). Zoals hierboven beschreven staat, zijn er meerdere aandoeningen die kunnen lijken op netelroos of angio-oedeem. Bij twijfel kan de dierenarts dan aanvullende onderzoeken uitvoeren (bloedonderzoek, huidbiopten, etc.).

De behandeling is wisselend en hangt van de ernst van de klachten en de patiënt en eigenaar af. In veel gevallen trekken de galbulten (urticaria) vanzelf binnen 24-48 uur weg. Regelmatig geeft de dierenarts een kortwerkende glucocorticosteroïd injectie (prednisonachtige stofjes) om de allergische reactie uit te doven en de schade van de ontstekingsreactie te beperken. Soms wordt er (gelijktijdig) een injectie met een antihistaminica gegeven. 

Resultaten onderzoek

Titel van het onderzoek: “Triggers, risk factors and clinico-pathological features of urticaria in dogs – a prospective observational study of 24 cases”, in 2017 gepubliceerd in het journal Veterinary Dermatology.

In deze studie zijn gegevens van 20.000 honden onderzocht. Van deze 20.000 honden zijn er 24 honden met urticaria gediagnosticeerd. Per jaar nemen deze honden 0,12% van de populatie voor hun rekening (12 patiënten op 10.000). De gemiddelde leeftijd was 4 jaar en er waren meer teefjes dan reutjes in dit onderzoek. De meest voorkomende rassen met urticaria waren: Rhodesian ridgeback (3), Boxer (3), Beagle (2), Jack Russel terrier (2), Franse Bulldog (2) en Vizsla (2).

Bijna de helft van de honden (11) kreeg netelroos in het voorjaar, twee in de zomer, zeven in het najaar en vier in de winter. Drieëndertig procent van de honden ontwikkelde netelroos zonder anafylactische shock. Merendeel van de honden had enige mate van anafylaxe (67% totaal: 4 mild, negen matig en drie ernstig). In de helft van de honden met anafylaxe waren netelroos en angio-oedeem de eerste verschijnselen gevolgd door braken en diarree.

Oorzaken

Bij 17 van de 24 honden is de mogelijke oorzaak gevonden, bij 12 honden (50%) was deze oorzaak zeer waarschijnlijk en bij 5 honden waarschijnlijk. Geïdentificeerde oorzaken waren: insectenbeten of -steken (n=9), voedsel (n=5), medicijnen (n=2) en koude (n=1). Bij zeven honden is de oorzaak niet bewezen na aanvullende provocatie testen maar werd voedsel het meest waarschijnlijk geacht. De medicijnen die in verband zijn gebracht met het ontstaan van de klachten waren narcosemiddelen en immuuntherapie.

Bij enkele honden werd inspanning net voor het ontstaan van de klachten gezien en bij één hond stress en loopsheid.

In merendeel van de honden waarbij de allergische reactie door insecten werd veroorzaakt was angio-oedeem zichtbaar. Daarnaast zag men dat anafylaxe vaker gezien werd na insectenbeten (6 honden).

Opvallend was dat 11 van de 24 honden symptomen lieten zien die passen bij atopie (omgevingsallergie) en/of voedselovergevoeligheid. Het lijkt er dus op dat honden met een allergische huidaandoeningen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van netelroos of angio-oedeem (met of zonder anafylactische shock).

Discussie

In de literatuur is in meerdere onderzoeken beschreven dat kleine rassen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van anafylactische reacties. Er is zelfs één onderzoek dat beschrijft dat het aantal nadelige effecten van een vaccinatie verdubbeld kan zijn bij honden onder de 10 kg (*).
Het lijkt er op dat niet alleen het type allergeen maar ook de hoeveelheid een rol speelt in het ontstaan van allergische reacties. Echter zien we ook bij grotere rassen zoals Boxers, Labrador en Golden Retrievers vaker anafylactische reacties.

Er zijn studies gepubliceerd waarbij men geprobeerd heeft om triggers te identificeren en de rol van vaccinaties en andere diergeneesmiddelen bij het ontstaan van allergieën en allergische reacties te onderzoeken. Helaas zijn er tot op heden geen duidelijke verbanden aan te tonen en missen we tastbaar bewijs voor hedendaagse uitspraken dat dieren ziek worden van vaccinaties en andere diergeneesmiddelen. De dermatologen en andere specialisten van het Medisch Centrum voor Dieren hebben hier een aantal artikelen over geschreven:

  1. https://www.mcvoordieren.nl/vaccinaties-en-atopie
  2. https://www.mcvoordieren.nl/misvattingen-inenting-hond-kat

Er is dus nog steeds een hele hoop niet bekend over netelroos, angio-oedeem en oorzaken van anafylactische shock. Waarom zijn bepaalde honden gevoeliger dan andere (ras, leeftijd, geslacht, grootte)? We weten het niet.
Allergische honden lijken in ieder geval gevoeliger voor negatieve reacties op immunologische en niet-immunologische prikkels dan andere honden. 

Bronvermelding:

  • Rostaher et al 2017, Triggers, risk factors and clinico-pathological features of urticaria in dogs – a prospective observational study of 24 cases, Vet Dermatol. vol 28: 38-45
  • Small Animal Dermatology – a color atlas and therapeutic guide. Keith A. Hnilica
  • * Moore GE, Guptill LF, Ward MP et al. Adverse events diagnosed within three days of vaccine administration in dogs. J Am Vet Med Assoc 2005; 227: 1102-1108
© 2020 Huidadvies voor Dieren. 
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd in 2017

Te traag werkende schildklier: diagnose

dikke hond schildklier?

Hypothyreoïdie bij de hond

Een van de meest voorkomende hormonale aandoeningen bij de hond is hypothyreoïdie. ‘Hypo’ betekent weinig of minder dan en ‘ thyroïd’ is de medische term voor schildklier.
Bij hypothyreoïdie werkt de schildklier niet zoals het hoort en is er een tekort aan schildklierhormonen. Er wordt vaak gezegd dat de hond dan een te traag werkende schildklier heeft maar in werkelijkheid is er sprake van ernstige functieverlies tot verwoesting van de schildklier.

Oorzaak van het tekort

Bij meeste honden is er sprake van een verwoesting van de schildklier. Dit gaat gepaard met vele klachten omdat schildklierhormonen een belangrijke rol in de stofwisseling innemen.

Er zijn twee oorzaken voor de verwoesting van de schildklier. De schildklier kan door een auto-immuun reactie kapot gaan of door onbekende oorzaak, in het laatste geval noemen we het ‘idiopathisch’. Aan de buitenkant kunnen we niet zien of het om de immuungemedieerde of idiopathische variant gaat.

Bij de auto-immuun variant maakt het afweersysteem antilichamen tegen de cellen van de schildklier aan. Hierdoor raakt de schildklier ontstoken en gaat het weefsel kapot. Deze immuungemedieerde schildklieraandoening kent een genetische basis. Hypothyreoïdie komt dan ook bij bepaalde hondenrassen vaker voor. 

De schildklierpatiënt

De diagnose ‘hypothyreoïdie’ als oorzaak van huidklachten wordt in de praktijk erg vaak gesteld. Ondanks het één van de meest voorkomende hormonale problemen is, is deze aandoening in de dermatologie overgediagnosticeerd. Dat betekent dat veel honden gediagnosticeerd worden met een te traag werkende schildklier terwijl dit niet de werkelijke oorzaak van de huidklachten is.

Het verwarrende is dat veel honden met een normale schildklierfunctie alsnog verbeteren op schildkliermedicatie. Er wordt zelfs geschat dat ongeveer 60-70% van de honden die behandeld worden met schildklierhormoon géén hypothyreoïdie heeft, aldus prof. dr. Hans Kooistra.

De diagnose “Hypothyreoïdie”

Het beoordelen van de schildklierfunctie wordt meestal via een bloedonderzoek gedaan. Er zijn veel factoren die de aanwezigheid van het schildklierhormoon in het bloed beïnvloeden. Denk hierbij aan de leeftijd van de hond, het ras, lichaamsconditie, grootte van het dier, inspanning en medicijnen (bv. NSAIDs, hartmedicatie).

Ook gedurende de dag varieert de concentratie van het schildklierhormoon in het bloed. Het tijdstip van de bloedafname kan dus technisch gezien van invloed zijn.
In de praktijk betekent dit dat een hond met een gezonde schildklierfunctie op een bepaald moment van de dag een te lage schildklierwaarde kan hebben. Maar dat wil niet meteen betekenen dat de hond een te traag werkende schildklier heeft.

Totaal T4: totaal thyroxine concentratie in het bloed

Om in de praktijk te voorkomen dat er een verkeerde diagnose wordt gesteld, is het advies om de schildklierwaarde (totaal T4) alleen te bepalen bij dieren met klachten die passen bij hypothyreoïdie.

De totale thyroxine concentratie in het bloed noemen we het totaal T4. Het is een goede screening test: 90% van de honden met hypothyreoïdie heeft een lage totaal T4 waarde. Ongeveer 10% heeft een laag-normale T4 waarde.

Vrij totaal T4

De meest gevoelige en betrouwbare bloedtest om de schildklierfunctie te bepalen is het vrije totaal T4. Deze test kost iets meer geld en kan niet bij elk laboratorium uitgevoerd worden. De sensitiviteit en specificiteit van deze test liggen boven de 90% waardoor de kans op vals positieve én negatieve uitslagen klein is.

TSH waarde

In combinatie met de TSH waarde kunnen we met meer zekerheid de juiste diagnose stellen (sensitiviteit en specificiteit stijgen tot 100% bij een laag totaal T4 of vrij totaal T4).

TSH staat voor thyreoïd (=schildklier) stimulerend hormoon. Als er te weinig schildklierhormoon (T4) in het bloed circuleert dan wordt er meer TSH afgegeven in de hersenen. Dit hormoon stimuleert de schildklier om meer schildklierhormoon te produceren. Bij een te traag werkende schildklier en te weinig schildklierhormoon verwachten we dus een hoge TSH waarde.

Helaas is de TSH waarde maar bij 65-75% van de honden met hypothyreoïdie verhoogd. Dat betekent dat 25-35%  van de honden mét hypothyreoïdie een normale TSH waarde heeft.

Het advies: welke testen zijn belangrijk?

Geen enkele test is 100% betrouwbaar.

Om de schildklierfunctie te beoordelen is het combineren van testen belangrijk. En misschien is het wel het allerbelangrijkste dat het plaatje moet kloppen.
De hond moet dus klachten hebben passende bij hypothyreoïdie. Alleen op basis van een lage T4 waarde kunnen we geen diagnose stellen!

Voor het stellen van de diagnose ‘hypothyreoïdie’ is het advies om de totaal T4 waarde (en/of vrij totaal T4) te bepalen samen met de TSH waarde én deze resultaten te beoordelen op basis van de klachten van de hond.

Wanneer klopt het plaatje?

Een typische hond met hypothyreoïdie is:

  • van middelbare leeftijd (gemiddelde leeftijd = 7 jaar)
  • een rashond
  • sloom
  • sneller moe
  • te zwaar ondanks geen veranderingen in voedselpatroon

Daarnaast hebben veel honden met hypothyreoïdie:

  • kaalheid (meestal op flanken, symmetrisch aan beide kanten)
  • bijkomende huidinfecties (en daardoor jeuk)
  • seborroe (droge of juist vette vacht en huid)

Minder voorkomende symptomen:

  • teef: onvruchtbaarheid / afwijkende loopsheid
  • myxoedeem (zorgt voor ‘tragische’ gezichtsuitdrukking)
  • hart- en vaatafwijking (o.a. trage hartslag)
  • afwijkingen aan spieren en zenuwen (kreupelheid, stijfheid)
  • oorontsteking
  • gegeneraliseerde demodicosis (demodex mijten)

Hormonale kaalheid

Bij meer dan 70% van de honden met hypothyreoïdie wordt hormonale kaalheid gezien. De kaalheid kan zich op twee manieren uiten:

  • Complete kaalheid (alopecia)
  • Verminderde beharing (hypotrichosis)

Bij symmetrische kaalheid van de flanken (zowel links als rechts) denken mensen meteen aan hormonale problemen zoals hypothyreoïdie of de ziekte van Cushing. Echter begint de kaalheid meestal niet op de flanken. Veel honden ontwikkelen kale plekken of dunne beharing op plekken die blootgesteld worden aan wrijving: staart, buik, achterzijde dijen en neusrug. Pas later ontstaat de typische kaalheid op de flanken.

Maar mijn hond heeft huidklachten én een te lage schildklierwaarde ...

Het komt regelmatig voor dat honden met huidklachten gediagnosticeerd worden met hypothyreoïdie terwijl de schildklier prima functioneert. Er wordt toch een lage schildklierwaarde gemeten en met schikdkliermedicatie knapt de hond zienderogen op. 

Wat is er aan de hand?

‘Sick Euthyreoid Syndroom’ – SES

We spreken van SES als een dier ziek is en de ziekte de uitslag van de schildkliertesten beïnvloed. De ziekte heeft echter meestal geen direct effect op de schildklier.

Hoe ernstiger de ziekte, hoe groter de veranderingen van de schildklierwaarde. Het vrije totaal T4 wordt minder beïnvloed door ziekte dan de totaal T4 waarde, de TSH waarde wordt zelden beïnvloed. Een lage T4 waarde bij een ziek dier kan dus voor een onterechte diagnose ‘hypothyreoïdie’ leiden.

Conclusie

Hypothyreoïdie is één van de meest voorkomende hormonale ziektes bij honden. Helaas is het stellen van de diagnose niet zo eenvoudig als het lijkt. Veel honden worden ten onrechte met schildkliermedicatie behandeld. Om deze reden is het belangrijk dat we de juiste testen aanvragen bij de juiste patiënten. Niet elke hond met kaalheid of elke slome hond met overgewicht heeft hypothyreoïdie.

© 2020 Huidadvies voor dieren.
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd in 2018.

Huidaandoeningen door verstoring van het afweersysteem (kat)

Auto-immuun versus 'immuungemedieerd'

De termen ‘immuungemedieerd’ en ‘auto-immuun’ worden vaak door elkaar gebruikt.

  • Immuungemedieerde aandoeningen zijn ziektes waarbij het immuunsysteem ontregeld is en niet meer goed functioneert. Meestal kunnen we hiervoor geen exacte oorzaak voor vinden.
  • Auto-immuun aandoeningen zijn specifiek gericht tegen het eigen lichaam: het afweersysteem valt eigen cellen, eiwitten of andere structuren aan. 

In dit artikel vind je een overzicht van auto-immuun en immuungemedieerde huidaandoeningen bij de kat. In vergelijking met honden is er helaas veel minder informatie beschikbaar over huidproblemen bij de kat. De informatie is gebaseerd op kleine aantallen en kleinschalige onderzoeken.

Auto-immuunaandoeningen

Lupus en pemphigus zijn de meest bekende auto-immuun aandoeningen. Er bestaan van beide aandoeningen meerdere vormen. Histopathologisch onderzoek van huidbiopten is noodzakelijk om een diagnose te stellen. De patholoog kan op basis van de veranderingen in de huid nog een derde groep auto-immuunaandoeningen diagnosticeren: de pemphigoïden. Dit zijn afwijkingen in de huid die lijken op pemphigus (vandaar de naam).

Pemphigus

Er bestaan meerdere pemphigus varianten waarvan pemphigus foliaceus veruit de meest voorkomende is. Bij pempighus worden er antilichamen geproduceerd die gericht zijn tegen eiwitten tussen de cellen van de opperhuid (desmosomen). De verwoesting van de desmosomen zorgt voor acantholyse: het vroegtijdig loslaten van huidcellen. Deze cellen noemen we acantholyische cellen en zien er anders uit dan normale huidcellen.

In onderstaande simplistische illustratie zijn huidcellen afgebeeld. De rode en groene balkjes stellen desmosomen voor. Dit zijn speciale eiwitstructuren die huidcellen onderling met elkaar verbinden zodat er een stevige verbinding ontstaat. De opperhuid is immers de eerste afweer tegen indringers van buitenaf. Voor meerdere functies van de afweer en huid is dus erg belangrijk dat de huidcellen goed met elkaar verbonden zijn. 

Binnen het pemphigus-complex zijn er verschillende varianten en dit heeft o.a. te maken met het type desmosoom dat als ‘target van de aanval’ dient. Bij de ene pemphigus valt het lichaam bv de rode balkjes aan en bij de andere de groene. We kennen vier varianten bij de kat: pemphigus foliaceus (PF), pemphigus erythematosus (PE), pemphigus vulgaris (PV) en paraneoplastische pemphigus (PNP).

Er zijn tot op heden géén onderzoeken bij de kat gedaan die aantonen dat de klachten van pemphigus bij de kat ook op deze manier ontstaan.

desmosomen pemphigus

Pemphigus foliaceus

Pemphigus foliaceus is de meest bekende en voorkomende variant. Hoe de klachten bij de kat ontstaan is, in tegenstelling tot bij mensen en honden, niet bekend.

De voornaamste klacht is het ontstaan van oppervlakkige pustels. Net zoals bij honden zijn deze blaasjes gevuld met pus en erg fragiel. Ze gaan snel kapot, het resultaat is korstvorming.
In principe kunnen de korsten over het hele lichaam voorkomen maar bij de kat worden ze voornamelijk op de neusspiegel, neusrrug, oorschelp en nagelriemen gezien. Zo’n 80% van de katten heeft korsten in het aangezicht. 

Pusserige uitvloeiing bij de nagelriem (gezien bij 54% van de gevallen) maakt de kat erg verdacht van pemphigus. Het pus wordt ook wel beschreven als een dikke kazige substantie. Sommige katten hebben lichamelijke klachten zoals sloomheid, verminderde eetlust of koorts. De jeuk is variabel echter zijn er aanwijzingen dat de helft van de katten jeuk heeft. Pemphigus kan daarom lijken op huidallergieën bij de kat.

De diagnose wordt gesteld via weefselonderzoek van huidbiopten. De waarschijnlijkheidsdiagnose kan gesteld worden middels cytologisch onderzoek van de inhoud van pustels. Cytologisch onderzoek is het bekijken van cellen onder de microscoop. De dierenarts kan met een glaasje en speciale kleuring het verkregen monster onder de microscoop bekijken.

Het heeft de voorkeur om intacte pustels te bewaren voor huidbiopten omdat zij zeldzaam zijn en enorm veel informatie kunnen geven. “Don’t waste a good pustel on cytology” is het advies van dermatoloog Mendoza-Kuznetsova.
Soms kan men door middel van cytologie van de huid onder de korsten aanwijzingen vinden voor pemphigus foliaceus. We zien dan een bepaald type ontstekingscellen (niet-degeneratieve neutrofielen) én acantholytische cellen zonder bacteriën.

Als de diagnose is gesteld dan is het belangrijk om zo snel mogelijk met de behandeling te starten. Prednisolon is de meest gebruikte behandeling waarbij er zeer hoge doseringen gegeven moeten worden. Als de huidklachten zijn verdwenen kan men afbouwen tot een lage onderhoudsdosering. Een klein percentage van de patiënten kan zonder medicatie.

C. Favrot, ... S.J. Langley-Hobbs, in Feline Orthopedic Surgery and Musculoskeletal Disease, 2009

Lupus

Bij lupus ontstaan de klachten door het vastlopen van immuuncomplexen die ontstaan door een overgevoeligheidsreactie (type III). De complexen lopen vast in kleine bloedvaatjes en zorgen voor ontstekingen. De ontstekingen bij lupus ontstaan in de onderste laag van de opperhuid ter hoogte van het basaalmembraan. 

Er bestaan meerdere lupus varianten. DLE en SLE zijn twee vormen van lupus erythematosus. SLE staat voor systemische lupus erythematosus en DLE voor discoïde lupus erythematosus. SLE is extreem zeldzaam en gaat gepaard met klachten van meerdere organen waaronder de huid. DLE betreft enkel de huid.

De diagnose is vrij complex waarbij men net zoals bij allergieën niet kan vertrouwen op één enkele test. Er moet aan enkele criteria voldaan worden voordat een definitieve diagnose gesteld kan worden. Helaas zijn er bij de kat geen criteria bekend omdat deze aandoeningen zo zeldzaam zijn. Er wordt gebruik gemaakt van de criteria voor honden en mensen.

Immuungemedieerde aandoeningen

Immuungemedieerde aandoeningen zijn ziektes waarbij het immuunsysteem ontregeld is en niet meer goed functioneert. Voorbeelden van immuungemedieerde huidaandoeningen bij de kat zijn plasma cel pododermatitis, hypereosinofiel syndroom (HES), auriculaire chondritis, erythema multiforme (EM) en exfoliatieve dermatitis (ED).

Plasma cel pododermatitis

Plasma cel pododermatitis is een aandoening waarbij de zoolkussens ontsteken of zacht worden. Het komt gelukkig niet zo vaak voor maar in vergelijking met pemphigus en lupus zien we plasma cel pododermatitis relatief vaak.

Het vermoeden bestaat dat de klachten worden veroorzaakt door een infectie of afwijkende reactie van het afweersysteem. Virussen en bacteriën lokken een reactie van het afweersysteem uit en bij een verstoring van het immuunsysteem kunnen klachten ontstaan. Bij allergische huidaandoeningen reageert de afweer ook overmatig en afwijkend. Tot op heden is er uit onderzoek geen verband gevonden tussen de aandoening en allergieën, virussen of bacteriën. 

Symptomen

In een vroeg stadium treedt er schilfering van de zoolkussens op en kunnen ze zacht worden. Naarmate de tijd verstrijkt verandert de kleur en zien de voetzooltjes er donkerder uit. Uiteindelijk zullen er zweertjes ontstaan en spreken we van ulceraties en pododermatitis (ontstoken pootjes). Bij sommige katten zorgt de ontsteking van de zoolkussens voor sterke toename van de voetzooltjes (kan lijken op wildgroei). 

Over het algemeen lijkt de kat er gek genoeg geen last van te hebben. Meestal zijn er meerdere pootjes aangedaan en soms zijn meerdere voetzooltjes van één poot ontstoken. 

Diagnose en behandeling

De definitieve diagnose wordt via huidbiopten gesteld. De dierenarts kan ook eerst cytologisch onderzoek uitvoeren. Er kunnen dan een bepaald type ontstekingscellen gezien worden, plasmacellen. Vandaar de naam: plasma cel pododermatitis (een ontsteking van de poten met plasma cellen).

Over het algemeen zullen katten met deze aandoening behandeld worden met prednisolon of soortgelijke afweeronderdrukkende medicijnen. Cyclosporine en doxycycline (antibiotica) + niacinamide (vit B3) kunnen ook voorgeschreven worden. Bij wildgroei of sterke zwelling van de voetzooltjes kan er gekozen worden voor chirurgisch ingrijpen. 

Hypereosinofiel syndroom (HES)

Zelf heb ik nog nooit van deze aandoening gehoord en ik denk met mij vele anderen. Bij de mens bestaat dit syndroom uit meerdere aandoeningen. Ze hebben allen één ding gemeen en dat is een verhoogd aantal eosinofielen in het bloed (eosinofilie). Eosinofielen zijn een bepaald type ontstekingscel van het afweersysteem.
Normaliter kan eosinofilie bij dieren wijzen op een parasitaire infectie of een onderliggende allergie. Soms is er sprake van een tumor of onbekende oorzaak.

Ook bij de kat met HES zien we teveel eosinofiele bloedcellen in het bloed. Deze ontstekingscellen kunnen in grote aantallen in verschillende organen terecht komen.

De huid is vaak aangedaan maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. De huidklachten bestaan uit ernstige jeuk, roodheid en krabdefecten. De meest voorkomende systemische klachten zijn maag-darm gerelateerd en vermageren.

De diagnose is niet altijd even makkelijk waarbij andere oorzaken voor eosinofilie uitgesloten moeten worden.

De klachten worden behandeld met corticosteroïden in hoge doseringen om het immuunsysteem te onderdrukken. De prognose is slecht omdat meeste katten niet goed op de behandeling reageren. Over het algemeen overleven de katten niet langer dan 2 jaar (zelden tot 4 jaar na ontstaan van klachten).

Auriculaire chondritis

Ook al zo’n vreemde aandoening met een moeilijke naam. Het is een zeldzame aandoening die ook bij mensen gezien wordt. Er zijn ook gevallen bekend bij muizen en honden. Chondritis is een ontsteking van het kraakbeen en auriculair wijst op de oren, of beter gezegd de oorschelp.

In meeste gevallen gaat de aandoening gepaard met verdikking en vervorming van de oorschelp waarbij de kat pijn heeft en de huid rood kleurt. In sommige gevallen kunnen er ook afwijkingen aan de ogen, schilfers, kaalheid of een vergroot hart gezien worden.

Het klinische beeld is suggestief voor auriculaire chondritis maar uiteindelijk zijn huidbiopten nodig voor de bevestiging.Er is tot op heden te weinig informatie om iets te kunnen zeggen over het verloop van de ziekte en de prognose.

De behandeling is vaak teleurstellend en weinig effectief. In tegenstelling tot mensen reageren katten nauwelijks op corticosteroïden maar mogelijk wel op dapsone (antibioticum). Heel soms lost de ontsteking van het kraakbeen vanzelf op.

Erythema multiforme (EM)

Erythema multiforme (EM) lijkt veroorzaakt te worden door een toxische reactie gericht tegen lichaamseigen cellen. De reactie ontstaat na een infectie of blootstelling aan een medicijnen. Er zijn meerdere immuungemedieerde aandoeningen waarbij de klachten op deze manier ontstaan. In de diergeneeskunde is de classificatie nog onduidelijk. Er zijn gevallen bekend waarbij EM door een infectie of vaccinatie getriggerd werd.

Bij mensen is zijn aandoeningen van deze groep goed beschreven. Voorbeelden zijn Steven-Johnson syndrome (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN).

De symptomen ontstaan meestal acuut en zijn niet specifiek behalve de eventuele ‘target lesions’. We zien rode puntjes, blaasjes of rode vlekken.

Er is helaas geen bewezen effectieve behandeling en het gebruik van corticosteroïden is controversieel. Op het moment hebben de specialisten de voorkeur om te behandelen met cyclosporine.

Exfoliatieve dermatitis (ED)

Deze schilferige aandoening wordt veroorzaakt door een tumor van de thymus. Het exacte mechanisme is niet bekend maar er bestaat een vermoeden dat er iets fout is met de witte bloedcellen uit de thymus en de functie ervan.

Typische huidplekjes van ED bestaan niet. Symptomen zijn schilfers, korsten en roodheid; eerst op de kop en oorschelp en breiden zich later uit naar de nek en rest van het lichaam. Meestal heeft de kat geen jeuk maar dit kan wel.

Het is aandoening van oudere katten of katten van middelbare leeftijd. Systemische klachten zijn mogelijk: hoesten, gewichtsverlies, verminderde eetlust of bemoeilijkte ademhaling.

Bij het vermoeden van ED is het maken van een röntgenfoto doorgaans bevestigend door het zien van een zwelling (thymoom) in de borstkas. De enige behandeling is het chirurgische verwijderen van de tumor.

© 2020 Huidadvies voor Dieren.
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update jan 2020. Oorspronkelijk gepubliceerd in 2017

Bronvermelding: ESVD 29th Annual Congress

Pemphigus foliaceus bij de hond

Auto-immuun aandoening van de huid

Pemphigus is een van de auto-immuun aandoeningen van de huid die we bij honden en katten zien. Exacte getallen zijn niet bekend maar pemphigus foliaceus (PF) is één van de meest voorkomende auto-immuun aandoeningen.

Bij honden en katten kennen we vijf varianten:

  1. Pemphigus foliaceus (PF)
  2. Pemphigus erythematosus (PE)
  3. Panepidermale pustuleuze pemphigus (PPP)
  4. Pemphigus vulgaris (PV)
  5. Paraneoplastische pemphigus (PNP)

Van de vijf pemphigus varianten wordt PF veruit het meest gezien.

Ontstaan van de klachten

Auto-immuun aandoeningen ontstaan doordat het afweersysteem lichaamseigen cellen, -eiwitten of andere structuren aanziet voor lichaamsvreemd. Het immuunsysteem maakt antilichamen aan om de ‘vreemde’ structuur te markeren. Vervolgens kunnen speciale cellen van het immuunsysteem ze opruimen.

We weten niet precies waarom het lichaam eigen cellen of weefsels voor lichaamsvreemd aanziet. Er gaat iets mis waardoor het immuunsysteem abnormaal functioneert. Bij mensen en honden bestaat er een sterke genetische predispositie: we zien pemphigus foliaceus bijvoorbeeld vaker bij Akita’s en Chow Chows. Het lijkt erop dat dit foutje in de reactie van het afweersysteem terug te vinden is in de genen en aan nakomelingen overgedragen wordt.

Naast erfelijke factoren of foutjes in het DNA zijn infectieuze oorzaken(bv. virussen), (dier)geneesmiddelen in de breedte zin en chronische huidziekten genoemd als mogelijke triggers voor het ontstaan van pemphigus. Meestal is de precieze oorzaak van het ontstaan van pemphigus niet te achterhalen.

Wat gaat er mis op celniveau?

Het pemphigus-complex kenmerkt zich door de vorming van blaasjes of blaren die zich verder ontwikkelen tot pukkels (pustels) en korsten. De blaasjes worden gevormd doordat het afweersysteem specifieke eiwitten en structuren in de opperhuid aanvalt. Hierdoor laat de huid als het ware los en ontstaan er blaasjes of blaren. 

Op celniveau zijn huidcellen van de opperhuid (keratinocyten) bij pemphigus niet meer goed met elkaar verbonden. Een karakteristiek verschijnsel van pemphigus foliaceus (PF) is ‘acantholyse‘. De dierenarts of dermatoloog kan met cytologisch onderzoek van de huid acantholytische cellen waarnemen. De dierenarts drukt met een objectglaasje op de huid (= het maken van een afdrukpreparaat) en kan zo de huidcellen onder de microscoop bekijken (= cytologisch onderzoek).

Acantholytische cellen zijn kenmerkend voor o.a. pemphigus foliaceus. Het zijn grote keratinocyten (huidcellen) met een grote celkern: ze zijn te vroeg losgelaten waardoor de celkern niet verloren is gegaan. Normale huidcellen zijn afgeplat en hebben een kleinere of afwezige celkern. Dode huidcellen zonder kern noemen we corneocyten.

In onderstaande simplistische illustratie zijn huidcellen afgebeeld. De rode en groene balkjes stellen desmosomen voor. Dit zijn speciale eiwitstructuren die huidcellen onderling met elkaar verbinden zodat er een stevige verbinding ontstaat. De opperhuid is immers de eerste afweer tegen indringers van buitenaf. Voor meerdere functies van de afweer en huid is dus erg belangrijk dat de huidcellen goed met elkaar verbonden zijn. 

Bij pemphigus foliaceus worden er antilichamen tegen desmosomen aangemaakt waardoor de cellen onderling loslaten. Binnen het pemphigus-complex zijn er verschillende varianten en dit heeft deels te maken met het type desmosoom dat als ‘target van de aanval’ dient. Bij de ene pemphigus valt het lichaam bv de rode balkjes aan en bij de andere de groene. 

desmosomen pemphigus

Symptomen

Wat zien we? – puistjes/pukkels (pustels), blaasjes (vesikels) korsten, erosies (schaafplekken), ulcers (zweertjes) en kaalheid. Soms hebben honden jeuk. Ze kunnen ook bijkomende huidinfecties ontwikkelen en daardoor lijken op allergische huidpatiënten.

Waar op het lichaam? – kop, aangezicht, oorschelpen, voetzooltjes. De huid rondom de ogen, op de neusrug en oorschelpen zijn het meest betrokken.

Afhankelijk van het ras, trigger en cyclische aard van de aandoening komen de symptomen lokaal of gegeneraliseerd voor. Als de symptomen over het hele lichaam gezien worden (gegeneraliseerd), kan het dier ook koorts hebben en sloom zijn. 

Omdat het in de opperhuid mis gaat, en de huid van honden relatief dun is (in vergelijking met mensen), zien we zelden blaasjes en pustels zeldzaam. Ze gaan snel kapot waardoor we meestal ‘epidermale collarettes’, schilfertjes en met name korsten zien. Epidermale collarettes zijn ronde kringen met kleine schilfers of korstjes. Een roodheid of een rode rand hoeft niet altijd gezien te worden. Op de foto rechts onder zijn twee epidermale collarettes te zien. Deze huidafwijking zien we zeer regelmatig bij bacteriële huidinfecties. 

collarette (geen copyright)

Toelichting enkele begrippen:

  • Pustel: ook wel puistje genoemd, het is een klein blaasje gevuld met cellen (soms een rode rand). De pustel ligt in de opperhuid. Ze kunnen witte bloedcellen of pus bevatten. We zien ze vaak bij immuungemedieerde aandoeningen of bacteriële huidproblemen.
  • Blaasje: ook wel vesikel genoemd, het is een klein blaasje gevuld met heldere vloeistof. Ze gaan snel kapot. We zien ze vaak bij immuungemedieerde of virale aandoeningen.
  • Erosie: oppervlakkig maar klein defect in de opperhuid (het basaalmembraan blijft intact)
  • Ulcer: defect in opperhuid die doorloopt tot in de lederhuid (het basaalmembraan is beschadigd)
  • Epidermale collarette: specifieke schilfering van de opperhuid. Meestal ontstaat de schilfering door het open barsten van een pustel of blaasje. Een veelvoorkomend kenmerk van een bacteriële huidinfectie.
  • Korst: ingedroogd materiaal afkomstig van bv. serum of pus

Diagnose en behandeling

De diagnose wordt gesteld door weefselonderzoek (histopathologie) van huidbiopten. De dierenarts kan denken aan een auto-immuunaandoening als de klachten op oudere leeftijd zijn ontstaan, de huidklachten op specifieke plekken op het lichaam aanwezig zijn (voetzooltjes, oorschelpen), een allergie niet waarschijnlijk is of de hond slecht reageert op ingestelde behandelingen. Over het algemeen zullen er in de anamnese, het lichamelijk onderzoek en aanvullende testen (schimmelkweek, cytologisch onderzoek) aanwijzingen naar voren komen die wijzen richting een auto-immuunaandoening.

De dierenarts kan pemphigus foliaceus op meerdere manieren behandelen. Meestal werken combinatie-protocollen beter dan een mono-therapie waarbij men gebruik maakt van één medicijn of geneesmiddel.

Veel gebruikte medicijnen zijn:

  • Glucocorticosteroïden
  • Azathioprine
  • Chloorambucil
  • Doxycycline (antibiotica) en niacinamide (vitamine B3)
  • vitamine E
  • Essentiële vetzuren
  • Tacrolimus zalf/crème
  • Lokale glucocorticosteroïden

Het is belangrijk om gedurende de behandeling regelmatig voor controle bij de dierenarts langs te gaan. De symptomen van pemphigus foliaceus zien we ook bij oppervlakkige huidinfecties met bacteriën. Honden met een afwijkende functie van het afweersysteem en defecte huidbarrière zijn tevens gevoeliger voor het ontwikkelen van bacteriële huidinfecties.

Als het dier medicatie krijgt om de reactie van het afweersysteem aan te passen (remmen/onderdrukken) kan deze gevoelig worden voor infecties. Om deze redenen is het erg belangrijk om te blijven controleren of de huidplekjes niet door bacteriën veroorzaakt worden. Bijkomende huidinfecties dienen behandeld te worden waarbij antibioticaresistentie voorkomen moet worden (herhaaldelijk gebruik van antibiotica wordt dus afgeraden).

Prognose

De prognose is variabel en hangt van meerdere factoren af. De uitgebreidheid en ernst van de huidafwijkingen, respons op behandeling, tolerantie van de behandeling, kosten van de medicatie en monitoring/controles bepalen doorgaans het succes van de behandeling. De ervaring en kennis van de behandelaar speelt ook een rol. Sommige honden hebben een gereserveerde prognose en andere honden reageren goed op behandelingen en zijn lange periodes klachtenvrij. Meeste honden hebben levenslange behandeling nodig met één of meerdere geneesmiddelen, echter zien we af en toe complete genezing (als de afwijkende reactie van het afweersysteem door een medicijn getriggerd wordt en de behandeling tijdig gestart wordt). 

© 2020 Huidadvies voor Dieren.
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update jan 2020. Oorspronkelijk gepubliceerd in 2017

Bronvermelding: ESVD 29th Annual Congress, ESAVS Dermatology course III