Alopecia X

Alopecia X is een verzamelnaam voor specifieke klachten van kaalheid, die we met name bij een bepaalde hondenrassen zien. Deze aandoening heeft in de loop der jaren een hoop namen gehad en staat beter bekend als:

  • Black Skin Disease (BSD)
  • Black Skin Syndrome of Pomeranians

Andere namen zijn:

  • Atypische Cushing
  • Pseudo Cushing
  • Groeihormoon responsieve alopecia
  • Castratie responsieve alopecia
  • Bijnier-geslachtshormonen onbalans
  • Folliculaire groeistoring bij wolharige honden
  • Gonadal sex hormone dermatosis
  • Huidbiopt responsieve alopecia

De specialisten hebben de voorkeur voor de naam ‘Hair Cycle Arrest’.
Er is iets wat er voor zorgt dat de haarcyclus gepauzeerd wordt. De haren groeien niet meer verder waardoor na het uitvallen van de dode haren kale plekken ontstaan. 

Alopecia betekent deels of volledig verlies van haren, die er wél horen te zijn. Er zijn immers ook kerngezonde delen van de huid die altijd kaal (neus, voetzooltjes) of dunbehaard zijn, zoals oksels en buik.

Alopecia X ofwel Hair Cycle Arrest

Alopecia X is misschien wel het meest controversiële syndroom binnen de dermatologie.  Er is nog zóveel onbekend over Alopecia X en gerelateerde aandoeningen.

De exacte oorzaak van Alopecia X is niet bekend. Het lijkt een combinatie van genetische predispositie en afwijkingen in de geslachtshormonen. We zien deze huidaandoening vaker bij dwergkeesjes (Pomeranians), Chow Chows, Siberische Husky’s, Keeshonden, Samojeeds en (dwerg)poedels.

De huidige theorie is dat de kaalheid wordt veroorzaakt door een afwijking in de haarzakjes, die wordt verergerd door geslachtshormonen. Er is geen groei van nieuwe haren, de haarcyclus lijkt gepauzeerd. De trigger ofwel oorzaak van de pauze is nog niet achterhaald. 

Symptomen

In eerste instantie vallen dekharen uit. Hierdoor gaat de algemene vachtconditie achteruit. De vacht is meestal droog, dof en kroezig. In het Engels noemen ze dat ook wel ‘wooly coat syndrome‘.
Uiteindelijk zal de dunner wordende vacht zich uitbreiden. Wolharen zullen ook uitvallen resulterend in complete kaalheid (alopecia).

Kenmerkend is dat haren na het scheren niet terug willen groeien. Na het nemen van biopten of huidafkrabsels of een bacteriële ontsteking kunnen haren ‘ineens’ terugkomen. Meestal als kleine plukjes haren. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de groeifactoren die vrijkomen na trauma en schade aan de huid. 

De kaalheid wordt het vaakst bij de nek, staartbasis, broekspieren en rondom de anus gezien. Met de tijd kan ook de romp kaal worden. Zwartverkleuring van de huid (hyperpigmentatie) wordt regelmatig gezien. Dit komt ook deels door blootstelling aan UV-licht, de beschermende vacht is immers verdwenen.

In de liezen en bij de staartbasis worden regelmatig schilfers en mee-eters gezien. 

alopecia X nek chihuahua

Diagnose

De diagnose wordt gesteld aan de hand van:
– signalement (ras, leeftijd, geslacht)
– anamnese (vragenlijst + ziektegeschiedenis)
– symptomen
– uitsluiten van andere aandoeningen (hypothyreoïdie, ziekte van Cushing, overmaat aan geslachtshormonen)
– weefselonderzoek (pathologie) huidbiopten
– (bloedonderzoek geslachtshormonen)  

Op basis van het ras en de symptomen kan men meestal de waarschijnlijkheidsdiagnose stellen. Het advies is om andere oorzaken van kaalheid zonder jeuk  (bv. hormonen) uit te sluiten en daarna huidbiopten te nemen. De huidbiopten worden opgestuurd naar de patholoog in een extern laboratorium. De patholoog ziet een overmaat aan niet-groeiende haren (catagene haren), atrofie van de huid en hormonale kenmerken zoals zgn. ‘flame follicles’. Hiermee kan men de waarschijnlijkheidsdiagnose bevestigen.

Vroeger werd er geadviseerd om niet gecastreerde teefjes en reutjes te castreren vóórdat men met het diagnostische traject ging starten. In bijna 75% van de gevallen zag men dat castratie voor teruggroei van haren zorgde. Tegenwoordig weten we beter. 

Behandeling

In principe is behandeling niet noodzakelijk omdat het een ‘cosmetische’ aandoening betreft. Dat wil zeggen dat de honden geen last hebben van de kaalheid. Dat neemt niet weg dat veel eigenaren graag zien dat hun hond weer volledig behaard wordt.

Er zijn vele behandelingsopties waaronder castratie (chirurgisch of chemisch), lysodren®, melatonine, groeihormoon, testosteron, oestrogenen, ypozane®, trilostane, cyclosporine, medroxyprogesteron, micro-needling therapie, lasertherapie en diverse huidverzorgingsproducten.

Voor alle behandelingsopties geldt dat we niet weten óf de haren terug zullen groeien. De vachtconditie en kwaliteit van de haren zullen nooit meer hetzelfde zijn als vóór het ontstaan van Alopecia X. De dekharen komen meestal niet meer terug. We zien daarnaast ook dat de ene behandeling het ene moment wél effectief is en het volgende moment niets meer doet.

Als de haarcyclus weer op gang gebracht is door de behandeling dan zullen nieuwe groeiende haren (anagene haren) weer in rustfase (telogene haren) terecht komen en hierna uitvallen. Over het algemeen zijn er geen nieuwe haren gemaakt om de oude haren te vervangen waardoor de hond opnieuw kaal wordt.

Melatonine

Melatonine lijkt bij 1/3 van de honden effect te hebben. Het is relatief veilig en makkelijk verkrijgbaar. Let wel op dat melatonine een invloed heeft op meerdere geslachtshormonen met dus eventuele (ongewenste) bijwerkingen! Start nooit een behandeling zonder overleg/controle door dierenarts. De dosering verschilt per dier maar ook per ras en grootte van de hond! In tegenstelling tot veel medicatie in de diergeneeskunde wordt de dosering melatonine NIET berekend o.b.v. mg per kilogram lichaamsgewicht.

Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de effectiviteit van melatonine implantaten. In Amerika worden deze al langer bij honden met diverse vormen van alopecia ingezet. Ze lijken beter te werken dan tabletten. Behandeling met een melatonine implantaat is alleen via specialisten mogelijk. 

Castratie

Naast melatonine is castratie een veel gekozen behandelingsoptie. Castratie is eigenlijk altijd het proberen waard. Er zijn onderzoeken die aantonen dat castratie bij zo’n 50% van de honden helpt. Meestal groeit de vacht deels terug. Keeshonden lijken iets minder goed te reageren op deze behandeling.

Bij teefjes is er helaas onvoldoende onderzoek gedaan naar het effect van de behandeling. We kunnen dus niets zeggen over de kans van slagen etc. Daarnaast is castratie een definitieve ingreep. Eenmaal uitgevoerd is terugdraaien niet mogelijk. 

Bij reuen zijn er meer onderzoeken gedaan naar het effect van castratie bij Alopecia X. Deze behandeling is bij mannelijke dieren ook iets makkelijker. Bij intacte reuen lijkt chemische castratie beter te werken dan chirurgische castratie (tot 80% goed effect).

Er wordt vaak gekozen voor chemische castratie met het implantaat Suprelorin®. Na 6 of 12 maanden werkt het implantaat uit (afhankelijk van de sterkte). Er is één onderzoek waarbij dit implantaat bij gesteriliseerde teefjes is toegediend (zonder resultaat).

Niet alle behandelingen zijn zonder risico’s en bijwerkingen

Uit onderzoek blijkt dat trilostane erg effectief is. Dit middel is verkrijgbaar onder de merknaam Vetoryl® en wordt gebruikt bij de behandeling van ziekte van Cushing bij honden. Trilostane blokkeert de aanmaak van cortisol, een belangrijk bijnierschorshormoon. Het geven van dit medicijn is niet zonder risico’s en bijwerkingen!

Ook Lysodren® en testosteron worden niet veel gebruikt vanwege potentiële bijwerkingen. Groeihormoon, oestrogenen en medroxyprogesteron worden zover ik weet alleen in onderzoekssetting of door specialisten gebruikt. 

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update juli 2019. Oorspronkelijke artikel is in 2017 gepubliceerd.

Bronvermelding:
– ESAVS Dermatology course II 2016
– BSAVA Manual of Canine and Feline Dermatology third edition 2012
– Small Animal Dermatology third edition 2011 van K.A. Hnilica

Behandeling van Ichthyose

golden retriever in bad

Niets aan te doen, of toch wel?

In het artikel Ichthyosis bij de hond kun je meer lezen over deze schilferige huidaandoening. 

De klachten ontstaan door foutjes in de verhoorning: de vorming van de opperhuid incl. vetlaag tussen de huidcellen en het loslaten van de verhoornde huidcellen. Er zijn rasverschillen maar vrijwel alle hondenrassen met ichthyosis hebben last van overmatige schilfering.

Honden met ichthyose hebben een defecte huidbarrière, droge huid en zijn gevoeliger voor het krijgen van huidinfecties. Er zijn dermatologen die denken dat sommige individuen met ichthyose ook gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van atopische dermatitis.

Als het ziektebeeld zich beperkt tot milde of matige schilfering, zal het dier geen hinder ondervinden van deze huidaandoening. Wel is het raadzaam om een hond met ichthyose op een of meerdere manieren te ondersteunen. 

Behandeling ichthyose

Doordat er in de genen iets fout gaat, kunnen we honden met ichthyose niet genezen. Maar we kunnen ze wel ondersteunen en de symptomen behandelen.

Het doel van de behandeling is het herstellen van de barrièrefunctie van de opperhuid (in het bijzonder het stratum corneum) en overmatige schilfering tegen te gaan. Voor alle vormen van ichthyosis heeft topicale behandeling de voorkeur. Deze behandeling bestaat uit meerdere pijlers:

  1. Overmatige schilfering tegengaan
  2. Huid hydrateren, verzorgen en verzachten
  3. Indien van toepassing: (preventieve) behandeling van bijkomende huidinfectie

Anti-seborroe

Zoals je in het artikel Seborroe bij de hond kunt lezen, is seborroe een term waarmee dierenartsen bepaalde klachten van de huid beschrijven. Met seborroe beschrijft de dierenarts alle klachten die worden veroorzaakt door problemen met de verhoorning en vorming van vetten van opperhuid. Meestal zijn dit schilfers (seborroe sicca) maar dit kunnen ook een vette vacht (seborroe oleosa) of combinatie van droge en vette huid (met of zonder ontstekingen) zijn. Honden met ichthyose hebben een vorm van seborroe: de droge vorm (seborroe sicca). 

Veel medicinale shampoos zijn in te delen in groepen: Allergie, Infectie en Seborroe. 

Voor de behandeling van ichthyose kunnen we kiezen voor anti-seborroe shampoos. Deze shampoos werken op twee verschillende manieren, afhankelijk van de werkzame ingrediënten en samenstelling. 

Keratolytisch en keratoplastisch

Het doel van anti-seborroe shampoos is de verhoorning te normaliseren. Dit kan bewerkstelligd worden door gebruik van keratolytische en keratoplastische ingrediënten. Keratolytisch wil zeggen dat de overmatige verhoornde lagen verwijderd worden door het vervellen te stimuleren. Het maakt het stratum corneum zachter en vermindert de samenhang van de cellen en zo het loslaten van schilfers. Keratoplastisch betekent dat de snelheid van de celdeling wordt aangepast.

Een van de meest gebruikte ingrediënten in anti-seborroe shampoos is salicylzuur. Dit is afhankelijk van de concentratie keratoplastisch (0,1-2%) of keratolytisch (3-6%).

Geschikte shampoos om overmatige schilfering tegen te gaan

Voor honden zijn er drie medicinale shampoos te koop met salicylzuur (2%) erin: Zincoseb®, Dermazyme® Seb en Vetplus Coatex medicinale shampoo. Omdat salicylzuur 2% de snelheid van de celdeling van de opperhuid beïnvloed zou ik deze shampoos niet bij honden met milde schilfering gebruiken. 

De salicylzuur shampoos verschillen qua samenstelling; wat er in elke shampoo zit kun je hieronder lezen. 

Er zijn natuurlijk ook nog andere medicinale shampoos met anti-seborroe effect verkrijgbaar. Virbac Sebolitic®, Maxani SeboSilk of Douxo® Seb zijn bij meeste dierenartspraktijken verkrijgbaar. 

Tot slot bestaat er nog een Sebo shampoo o.b.v. essentiële oliën. Ga voor meer informatie naar mijn webshop 

Maar wanneer gebruik je welke shampoo??? Dat hangt (helaas) natuurlijk van verschillende factoren af.

Heb je een hond met ichthyose, seborroe of overmatige schilfering? En kun je wel wat advies of hulp gebruiken bij het maken van een keuze? Klik op onderstaande knop om mij een mailtje te sturen. 

Virbac Sebolitic®

sebolitic shampoo

Samenstelling: water, mild reinigende bestanddelen, vitamine B6, natrium salicylaat*, linolzuur, gammalinoleenzuur, piroctone olamine, zink gluconaat, tea tree olie

Tevens: glycotechnologie (rhamnose, galactose, mannose, lauryl glucoside) en defensine technologie (peumus boldus blad extract, spiraea ulmaria extract)

ICF Zincoseb®

icf zincoseb

Samenstelling: salicylzuur, melkzuur, colloïdale zwavel, zink gluconaat, chloorhexidine digluconaat

Tevens: gedeïoniseerd water, kationogene oppervlakteactieve stof, betaïne, kokosnoot diethanolamide, geëthoxyleerde lanoline, verdikkingsmiddelen, conserveringsmiddelen

Dermazyme® Seb

dermazyme seb

Samenstelling: ethyllactaat (10%), salicylzuur (2%), microSilver BG (0.05%), N-octadecanoyl phytosphingosine (Ceramide III)

Vetplus Coatex

vetplus coatex

Samenstelling: Chloroxylenol (2%), salicylzuur (2%), Natriumthiosulfaat (0,5%)

Samenstelling: phytosphingosine (0,1%), fomblin

Tevens conditioner, stoffen die de shampoo doen schuimen en parfum op basis van groene thee-extracten

Samenstelling: onder meer natrium salicylaat*, hyaluronzuur, salvia (salie), zinkgluconaat, vitamine B6, ceramiden, phytosphingosine en honing

Werking van ‘anti-seborroe’ ingrediënten

Salicylzuur: 
Keratoplastisch (0,1-2%)
Keratolytisch (3-6%)
Werkt tegen jeuk (matig)
Werkt tegen bacteriën
*natrium salicylaat werkt vergelijkbaar

(colloïdaal) Zwavel:
Werkt hetzelfde als salicylzuur
Werkt tevens tegen schimmels en parasieten

Phytosphingosine (PS):
Anti-seborroe effect
Werkt tegen microbiën zoals bacteriën
Remt ontstekingen
Zorgt voor reconstructie van de vetten in de opperhuid (belangrijke bouwsteen van ceramiden)

Zinkgluconaat:
Anti-seborroe effect
Remt talgproductie

Wat doen de andere ingrediënten?

Vitamine B6: 
Zorgt voor een gezonde huid en remt talgproductie
Een tekort aan vitB6 kan ontstekingen van de huid veroorzaken (‘seborroïsche dermatitis’)

Linolzuur en ceramiden:
Belangrijke componenten van de natuurlijke vetlaag van de opperhuid (huidbarrière)

Gammalinoleenzuur (GLA):
GLA is de enige omega 6 vetzuur met ontstekingsremmende eigenschappen. Het draagt ook bij aan het herstel van de verstoorde lipidenbalans in de opperhuid

Fomblin:
Vormt een beschermende laag op het huidoppervlak, hydrateert de huid en balanceert de talgproductie

Effect op microbiële huidflora:
Pirocton olamine, honing, melkzuur/ethyllactaat, chloroxylenol 

Hydrateren van de huid

Een andere belangrijke pijler bij de topicale behandeling van honden met ichthyose of seborroe is hydrateren van de huid. Een goed gehydrateerde huid kan meer hebben. Hydratatie verzacht en verzorgt de huid en zorgt voor minder jeuk. 

Hydrateren van de huid kan op meerdere manieren:

  1. Shampootherapie
  2. Huidconditioner (zie hieronder)
  3. Spot-on behandeling
Verzorgende en hydraterende shampoos
  1. Maxani Honing complex shampoo 
  2. Dermazyme® gold shampoo
  3. Vetplus Coatex aloë vera en havermout shampoo
  4. DermAllay Oatmeal (ook verkrijgbaar als conditioner)
Huidconditioner voor de hond

Maxani Hydralac is een olievrije spray die zorgt voor een soepele gehydrateerde huid zonder een vette laag achter te laten. Deze voedende huidconditioner dringt tot diep in de opperhuid door. Naast het hydrateren en het voeden is de speciale formule samengesteld om schilfers te verwijderen, talg te reguleren en de bacteriegroei te verminderen.

Samenstelling:
Water, propyleenglycol, ureum, glycerine, benzalkonium chloride, melkzuur, hyaluronzuur, zinkgluconaat

Spot-on behandeling

Naast een shampoo en conditioner bestaan er ook pipetten voor op de huid. De inhoud van de pipet wordt na toediening verspreid over de huid via de talglaag. Er bestaan twee soorten voor spot-on behandeling. Het verschil zit ‘m vooral in de samenstelling. Beide moeten in het begin wekelijks aangebracht worden. Onderhoudsfrequentie voor de Virbac Allerderm is 1 keer per maand terwijl de Dermoscent® Essential 6 pipetten om de week toegediend moeten worden.

Let op! Deze pipetten zijn niet geschikt als de hond veel zwemt of regelmatig gewassen wordt.
Het advies is om twee tot drie dagen vóór en ná het toedienen van de spot-on de hond NIET te wassen/laten zwemmen. 

Virbac Allerderm spot-on

Samenstelling: water, Skin Lipid Complex™ (ceramide 3, ceramide 6 II, ceramide 1, cholesterol, vetzuren), Glycotechnologie (Rhamnose, Galactose, Mannose), Defensine technologie (Peumus boldus leaf extract, Spiraea ulmaria extract)

Dermoscent® Essential 6 spot-on

Samenstelling: 10 essentiële oliën – oregano, rozemarijn, pepermunt, tea tree, ceder, kamfer, lavendel, kurkuma, wintergreen, kruidnagel + Hennep en neem zaad oliën + vitamine E

Preventie en behandeling van bijkomende huidinfecties

Veel honden met huidproblemen zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van bijkomende huidinfecties. Dat geldt ook voor honden met ichthyose en/of seborroe. 

Van de bovengenoemde shampoos werken deze het beste tegen huidinfecties (voor de behandeling):

  • Vetplus Coatex medicinale shampoo
  • ICF Zincoseb®

Deze shampoos hebben een milde of matige anti-microbiële werking en zijn goed te gebruiken ter preventie van huidinfecties:

  • Dermzyme® Seb
  • Maxani SeboSilk
  • Virbac Sebolitic®

Voor het behandelen van bacteriële huidinfecties of Malassezia dermatitis zijn er ook andere antiseptische shampoos en huidverzorgingsproducten op de markt verkrijgbaar. Klik hier voor een beperkt overzicht. 

Ondersteuning van binnenuit

Zoals je hebt kunnen lezen zijn er voor topicale behandeling een hele hoop opties. Maar niet alle honden laten zich goed wassen en niet iedereen kan zijn/haar hond wassen (om diverse redenen).

PS: Het is natuurlijk altijd mogelijk om een hondentrimsalon in de buurt om hulp te vragen! 

Er zijn helaas ook honden met dermate ernstige huidklachten dat topicale behandeling niet afdoende is. 

Soms zijn er andere redenen om voor ondersteuning van binnenuit te kiezen. Met ondersteuning van binnenuit bedoel ik goede kwalitatieve voeding of speciale huidondersteunende diëten maar ook bepaalde voedingssupplementen kunnen hiervoor gebruikt worden.

Overleg en kijk samen met de dierenarts, dermatoloog of voedingsdeskundige voor dieren naar mogelijke opties.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

 

Ichthyosis bij de hond

Ichthyose

Vroeger werd ichthyosis als vrij zeldzame aandoening beschreven en wordt ook wel de ‘visschubziekte’ genoemd. Tegenwoordig hebben we meer kennis van dit ziektebeeld. Het komt bij meerdere rassen voor waarbij de Golden Retriever één van de bekendste is. In Europa is zo’n 80% van de populatie Golden Retrievers drager van deze huidafwijking. Net zoals bij mensen bestaan er bij honden verschillen vormen van ichthyose.

Voorkomen

Bij de mens is ichthyosis een bekende huidaandoening en komt in zo’n 20 verschillende varianten voor. Het is een erfelijke verhoorningsstoornis waarbij een fout in de genen voor klachten zorgt. Er is sprake van een (primair) defect in de vorming van de opperhuid (in het bijzonder het stratum corneum).

Met weefselonderzoek van huidbiopten kan de patholoog zien om welke afwijkingen en variant het gaat. De veranderingen in de huid zijn bij honden vergelijkbaar als bij de mens.

Onderverdeling

Bij de hond zijn er ook meerdere varianten bekend. Het onderscheid is niet makkelijk te maken. De ‘makkelijkste’ manier is de indeling op basis van de bevindingen onder een licht microscoop. Bij honden kennen we ‘epidermolytische’ en ‘non-epidermolytische’ varianten. Bij de epidermolytische vorm zorgt een gen mutatie van keratine van de opperhuid (epidermis) voor problemen. Dit is goed beschreven bij de Norfolk Terriër. Bij de non-epidermolytische vorm ligt het probleem (mutatie in de genen) niet bij epidermale keratine. Ichthyose bij de Golden Retriever en Jack Russel Terriër zijn voorbeelden van deze variant. 

Ichthyosis komt voor bij de volgende rassen:

– Golden Retriever
– Amerikaanse bulldog (gentest)
– Jack Russel terrier
– Cavalier King Charles spaniel
– Duitse Dog (gentest)
– Norfolk terriër
– West Highland White terriër
– Ierse Setter
– Rottweiler
– Dobermann
– Engelse Springer spaniël
(- Rhodesian Ridgeback)
(- Labrador kruisingen)
(- andere terriërs: Soft-coated wheaten, Cairn en Yorkshire terriër)
(- Duitse Herder)(gentest)

Rasverschillen

Bij elk ras ontstaan de klachten door een specifiek probleem bij de vorming van de opperhuid. Er bestaan verschillende gradaties. Meestal gaat het om overmatige schilfering. 
De klachten kunnen van uiteenlopende aard zijn. Bij sommige rassen doen de voetzooltjes mee. Meestal hebben de honden géén jeuk maar soms hebben ze last van milde jeuk. 

  • Norfolk terriër, Rhodesian Ridgeback en Labrador kruisingen: vorm van epidermolytische ichthyose (symptomen: meerdere gebieden met gepigmenteerde schilfers, kaalheid en ruwe huid)
  • Jack Russel Terriër: vorm van non-epidermolytische ichthyose (gen is bekend)(symptomen: dikke vastzittende perkamentachtige schilfers, vaak ook Malassezia huidinfectie met ontstekingen en jeuk)
  • Golden Retriever: vorm van non-epidermolytische ichthyose (zie verder)
  • Amerikaanse Bulldog: non-epidermolytische ichthyose (symptomen: pups hebben een vieze vacht en schilferige huid, later: rood-bruin verkleuring van huid op buik met lichtbruine schilfers, voetzooltjes kunnen verdikt raken, lijders zijn gevoelig voor huidinfecties incl. oren en voetzooltjes)

Verhoorning van de huid en huidbarrière

Verhoorning van de huid

De huid is opgebouwd uit drie lagen, van buiten naar binnen: opperhuid, lederhuid en onderhuid. De opperhuid bestaat uit verschillende cellagen waarbij het stratum corneum (hoornlaag) de buitenste laag vormt. 

Keratinisatie, ofwel verhoorning, is het proces waarbij de opperhuidcellen (epitheelcellen) zich ontwikkelen van stamcellen (basale cellen) naar verhoornde cellen (keratinocyten, corneocyten), die dan vervolgens aan het oppervlakte van de huid ex-foliëren. Dit proces duurt bij gezonde honden zo’n 21-22 dagen.

Bij een stoornis zoals seborroe of ichthyose kan de reis van
basale cel naar verhoornde cel gereduceerd zijn tot vijf dagen!

Bakstenen muur met cement

Bij de vorming van de opperhuid hoort ook de aanmaak van een vetrijke matrix tussen de huidcellen. Het makkelijkste is om de opperhuid te vergelijken met een bakstenen muur met cement. De huidcellen (keratinocyten en corneocyten) zijn de bakstenen en de vetrijke matrix is het cement.

De matrix vormt een barrière laag, reguleert schilfering en heeft een antimicrobiële activiteit. De opperhuid (epidermis) is de eerste afweer tegen invloeden van buitenaf. De huidbarrière is een belangrijk onderdeel. Het stratum corneum is dus geen droge laag cellen maar een muur gemaakt van bouwstenen ingebed in een vetlaag.

De speciale vetlaag is waterafstotend (hydrofoob) en bij een aantal vormen van ichthyosis zien we dat deze waterafstotende barrière defect is waardoor het vochtverlies via de opperhuid (transepidermaal waterverlies) toeneemt. Dit resulteert in een droge huid met afwijkingen in de verhoorning en vorming van de opperhuid.

Schilfers

Schilfers die wij met het blote oog zien, zijn het gevolg van een verhoogde productie van verhoornde cellen (grote hoeveelheden) of afstoting van grote clusters verhoornde cellen.

Dit komt meestal door een zgn. secundaire oorzaak. Er is iets wat de huid prikkelt en stimuleert om huidcellen vroegtijdig los te laten, bv. parasieten of een ontsteking. Er zijn ook aandoeningen waarbij er primair iets mis is met de verhoorning (het proces van vernieuwing van de opperhuid). We noemen dit keratinisatie stoornissen.

Overmatige verhoorning

Ongeacht de oorzaak van de schilfering zal het lichaam eventuele schade proberen te herstellen en terug te keren naar de normale situatie. De ernst van de klachten (hoeveelheid schilfers) reflecteert de moeite die het lichaam moet doen om de schade en huidbarrière te herstellen.

Bij chronische prikkeling van de huid zien we dat de opperhuid dikker wordt door abnormaal hoge celdeling (medische term: hyperplasie). Dit is in onderstaande afbeelding geïllustreerd. 
Er kan zelfs eeltvorming ontstaan, we noemen dat hyperkeratose ofwel overmatige verhoorning. 
Aan de buitenkant is dit het beste te herkennen aan de vorming van olifantshuid.  

hyperplasie

Ichthyose bij de Golden Retriever

Ichthyosis is een veel voorkomend en groeiend probleem bij de Golden Retriever. Naar aanleiding van genetisch onderzoek door Anagene Laboratory blijkt dat van de populatie Europese Golden Retrievers zo’n 83% drager is van het gen (PNPLA-1 mutatie). In Amerika is dit 61% en in Australië zo’n 50%. 

Omdat er door een genmutatie iets mis gaat bij de vorming van de opperhuid, zien we de eerste symptomen van ichthyose op jonge leeftijd. Bij meer dan de helft van de dieren worden de schilfers gezien bij dieren jonger dan 1 jaar. Er bestaat ook een milde puppyvorm: milde schilfering op buik en rug. Meestal verdwijnen de klachten bij deze pups na het verliezen van de puppyvacht.

Klachten

Bij jong-volwassen dieren worden de klachten vaak voor het eerst opgemerkt: grote hoeveelheden zachte wit-grijze vastzittende schilfers. De schilfers vinden we meestal op de onderzijde van het lichaam (oksels, liezen, buik) maar kunnen ook op de flanken en rug gevonden worden.
De schilfers kunnen ook heel fijn of klein zijn en los in de vacht zitten. Op de buik zien we regelmatig een droge huid en zwartverkleuring (beginnende olifantshuid). 

Doordat de opperhuid niet goed gevormd wordt, zijn honden met ichthyose gevoeliger voor het ontwikkelen van bijkomende huidinfecties (meestal met bacteriën). Er kunnen dan korstjes of pukkeltjes gezien worden. De hond kan stinken en jeuk hebben.

Diagnose

De diagnose ichthyosis wordt gesteld op basis van de klinische symptomen en een gentest. In Nederland kan de test gedaan worden bij Van Haeringen lab en Laboklin. 

Meer lezen over de gentest en overerving? Ga dan naar de website van de Golden Retriever Vereniging.

Kies een verantwoorde fokker

Niet elke Golden Retriever met schilfertjes heeft ichthyose maar het is wel aan te raden om de hond te laten testen. In Nederland zijn er twee Golden Retriever rasverenigingen door Raad van Beheer erkend. Beide rasverenigingen verplichten aangesloten fokkers om te testen op ichthyose. Door lijders uit te sluiten van de fokkerij zullen er minder dragers en lijders zijn onder de nakomelingen.  

Helaas hebben we in Nederland en België natuurlijk ook mensen die de fokkerij en gezondheid van dieren minder serieus nemen. De gevolgen voor het welzijn en de gezondheid zijn dan ook groot als men alleen maar aan het geld denkt (hondenhandel, broodfokkerij).

Wil je een Golden Retriever aanschaffen (of welke rashond dan ook), verdiep je ook in de gezondheid van het ras: welke rasgebonden aandoeningen zijn er?* Vervolgens kun je bij de fokker navragen of de ouder dieren getest zijn en of hij/zij hier gezondheidsverklaringen en testuitslagen van kan overhandigen. 
*Op de website van Rashondenwijzer kun je een dergelijk overzicht per ras terugvinden.

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door Dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste versie juli 2019. Oorspronkelijk gepubliceerd op 13 mei 2017

Help! Mijn hond of kat verhaart enorm

Overmatig haarverlies bij de hond en kat

Er zijn meerdere aandoeningen waarbij een hond of kat teveel haren verliest. Als we spreken over haarverlies is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen verlies van haren mét behoud van vacht en verlies van haren met kaalheid als gevolg.

Als er sprake is van haarverlies zonder terug groei van haren dan kan dit meerdere oorzaken hebben! Het is vrijwel altijd niet normaal als een hond of kat verhaart en daardoor kale plekken krijgt.

Vachtverzorging

De manier waarop de vacht verzorgd en onderhouden wordt, kan een belangrijke rol spelen bij het (overmatig) verlies van haren. Hoe vaak borstelt u? Waarmee? En op welke manier? 
Dit zijn essentiële vragen die een professionele vachtverzorger of dierenarts zal stellen als je vraagt waar de overmatige verharing door kan komen.

Er zijn ook grote verschillen tussen rassen, denk aan samenstelling van de haren (dekharen, wolharen), verhouding tussen groeiende en rustende haren (bv, anagen dominant ras) en groeisnelheid van de haren.

Zoals we allemaal weten zijn katten géén kleine honden. De anatomie van de huid en haren zijn vergelijkbaar maar zo zal het aantal dek- en wolharen tussen hond en kat verschillen. Maar ook zien we per diersoort veel rasverschillen. Langharige katten hebben bijvoorbeeld een langere groeifase dan kortharige katten (dit geldt ook voor honden) en lange haren groeien sneller dan korte haren.

Gediplomeerde professionele vachtverzorgers zijn naar mijn inziens de partij die men moet raadplegen over vachtverzorging van uw huisdier. In feite kan iedereen zich honden- of kattentrimmer noemen omdat het een vrij beroep is. Dierenarts en paraveterinair zijn voorbeelden van beschermde beroepen. Er bestaat een diergeneeskunde register waar iedereen met een dierenarts(assistente)diploma zich moet registreren om het beroep te kunnen uitoefenen.

Heb je een kortharig ras zoals een Boxer of Bulldog? Dan is het overmatige verharen helaas in meeste gevallen ‘natuurlijk’. Je kunt er niet veel aan doen om dit tegen te gaan; er zit niets anders op dan regelmatig stofzuigen.

Ontstaan er kale plekken tijdens de rui? Dan kan het weleens zijn dat uw hond een huidaandoening heeft. Raadpleeg dan uw dierenarts.

Heb je een hond of kat die extra verzorging nodig heeft vanwege de samenstelling van de vacht? Dan kun je dus het beste een gediplomeerd trimmer raadplegen.
Het is belangrijk om niet teveel te kammen en het juiste gereedschap te gebruiken. De kam of borstel maakt geen onderscheid tussen groeiende en dode haren. Door te veel of verkeerd te borstelen en kammen kun je juist de aanmaak van nieuwe haren stimuleren en de rui verergeren!

Wondermiddelen tegen verharen

Veel mensen zijn op zoek naar middeltjes tegen het overmatige haren zonder te weten waar dit door komt.

Onderhoud van de gezonde huid en vacht kost veel energie. Ongeveer 1/3 van de dagelijks ingenomen eiwitten is bestemd voor dit onderhoud. Haren bestaan uit 90% eiwit en bevatten een hoog gehalte aan zwavelhoudende aminozuren. De vorming van haren is een continu proces en vraagt veel energie!

Als het dier in de rui is en de nieuwe haren doorkomen, kan het zijn dat het huidige dieet niet voldoende voedingsstoffen bevat. Een slechte vachtconditie, schilfers en gevoelige opperhuid kunnen dus vroege tekenen van een onderliggend voedingsprobleem.

Er bestaan diverse voedingssupplementen en producten op de markt die je zou kunnen gebruiken om het verharen tegen de gaan óf zelfs te stimuleren (aldus de fabrikant of mening van zogenaamde experts op Social Media).
De haargroei is dermate complex dat er niet één middel bestaat die ervoor zorgt dat de haren gaan groeien of juist stoppen met uitvallen!

Vitaminen, sporenelementen, vetzuren en aminozuren (eiwitten) staan bekend om het positieve effect op huid, haren en nagels. Het zijn bouwstenen voor de aanmaak van nieuwe huidcellen, haren of nagels.
Ze herstellen bijvoorbeeld ook de integriteit van de huid en verminderen huidontsteking door in te grijpen op de aanmaak van eicosanoïden. Dat zijn lokaal werkende weefselhormonen die worden gevormd uit meervoudig onverzadigde essentiële vetzuren zoals eicosapentaeenzuur, beter bekend als EPA (omega 3 vetzuur).

Vet-concept Biotin complex

Vet-concept Biotin complex bevat naast een hoog gehalte aan biotine (vitamine B8 ofwel vitamine H) ook vitamine B1, B2, B5, B6, nicotinezuur, koper en zink. 

biotine komplex

Dermoscent Keravita

Dermoscent Keravita phytokeratine, bamboe-extract, combinatie van vitaminen (B3, B5, B6, B8 en E) en zink. Phytokeratine is een bron van zwavelhoudende aminozuren (cysteïne en methionine). Het heeft een directe werking op de structuur van de haren en nagels. Bamboe-extract is rijk aan silica, dat is een natuurlijke versterker van een vitale vacht en versterkt de nagels.

Vitaminen voor huid, haren en nagels

We weten heel goed dat vitaminen meerdere belangrijke functies hebben als het gaat om de gezondheid van dier en mens. Voor de huid, haren en nagels zijn vitamine A, B, C en E van belang.

Vitamine A en beta-caroteen

Beta-caroteen is een voorloper van vitamine A en speelt een belangrijke rol bij voorkomen van schade door UV-straling. Beide vitaminen werken als antioxidant en hebben een significant effect op de regulatie van de vorming en differentiatie van de opperhuidcellen (keratinocyten).

Een tekort aan vitamine A zorgt voor een droge schilferige huid. Bij stoornissen van de verhoorning (keratinisatiestoornissen) wordt vitamine A dan ook regelmatig ingezet als onderdeel van de behandeling (denk aan sebaceous adenitis en primaire seborroe).

Vitamine B en biergist

Vitamine B is niet één enkele vitamine: het vitamine B-complex bestaat uit meerdere vitaminen. Met name vitamine B2 (riboflavine), B5 (pantotheenzuur), B6 (pyridoxamine), B8 (biotine) en B12 worden veel gebruikt bij huidverzorging (cosmetologie). Deze vitaminen spelen een belangrijke rol in de stofwisseling van eiwitten in de huid.

Vitamine B5 staat bekend om de bescherming tegen haarverlies en verbetert de kwaliteit van de huidomhulsels (haren, nagels). Deze vitamine wordt in grote aantallen gevonden in biergist (Brewer’s yeast) en is daarom zo populair als ‘wondermiddel’ tegen verharen. Naast grote hoeveelheden vitamine B5 bevat biergist ook aminozuren zoals methionine en cysteïne en sporenelementen.

Vitamine C en E

Beide vitaminen staan bekend als antioxidanten. Vitamine E bestaat uit een mengsel van vetoplosbare stofjes waarbij tocopherol de meest actieve component is. Tocopherol absorbeert tevens een deel van UV-straling. Met name in combinatie met het sporenelement selenium is vitamine E een belangrijke beschermer tegen schadelijke effecten van zonnestralen.

Sporenelementen en huid, haren en nagels

Zink

Zink is één van belangrijkste sporenelementen voor de huid. Het heeft een wisselwerking met veel andere mineralen en sporenelementen.

Het speelt een belangrijke rol als enzym en bevordert de vorming van de opperhuid en ontwikkeling van keratinocyten (opperhuidcellen). Het stimuleert ook de aanmaak van collageen en elastine.

Als dat nog niet genoeg is, zink is ook betrokken bij het afweer- en hormoonsysteem. Tot slot heeft het ook meerdere ontstekingsremmende eigenschappen.

Zink speelt een rol bij de vernieuwing van de huid en het genezingsproces na een beschadiging of ontsteking van de huid. Een tekort aan zink zagen we vroeger regelmatig toen de brokken net in opkomst waren. Het waren niet altijd goed uitgebalanceerde diëten of bevatte absurd hoge concentraties granen. Droge brokken waren hoog in fytaat en calcium, deze stofjes binden zink (in de darmen) waardoor het dier te weinig zink kon opnemen uit het dieet. Tegenwoordig zien we een zinktekort als gevolg van ‘slechte’ voeding zelden. Bij Husky’s kennen we deze aandoening als zink-responsieve dermatose

Symptomen van een zinktekort zijn een doffe harde vacht en symmetrische vrij typische korstvorming rondom ogen, op de kop maar ook op poten, scrotum en rondom anus. Roodheid van de huid, droge vacht en huid (schilfers) en cerumineuze oorontsteking kunnen gezien worden.

Selenium

Zoals genoemd speelt selenium een rol bij de bescherming tegen zonnestralen. Het heeft ook ontstekingsremmende effecten en helpt het lichaam te reageren tegen vrije radicalen.

Koper, ijzer en zwavel

Koper en ijzer gaan in de darmen de competitie aan met zink. Er moet dus een goede balans in de voeding aanwezig zijn en men dient supplementen met voorzichtigheid in te zetten.

Koper speelt met name een rol in de aanmaak van collageen maar heeft ook milde antioxidant werking.

IJzer heeft een speciale functie bij het vernieuwingsproces van de opperhuid. Tot bijna 30% van het opgenomen ijzer wordt via schilfering door het lichaam geëlimineerd. IJzer kan daarom gunstig zijn om toe te voegen aan het dieet als er sprake is van ‘exfoliërende huidontsteking’.

Zwavel is een belangrijk element bij vorming van keratine. Keratine is een eiwit dat voorkomt in de opperhuid en haren.

Essentiële vetzuren en de huid, haren en nagels

Een tekort aan essentiële vetzuren kan leiden tot een doffe, droge vacht en overmatige schilfering. Essentiële vetzuren moeten in de voeding aanwezig zijn want dieren kunnen deze vetzuren niet zelf aanmaken. Het gaat hier om omega 3 en 6 vetzuren.

Niet alleen de bron, hoeveelheid en verhouding van omega 3 en 6 vetzuren speelt een rol. Het is ook belangrijk om het verschil tussen gezonde en zieke dieren te maken.

Voor huid en haren zijn essentiële vetzuren van belang. Ze verbeteren de vachtkwaliteit en zorgen voor een ongeschonden toestand van de huidbarrière en nagels. Ze hebben daarnaast ook ontstekingsremmende effecten.

Bij dieren met afwijkende nagels kan het bijgeven van essentiële vetzuren gunstige effecten hebben. Denk hierbij aan honden met SLO.  Ook bij honden en katten met allergieën is het aan te raden om extra omega 3 en 6 vetzuren aan het dieet toe te voegen. 

Aminozuren en de huid, haren en nagels

Zoals hierboven aangegeven zijn zwavelhoudende aminozuren gunstig voor verbetering van de kwaliteit van haren en nagels. Deze zwavelhoudende aminozuren zijn voornamelijk aanwezig in phytokeratine en keratine. Een supplement met phytokeratine is Dermoscent Keravita®.

Supplementatie van zwavelhoudende aminozuren wordt vaak gecombineerd met meerdere soorten vitamine B. Ze bevorderen de groei van huidomhulsels zoals haren en nagels en verminderen de fragiliteit van deze structuren. Er zijn aanwijzingen dat het effect van supplementatie toeneemt naarmate men het langer geeft.

Levenslange behandeling

Een gezond dier op complete voeding hoeft eigenlijk geen extra mineralen, vitaminen of andere stofjes binnen te krijgen. Er zijn situaties waarbij het bijgeven van supplementen zoals biergist, Vet-concept Biotin complex of Dermoscent Keravita wenselijk is. Wanneer dergelijke voedingssupplementen voor de rui of overmatig verharen gebruikt worden, geef je deze niet levenslang!

De claims van veel voedingssupplementen zijn doorgaans nooit ‘therapeutisch’. Kreten die je vaak ziet langskomen zijn : hydraterend, verzorgend, verzachtend, anti-haarverlies, anti-seborroe, anti-schilfering. Als uw huisdier géén werkelijk huidprobleem heeft, moet u zich afvragen of supplementatie van populaire producten wel nodig is.

Als men supplementen voor verharen of kaalheid na verharen gebruikt, dan is het advies om deze maximaal 2 maanden te gebruiken. Je kunt indien gewenst of nodig gebruik maken van periodes van toediening, bv. 10-20 dagen of 1 maand en daarna een rustperiode.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd op 3 oktober 2017

Abnormaal haarverlies bij hond en kat

Wanneer verliest een hond of kat teveel haren?

Dat hangt natuurlijk van meerdere factoren af. Een hond of kat verliest sowieso teveel haren als er geen vacht meer over blijft. Het ontstaan van kale plekken of complete kaalheid op bepaalde gebieden van het lichaam is NIET normaal. Bij de normale rui kan het dier een hoop haren verliezen maar er mogen dus geen kale plekken ontstaan.

Heb je het idee dat jouw hond of kat teveel haren verliest? Of heeft jouw dier een van de volgende symptomen, neem dan contact op met de dierenarts of een professionele vachtverzorger:

  • De rui verloopt anders dan normaal (trimsalon)
  • Vilt en klitten (trimsalon)
  • Kale plekken (dierenarts)
  • Schilfers en jeuk (dierenarts)
  • Verandering van gedrag (dierenarts)
  • Andere symptomen zoals veel drinken, overgewicht, sloomheid (dierenarts)


Kattentrimmer in de buurt?
Kijk op de website van Perfectekat.nl voor een overzicht met kat- en vachtvriendelijke kattentrimmers

Hondentrimmer in de buurt?
Kijk op de website van de beroepsvereniging ABHB voor een overzicht met hondentrimmers

Konijnentrimmer in de buurt?
Kijk op de website Konijnenvachtverzorging.nl

Haargroei cyclus

Haren worden in haarzakjes in de lederhuid gevormd. De groeicyclus wordt beïnvloed door factoren van binnenuit maar ook van buitenaf. Denk aan omgevingsfactoren (zoals daglengte en temperatuur), hormonen, voeding, genetica en de algehele gezondheid van het dier. Belangrijke hormonen zijn melatonine, geslachtshormonen, glucocorticoïden, groeihormoon en prolactine.

De haren in alle honden- en kattenvachten worden volgens een mozaïek patroon vervangen. Er zijn duidelijke verhaarpieken in voor- en najaar maar de haarcyclus is continu en elk haartje bevindt zich in een ander stadium.

Groeistadia:
– Groeifase (Anagene fase)
– Rustfase (Telogene fase)
– Overgangsfase (Catagene fase)

De groeicyclus wordt niet alleen door veel verschillende factoren beïnvloed, er zijn ook meerdere aandoeningen waardoor de haren uitvallen en het dier kaal wordt. Tot slot kan zoiets ‘simpels’ als vachtverzorging (kammen e.d.) er voor zorgen dat de haargroei cyclus verstoord raakt. Gelukkig leidt dit in het laatste geval zelden tot kale plekken. 

© Müntener et al. The canine hair cycle – a guide for the assessment of morphological and immunohistochemical criteria. Journal of Veterinary Dermatology 2011; 22, 383-395

Defluxion is een verouderde Engelse benaming van plotselinge haaruitval

Anagen defluxion

Bij anagen defluxion verliest een dier spontaan haren doordat er tijdens de groeifase (anagen) ‘iets’ met de haren gebeurd. 

Oorzaak: bijzondere gebeurtenis/omstandigheid

Voorbeelden: infectieuze ziektes, hormonale aandoeningen, stofwisselingsziektes, medicijnen om kanker te behandelen (antimitotische medicijnen)

Kenmerk: haarverlies ontstaat acuut, c.q. binnen enkele dagen na de gebeurtenis

Bij bovengenoemde situaties wordt de groeifase van de haren beinvloed waardoor er afwijkingen van de haarzakjes en haarschacht ontstaan. 

Deze vorm van overmatig haarverlies met kaalheid is zeldzaam bij honden. Bij katten is er nog minder over bekend.

Diagnose en behandeling

Bij alle varianten wordt de diagnose gesteld o.b.v. de anamnese, lichamelijk onderzoek en trichoscopie. Bij trichoscopie worden plukjes haren onder de microscoop nagekeken (trichogram). 

Er is geen behandeling noodzakelijk omdat de haren spontaan terug groeien na verloop van tijd. Mocht je het idee hebben dat jouw huisdier extra ondersteuning nodig heeft, neem dan contact op met een dierenarts of voedingsdeskundige. 

Telogen defluxion

Bij telogen defluxion verliest een dier spontaan haren doordat alle haren tegelijkertijd in de rustfase (telogen) terechtkomen.

Oorzaak: stressvolle gebeurtenis

Voorbeelden: hoge koorts, dracht, shock, ernstige ziekte, operatie, medicijnen, narcose

Kenmerk: de kaalheid ontstaan binnen 1-3 maanden na de stressvolle gebeurtenis

Bij bovengenoemde gebeurtenissen ervaart het lichaam bij bepaalde individuen zoveel stress waardoor de groeifase abrupt gestaakt wordt. De anagene haren komen allemaal via de catagene fase in de telogene fase terecht. De haargroei kost veel energie en als een dier ziek is dan heeft het lichaam energie nodig om te herstellen. De vacht is dan niet belangrijk: het lichaam geeft stofjes af waardoor de haren plots stoppen met groeien

Post-partum telogen defluxion

Post partum is de periode ná de bevalling van de teef of poes (partus is de medische term voor bevalling). 

Bij post-partum telogen defluxion is eigenlijk geen echte ziekte. Meeste honden hebben namelijk enige mate van haarverlies na de bevalling. Tijdens de dracht zorgen de langdurig hoge concentraties progesteron ervoor dat haren niet uitvallen. Hierdoor zullen veel haren in hetzelfde groeistadium terecht komen: de rustfase (= telogene fase). 

Als de teef of poes melk gaat geven, vallen de haren uit. Dit begint meestal met een dunne vacht en later plekken met complete kaalheid. Voorkeursplek: flanken.

De haren gaan 8-12 weken na de bevalling weer groeien. Als de kaalheid zich verder blijft uitbreiden of het dier heeft andere symptomen, is verder onderzoek geïndiceerd. 

Andere benaming: telogen of anagen effluvium

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding: ESAVS Dermatology course II (2016)

Seborroe bij de hond

Seborroe, wat is het?

Heel vaak wordt de term seborroe gebruikt als diagnose. Het is echter geen aandoening of specifieke ziekte maar een woord waarmee de dierenarts bepaalde huidklachten beschrijft. Een hond met veel schilfers heeft bijvoorbeeld seborroe, maar er zijn meerdere oorzaken voor overmatige schilfering. 

Problemen met de verhoorning (keratinisatie) en vorming van vetten (lipiden) worden in de diergeneeskunde beschreven met de term ‘seborroe’. Seborroe betekent letterlijk verhoogde flow van talg. Maar lang niet alle honden met seborroe hebben een vette huid of vacht of andere symptomen van een overmatige talgproductie.

Verschillende vormen van seborroe

We maken een onderscheid tussen drie vormen:
(1) seborroe sicca 
(2) seborroe oleosa 
(3) seborroïsche dermatitis. 

Seborroe sicca beschrijft de droge vorm (schilfers, droge huid), seborroe oleosa is de vette variant (vette huid en vacht met of zonder schilfers) en seborroïsche dermatitis is een ontsteking van de huid met schilfers of een vette huid. Dieren met seborroïsche dermatitis hebben vaak ook bijkomende huidinfecties en/of jeuk.

Oorzaken van seborroe

Een hond met seborroe kan van alles mankeren. Naast de drie vormen van seborroe maken we ook een onderscheid tussen primair en secundaire seborroe. Dat zegt iets over de oorzaak van de huidklachten.

Primaire seborroe bij de hond is een erfelijke ziekte waarbij er iets mis gaat bij de vorming van de opperhuid (verhoorning, keratinisatie). Dit zien we voornamelijk bij bepaalde rashonden (bv. Cocker Spaniël en Duitse herders). Een van de meest bekende schilferige aandoeningen is ichthyose bij de hond (met name Golden Retriever).

Er zijn veel oorzaken voor secondaire seborroe. Met secondair bedoelen we dat de klachten door een onderliggend probleem worden veroorzaakt. De klachten zijn dus secundair aan een ziekte of ander probleem. Bij secundaire seborroe verdelen we de mogelijke oorzaken in zeven groepen: parasieten, infectie, allergie, hormonaal, voeding, immuun gemedieerd en overig. Afhankelijk van de oorzaak kan de hond ook andere verschijnselen hebben zoals afvallen, veel drinken en plassen of sloomheid. 

Niet elke hond met seborroe ziet er hetzelfde uit. De onderliggende aandoening bepaalt ook hoe de huidklachten er uitzien. Schilfers door een infectie zien er meestal anders uit dan schilfers door een auto-immuun aandoening.

Parasieten

Diverse mijten kunnen seborroe klachten veroorzaken, meestal schilfers of een droge huid. Denk aan demodex mijten, schurftmijt (scabiës) of vachtmijten (Cheyletiella). Oormijten (Otodectes) worden ook weleens gezien als oorzaak.

Infecties

Infecties veroorzaakt door: bacteriën, schimmels, gisten (Malassezia) of de buitenlandziekte Leishmaniose.

Allergieën

Meeste allergieën kunnen seborroe klachten veroorzaken, denk aan vlooienallergie, omgevingsallergie of voedselovergevoeligheid. Minder voorkomend is contact dermatitis.

Hormonale aandoeningen

Een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie), ziekte van Cushing (hyperadrenocortisime), suikerziekte (Diabetes Mellitus) en een verstoring van de geslachtshormonen.

Bij hormonale aandoeningen hebben de dieren zelden álleen huidklachten. Veel voorkomende symptomen zijn: veel drinken of plassen, afvallen, veranderingen in eetlust of het gedrag. 

Voeding

Dit zijn minder voorkomende oorzaken en zien we vaker bij bepaalde rassen. Zink responsieve dermatose en vitamine A responsieve dermatose zijn voorbeelden.
Overigens hebben honden met deze huidaandoeningen (dermatosen) géén werkelijk tekort aan zink of vitamine A. Wel zien we verbetering als we deze voedingsstoffen bij gaan geven, vandaar de naam van de aandoening.

Wellicht een meer voorkomende oorzaak is het voeren van een niet-compleet dieet. Dit kan een niet goed uitgebalanceerd rauw (BARF) of vers vlees (KVV) dieet zijn maar ook een commerciële brok.

NB: Het kan 2-3 maanden duren voordat een hond verbetering laat zien op een ander dieet. Wissel dus niet te vaak van voeding!

Immuun gemedieerd

Sebaceous adenitis is een relatief veel voorkomende oorzaak van seborroe. Bij deze aandoening lijkt het immuun systeem verantwoordelijk voor verwoesting van de talgklieren met droge seborroe als gevolg.

Meeste aandoeningen in deze groep zijn auto-immuunaandoeningen zoals pemphigus foliaceus, pemphigus erythematosus, DLE en SLE. Naast schilfers of korstvorming hebben honden meestal ook ander symptomen.

Overige oorzaken

Naast bovengenoemde groepen en oorzaken zijn er nog meer zeldzame aandoeningen die seborroe kunnen veroorzaken. Zoals je kunt lezen kan een hond met seborroe werkelijk van alles mankeren. Het is daarom belangrijk om samen met je dierenarts of een dermatoloog op zoek te gaan naar de onderliggende oorzaak.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding: ESAVS Dermatology course, Small Animal Dermatology (Hnilica)

Demodex injai

Demodex mijten

Veel mensen weten niet dat er verschillende demodex mijten bestaan. Er zijn bij de hond drie soorten bekend: Demodex canis, Demodex injai en Demodex cornei. Meestal als we het over demodex hebben, dan bedoelen we Demodex canis. Dit is een normale huidbewoner en leeft in de haarzakjes in de lederhuid. Gezonde honden hebben hier geen last van; het afweersysteem houdt de populatie onder controle. 

Demodicosis

Demodicosis is een huidziekte die wordt veroorzaakt door demodex mijten. Demodex canis leeft in kleine aantallen in de huid. Bij onvoldoende afweer en een verstoorde balans kunnen deze mijten rap vermenigvuldigen en voor problemen zorgen.

In principe heeft elke hond demodex mijten. Uit onderzoek is gebleken dat alleen honden geboren via een keizersnede die vervolgens met de fles groot gebracht zijn, géén demodex mijten hebben. Pups krijgen de mijten gedurende de eerste 2-3 dagen van het leven via de moederhond. Met name tijdens het zogen worden de mijten overgedragen. Dit is een logische verklaring waarom we vaker huidklachten op de kop en voorpoten zien. Na de overdracht van moederhond naar pup zijn de mijten niet meer ‘besmettelijk’.

Rode huid en beginnende kaalheid op de poot van een jonge hond

Demodex injai en Demodex cornei zijn minder voorkomend dan Demodex canis mijten. D. injai is groter en heeft een langer lichaam. Ze leven diep in de haarfollikel en kunnen ook in de talgklieren voorkomen. D. cornei heeft een kort lichaam en leeft oppervlakkig in de huid.

We weten niet goed of de andere demodex mijten, net zoals Demodex canis, bij alle honden aanwezig zijn 

Demodex cornei
Demodex canis

Demodex injai

Demodicosis door D. injai is tot op heden alleen beschreven bij volwassen dieren (ouder dan twee jaar), met de hoogste incidentie bij terriërs. 

Eén van de belangrijkste symptomen is een vette vacht (en huid)(seborroe oleosa), met name op de rug. Seborroe is een medische term die in de diergeneeskunde wordt gebruikt om problemen met de verhoorning en vorming van vetten in de huid te beschrijven. 

Andere symptomen zijn kaalheid, rode of juist zwarte huid en mee-eters (comedones). Soms hebben de honden jeuk en zelden zien we huidafwijkingen op de kop. Dit laatste geldt niet voor Shih Tzu’s. Uit recent onderzoek is gebleken dat Demodex injai bij Shih Tzu’s voor zgn ‘Facial Dermatitis’ kan zorgen. De honden hebben ontstekingen van de huid en jeuk aan de kop. 

Diagnose en behandeling

We weten niet zoveel over deze mijt, dat maakt de diagnose en behandeling niet altijd even makkelijk. De diagnose stellen we door middel van diepe huidafkrabsels. Demodex injai en canis leven diep in de huid (dermis), we moeten dus tot bloedens toe afkrabben om deze mijten te vinden. 

Het is (voor mij) onbekend of gebruikelijke en geregistreerde diergeneesmiddelen die gebruikt worden bij de behandeling van Demodex canis, ook werken bij demodicosis door Demodex injai.

In de praktijk merk ik dat terriërs met seborroe oleosa en/of jeuk op de rug goed reageren op behandeling met isoxazolines. Dit zijn tabletten die werken tegen vlooien en teken. Sommige zijn ook geregistreerd voor de behandeling van Demodex canis. Deze diergeneesmiddelen zijn al enkele jaren op de markt verkrijgbaar (uitsluitend bij de dierenarts) en zijn bijzonder effectief tegen o.a. Demodex canis. We hoeven gelukkig niet meer maanden lang te behandelen met amitraz, ivermectine of moxidectine. Over het algemeen is het probleem binnen 1-3 maanden opgelost.

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Behandeling van atopie: immuuntherapie

Immuuntherapie

Immuuntherapie, ook wel allergeen-specifieke immuuntherapie (ASIT) genoemd, wordt bij mensen met atopie al sinds begin van vorige eeuw gebruikt. In 1992 is immuuntherapie van Artuvetrin als diergeneesmiddel geregistreerd. Op de website van Artuvetrin lees je meer over allergietesten en de behandeling met immuuntherapie.

Het is een van de behandelingsvormen van de behandeling van atopie. Op deze pagina lees je meer over ASIT. 

Het is de enige behandeling die het verloop van de allergie kan veranderen en de reactie van het immuunsysteem kan aanpassen zonder deze te onderdrukken. 

Desensibliseren

Sensibilisatie is het proces waarbij dieren gevoelig (gemaakt) worden. Door herhaalde blootstelling aan stofjes in de omgeving reageert het afweersysteem bij allergische dieren overmatig. Het lichaam maakt als het ware van een mug een olifant. Onschadelijke huisstofmijten of graspollen zijn ineens een bedreiging voor het lichaam en moeten met grof geschut aangepakt worden. Dat is één van de redenen waarom we niet te lang moeten wachten om de jeuk en ontsteking te behandelen. Naarmate de tijd verstrijkt kan het lichaam meer gevoelig worden en wordt het steeds lastiger om de allergie te behandelen. Op celniveau zien we een verschuiving van de betrokken cellen en stofjes. Bij chronische jeuk wordt het steeds lastiger om gericht te behandelen.

Desensibilisatie is het proces waarbij het lichaam weer ‘ongevoelig’ gemaakt kan worden. Dat is het doel van de immuuntherapie: ervoor zorgen dat het afweersysteem niet meer overmatig reageert na blootstelling aan omgevingsallergenen. 

Allergietesten

Om het lichaam te desensibiliseren moeten we eerst in kaart brengen op welke stofjes het lichaam overgevoelig reageert. Hiervoor gebruiken we twee allergietesten: de serumtest (bloedonderzoek) en huidtest (intradermale test). In het artikel ‘Allergietesten‘ lees je meer informatie.

Na het bloedonderzoek heb je binnen 1-2 weken een uitslag. De huidtest wordt direct door de dermatoloog afgelezen. Sommige dieren hebben een vertraagde reactie, dat betekent dat er 1-2 dagen na de huidtest alsnog een rode zwelling kan ontstaan op de plek waar het allergeen is ingespoten. 

Hoe werkt de immuuntherapie?

Aan de hand van de uitslag van de bloed- en/of huidtest kan het laboratorium een desensibilisatiekuur maken.

De immuuntherapie werkt door het periodiek geven van een dosis allergenen (per injectie of via het bekje). Het afweersysteem reageert daar op en uiteindelijk wordt er bij een deel van de honden een tolerantie voor de desbetreffende allergenen opgebouwd. Het afweersyteem wordt als het ware getraind om niet meer overmatig te reageren.

Bij atopische dieren reageert het afweersysteem namelijk afwijkend. Hierbij spelen T-cellen een belangrijke rol. T-cellen (T-lymfocyten) zijn witte bloedcellen (afweercellen), onderdeel van het verkregen immuunsysteem. Er bestaan verschillende soorten T-cellen met elk een andere taak, bv. T-helper cellen (Th) en regulerende T-cellen (Treg). 

T-cellen laten allerlei stofjes (o.a. cytokines) los om met andere afweercellen te communiceren en bepaalde processen te activeren. Bij allergische honden zijn T-helper 2 cellen in de meerderheid. Bij chronische problemen zien we een verschuiving naar T-helper 1 cellen.

De immuuntherapie grijpt aan op de populatie T-cellen. Er wordt een nieuwe generatie regulerende T-cellen geactiveerd. Deze T-reg cellen onderdrukken T-helper 1 en 2 cellen. Dit resulteert dan in minder ontsteking, jeuk en andere huidklachten.

  • Th1 cellen sturen andere afweercellen aan: macrofagen, Natural Killer-cellen, cytotoxische T-cellen.
  • Th2 cellen zorgen ervoor dat B-cellen (andere afweercellen van het verkregen afweersysteem) antilichamen (antistoffen) maken. 

Macrofagen: zijn een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Zij eten celresten en ziekteverwekkers op (‘fagocyteren’). 

Natural Killer (NK) cellen: zijn de eerste verdediging tegen indringers van buitenaf (ze reageren ‘van nature’ op lichaamsvreemde stofjes). 

Cytotoxische T-cellen: deze gespecialiseerde T-cellen geven stofjes (toxinen) af die de dood van andere cellen in gang zet. Dit zijn meestal geïnfecteerde lichaamseigen cellen maar bijvoorbeeld ook kankercellen. 

Treg cellen remmen andere T-cellen zodat het afweersysteem niet doorslaat.

De behandeling zelf

Zodra de uitslag(en) bekend zijn, kan het laboratorium een allergeen-specifieke-immuuntherapie maken.

De therapie wordt op maat gemaakt voor elk dier, op basis van de allergenen die worden geïdentificeerd met de allergietesten. De dierenarts of dermatoloog geeft aan het laboratorium door welke allergenen in de immuuntherapie meegenomen moeten worden. Het kan voorkomen dat niet alle positieve allergenen uit de test in de therapie komen. We willen alleen de relevante allergenen toevoegen. 

Als de desensibilisatiekuur gemaakt is, wordt deze naar de praktijk opgestuurd. De dierenarts of dermatoloog zal daarna de behandeling uitleggen waarbij er ook geoefend wordt om zélf de onderhuidse injecties te geven. Meeste eigenaren geven de injecties zelf maar veelal is het ook mogelijk om dit op de praktijk te laten doen. In het filmpje hieronder kun je zien hoe het in z’n werk gaat (bron: Allergiepoli voor honden Youtube kanaal).

Bij het starten van de therapie wordt er begonnen met een opbouwschema. We beginnen bij 0,2 ml en na geleidelijk opbouwen bereiken we na 12 weken een maximale dosering van 1 ml. Niet elke hond reageert hetzelfde, in sommige gevallen is het standaardprotocol te snel of is de hoeveelheid allergenen te hoog. We kunnen dan afwijkend van het schema. 

Uiteindelijk komen we uit op een onderhoudsdosering waar de hond het goed op doet. Dit kan 1 ml per 4 weken zijn maar ook om de week 0,5 ml of elke 3 weken 0,8 ml. Door het behandelschema op de hond aan te passen behalen we de beste resultaten. 

Er bestaat sinds kort ook een ‘sublinguale’ immuuntherapie. Hierbij worden de allergenen niet per injectie onder de huid toegediend maar via een pompje in de bek (wangslijmvlies, onder de tong). Deze behandeling is anders dan de gebruikelijke immuuntherapie. Er kunnen 12 allergenen in één flesje en de vloeistof moet dagelijks toegediend worden (i.p.v. 8 allergenen en maandelijkse toediening). 

De sublinguale immuuntherapie is een optie voor eigenaren die niet kunnen prikken of voor honden waarbij de injecties bijwerkingen veroorzaken. Daarnaast is er bewijs dat honden die niet goed reageren op de injectievariant, wél verbeteren met de druppels in het bekje. 

Succes en kosten

Over het algemeen zien we binnen 4-6 maanden dat de behandeling effect heeft. Helaas is het succespercentage van deze behandeling geen 100%. Ongeveer 60-75% van de honden die behandeld worden met de immuuntherapie laten verbetering zien. Merendeel van de honden die goed reageren, hebben nog andere behandelingsvormen nodig. Ongeveer 20% van de honden is met alleen immuuntherapie klachtenvrij. 

De immuuntherapie, 1 flesje van 10 ml, bestaat uit 1 tot 8 allergenen. Het is mogelijk om meer dan 8 allergenen te behandelen maar dan zijn er additionele flesjes nodig. Als we 1 ml per maand geven dan kun je met één flesje 10 maanden vooruit. Omgerekend kost de immuuntherapie per maand zo’n 15-30 euro, dit is afhankelijk van de hoeveelheid allergenen (1-4 is goedkoper dan 5-8). 

Het beste resultaat - tips&trucs

  • Elke hond is anders
  • Behandeling op maat is essentieel voor een goed resultaat
  • Het standaardschema is een richtlijn
  • Het is aan te raden om het eerste half jaar de jeuk en ontsteking te behandelen
  • Blijf monitoren op bijkomende huidinfecties!
  • Vergeet de parasieten niet!
  • Is de rol van voedsel onderzocht met een betrouwbaar en strikt eliminatiedieet?
  • Houd een dagboek bij
  • Kijk goed naar de omgeving, misschien kun je een verband ontdekken met stofjes uit de omgeving en het ontstaan van jeuk of andere klachten?
  • Meer jeuk ná de injectie betekent dat we teveel geven → dosering aanpassen
  • Combinatie van bloed- en huidtest is het beste (?)
    Een negatieve bloedtest kan het beste opgevolgd worden door een huidtest. Maar ook in een positief bloedonderzoek kunnen we verantwoordelijke allergenen missen die wel met de huidtest naar voren komen.
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding:
– https://www.hematologienederland.nl
– https://mens-en-gezondheid.infonu.nl
– ESAVS dermatologie cursus
– https://www.artuvet.com/nl/
– Youtube kanaal Allergiepoli voor honden

Mee-eters bij honden

Comedones

Mee-eters, iedereen kent ze wel. Volgens humane artsen zijn mee-eters verstoppingen van de talgklieruitvoergangen. Het worden ook wel verstopte poriën of comedones genoemd. Er bestaan witte en zwarte mee-eters (zie afbeelding hieronder).

Bron en copyright: Huidarts.com

Mensen en honden zijn natuurlijk niet hetzelfde. In de diergeneeskunde is een mee-eter een haarzakje zonder haar waarbij het haarzakje verstopt is met keratine-achtig debris (afval, dode cellen) en talg. 

Aan de buitenkant kunnen we mee-eters bij honden herkennen als zwarte puntje in de huid (zgn. ‘blackheads’). 

Comedones bij honden

Niet elke hond met mee-eters is per definitie ziek. Maar heeft jouw hond veel mee-eters,is de huid geïrriteerd en onrustig of heeft hij/zij andere klachten? Dan zou er weleens iets meer aan de hand kunnen zijn. 

Mee-eters op de buik van een hond. De rode puntjes zijn papels en onder op de foto is een oude pukkel te zien.

Mogelijke oorzaken

Er zijn meerdere (huid)aandoeningen bij honden die mee-eters veroorzaken. Katten krijgen alleen mee-eters op de kin bij Feline Acne. Bij haarloze rassen zoals de Chinese Naakthond en Sfinx is het een ‘normale’ bevinding. 

Heeft jouw hond mee-eters, dan kunnen die veroorzaakt worden door:

  • Demodex mijten
  • Schimmels
  • Ziekte van Cushing
  • Overmaat aan oestrogenen (door bv. cysten op de eierstokken)
  • Topicaal corticosteroïd gebruik (zalfjes)!
  • Kleurmutant alopecia
  • Folliculaire dysplasieën = afwijkingen van de haarzakjes (meestal erfelijk)
  • Idiopathische Seborroe 
  • Bij Cocker Spaniëls: Vitamine-A-responsieve dermatose
  • Bij Schnauzers: Schnauzer comedone syndroom
  • Op de kin: kin pyodermie

Schnauzer comedone syndroom

Bij dwergschnauzers komt een acne-achtige huidaandoening voor: het Schnauzer Comedone syndroom. We weten niet precies waardoor de mee-eters ontstaan. Het is een aandoening die niet gepaard gaat met jeuk of pijn. 

De mee-eters bevinden zich op de rug, tussen de schouders en het bekken. Meestal volgen de comedones de middenlijn over de rugwervels. De verwijde haarzakjes kunnen geïnfecteerd raken met bacteriën. Er ontstaan dan rode puntjes (papels), pukkels en het dier kan jeuk ervaren. 

Behandeling

Er zijn meerdere huidverzorgingsproducten om mee-eters te behandelen. Het is echter wel belangrijk dat er eerst een diagnose wordt gesteld. De dierenarts kan door middel van huidafkrabsels mijten uitsluiten. Om schimmels te onderzoeken neemt de dierenarts wat monsters van de huid voor een schimmelkweek. Tegenwoordig bestaat er ook een PCR onderzoek waarbij de uitslag binnen enkele werkdagen bekend is 

Bij ziekte van Cushing heeft de hond eigenlijk altijd systemische klachten zoals veel drinken en plassen. Lees meer over Cushing op de website van het Medisch Centrum voor Dieren.

Afhankelijk van het ras en de vachtkleur is verder onderzoek naar kleurmutant alopecia en folliculaire dysplasie noodzakelijk. De dierenarts neemt dan huidbiopten en stuurt de monsters op voor weefselonderzoek bij de patholoog. Binnen 1-2 weken hebben we dan een uitslag. Huidbiopten worden meestal onder algehele narcose genomen maar het is ook mogelijk om dit via lokale verdoving te doen. 

Shampootherapie

Omdat de haarzakjes verstopt zijn met rommel is shampootherapie de beste manier om te behandelen.
Overmatig talg en vuil wordt van de huid gespoeld. Door gebruik te maken van medicinale shampoos kan de talgproductie en keratinisatie (vorming van opperhuid) hersteld worden. Niet elke shampoo is hiervoor geschikt.

Elke hond reageert anders; dat kan te maken hebben met de ingrediënten van de shampoo maar ook de ernst van de klachten. Waar moet je op letten bij het kiezen van een shampoo? 

  • Gebruik altijd een shampoo voor honden
  • Shampoos van de dierenarts zijn over het algemeen van betere kwaliteit 
  • Is de shampoo speciaal ontwikkeld voor behandeling van huidproblemen?
  • Sommige ingrediënten zijn te heftig en kunnen bijwerkingen veroorzaken (denk bv. aan teer of hoge concentraties salicylzuur)
  • Iedereen kan dergelijke producten importeren of zelf maken en vervolgens op de markt brengen. 
  • Houd er rekening mee dat elke shampoo een huidreactie kan opwekken. Verdun de shampoo en probeer het op een stukje gezonde huid (bv. 1 op 10 verdunnen).

Raadpleeg eerst je dierenarts voordat je met een shampoo gaat wassen. Dit geldt helemaal voor dieren die jeuk of andere huidplekjes hebben. 

Geschikte shampoos:

  1. Dermazyme Seb shampoo (met o.a. 2% salicylzuur)
  2. Dermoscent Essential 6® Sebo shampoo (o.b.v. essentiële oliën)*
  3. Douxo Seb shampoo*
  4. Maxani SeboSilk huid- en vachtshampoo (met o.a. zinkgluconaat, vitB6 en salvia)*
  5. Virbac Sebolitic (met o.a. zinkgluconaat, vitB6 en omega 6 vetzuren)
  6. Vetplus Coatex medicinale shampoo (met o.a. 2% salicyluur)**
  7. Zincoseb shampoo (met o.a. colloïdale zwavel, salicylzuur en zinkgluconaat)**

* Milde shampoos
** Bij behandeling van onrustige of geïnfecteerde huid en/of ‘heftige’ seborroe

Je vraagt je misschien af, welke shampoo moet ik nou kiezen? Dat is een goede vraag! 

Neem gerust contact op voor advies op maat. Dit kan via het gratis telefonisch spreekuur op dinsdag en woensdag, door een e-mail te sturen naar info@huidadviesvoordieren.nl óf door gebruik te maken van het contactformulier.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Zonnebrandcrème voor honden en katten

Waarom zonnebrandcrème voor uw hond of kat?

Net als mensen kunnen honden en katten verbranden na blootstelling aan zonnestralen. Tekenen van zonnebrand bij uw huisdier kunnen rode, schilferige of droge huid zijn maar ook verlies van haren. Later kunnen er wondjes en korstjes ontstaan.

Het zonlicht heeft een aantal onzichtbare effecten op de huid: op celniveau (het DNA wordt aangetast) en op het afweersysteem in de huid. Kleine beschadigingen leiden tot herstel of mutatie van cellen. UV-licht zorgt o.a. voor schade van het collageen in de huid met een verminderde elasticiteit als gevolg. Meer ernstige beschadiging leidt tot celdood, het loslaten van chemische stofjes die ontsteking stimuleren en verminderde functie van de afweercellen in de huid.

Huidkanker kan het gevolg zijn van overmatige of langdurig herhaalde blootstelling aan UV-licht (UV-A en UV-B). Plaveiselcelcarcinoom (SCC) bij de hond en kat is één van de bekendste vormen van huidkanker (zo’n 15% van de huidtumoren van de kat en 5% bij de hond).

Afbeelding van Ivana Kohoutová via Pixabay

Zonnebrand voor alle dieren?

In principe heeft het lichaam meerdere manieren om zich te beschermen van invloeden van buitenaf. De huidbarrière en vetlaag van de opperhuid maar ook de vacht zijn hier voorbeelden van.

Bescherming tegen de zon is aan te raden bij:

  • onvoldoende beschermde huid: dun behaarde gebieden zoals oren, neus, buik, liezen.
  • onvoldoende beschermde huid: dieren met witte of licht gekleurde vacht, haarloze rassen, na scheren
  • lichaamsdelen zonder pigment: zoals littekenweefsel, chirurgische wonden maar ook honden of katten met vitiligo of pemphigus
  • honden of katten met huidaandoeningen die kunnen verergeren na blootstelling aan UV-licht (cutane lupus, pemphigus)
  • dieren met zonnebrand

SPF

SPF staat voor Sun Protection Factor. Deze factor bepaald de mate en effectiviteit van bescherming tegen zonnebrand. De SPF zegt dus niks over tijdsduur of blootstelling aan zonlicht. Er wordt aangenomen dat het vermogen van bescherming van een zonnebrandcrème maximaal 2 uur aanhoudt. Het is daarom aan te bevelen om regelmatig zonnebrandcrème aan te brengen.

De mate van bescherming hangt af van de SPF waarden. Producten met een lage of matige bescherming hebben een SPF van 6-10 en 15-25. SPF 30-50 geeft een hoge bescherming en SPF 50+ een zeer hoge bescherming.

Zink oxide

De reden waarom je beter géén humane zonnebrandcrème voor dieren kunt gebruiken is dat deze producten bijna altijd zink oxide bevatten. Zink oxide is een mineraal dat vaak aan zalfjes en huidverzorgingsproducten wordt toegevoegd om brandwonden op de huid te voorkomen of behandelen. Zink is één van de belangrijkste mineralen voor de huid en heeft een grote invloed bij de aanmaak van nieuwe cellen.

Echter als zink oxide via de bek wordt ingenomen door oplikken van bepaalde producten kan dit milde tot ernstige bijwerkingen teweegbrengen. Bij inname kan zink oxide dus giftig zijn voor uw huisdier. Voorbeelden van bijwerkingen: bloedarmoede, misselijkheid, hoesten, irritatie van bek, slokdarm of maag maar ook koorts, braken en diarree.

Zonnebrandcrème voor dieren

Er bestaan niet veel zonnebrandcrème producten voor de hond of kat. Dermoscent SunFREE® is een hydraterende zonnebrandcrème zonder zink oxide met SPF 30+. Deze crème is waterafstotend en 100% natuurlijk. Het blijft goed op de huid zitten en geeft zo een goede bescherming.

© 2019 Huidadvies voor Dieren

Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

 

Bronvermelding:
– Dermoscent Training Module Sun Protection
– Small Animal Dermatology (Hnilica)
– vetinfo.com
– ESAVS Dermatology course II