Kruisreacties en kruisbesmetting

Het eliminatiedieet

Honden en katten met jeuk of maag-darm klachten kunnen last hebben van een voedselovergevoeligheid. De klachten kunnen ontstaan door een intolerantie of allergie voor een of meerdere ingrediënten in de voeding, tussendoortjes of kauwartikelen. 

Om de rol van voeding te onderzoeken maken dierenartsen en specialisten gebruik van een zogenoemd eliminatiedieet. Hierbij worden alle voedingsmiddelen die het dier eerder gegeten heeft geëlimineerd en introduceren we een nieuw dieet zónder extraatjes. De hond of kat krijgt dus alleen het gekozen dieet te eten (vlees of brok). 

Het eliminatiedieet moet een langere periode volgehouden worden, de richtlijn is tenminste 6 weken. Bij honden met oorproblemen en katten in het algemeen wordt het eliminatiedieet vaak verlengd tot 12 weken (of langer). 

Keuze van het dieet en de betrouwbaarheid

Het klinkt simpel: we laten álles weg wat de hond of kat eerder gegeten heeft en we geven een compleet nieuw dieet met nieuwe ingrediënten. Echter komt er bij een betrouwbaar eliminatiedieet veel meer kijken. 

De keuze van het dieet bepaalt voor een groot gedeelte de betrouwbaarheid. Met behulp van dit dieet kan de dierenarts of specialist een diagnose stellen. Een goed gekozen en uitgevoerd eliminatiedieet geeft antwoord op de vraag ‘worden de klachten veroorzaakt door een negatieve reactie op iets in de voeding?‘.
Met andere woorden: heeft mijn hond of kat een voedselovergevoeligheid?

Over het algemeen is het eliminatiedieet voor zowel eigenaar als dier geen pretje. De hond of kat mag gedurende een aantal weken géén snoepjes, menseneten en kluifjes meer krijgen. Veel eigenaren vinden het moeilijk om hun huisdier niets anders te geven dan brokken of vlees. Het is mede daarom aan te raden om één keer goed het dieet uit te voeren, dan elke keer van voeding te wisselen zonder duidelijk plan of te weten waar je op moet letten en waar je nou eigenlijk mee bezig bent. Want niet elk dieet is even betrouwbaar

Betrouwbaarheid van het dieet

Voedselovergevoeligheid is een complexe aandoening waarbij de klachten door een of meerdere mechanismen ontstaan. Daarom is het ook niet mogelijk om met een bloedonderzoek of andere testen de diagnose te stellen. Aan de buitenkant kunnen we niet zien op welke manier de klachten ontstaan (als deze al door een negatieve reactie op de voeding veroorzaakt worden). Om de kans op een juiste diagnose zo groot mogelijk te maken, willen we een zo zuiver mogelijk eliminatiedieet kiezen en uitvoeren. 

Dieren reageren meestal averechts op dierlijke eiwitten maar andere eiwitstructuren kunnen ook reacties uitlokken. Voor sommige dieren maakt het ook uit of het eiwit bewerkt c.q. verhit is of rauw aangeboden wordt. Zo zijn er dieren die wel tegen gekookte kip kunnen maar van rauwe kip klachten krijgen. 

Een betrouwbaar en zuiver eliminatiedieet, is een dieet dat o.a. rekening houdt met:
– keuze van dierlijke eiwitten
– keuze van koolhydraten (bv. uniek en vrij van eiwitten)
– samenstelling van het voer
– bereiding van het voer (in de fabriek)
– kans dat het lichaam negatief reageert op de ingrediënten

Meeste commerciële diëten (vers vlees, brokken en blikvoeding) zijn níet geschikt als eliminatiedieet.
Vaak ook niet als dit voer voor de hond of kat nieuwe ingrediënten bevat. Dit heeft niet alleen te maken met de bovenstaande punten maar ook met kruisreacties en kruisbesmetting (zie verder).

Gehydrolyseerde eiwitten

In de loop van de jaren zijn er brokken op de markt gekomen met zgn. ‘gehydrolyseerde eiwitten’. Dit zijn eiwitten die in kleine stukjes geknipt zijn, hierdoor zal het afweersysteem de eiwitten minder snel herkennen en overmatig of afwijkend hierop reageren. Om deze reden worden diëten met gehydrolyseerde eiwitten vaak ‘hypoallergeen’ genoemd. De kans op een negatieve of allergische reactie is kleiner in vergelijking met normale voeding.

De grootte van de eiwitten bepaalt of het afweersysteem de eiwitten kan herkennen. Hoe kleiner de eiwitten, hoe kleiner de kans en des te betrouwbaarder het dieet is. Om de grootte van gehydrolyseerde eiwitten aan te duiden wordt de massa-eenheid Dalton (Da) gebruikt. Tussen de 1-40 kDa (kilo Dalton) kunnen er reacties ontstaan, meestal tussen 15 en 40 kDa.  Niet elke brok met gehydrolyseerde eiwitten bevat even grote eiwitten, Royal Canin Hypoallergenic bevat bijvoorbeeld gehydrolyseerde eiwitten tussen de 3 en 5 kDa terwijl de Anallergenic brokken van Royal Canin de allerkleinste eiwitten bevat (minder dan 1 kDa). Om deze reden adviseren veel dierenartsen en dermatologen Royal Canin Anallergenic. Deze brok lijkt de nieuwe ‘gouden standaard’ te zijn. 

Kruisreactie

Voedselovergevoeligheid is de overkoepelende term voor voedselintolerantie en -allergie. Zoals hierboven te lezen is, kunnen de klachten bij voedselovergevoeligheid op meerdere manieren ontstaan. Bij een intolerantie ontstaat er in het maag-darmkanaal een abnormale reactie op de voeding terwijl bij een allergie de negatieve reactie door een overmatige of afwijkende reactie van het afweersysteem ontstaat.

Hoe ontstaan de klachten?

Bij een negatieve reactie op de voeding wordt er een onderscheid gemaakt tussen een immunologische (allergie, anafylaxie) en niet-immunologische reactie (intolerantie). Een niet-immunologische reactie kan verder onderverdeeld worden in:

  • stofwisselingsreactie, bv. een tekort aan een bepaald enzym zoals bij lactose-intolerantie
  • voedselvergiftiging, bv. door toxinen of bacteriën in het voer
  • malabsorptie: voedingstoffen kunnen niet opgenomen worden
  • farmacologische reactie: stofjes in de voeding veroorzaken bijwerkingen bij gevoelige dieren (bv. cafeïne inname en hartkloppingen)
  • reactie op stoffen die van nature in de voeding voorkomen, bv. histamine 
  • overige groep (‘food idiosyncrasy’): het is niet bekend waardoor de klachten ontstaan (bv. reactie op conserveringsmiddelen en kleurstoffen)

Bij een intolerantie ontstaan de klachten vaak geleidelijk en kan er sprake zijn van een grenswaarde (bij een bepaalde hoeveelheid ontstaan er klachten). Als het dier niet meer blootgesteld wordt aan de trigger dan verdwijnen de klachten doorgaans vanzelf.

Bij een immunologische reactie is het afweersysteem betrokken. Er zijn vier type overgevoeligheidsreacties bekend (type I, II, III en IV). Een combinatie van allergische reacties is ook mogelijk. Type I is waarschijnlijk de meest bekende overgevoeligheidsreactie, hierbij maakt het afweersysteem antilichamen die voor de klachten zorgen. Bij een hond of kat met een voedselovergevoeligheid kunnen type I, III en IV reacties gezien worden.

Bij een voedselallergie reageert het afweersysteem in de regel overmatig en afwijkend op een of meerdere voedingsstoffen (bijna altijd zijn dit de eiwitten in de voeding).
Witte bloedcellen (B-lymfocyten) maken antilichamen aan waardoor er allergische ontstekingsreacties ontstaan. Hierdoor kan de hond of kat een scala aan klachten ontwikkelen (jeuk, oorontsteking, andere huidklachten maar ook braken en diarree).
Bij een type IV overgevoeligheidsreactie ontstaan er ontstekingen doordat het afweersysteem zich tegen bepaalde stofjes richt (bv. voedingsstoffen, pollen, huismijten). In tegenstelling tot de andere type overgevoeligheidsreacties duurt het bij een type IV reactie langer voordat er klachten ontstaan. Om deze reden kunnen sommige dieren pas na maanden of jaren ‘ineens’ klachten ontwikkelen (terwijl ze al langere tijd hetzelfde voer krijgen).

Voedselallergie en kruisreacties

Omdat het afweersysteem bij een voedselallergie niet goed werkt, kunnen de afweercellen ook overmatig reageren op andere (verwante) stoffen. Bij een allergische reactie reageert het afweersysteem voornamelijk op eiwitten, waarbij dierlijke eiwitten in de voeding de belangrijkste triggers zijn. 

Eiwitten zijn opgebouwd uit ketens aminozuren. Sommige eiwitten lijken qua structuur heel erg op elkaar maar verschillen net op enkele punten. Hierbij kun je denken aan ‘verwante’ diersoorten, bv. kip en ander gevogelte of rund en lam. Maar kruisreacties zijn niet altijd voor de hand liggend. Zo lijkt het kip-eiwit qua structuur op het vis-eiwit waardoor honden met een allergie voor kip, óók averechts kunnen reageren op vis (dit is middels wetenschappelijk onderzoek aangetoond bij mensen en honden, we weten niet of dit ook bij de kat voorkomt).

Bij dieren met een voedselallergie kan het dus voorkomen dat het lichaam ook reageert op andere eiwitten* of voedingsstoffen. Om deze reden is het advies om niet alleen een nieuwe eiwitbron te selecteren voor het eliminatiedieet, maar ook rekening te houden met eventuele kruisreacties.

*dikwijls zijn dieren allergisch voor meer dan één voedingsstof

Kruisbesmetting

De betrouwbaarheid van het eliminatiedieet wordt ook bepaald door de eventuele mogelijkheid op kruisbesmetting. Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product. 

Kruisbesmetting is een ‘probleem’ bij alle commerciële diëten, zowel brokken als vers vlees producten. Maar ook bij de slager of thuis kan er kruisbesmetting optreden. Het is niet bekend of de kleine hoeveelheden die onbedoeld in het eindproduct terecht zijn gekomen, ook reacties kunnen uitlokken. We weten bij mensen met een pinda-allergie dat kleine hoeveelheden al kunnen leiden tot klachten. Vanuit deze kennis, nemen we aan dat dit ook bij honden of katten het geval kan zijn. Bij het kiezen en beoordelen van een eliminatiedieet is het dan ook belangrijk om hier rekening mee te houden. 

Voorheen was het ‘zelfkook’ dieet de eerste keuze om voedselovergevoeligheid uit te sluiten of te bevestigen. Behalve dat het zelfkook dieet niet alle voedingsstoffen bevat die het dier nodig heeft, is er ook een kans dat er kruisbesmetting optreedt. Als het vlees in aanraking komt met andere producten (in de fabriek of bij de slager) raakt het gecontamineerd. Het lichaam kan op deze ongewenste voedingsstoffen reageren terwijl het gekozen dieet (vlees, brok) compleet nieuw is qua samenstelling. Het eliminatiedieet is dan ineens niet meer betrouwbaar. Om deze reden wordt er steeds minder vaak gekozen voor een zelfbereid dieet. 

‘Zelfkook dieet’: KVV en BARF als eliminatiedieet

Steeds meer mensen voeren vers vlees aan hun huisdieren. Er zijn dan ook een hoop verkooppunten voor KVV en BARF producten. KVV staat voor ‘kant en klaar vers vlees’ en BARF is de afkorting voor ‘bones and raw food’. 

Als je kiest voor een zelfkook dieet met KVV en BARF producten, dan is het belangrijk om te realiseren dat (net zoals met veel commerciële brokken en blikvoeding) er een risico is op kruisbesmetting. Onderstaande foto is genomen in een fabriek waar KVV en BARF producten worden bereid. In KVV worsten zit meestal spiervlees, botten en organen. Deze worden in een soort gehaktmolen/shredder gegooid en komen in de bak op de foto terecht. Vanuit deze bak komt het gemalen product in een machine terecht waar de uiteindelijke worsten gemaakt worden. Tussen de verschillende eindproducten door wordt de machine en bak niet schoongemaakt. Er is dan ook een reële kans dat er in de KVV worsten andere voedingsstoffen zoals dierlijke eiwitten terecht zijn gekomen. 
Bij BARF producten kan er ook kruisbesmetting optreden zoals dit bij de slager of thuis mogelijk is. Als er tussen het bereiden, verwerken en verpakken van het vlees geen hygiënemaatregelen worden getroffen, is hier ook een aanzienlijke kans op kruisbesmetting. De medewerkers in de fabriek zullen niet tussen de diersoorten door handschoenen wisselen of de werkbank reinigen. 

Samenvatting

  • Voedselovergevoeligheid is de overkoepelende term voor voedselintolerantie en voedselallergie
  • De ontstaanswijze van de klachten van voedselovergevoeligheid is erg complex en wisselt per dier
  • Het eliminatiedieet is dé manier om de rol van voeding te onderzoeken
  • Gehydrolyseerde eiwitten zijn eiwitten die in kleine stukjes zijn geknipt, de grootte van de eiwitten bepaalt de kans dat het afweersysteem overmatig reageert op het eiwit
  • Niet elk eliminatiedieet is even betrouwbaar
  • Wissel niet elke keer van voeding maar kies één keer voor een goed dieet en laat je hierin adviseren en begeleiden door een dierenarts of dermatoloog 
  • De keuze van het dieet heeft gevolgen voor het stellen van de diagnose – er kan door een niet betrouwbaar dieet een verkeerde diagnose worden gesteld!
  • Bij vers vlees, natvoer en brokken is er een kans op kruisreacties en kruisbesmetting
  • Een kruisreactie kan ontstaan wanneer het lichaam het ene stofje aanziet voor het andere stofje
  • Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product
© 2020 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Pigment bij dieren

Huidskleur en pigment in de huid

De huid bestaat uit drie lagen: onderhuid, lederhuid en de opperhuid. De buitenste huidlaag is de opperhuid en bestaat uit meerdere cellagen. De opperhuid bestaat voor 85% uit keratinocyten. Er zijn ook bepaalde cellen in het lichaam die voor de aanmaak van pigment zorgen: melanocyten. Pigment wordt ook wel melanine genoemd. Melanine geeft kleur aan huid en haren. De keratinocyten van de opperhuid kunnen pigment opslaan. Bij het ouder worden produceren de melanocyten steeds minder pigment.  Als er veel pigment gevormd wordt dan kan de huid verkleuren (denk aan het bruin kleuren door de zon).

Pigment speelt een belangrijke rol in het beschermen tegen ultraviolet straling (hoe meer pigment, hoe beter de bescherming). Hoe meer pigment een huidcel (keratinocyt) bevat, hoe donkerder de huid toont. Naast het geven van kleur aan de huid, is melanine ook verantwoordelijk voor de kleur van de haren. Er zijn twee pigmentsoorten: eumelanine geeft een zwarte kleur en feomelanine een rode-bruine kleur. Witte dieren missen pigment.

Er bestaan meerdere (huid)aandoeningen die gepaard kunnen gaan met pigmentverlies of een overmatige vorming van pigment (zwartverkleuring van de huid).

Zwartverkleuring van de huid

Hyperpigmentatie is een mooi woord voor teveel aan pigment. Dit kan aangeboren of verkregen zijn.

Aangeboren aandoeningen zijn nevi, lentigo en acromelanisme. Lentigo zien we met name bij jonge rode katten (zie foto rechts). Het wordt gekenmerkt door kleine zwarte vlekjes op oren of rondom de bek/bij de lippen. Veel eigenaren zijn bezorgd als hun kat of hond dit laat zien, omdat ze denken dat het gaat om een melanoom (een vorm van huidkanker).

Verkregen hyperpigmentatie:

  • Fysiologisch: blootstelling aan UV-licht
    De melanocyten maken meer melanine aan om de cel(kern) te beschermen (zie foto bovenaan de pagina)
  • Stofwisselingsgerelateerd: hormonale aandoeningen
  • Door ontsteking: chronische ontsteking of irritatie
  • Door een virale infectie
  • Tumoren: melanoom, melanocytoom
lentigo kat
Lentigo bij de kat (zwarte vlekjes op de lippen)

Over het algemeen wordt zwartverkleuring van de huid veroorzaakt door een chronische ontsteking of irritatie van de huid of blootstelling aan UV-straling. Het laatste zien we voornamelijk bij honden en katten zonder vacht (naakthonden en -katten of dieren met kale plekken).

Hyperpigmentatie ten gevolge van ontsteking gaat vaak gepaard met verdikking van de huid. Er ontstaat dan een afwijkend gevormde huid. Dit proces is tot op zekere hoogte omkeerbaar.

Olifantshuid

olifantshuid

Zwartverkleuring en verdikking van de huid beschrijven we als ‘olifantshuid’ of ‘olifantenhuid’.

Katten zullen zelden een olifantshuid ontwikkelen. Bij honden daarentegen zien we dit zeer regelmatig.

Een olifantshuid kan ook na herhaaldelijk trauma optreden (denk aan ligplekken op ellebogen of hakken).

Meestal wordt de verdikking en zwartverkleuring van de huid veroorzaakt door een onderliggend probleem (huidallergieën, hormonale problemen), al dan niet met bijkomende huidinfecties. Het is daarom belangrijk om tijdig in te grijpen en een afspraak te maken bij de dierenarts.

Pigmentverlies

Verlies van pigment wordt minder vaak gezien dan hyperpigmentatie van de huid. Het komt met name bij honden voor maar ook katten kunnen pigmentverlies hebben. Zowel de huid als de haren kunnen het pigment verliezen.

Er zijn aangeboren of verkregen oorzaken van verlies van pigment. Bij aangeboren pigmentverlies moet men denken aan albinisme of andere aangeboren defecten. Bij honden komt ook nasale hypopigmentatie voor. Hierbij verliest de huid van de neus zijn kleur. We zien dit met name bij Golden Retrievers, blonde Labradors maar ook bij de Siberische Husky en Alaska Malamute.

Oorzaken verkregen pigmentverlies:

© 2020 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd op 3 februari 2017
Laatste update; februari 2020

Huidaandoeningen door verstoring van het afweersysteem (kat)

Auto-immuun versus 'immuungemedieerd'

De termen ‘immuungemedieerd’ en ‘auto-immuun’ worden vaak door elkaar gebruikt.

  • Immuungemedieerde aandoeningen zijn ziektes waarbij het immuunsysteem ontregeld is en niet meer goed functioneert. Meestal kunnen we hiervoor geen exacte oorzaak voor vinden.
  • Auto-immuun aandoeningen zijn specifiek gericht tegen het eigen lichaam: het afweersysteem valt eigen cellen, eiwitten of andere structuren aan. 

In dit artikel vind je een overzicht van auto-immuun en immuungemedieerde huidaandoeningen bij de kat. In vergelijking met honden is er helaas veel minder informatie beschikbaar over huidproblemen bij de kat. De informatie is gebaseerd op kleine aantallen en kleinschalige onderzoeken.

Auto-immuunaandoeningen

Lupus en pemphigus zijn de meest bekende auto-immuun aandoeningen. Er bestaan van beide aandoeningen meerdere vormen. Histopathologisch onderzoek van huidbiopten is noodzakelijk om een diagnose te stellen. De patholoog kan op basis van de veranderingen in de huid nog een derde groep auto-immuunaandoeningen diagnosticeren: de pemphigoïden. Dit zijn afwijkingen in de huid die lijken op pemphigus (vandaar de naam).

Pemphigus

Er bestaan meerdere pemphigus varianten waarvan pemphigus foliaceus veruit de meest voorkomende is. Bij pempighus worden er antilichamen geproduceerd die gericht zijn tegen eiwitten tussen de cellen van de opperhuid (desmosomen). De verwoesting van de desmosomen zorgt voor acantholyse: het vroegtijdig loslaten van huidcellen. Deze cellen noemen we acantholyische cellen en zien er anders uit dan normale huidcellen.

In onderstaande simplistische illustratie zijn huidcellen afgebeeld. De rode en groene balkjes stellen desmosomen voor. Dit zijn speciale eiwitstructuren die huidcellen onderling met elkaar verbinden zodat er een stevige verbinding ontstaat. De opperhuid is immers de eerste afweer tegen indringers van buitenaf. Voor meerdere functies van de afweer en huid is dus erg belangrijk dat de huidcellen goed met elkaar verbonden zijn. 

Binnen het pemphigus-complex zijn er verschillende varianten en dit heeft o.a. te maken met het type desmosoom dat als ‘target van de aanval’ dient. Bij de ene pemphigus valt het lichaam bv de rode balkjes aan en bij de andere de groene. We kennen vier varianten bij de kat: pemphigus foliaceus (PF), pemphigus erythematosus (PE), pemphigus vulgaris (PV) en paraneoplastische pemphigus (PNP).

Er zijn tot op heden géén onderzoeken bij de kat gedaan die aantonen dat de klachten van pemphigus bij de kat ook op deze manier ontstaan.

desmosomen pemphigus

Pemphigus foliaceus

Pemphigus foliaceus is de meest bekende en voorkomende variant. Hoe de klachten bij de kat ontstaan is, in tegenstelling tot bij mensen en honden, niet bekend.

De voornaamste klacht is het ontstaan van oppervlakkige pustels. Net zoals bij honden zijn deze blaasjes gevuld met pus en erg fragiel. Ze gaan snel kapot, het resultaat is korstvorming.
In principe kunnen de korsten over het hele lichaam voorkomen maar bij de kat worden ze voornamelijk op de neusspiegel, neusrrug, oorschelp en nagelriemen gezien. Zo’n 80% van de katten heeft korsten in het aangezicht. 

Pusserige uitvloeiing bij de nagelriem (gezien bij 54% van de gevallen) maakt de kat erg verdacht van pemphigus. Het pus wordt ook wel beschreven als een dikke kazige substantie. Sommige katten hebben lichamelijke klachten zoals sloomheid, verminderde eetlust of koorts. De jeuk is variabel echter zijn er aanwijzingen dat de helft van de katten jeuk heeft. Pemphigus kan daarom lijken op huidallergieën bij de kat.

De diagnose wordt gesteld via weefselonderzoek van huidbiopten. De waarschijnlijkheidsdiagnose kan gesteld worden middels cytologisch onderzoek van de inhoud van pustels. Cytologisch onderzoek is het bekijken van cellen onder de microscoop. De dierenarts kan met een glaasje en speciale kleuring het verkregen monster onder de microscoop bekijken.

Het heeft de voorkeur om intacte pustels te bewaren voor huidbiopten omdat zij zeldzaam zijn en enorm veel informatie kunnen geven. “Don’t waste a good pustel on cytology” is het advies van dermatoloog Mendoza-Kuznetsova.
Soms kan men door middel van cytologie van de huid onder de korsten aanwijzingen vinden voor pemphigus foliaceus. We zien dan een bepaald type ontstekingscellen (niet-degeneratieve neutrofielen) én acantholytische cellen zonder bacteriën.

Als de diagnose is gesteld dan is het belangrijk om zo snel mogelijk met de behandeling te starten. Prednisolon is de meest gebruikte behandeling waarbij er zeer hoge doseringen gegeven moeten worden. Als de huidklachten zijn verdwenen kan men afbouwen tot een lage onderhoudsdosering. Een klein percentage van de patiënten kan zonder medicatie.

C. Favrot, ... S.J. Langley-Hobbs, in Feline Orthopedic Surgery and Musculoskeletal Disease, 2009

Lupus

Bij lupus ontstaan de klachten door het vastlopen van immuuncomplexen die ontstaan door een overgevoeligheidsreactie (type III). De complexen lopen vast in kleine bloedvaatjes en zorgen voor ontstekingen. De ontstekingen bij lupus ontstaan in de onderste laag van de opperhuid ter hoogte van het basaalmembraan. 

Er bestaan meerdere lupus varianten. DLE en SLE zijn twee vormen van lupus erythematosus. SLE staat voor systemische lupus erythematosus en DLE voor discoïde lupus erythematosus. SLE is extreem zeldzaam en gaat gepaard met klachten van meerdere organen waaronder de huid. DLE betreft enkel de huid.

De diagnose is vrij complex waarbij men net zoals bij allergieën niet kan vertrouwen op één enkele test. Er moet aan enkele criteria voldaan worden voordat een definitieve diagnose gesteld kan worden. Helaas zijn er bij de kat geen criteria bekend omdat deze aandoeningen zo zeldzaam zijn. Er wordt gebruik gemaakt van de criteria voor honden en mensen.

Immuungemedieerde aandoeningen

Immuungemedieerde aandoeningen zijn ziektes waarbij het immuunsysteem ontregeld is en niet meer goed functioneert. Voorbeelden van immuungemedieerde huidaandoeningen bij de kat zijn plasma cel pododermatitis, hypereosinofiel syndroom (HES), auriculaire chondritis, erythema multiforme (EM) en exfoliatieve dermatitis (ED).

Plasma cel pododermatitis

Plasma cel pododermatitis is een aandoening waarbij de zoolkussens ontsteken of zacht worden. Het komt gelukkig niet zo vaak voor maar in vergelijking met pemphigus en lupus zien we plasma cel pododermatitis relatief vaak.

Het vermoeden bestaat dat de klachten worden veroorzaakt door een infectie of afwijkende reactie van het afweersysteem. Virussen en bacteriën lokken een reactie van het afweersysteem uit en bij een verstoring van het immuunsysteem kunnen klachten ontstaan. Bij allergische huidaandoeningen reageert de afweer ook overmatig en afwijkend. Tot op heden is er uit onderzoek geen verband gevonden tussen de aandoening en allergieën, virussen of bacteriën. 

Symptomen

In een vroeg stadium treedt er schilfering van de zoolkussens op en kunnen ze zacht worden. Naarmate de tijd verstrijkt verandert de kleur en zien de voetzooltjes er donkerder uit. Uiteindelijk zullen er zweertjes ontstaan en spreken we van ulceraties en pododermatitis (ontstoken pootjes). Bij sommige katten zorgt de ontsteking van de zoolkussens voor sterke toename van de voetzooltjes (kan lijken op wildgroei). 

Over het algemeen lijkt de kat er gek genoeg geen last van te hebben. Meestal zijn er meerdere pootjes aangedaan en soms zijn meerdere voetzooltjes van één poot ontstoken. 

Diagnose en behandeling

De definitieve diagnose wordt via huidbiopten gesteld. De dierenarts kan ook eerst cytologisch onderzoek uitvoeren. Er kunnen dan een bepaald type ontstekingscellen gezien worden, plasmacellen. Vandaar de naam: plasma cel pododermatitis (een ontsteking van de poten met plasma cellen).

Over het algemeen zullen katten met deze aandoening behandeld worden met prednisolon of soortgelijke afweeronderdrukkende medicijnen. Cyclosporine en doxycycline (antibiotica) + niacinamide (vit B3) kunnen ook voorgeschreven worden. Bij wildgroei of sterke zwelling van de voetzooltjes kan er gekozen worden voor chirurgisch ingrijpen. 

Hypereosinofiel syndroom (HES)

Zelf heb ik nog nooit van deze aandoening gehoord en ik denk met mij vele anderen. Bij de mens bestaat dit syndroom uit meerdere aandoeningen. Ze hebben allen één ding gemeen en dat is een verhoogd aantal eosinofielen in het bloed (eosinofilie). Eosinofielen zijn een bepaald type ontstekingscel van het afweersysteem.
Normaliter kan eosinofilie bij dieren wijzen op een parasitaire infectie of een onderliggende allergie. Soms is er sprake van een tumor of onbekende oorzaak.

Ook bij de kat met HES zien we teveel eosinofiele bloedcellen in het bloed. Deze ontstekingscellen kunnen in grote aantallen in verschillende organen terecht komen.

De huid is vaak aangedaan maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. De huidklachten bestaan uit ernstige jeuk, roodheid en krabdefecten. De meest voorkomende systemische klachten zijn maag-darm gerelateerd en vermageren.

De diagnose is niet altijd even makkelijk waarbij andere oorzaken voor eosinofilie uitgesloten moeten worden.

De klachten worden behandeld met corticosteroïden in hoge doseringen om het immuunsysteem te onderdrukken. De prognose is slecht omdat meeste katten niet goed op de behandeling reageren. Over het algemeen overleven de katten niet langer dan 2 jaar (zelden tot 4 jaar na ontstaan van klachten).

Auriculaire chondritis

Ook al zo’n vreemde aandoening met een moeilijke naam. Het is een zeldzame aandoening die ook bij mensen gezien wordt. Er zijn ook gevallen bekend bij muizen en honden. Chondritis is een ontsteking van het kraakbeen en auriculair wijst op de oren, of beter gezegd de oorschelp.

In meeste gevallen gaat de aandoening gepaard met verdikking en vervorming van de oorschelp waarbij de kat pijn heeft en de huid rood kleurt. In sommige gevallen kunnen er ook afwijkingen aan de ogen, schilfers, kaalheid of een vergroot hart gezien worden.

Het klinische beeld is suggestief voor auriculaire chondritis maar uiteindelijk zijn huidbiopten nodig voor de bevestiging.Er is tot op heden te weinig informatie om iets te kunnen zeggen over het verloop van de ziekte en de prognose.

De behandeling is vaak teleurstellend en weinig effectief. In tegenstelling tot mensen reageren katten nauwelijks op corticosteroïden maar mogelijk wel op dapsone (antibioticum). Heel soms lost de ontsteking van het kraakbeen vanzelf op.

Erythema multiforme (EM)

Erythema multiforme (EM) lijkt veroorzaakt te worden door een toxische reactie gericht tegen lichaamseigen cellen. De reactie ontstaat na een infectie of blootstelling aan een medicijnen. Er zijn meerdere immuungemedieerde aandoeningen waarbij de klachten op deze manier ontstaan. In de diergeneeskunde is de classificatie nog onduidelijk. Er zijn gevallen bekend waarbij EM door een infectie of vaccinatie getriggerd werd.

Bij mensen is zijn aandoeningen van deze groep goed beschreven. Voorbeelden zijn Steven-Johnson syndrome (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN).

De symptomen ontstaan meestal acuut en zijn niet specifiek behalve de eventuele ‘target lesions’. We zien rode puntjes, blaasjes of rode vlekken.

Er is helaas geen bewezen effectieve behandeling en het gebruik van corticosteroïden is controversieel. Op het moment hebben de specialisten de voorkeur om te behandelen met cyclosporine.

Exfoliatieve dermatitis (ED)

Deze schilferige aandoening wordt veroorzaakt door een tumor van de thymus. Het exacte mechanisme is niet bekend maar er bestaat een vermoeden dat er iets fout is met de witte bloedcellen uit de thymus en de functie ervan.

Typische huidplekjes van ED bestaan niet. Symptomen zijn schilfers, korsten en roodheid; eerst op de kop en oorschelp en breiden zich later uit naar de nek en rest van het lichaam. Meestal heeft de kat geen jeuk maar dit kan wel.

Het is aandoening van oudere katten of katten van middelbare leeftijd. Systemische klachten zijn mogelijk: hoesten, gewichtsverlies, verminderde eetlust of bemoeilijkte ademhaling.

Bij het vermoeden van ED is het maken van een röntgenfoto doorgaans bevestigend door het zien van een zwelling (thymoom) in de borstkas. De enige behandeling is het chirurgische verwijderen van de tumor.

© 2020 Huidadvies voor Dieren.
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update jan 2020. Oorspronkelijk gepubliceerd in 2017

Bronvermelding: ESVD 29th Annual Congress

Help mijn kat heeft een blauw bultje!

blauw bultje in gehoorgang kat

Bultjes bij huisdieren

Er zijn vele oorzaken voor bultjes bij huisdieren. Een bult kan in de huid zitten maar ook onder de huid. Het is niet altijd makkelijk om dit te bepalen zonder weefselonderzoek. Op basis van de inhoud van de bult kunnen we 16 groepen vormen. Denk dan aan bloed, serum, pus, ontstekingscellen, vet, calcium, pigmentcellen en verschillende type tumorcellen. Bij honden en katten zien we soms ook blauwe bultjes. In dit artikel lees je meer over de mogelijke oorzaken en wat te doen.

Heeft jouw kat een bult(je)? Dan is het altijd aan te raden om bij de dierenarts langs te gaan. Bereid je voor op vervolgonderzoek, want het is in bijna alle gevallen niet mogelijk om op basis van tast of het uiterlijk de diagnose te stellen. De dierenarts kan voorstellen om een naaldbiopt te nemen of om de bult te verwijderen en op te sturen voor weefselonderzoek.

Dunne naald aspiratie biopt: wat is het?

Een dunne naald aspiratie biopt (DNAB) is op twee manieren te nemen. We kunnen de ‘losse naald’ techniek gebruiken (prettig bij beweeglijke patiënten of kleine bultjes) en de ‘naald-spuit’ techniek.

Bij de losse naald techniek prikken we met een naald een aantal keer in de bult om cellen te verzamelen. Bij de naald-spuit techniek maken we gebruik van dezelfde snijdende en bewegende techniek als met een losse naald, echter verzamelen we doorgaans meer cellen/materiaal doordat we met de spuit een vacuüm creëren. De naald wordt vervolgens van de spuit gehaald en met lucht spuiten we het verzamelde monster uit de naald op een objectglaasje.

Het verzamelde materiaal verzenden we meestal naar een extern laboratorium. Hier zullen de glaasjes gekleurd worden en door de patholoog onder de microscoop bekeken worden. In veel gevallen geeft dit onderzoek een goede indicatie over de oorsprong en aard van de bult.
Er zijn ook dierenartsen die door middel van intensieve nascholing of jarenlange oefening het cytologisch onderzoek van bulten en tumoren zelf kunnen uitvoeren. Het monster hoeft dan niet opgestuurd te worden maar zal op de praktijk onderzocht kunnen worden.

Een blauw bultje, dat’s best gek

Dat klopt, blauwe bultjes zien we niet zo vaak. Ze kunnen in de oren gezien worden maar ook elders op het lichaam. De bultjes kunnen goed- of kwaadaardig zijn. Het is daarom ook aan te raden om naar de dierenarts te gaan voor het stellen van een diagnose en verdere behandeling.

Blauwe bultjes in de oren

Blauwe bultjes of blaasjes in de gehoorgang is een typisch beeld van ceruminaalklierhyperplasie. In de huid van de gehoorgang komen zgn. cerumineuze klieren voor.  Deze klieren maken cerumen ofwel oorsmeer aan.
Cellen kunnen toenemen in grootte en omvang door een verhoogde celdeling, we noemen dit hyperplasie.

Deze blaasjes komen met name bij katten voor en gaan regelmatig gepaard met een stinkende oorontsteking. Er bestaan drie gradaties: verhoogde celdeling, goedaardige en kwaadaardige variant.

Een bultje kan zich met de tijd van de één ontwikkelen in de ander. Een in eerste instantie goedaardige tumor kan dus uiteindelijk kwaadaardig worden. De kwaadaardige variant kan in een rap tempo groter worden en het omliggende weefsel irriteren. Tevens zijn uitzaaiingen naar omliggende lymfeklieren mogelijk.

De diagnose wordt gesteld door een stukje van de bult, of bij voorkeur de hele bult, op te sturen voor weefselonderzoek (histologie).

Omdat de bultjes vaak diep in de gehoorgang voorkomen en mogelijk onderdeel zijn van een onderliggend probleem, verwijs ik kat en eigenaar door naar een dierenziekenhuis waar chirurgen en dermatologen samen werken. Bijvoorbeeld Medisch Centrum voor Dieren in Amsterdam, Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht of Veterinair Verwijscentrum de Pietersberg in Oosterbeek. 

blauw bultje in gehoorgang kat
blauw bultje in gehoorgang kat

Blauwe bultjes elders op het lichaam

Als de blauwe bultjes elders op het lichaam gezien worden, kunnen we  wederom de aard van de bultjes niet voorspellen. Hieronder een aantal mogelijke oorzaken:

Hemangioom – goedaardige tumor

Een hemangioom is een goedaardige tumor van de wand van bloedvaten. Het komt regelmatig voor bij honden maar is vrij zeldzaam bij katten. Het merendeel van de bultjes ontstaan in de onderhuid (subcutis) maar varianten ín de huid komen ook voor.

De tumortjes worden het meest gezien bij oudere dieren en zijn vaak op zichzelf staand (solitair), goed omschreven schijf- of eivormige bultjes. Ze kunnen rood doorschemeren maar zijn meestal rood-zwart tot blauwig van kleur.

Kaalheid, zweertjes, ontsteking of bloedingen zien we regelmatig. De behandeling kan variëren tussen chirurgische verwijdering onder narcose, cryo- of elektrochirurgie tot niets doen en afwachten.

Kwaadaardige variant- hemangiosarcoom

Meeste goedaardige tumoren hebben een kwaadaardige tegenpool. Een hemangiosarcoom is een kwaadaardige ontaarding van de cellen in de wand van bloedvaten. Meestal zijn deze tumoren niet zo goed omschreven als de goedaardige variant. We zien eerder een plakkaat dan een echt bultje.

Bij katten komen uitzaaiingen gelukkig niet zo veel voor (in tegenstelling tot de hond) echter zien we vaak dat de tumor terugkomt na chirurgische verwijdering. Het advies is om, indien mogelijk, de bult zo rigoureus mogelijk te verwijderen. De prognose is niet zo goed.

Melanoom – tumor van pigmentcellen

Pigmentcellen komen voor in de opperhuid en noemen we melanocyten. Een goedaardig melanoom noemen we ook wel melanocytoom, voor de kwaadaardige variant hebben we geen aparte benaming. Tumoreuze ontaarding van deze cellen uit zich meestal als een bultje ín de huid (niet eronder).

Bij katten zien we deze tumoren niet vaak en moeten onderscheiden worden van de veel vaker voorkomende gepigmenteerde basaalcel tumoren. Gemiddeld zijn katten 9 jaar oud als de diagnose gesteld wordt.

Gepigmenteerde basaalcel tumor

We zien drie type tumoren bij de hond en kat: epitheliale, mesenchymale en rondcellige tumoren. Van de epitheliale tumoren zijn basaalcel tumoren (BCT) de meest voorkomende bij de kat. Ongeveer 34% van dit type tumor is een basaalcel tumor. De eerder genoemde tumor van de cerumineuze klieren zien we maar in 5-7% van de gevallen.

De basaalcel tumor kan naar binnen of naar buiten groeien. Het zijn vaak stevige of cyste-achtige bultjes waarbij ze geregeld gekleurd zijn, we noemen dit dan gepigmenteerde basaalcel tumoren.

Meestal zijn deze tumoren goedaardig maar kwaadaardige varianten en uitzaaiingen zijn beschreven in de literatuur. We zien deze tumoren het meest op de kop of in de nek. Ook bij dit type tumor is het aan te raden om het bultje te verwijderen en op te sturen voor weefselonderzoek.

Weefselonderzoek (histologisch onderzoek)

In dit artikel heb ik meerdere malen het woord ‘weefselonderzoek’ genoemd.
Bij een groot aantal van de bulten kan een dunne naald aspiratie biopt een diagnose stellen. In de gevallen waarbij dit niet lukt, kunnen we aan de hand van het onderzoek van de cellen wel een inschatting maken over de oorzaak of oorsprong van de bult.

Om verschillende redenen kan de dierenarts de voorkeur hebben om weefselonderzoek uit te laten voeren. We kunnen hierbij een stukje van de bult insturen maar het dier moet voor dit onderzoek wel onder algehele narcose. Meestal is het dan net zo makkelijk om de gehele bult weg te nemen en op te sturen voor onderzoek.

Met histologisch onderzoek kan de patholoog en dus de dierenarts je beter informeren: 

  • Aard en oorsprong van de bult
  • Hebben we de bult volledig verwijderd?
  • Is deze goed- of kwaadaardig?

Met aanvullende testen op dit weefsel kunnen we een betere prognose geven. Hoe groot is de kans op herstel of recidief? Moeten we nog nabehandelen door bijvoorbeeld bestraling? Enzovoort

Heb je vragen over een dunne naald aspiratie biopt, weefselonderzoek óf blauwe bultjes bij uw kat?

Neem dan contact op met je dierenarts.

© 2018 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort
Laatst bijgewerkt: december 2019

Ontsmettende doekjes (wipes)

doekje

Behandeling van huidinfecties

Er bestaan veel verschillende soorten ziekteverwekkers. Huidinfecties kunnen door bacteriën, gisten of schimmels veroorzaakt worden. Niet elke infectie wordt op dezelfde manier behandeld. Tegenwoordig kunnen we gelukkig op meerdere manieren huidinfecties bij honden, katten en andere dieren behandelen. 

Er bestaan meerdere soorten bacteriële huidinfecties; oppervlakte, oppervlakkige en diepe infecties. Bij de behandeling heeft het gebruik van antibiotica sinds enkele jaren een andere plek gekregen. Antibiotica resistentie is natuurlijk één van de belangrijkste redenen hiervoor. Het is belangrijk dat we met z’n alle proberen zo min mogelijk antibiotica te gebruiken en hier verstandig mee omgaan. Het gebruik van antiseptische huidverzorgingsproducten is dan ook in opkomst.

Een andere veelvoorkomende huidinfectie is Malassezia dermatitis. De infectie wordt veroorzaakt door een overgroei van gisten waarbij er vrijwel altijd een onderliggende oorzaak te vinden is. Gisten zijn eencellige schimmels en worden meestal lokaal behandeld met een medicinale shampoo. Soms zijn orale anti-schimmel medicijnen nodig.

Lees meer over huidinfecties door bacteriën en gisten in het artikel “Huidinfecties bij de hond“.

Bij de behandeling van een dermatophytose (schimmelinfectie) is vaak een combinatie van lokale en systemische anti-schimmel middelen nodig. Gelukkig komen schimmelinfecties bij honden en katten niet vaak voor. Lees meer over dermatophytose in het artikel “Schimmelinfecties bij hond en kat“.

Alternatief voor antibiotica en andere medicatie

Naast antibiotica en anti-schimmel middelen bestaan er veel ingrediënten die tegen diverse micro-organismen ingezet kunnen worden. Voorbeelden van werkzame stoffen en ingrediënten zijn honing, chloorhexidine en azijnzuur. 

Er zijn verschillende soorten producten met antiseptische ingrediënten verkrijgbaar: shampoo, mousse, spray, zalf, gel, doekjes etc. 

Ontsmettende doekjes

Wanneer kun je de doekjes gebruiken?

  • Ontstekingen van huidplooien (neus, staart, lip)
  • Reiniging van nagelbed, tussenteenhuid, oorschelp en kin van allergische honden met terugkerende huidinfecties
  • Kin acne bij hond of kat
  • Lipplooi eczeem bij de hond
  • Aanvullend op antibiotica behandeling van huidinfecties
  • Puppypyodermie: huidinfectie van de buik  bij puppies en jonge honden
  • Reiniging van gebied rondom vulva bij honden met urine incontinentie (voorkomen of behandelen van urinebrand) of overgewicht
  • Aanvullend op de behandeling van hotspots

Overzicht:

maxani chloorhexidine wipes

Maxani chloorhexidine doekjes

Ingrediënten
  • Chloorhexidine 
  • Aloë vera
  • Glycerine
  • Benzoëzuur (E210)
  • Vitamine E
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties

*40 stuks per verpakking

dermoscent pyoclean wipes

Dermoscent® PYOclean wipes

Ingrediënten
  • Plantaardige olie van hennep
  • PhytoC-2® (plantenextract)
  • Essentiële olie van Cajputi
  • Allantoïne
  • Lipo-aminozuren van groene appels & extracten van zeepkruid (Saponaria wortel)
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties en milde Malassezia dermatitis

*20 stuks per verpakking

douxo pyo pads

Douxo® PYO pads

Ingrediënten
  • Chloorhexidine (3%)
  • Climbazol (0,5%)
  • Phytosphingosine
  • Groene thee extracten
  • Parfum (zeer mild)
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties en Malassezia dermatitis

*30 stuks per verpakking

dermazyme pyo pads

Dermazyme® Pyo Chloorhexidine pads

Ingrediënten
  • Chloorhexidine (3%)
  • Climbazol (0,5%)
  • MicroSilver BGTM (0,1%)
  • Ceramide III (0,05%)
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties en Malassezia dermatitis

*50 stuks per verpakking

dermazyme pyo microsilver pads

Dermazyme® Pyo Microsilver pads

Ingrediënten
  • Climbazol (0,5%)
  • MicroSilver BGTM (0,1%)
  • Ceramide III (0,05%)
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties en Malassezia dermatitis

*50 stuks per verpakking

malacetic wipes

MalAcetic wipes

Ingrediënten
  • Azijnzuur (2%)
  • Boorzuur (2%)
  • Propyleenglycol
  • Polysorbaat
  • Glycerine
  • Geurstof (appel)
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties en Malassezia dermatitis

*100 stuks per verpakking

CLX wipes

CLX wipes

Ingrediënten
  • Chloorhexidine
  • Tris-EDTA
  • Zinkgluconaat
  • Glycerine
  • Climbazol
  • Benzylalcohol
  • Propyleenglycol
  • Parfum
  • Gedemineraliseerd water
Te gebruiken bij bacteriële huidinfecties en Malassezia dermatitis

*40 stuks per verpakking

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Schimmelinfecties bij hond en kat

schimmel microscopie

Dermatophytose

Dermatophytose is een oppervlakkige schimmelinfectie van de huid bij honden en katten. Veel mensen noemen deze huidaandoening ook wel ringworm. Deze naam komt van de klassieke huidafwijking die we bij mensen zien: een ronde, rode ‘ring’. 

Merendeel van de schimmelinfecties bij dieren worden veroorzaakt door Microsporum canis, Microsporum gypseum en Trichophyton soorten (spp.). Bij de kat wordt meer dan 90% van de infecties door M. canis veroorzaakt. Bij de hond zien we vaker problemen door M. gypseum en Trichophyton. Er zijn meer dan 20 dermatophytsoorten bekend bij hond en kat. Dermatophyten zijn schimmels die infecties van huid, haren of nagels veroorzaken. 

Hoewel we in de praktijk dagelijks huidpatiënten zien, komen schimmelinfecties bij hond en kat maar weinig voor. Ongeveer 0-4% van de dieren heeft hier last van. Er wordt dan ook tegenwoordig gezegd: “It is NOT ringworm until proven“.

Dieren kunnen een schimmelinfectie oplopen na direct contact met sporen die ín de vacht aanwezig zijn. Besmet raken via sporen in de omgeving is zeldzaam. Sporen in de omgeving vormen alleen een risico als de huid beschadigd is en de sporen via een object met de huid in aanraking komen (denk dan aan een borstel of scheerapparaat). Sporen van dermatophyten hebben namelijk keratine nodig om te overleven en kunnen niet zomaar aan de huid vasthechten. Keratine is een eiwit van het lichaam dat onder andere in de opperhuid, nagels en haren van mens en veel diersoorten voorkomt.

Risicofactoren

  1. Leeftijd: zowel jonge als oude dieren zijn meer gevoelig voor het oplopen van schimmelinfecties
  2. Vachtconditie: slechte vachtverzorging bij langharige katten maakt ze gevoeliger voor schimmelinfecties (de sporen worden niet goed uit de vacht verwijderd). Dit geldt ook voor dieren met vilt of klitten
  3. Verlaagde afweer: door een onderliggende aandoening, willekeurige ziekte, andere omstandigheden (bv. dracht) of immuunonderdrukkende medicatie (zoals prednisolon) 
  4. Landelijke omgeving / ‘life style’: deze dieren hebben vaker kleine huidbeschadigingen of worden direct blootgesteld aan besmette dieren (wilde knaagdieren) of objecten
  5. Parasieten van de huid (vlooien, mijten), jeuk en andere huidinfecties: door microtrauma van de huid neemt de gevoeligheid voor dermatophytose toe
  6. Warmte en vochtigheid: predisponeren voor schimmelinfecties
  7. Kennel, cattery, honden- of kattenshow, pension, uitlaatservice: maar ook andere plekken waar honden of katten veel met elkaar in contact komen, zij hebben een groter risico

Zoönose

Dermatophytose is een zoönose. Alle genoemde dermatophyten kunnen de mens infecteren.
Het is echter geen ernstige ziekte voor de mens (of dier) en het is gelukkig ook niet ongeneselijk!

Bij mensen zien we vaker schimmelinfecties door een verminderde afweer (kinderen, ouderen, chronisch zieke personen). De schimmel dringt de buitenste laag van de huid binnen, groeit daar en vormt sporen. Via de sporen kan de infectie zich verspreiden (ook naar andere personen of zelfs dieren). De schimmel veroorzaakt een typische rode, ronde ring die vaak steeds groter wordt. De huidplek geneest vanuit het midden en gaat uiteindelijk vanzelf weer weg. Bij mensen met een verminderde afweer kan de infectie heviger zijn en meer klachten met zich mee brengen. De genezing duurt dan vaak ook langer doordat het afweersysteem niet goed functioneert.

Lees meer over ringworm bij mensen op de website van het RIVM

Hoe ontstaan de klachten?

Een hond of kat raakt besmet met dermatophyten na direct contact met schimmelsporen. Dit kan op twee manieren gebeuren: via een besmet dier of via zogenaamde ‘fomieten’. Fomieten zijn objecten die pathogenen overbrengen. Bijvoorbeeld: dekentjes, mandjes, borstels of kooien. 

Een gezond dier krijgt niet zomaar ringworm. De huid moet beschadigd zijn alvorens de schimmelsporen zich kunnen vasthechten en koloniseren. 

Na direct contact met de sporen, zullen deze binnen 12 uur ‘ontkiemen’ en binnen 24 uur zijn de sporen de haar of huid binnengedrongen via speciale vezeltjes (‘fibrils’). Meeste schimmelinfecties zijn zelflimiterend. Het afweersysteem van de hond of kat ruimt de indringer op via een ontstekingsreactie en versnelde celdeling van de opperhuid (keratinisatie). Dermatophyten hebben echter de nare eigenschap om de reactie van het afweersysteem te omzeilen of aan te passen. Het lichaam kan de infectie niet klaren en het dier wordt ziek. 

We zien schimmelinfecties daarom vooral bij dieren waarbij het afweersysteem verzwakt is (jonge, oude of zieke dieren). 

Symptomen

Hond

Schimmelinfecties bij de hond gaan gepaard met verlies van haren. De schimmelsporen tasten de haren aan waardoor deze afbreken en het dier kaal lijkt te worden.

De kaalheid (alopecia) kan gepaard gaan met:

  • schilfers
  • korstvorming
  • roodheid van de huid
  • verdikking van de huid (lichenificatie)
  • zwartverkleuring van de huid (hyperpigmentatie)

Over het algemeen heeft de hond meerdere kale plekken. Deze kunnen rond of onregelmatig van vorm zijn. Bij kortharige honden met ronde kale plekken (niet symmetrisch) moeten we ook denken aan een bacteriële huidinfectie of demodicosis (mijten). 

Een hond met ringworm hoeft niet perse jeuk te hebben. Dit is eerder een uitzondering dan de regel, het hangt ook af van de soort schimmel waarmee het dier besmet is.

folliculitis hond
plek met schilfers en korsten

Kat

De symptomen bij een kat worden deels bepaald door de algehele gezondheid van de kat. Een kat met een hele heftige schimmelinfectie heeft dus eigenlijk meer last van de onderliggende ziekte dan de schimmel zelf. 

Bij de kat kennen we drie soorten infecties:

  • Simpele infectie
    Gezonde katten of kittens met beperkte en milde klachten. Genezen ook snel met of zonder behandeling. 
  • Gecompliceerde infectie
    Katten met uitgebreide klachten en een onderliggende ziekte (meestal voorste luchtweg problemen zoals niesziekte). Ze hebben vaak lange haren en huidontstekingen. Katten met gecompliceerde infecties zijn moeilijker te behandelen; het duurt vaak lang en recidieven komen voor.
  • Dragers
    Katten (vaak langharige) die sporen met zich meedragen maar zelf geen klachten hebben. Ze worden ook wel ‘stof moppen’ genoemd. 

Het kan lastig zijn om een schimmelinfectie te diagnosticeren. De klinische klachten zijn zeer variabel. Sommige katten hebben milde en aspecifieke klachten, terwijl andere hele heftige symptomen vertonen.

Ook bij de kat gaat een schimmelinfectie gepaard met verlies van haren (ze breken af). Andere mogelijke symptomen:

  • Kaalheid, met name op kop, oren en poten
  • Afgebroken haren
  • Schilferige huid
  • Roodheid
  • Hele fijne schilfering in de vacht (‘sigaretten as’)
  • Feline Acne
  • Korstvorming

Sommige katten hebben klachten die passen bij een vlooienallergie (miliaire dermatitis: kleine korstjes) of hebben last van symmetrische alopecia. 

kat met schimmel
Korstvorming op de neus
korstjes in aangezicht kat
Kleine wondjes in het aangezicht

Raspredispositie

  • Perzisch langhaar (Pers) (M. canis)
  • Jack Russel Terriër (M. gypseum via wilde knaagdieren)
  • Yorkshire Terriër (M. canis)

Daarnaast worden schimmelinfecties vaker bij zwerfkatten en jachthonden gezien.

Diagnose

Ringworm bij de hond of kat gaat niet gepaard met symptomen die alleen bij schimmelinfecties gezien worden. Zogenaamde pathognomonische huidafwijkingen ontbreken. Vandaar dat er ook gezegd wordt dat een dier pas een schimmelinfectie heeft als dit bewezen is. 

Maar hoe wordt de diagnose gesteld?

Er is geen gouden standaard test en specialisten adviseren om de diagnose met behulp van meerdere testen te stellen. In de praktijk maken de meeste dierenartsen gebruik van een schimmelkweek. Deze testen zijn mogelijk:

  • Microscopisch onderzoek van een haarpluksel (trichogram) en huidafkrabsel
  • Schimmelkweek
  • PCR schimmeltest
  • Huidbiopt(en)

Tot slot kan de dierenarts of dermatoloog de Woodse lamp gebruiken als hulpmiddel. Elk onderzoek heeft z’n nadelen. Een betrouwbare uitslag begint tevens bij representatief genomen monster en de ervaring/kennis van de dierenarts. Op de website van VdQd staat heel mooi beschreven waar het in de praktijk fout kan gaan.

Klik op onderstaande kopjes om meer te lezen.

De beste manier om materiaal te verzamelen voor microscopisch onderzoek is de combinatie van haarpluksels en afkrabsels van verdachte huidplekjes. Het vinden van schimmelharen, sporen of hyfen is niet moeilijker dan het microscopisch onderzoek van mijten, bacteriën of gisten. Het vergt echter wel ervaring en kennis van de dierenarts. Met dit onderzoek kan de dierenarts níet bepalen om welke schimmelsoort het gaat.

Door de haren en huidmonsters onder de microscoop te bekijken, kan de dierenarts (mét ervaring) schimmelsporen, hyfen of schimmelharen detecteren. Het vinden van schimmelharen is diagnostisch voor een schimmelinfectie. Samen met huidbiopten is dit enige test waarbij men direct de schimmelinfectie kan waarnemen.

Er wordt geadviseerd om de geïnfecteerde haren te gebruiken voor een schimmelkweek zodat de schimmelsoort gedetermineerd kan worden.  

Bij een schimmelkweek neemt de dierenarts ook monsters van verdachte huidplekjes (haren, schilfers, huid), het liefst aan de rand. Het verkregen materiaal wordt op een speciale groeiplaat aangebracht en kan direct in de praktijk op kweek gezet worden. De dierenarts kan er ook voor kiezen om het monster op te sturen naar een extern laboratorium. Daar zullen getrainde en ervaren laboranten de monsters ‘incuberen’ en beoordelen. 

Dit onderzoek is de enige manier om te beoordelen om welke schimmelsoort en -stam het gaat. Meestal zien we binnen 10-14 dagen groei van witte platte koloniën. Als er gebruik gemaakt wordt van een DTM (Dermatophyte Test Medium) dan hoort er ook een kleuromslag waargenomen te worden (van geel naar rood). 

Het is mogelijk dat de test geen betrouwbare uitslag geeft. De test kan vals negatief zijn als er zgn. saprofieten of andere schimmel op de plaat groeien. Zij zijn minder selectief en benutten alle voedingsstoffen uit de groeiplaat waardoor de ware dermatophyten niet zullen groeien. De test kan ook vals positief zijn. Dit heeft meestal te maken met het aflezen van de test of besmetting via objecten uit de omgeving. 

PCR onderzoek voor dermatophytoses is een relatief nieuwe testmogelijkheid. Het grootste voordeel van deze test is dat de uitslag binnen enkele dagen bekend is, in tegenstelling tot de schimmelkweek waarbij het 1-2 weken duurt. 

De PCR test bepaalt of er DNA van schimmels aanwezig is in het opgestuurde monster (meestal haren). In feite zegt de uitslag van de test niet dat de huidplekjes perse door een schimmel veroorzaakt worden. 
Veel dermatologen maken daarom nog steeds gebruik van een schimmelkweek i.c.m. microscopisch onderzoek. 

Het nemen van huidbiopten voor de diagnose van een schimmelinfectie is bij meeste gevallen niet nodig. Het diagnosticeren van een schimmelinfectie via een huidbiopt gebeurt vaak bij ongewone of zeldzame infecties. 

Hoe zit het dan met de Woodse lamp?
Op het jaarlijkse Europese dermatologie congres (’19) heeft dermatoloog en schimmelexpert Moriello uitgelegd hoe deze lamp werkt en dat het als hulpmiddel gebruikt kan worden. De nadruk in diverse lezingen lag op het feit dat het géén diagnostische test is en dus niet gebruikt kan worden om de diagnose te stellen.

De Woodse lamp is niet perse hetzelfde als een gewone UV lamp of ‘blacklight’. Om een dergelijke lamp voor medische doeleinden te gebruiken, moet de lamp aan een aantal ‘eisen’ voldoen: golflengte van de UV stralen moet tussen de 320 en 400 nm liggen, de lamp moet zonder batterijen functioneren (op stroom) en bij voorkeur een vergrootglas hebben. 

Het onderzoek moet plaatsvinden in een donkere kamer en de Woodse lamp moet dicht op de huid gehouden worden voor een betrouwbare uitslag. Niet alle schimmelsoorten fluoresceren met de Woodse lamp. Als het dier een Microsporum canis infectie heeft dan kleuren de haren appeltjes groen (fluoresceren). Bij onbehandelde dieren kleuren de haren in 90% van de gevallen op.
Maar er zijn meer dingen die fluoresceren, denk aan korstjes en schilfers, zalfjes, talg. Het is dus belangrijk dat de onderzoeker (vaak een dierenarts) weet waar hij/zij naar moet kijken en wanneer de Woodse lamp werkelijk positief is. De fluorescerende haren kunnen gebruikt worden voor een schimmelkweek en microscopisch onderzoek. Pas bij het zien van sporen, hyfen of schimmelharen én een positieve schimmelkweek is de diagnose dermatophytose gesteld. 

Behandeling

De behandeling van schimmelinfecties is een nachtmerrie voor elke dierenarts, dierprofessional en diereigenaar. Bij mensen is een schimmelinfectie in meeste gevallen met een antischimmelzalf te genezen. Bij dieren, met name katten, is dat een ander verhaal.

De behandeling is dan ook multimodaal en bestaat o.a. uit ‘quarantaine’, schoonmaken, lokale behandeling, systemische behandeling en monitoring. 

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Huidplekjes en jeuk aan de kop

wondje op neus kat

Huidaandoeningen van de kop

Katten met huidproblemen hebben regelmatig huidplekjes of jeuk aan de kop. De plekjes en jeuk kunnen zich beperken tot het aangezicht of de oren maar ook uitbreiden naar hals of nek. Er zijn vele ziekten bij de kat die jeuk en huidafwijkingen aan de kop geven.
Mogelijke oorzaken:
1. Virussen
2. Bacteriën
3. Schimmels en gisten
4. Parasieten
5. Allergieën
6. Auto-immuun of immuun gemedieerde aandoeningen
7. Zeldzame aandoeningen
8. Tumoren
9. Uitingen van inwendige ziekte
10. Gedragsgerelateerde problemen
11. Trauma

Virussen

  • Herpes virus (onderdeel van niesziekte)
  • Koepokken virus
  • Papilloma virus

Bacteriën

  • Acne
  • Abces door een bijt- of krabwond
  • Bacteriële ontsteking (van de haarzakjes)

Feline Acne is een veel voorkomend probleem bij katten maar meestal hebben ze hier geen last van. 

Schimmels en gisten

  • Microsporum canis (schimmel)
  • Malassezia dermatitis (gisteninfectie)
  • Cryptococcus infectie (schimmel)

Parasieten

  • Oormijten
  • Schurftmijten
  • Vachtmijten
  • Demodex mijten
  • Oogstmijten (Trombicula autumnalis)
  • Leishmania (komt niet voor in Nederland)

Allergieën

  • Voedselovergevoeligheid
  • Feline Atopie Syndroom (non flea, non food hypersensitivity)
  • Muggenbeetovergevoeligheid
  • Contactallergie

Onderdeel van de allergieën zijn ook het indolent ulcer en eosinofiel granuloom (complex)

Auto-immuun & immuungemedieerde aandoeningen

  • Reactie op bepaalde medicijnen ('cutaneous drug reaction')
  • Pemphigus varianten
  • Vasculitis
  • Lupus varianten

Huidtumoren

  • Plaveiselcelcarcinoom (squamous cell caricnoma, SCC)
  • Basaalcel tumor
  • Fibrosarcoom
  • Lymfoom (epitheliotroop lymfoom, T-cel lymfoom)
  • Mastcel tumor

Door naar de huid te kijken kunnen we vaak een ontsteking en een tumor niet van elkaar onderscheiden. Er is aanvullend onderzoek nodig om uiteindelijk te diagnose te stellen. In meeste gevallen zal de dierenarts huidbiopten moeten nemen. Katten moeten voor dit onderzoek onder narcose gebracht worden. De huidbiopten worden naar een extern laboratorium gestuurd zodat een patholoog er naar kan kijken.

Uitingen van inwendige ziekte

  • Paraneoplastisch syndroom

Plekjes of jeuk aan de kop kunnen ook een uiting zijn van inwendige ziekte. Vaak treden deze klachten op in het kader van ‘paraneoplastische syndromen’. Dit zijn verschijnselen die niet direct door ingroei of massa werking van de tumor worden veroorzaakt. De tumor geeft stofjes af die voor ontsteking, kaalheid of jeuk zorgen. Voorbeelden zijn kaalheid door een alvleeskliertumor, ‘paraneoplastisch exfoliatieve dermatitis’ of exfoliatieve thymoom bij de kat.

Over het algemeen hebben katten met huidproblemen door inwendige ziekte ook nog andere klachten. Denk hierbij aan vermageren, slecht verzorgde vacht, afwijkende geur, slechte eetlust/stoppen met eten, afwijkend gedrag, ernstige ziekte, veel drinken of plassen, etc.

'Trauma'

  • Krab- of bijtwonden (zonder abcesvorming)
  • Ontsteking door hitte (verbranding)
  • 'Frostbite' (ontsteking door kou)
  • Contact dermatitis (na aanraking van irriterende stoffen)
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door Dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update sept 2019. Oorspronkelijk gepubliceerd in 2017

Bronvermelding:
– A Practical Guide to Feline Dermatology van É. Guaguère en P. Prélaud (vertaald door M. Craig)(1999)

Het afweersysteem en atopie

bakstenen muur

Atopische dermatitis

Atopie beschrijft bij de mens een aantal aandoeningen waarbij het immuunsysteem overdreven reageert op stofjes die niet schadelijk voor het lichaam zijn (zoals pollen en huisstofmijten). Mensen met atopie hebben een aanleg voor het ontwikkelen van eczeem, astma of hooikoorts. De overdreven reactie van het afweersysteem noemen we een allergische reactie en ontstaat na blootstelling aan allergenen via de huid of na inademing. Bij dieren spreken we vaak van een omgevingsallergie in plaats van atopie. Veel mensen noemen het voor het gemak “hooikoorts” maar eigenlijk is dit geen terechte benaming.

Atopie bij honden is vergelijkbaar met atopie bij mensen.  Bij atopische honden zien we voornamelijk huidklachten met jeuk en bijkomende huidinfecties. Daarom is ‘atopische dermatitis’ een betere benaming. 
Atopie komt ook bij katten voor, zij hebben net zoals de hond vooral last van huid- en jeuk klachten. Maar er zijn ook veel katten met allergische astma.

Pas sinds de jaren 70 is er steeds bekend over atopie bij de hond. De kennis over allergische huidklachten bij de kat is nog steeds beperkt.   

Atopische dermatitis is een complexe huidaandoening die ontstaat door meerdere factoren. In essentie zien we een ontregeling van de afweerreactie, allergische sensibilisatie, een defecte huidbarrière, microbiële kolonisatie en invloed van omgevingsfactoren. In dit artikel zal ik de ontregeling van het afweersysteem toelichten.

Het afweersysteem

Het afweersysteem wordt ook wel ‘de weerstand’ of het immuunsysteem genoemd. De primaire taak van dit systeem is het lichaam verdedigen tegen mogelijke bedreigingen. Indringers zijn bijvoorbeeld potentiële ziekteverwekkende micro-organismen (bacteriën, gisten, schimmels) en virussen. Het afweersysteem ruimt ook afvalstoffen en zieke lichaamscellen (zoals kankercellen) op. Maar ook bij trauma, wondgenezing en operaties of andere ‘onnatuurlijke’ ingrepen komt de afweer de hoek om kijken.

Niet elke indringer lokt eenzelfde type afweerreactie uit. Het immuunsysteem kan tijdens het bestrijden van de indringer(s) schade toebrengen aan het lichaam. Deze schade moet beperkt worden, ofwel er moet een balans zijn!
De balans tussen bescherming van het lichaam en door de afweer veroorzaakte schade kan verstoord zijn door ziekte, tumoren, een allergie of auto-immuun probleem. Bij auto-immuunaandoeningen werkt de afweer verkeerd en allergische dieren hebben een te sterke afweerreactie (afweer schiet z’n doel voorbij).

In het onderstaande filmpje wordt de afweerreactie en werking van het afweersysteem toegelicht. Het filmpje gaat dan wel over chronische darmziekte bij de mens maar is vergelijkbaar bij huid- en darmproblemen bij honden en katten!

Componenten van het afweersysteem

Het immuunsysteem is niet één ding. Het afweersysteem bestaat uit meerdere componenten en lagen. We maken in ieder geval een onderverdeling tussen de aangeboren en verkregen afweer.

Aangeboren afweer

De aangeboren afweer wordt ook wel de ‘niet-specifieke afweer’ genoemd. Dieren worden er mee geboren: het is een snelle respons van het lichaam tegen potentiële gevaren. Máár de reactie is niet specifiek of nauwkeurig. 

Het lichaam herkent de ziekteverwekkers met een kleine hoeveelheid antennes (receptoren). Echter is de eerste afweerreactie niet specifiek tegen één ziekteverwekker gericht en slaagt er daarom niet altijd in om de ziekteverwekker te elimineren. Vaak remt het aangeboren afweersysteem  mogelijke ziekteverwekkers zodat het verkregen afweersysteem vervolgens in actie kan komen.

De niet-specifieke afweer omvat de eerste en tweede verdedigingslinie. De eerste verdediging bestaat uit diverse (fysieke) barrières en afweermechanismen zoals niezen of hoesten. Bij een barrière kun je denken aan de vacht, huid(barrière), traanvocht en maagzuur. 
De tweede lijn van de verdediging is een ‘ingebakken’ systeem dat ervoor zorgt dat het afweersysteem snel kan reageren op bacteriën en virussen die het lichaam binnendringen. Binnen de tweede verdedigingslinie bestaan er meerdere manieren om af te weren: fagocytose (witte bloedcellen kunnen ziekteverwekkers ‘opeten’), anti-microbiële peptiden (eiwitten die tegen bacteriën werken) en natural killer cellen (NK-cellen). De ontstekingsreactie van witte bloedcellen is één van de belangrijkste onderdelen.

Verkregen afweer

De verkregen afweer ontwikkelt zich in een later stadium gedurende het leven. Dit deel van het immuunsysteem bestaat uit een cellulaire en humorale respons. De verkregen afweer wordt ook wel ‘verworven’ of ‘specifieke afweer’ genoemd.

De reacties van dit deel van de afweer zijn specifiek gericht tegen bepaalde ziekteverwekkers. Het lichaam komt bijvoorbeeld in aanraking met het parvovirus (hond) of calicivirus (kat) en door een cascade aan reacties maakt het lichaam antilichamen tegen deze virussen aan. Bij herhaalde blootstelling is de afweer dan in staat om sneller en heviger te reageren (‘afweer opbouwen’ door middel van geheugencellen).

De cellulaire respons is gericht tegen geïnfecteerde lichaamscellen. De humorale respons is gericht tegen ‘antigenen’ door de productie van antilichamen.
Lymfocyten zijn een belangrijk onderdeel van het verworven immuunsysteem. Het zijn speciale witte bloedcellen die het lichaam verdedigen. Er bestaan meerdere soorten met elk een eigen specifieke functie (bv. T-cellen en B-cellen). Met name de T-lymfocyten (T-cellen) spelen een grote rol bij enkele huidproblemen (atopie, demodicosis).

Waar gaat het bij een allergie mis?

Bij allergische dieren maakt het afweersysteem van een mug een olifant én functioneren niet alle onderdelen van het gehele afweersysteem naar behoren. 

Huidbarrière

De huidbarrière bestaat uit meerdere onderdelen waarbij de vetlaag tussen de huidcellen en de huidcellen zelf erg belangrijk zijn. De huidbarrière wordt vaak vergeleken met een bakstenen muur met cement. De bakstenen zijn de huidcellen van de opperhuid (keratinocyten) en het cement is de vetlaag ertussen.
Deze combinatie zorgt ervoor dat ziekteverwekkers en andere indringers de huid niet kunnen binnen dringen en vocht niet kan uittreden (voorkomt uitdroging van de huid). Het is een waterafstotende en goed afsluitbare barrière. 

Bij honden met atopie, en waarschijnlijk ook katten, is de bakstenen muur met cement niet goed gevormd. Vocht treedt uit en allergenen dringen de huid binnen. Hierdoor komen de allergenen sneller in aanraking met het afweersysteem, welke bij het doorbreken van de eerste verdedigingslinie in actie komt.
Helaas gaat het nog op meerdere fronten mis. Denk hierbij aan de huidflora en andere afweermechanismen van het aangeboren afweersysteem.

Overdreven afweerreactie

Het afweersysteem komt de gehele dag met allerlei lichaamsvreemde stofjes in aanraking. Pas als de eerste en tweede verdedigingslinies doorbroken zijn komt het verkregen afweersysteem in actie. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, hebben allergische honden en katten een verminderde weerstand (o.a. door defecte huidbarrière). 

In de huid zijn speciale cellen van het afweersysteem aanwezig, zgn. ‘antigeen presenterende cellen’ (APCs). Deze cellen worden getriggerd door infecties (bacteriën, gisten, virussen, parasieten), toxinen (van het lichaam zelf of buitenaf), peptiden in het eten, allergenen en soms ook medicijnen. APCs zullen na het herkennen van potentiële gevaren andere cellen van het verkregen afweersysteem optrommelen (bijvoorbeeld T-cellen). Bij een defecte huidbarrière worden deze cellen sneller getriggerd en komt het verkregen afweersysteem in actie. 

Bij honden en katten met atopische dermatitis werkt het verkregen afweersysteem niet helemaal zoals het hoort. Het verkregen afweersysteem signaleert de potentiële gevaren en zal de indringers opruimen. Normaliter is er een balans. Bij allergieën blijft het afweersysteem reageren op onschadelijke stofjes (huismijten, pollen). Het maakt van een mug een olifant en het lichaam is niet meer in staat om de balans te herstellen. 

Het is zelfs zo dat er uiteindelijk een verschuiving plaatsvindt waardoor het afweersysteem door de aanmaak van antilichamen steeds sneller en heviger kan reageren op deze potentiële gevaren. We noemen dat proces ‘sensibilisatie’. Het lichaam wordt overgevoelig voor […]. Doordat de balans niet hersteld kan worden, blijft het afweersysteem actief. Dit kost enorm veel energie en dat gaat ten koste van de gezondheid van de hond of kat. Ook zorgt de ontstekingsreactie van het afweersysteem voor ontstekingen en jeuk. Door het krabben en likken raakt de huidbarrière verder verstoord. Het dier komt in een neerwaartse spiraal terecht. Niets doen is geen optie!

Om deze cascade aan reacties te doorbreken en verergering van de allergie, jeuk en klachten te voorkomen, schrijven dierenartsen medicatie voor. De enige manier om de afwijkende reactie van het afweersysteem aan te passen is immuuntherapie (desensibilisatie).

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update februari 2020. Oorspronkelijk gepubliceerd op 19 juli 2017

Allergie gevoelige rassen

Allergische huidklachten

Huidallergieën zien we al jarenlang regelmatig bij honden en katten. We maken hierbij een onderscheid tussen vlooienallergie, voedselgerelateerde jeuk (voedselovergevoeligheid) en omgevingsallergie (atopische dermatitis, Feline Atopie Syndroom).

 In Nederland heb ik maar weinig honden met een vlooienallergie gezien, terwijl in Amerika dat de meest voorkomende huidaandoening bij honden is.
Zo’n 10 tot 15 procent van de honden lijkt last te hebben van atopische dermatitis (omgevingsallergie). Voor voedselovergevoeligheid zijn er geen exacte getallen bekend. Het lijkt erop dat voedsel een rol speelt bij 1 tot 2 procent van de honden die bij de dierenarts komt. Bij honden met huidproblemen kan het oplopen tot 24% en van de honden met jeuk kan tot 40% een negatieve reactie op iets in de voeding laten zien.

Bij katten zien we dat veruit de meeste huidklachten en jeuk door parasieten, bv. vlooien(allergie) worden veroorzaakt. Er zijn veel minder onderzoeken over de incidentie van huidallergieën bij de katten.
Feline Atopie Syndroom (omgevingsallergie) lijkt niet vaak voor te komen bij katten; waarschijnlijk heeft maar 1% van de katten hier last van. Bij katten met jeuk en huidklachten liggen de percentages tussen de 12,5 en 30%. Voedselovergevoeligheid wordt minder vaak gezien: van de katten met huidproblemen lijkt bij 3 tot 6% voeding de oorzaak. Bij katten met jeuk heeft 12-21% last van voedselovergevoeligheid. Mijn ervaring is dat het percentage hoger ligt. Ik zie regelmatig katten met huid-, jeuk en maag-darm klachten waarbij voeding uiteindelijk voor verbetering van de klachten zorgt.

Genetische predispositie

Huidallergieën zijn complexe aandoeningen waarbij verschillende type overgevoeligheidsreacties en factoren voor klachten zorgen.

Bij honden met een omgevingsallergie weten we dat genetische aanleg een belangrijke oorzaak is voor het al dan niet ontwikkelen van klachten. Maar dit is zeker niet de enige oorzaak! 
De dermatologen van het Medisch Centrum voor Dieren hebben een stukje over erfelijkheid en atopie geschreven.

Hieronder kun je een overzicht met allergie gevoelige rassen zien.

Deze lijst is samengesteld op basis van meerdere wetenschappelijke onderzoeken (wereldwijd) en mijn ervaring als dermatologie-dierenarts. Naast de onderstaande elf hondenrassen zijn er nog veel meer rassen waarbij atopische dermatitis vaker wordt gezien. Voor voedselovergevoeligheid is er naar mijn weten geen lijst met gevoelige rassen. 
Uit de literatuur blijkt dat er drie kattenrassen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van omgevingsallergie. Deze rassen zie ik zelden in de praktijk waardoor ik niet durf te zeggen of dit klopt of niet. Daarnaast is er natuurlijk ook een verschil tussen de genenpoel in Nederland en het buitenland. Maar ook de puppyhandel/broodfok zal een grote rol spelen in de gezondheid van een ras (look-a-like versus stamboomhonden).

Kruisingen

Er wordt altijd gezegd dat kruisingen en vuilnisbakkenrassen gezonder zijn en langer leven. Als we kijken naar huidproblemen zoals omgevingsallergie dan geldt dat helaas niet voor kruisingen van allergie gevoelige rassen. Zo zien we heel veel problemen bij Boomers en Doodles (m.n. Labradoodles). 

Ook de gewone ‘Europese korthaar’ ofwel huis-tuin-keuken kat staat stipt op nummer 1 als het gaat om huidklachten zoals jeuk en allergieën (in vergelijking met andere rassen). Ik zie veel meer Europese kortharen dan raskatten (gezond of ziek). 

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Dikke bovenlip bij de kat

Hé dat ziet er gek uit

indolent ulcus dikke lip kat

Op de foto zie je een kat met een dikke bovenlip (eenzijdig). De haren zijn verdwenen en de huid is kapot. Een diepe beschadiging zoals op de foto noemen we een zweer. De medische term is een ulcer/ulcus: het is een diep defect van de huid. Soms lijkt het net een krater.

We noemen deze huidafwijking van de foto een ‘indolent ulcus’. Indolent kan wijzen op de afwezigheid van pijn óf het feit dat de zweren vaak niet uit zichzelf genezen. 

Bij de kat komt zweervorming van de bovenlip voor als onderdeel van het eosinofiel granuloom complex. Veel katteneigenaren of professionals in de dierenbranche hebben hier weleens van gehoord.
Het is een van de huidreactiepatronen bij de kat. Verschijnselen van het dit complex zijn meestal een uitingsvorm van jeuk of een allergische huidaandoening maar kunnen ook door andere huidziekten worden veroorzaakt.​

Helaas kunnen we op basis van het zien van een dikke of kapotte bovenlip geen diagnose stellen. 

Eosinofiel granuloom complex (EGC)

Onderdeel van het EGC zijn:

  1. Indolent Ulcus
  2. Eosinofiel granuloom
  3. Lineair granuloom
  4. Eosinofiele plaque

Het is belangrijk om te realiseren dat de diverse vormen van het eosinofiel granuloom complex dus géén diagnoses zijn. Het zijn enkel beschrijvingen van het type huidklachten dat we zien.  

Indolent ulcus

Katten met een indolent ulcus hebben vaak geen last van deze vervelend uitziende huidafwijking. Op onderstaande foto’s zien we een jonge kat met beiderzijds op de bovenlip een indolent ulcus. Het kan beginnen als een kleine zwelling (linker foto) en later uitbreiden naar de mondhoeken met de vorming van zweren (rechter foto).

Symptomen

De zwelling en zweren ontstaan doorgaans op de middenlijn van de bovenlip. Regelmatig zien we dat het begint met een klein plekje waar hoektanden van de onderkaak de lip raken.

Een indolent ulcus kan aan één kant of twee kanten ontstaan. Over het algemeen zien we de huidbeschadigingen alleen op de bovenlippen. Maar in enkele gevallen doen de onderlippen of het harde gehemelte in de bek ook mee.

Vaak zien de zweertjes er droog en rood-bruin tot geel uit. Dikwijls raken de zweren geïnfecteerd door bacteriën uit de bek. 

Diagnose

Ondanks meeste katten met een indolent ulcus een onderliggende allergie hebben, is het toch belangrijk om infecties en tumoren uit te sluiten. Andere aandoeningen die gepaard kunnen gaan met zwelling van de bovenlip en zweervorming zijn virale ontstekingen van de lip (herpes, calici, retrovirus) en cryptococcosis (een diepe schimmelinfectie die niet veel voorkomt in Nederland).

Om de onderliggende oorzaak te achterhalen (= een diagnose stellen) kunnen er diverse onderzoeken gedaan worden:

  • Controle op vlooien en vlooienpoepjes (let op: het niet zien van vlooien betekent niet dat de kat ze niet heeft!)
  • Huidafkrabsels (controle op demodex- of schurftmijten)
  • Cytologisch onderzoek (om een infectie te onderzoeken)
  • Schimmelkweek
  • Aanvullende testen voor virussen (herpes, calici of poxvirus) en diepe schimmels
  • Biopten voor weefselonderzoek (om tumoren en auto-immuunziekten uit te sluiten)

Niet bij elke kat zijn alle bovenstaande onderzoeken nodig! Bij jonge katten denken we eerder aan infecties (schimmel, virussen, etc.) en allergieën terwijl we tumoren vaker bij oude dieren zien. De dierenarts zal op basis van het signalement (leeftijd, ras, geslacht), de anamnese en ziektegeschiedenis en het lichamelijk onderzoek een plan van aanpak opstellen. Omdat we op basis van de symptomen géén diagnose kunnen stellen, moet de dierenarts dus zoveel mogelijk informatie verzamelen om de oorzaak te achterhalen.

Stappenplan

Binnen de dermatologie werken we veel met stappenplannen. Omdat het indolent ulcus één van de huidreactiepatronen is en meestal wijst op een jeukende of allergische aandoening, volgen we onderstaand stappenplan:

  1. Parasieten zoals vlooien en mijten
  2. Huidinfecties (bacteriën, gisten, schimmels)
  3. Allergieën (vlooien, voedsel, omgeving)
  4. Overige aandoeningen

Bij katten met huidproblemen en/of jeuk is het belangrijk om parasieten en infecties uit te sluiten of te onderzoeken. Omdat katten met jeuk overmatig poetsen kunnen ze elk bewijs voor vlooien wegnemen. Als de kat nog niet (preventief) behandeld wordt tegen vlooien (en mijten) dan is mijn advies om dit als eerste stap wél te doen. 

De dierenarts kan huidinfecties uitsluiten en indien aanwezig behandelen. Meestal is een huidinfectie een bijkomende zaak en géén directe oorzaak. Diepe schimmels zijn hier een uitzondering op. Daarbij geldt overigens wel dat de schimmel voor problemen kan zorgen als de afweer van het dier verlaagd is. Dit kan een medische oorzaak hebben. 

Allergieonderzoek bij katten is beperkt. Zo bestaan er geen betrouwbare testen om een voedsel- of omgevingsallergie te diagnosticeren.

Met een goede vlooienbestrijding zullen katten met een vlooienallergie opknappen en zal de zweer genezen/weggaan. Een voedselovergevoeligheid (oude term: voedselallergie) kan gediagnosticeerd worden middels een zgn. eliminatiedieet. Hierbij laten we álle voedingsstoffen weg die de kat in het verleden heeft gegeten. We introduceren een nieuwe dierlijke eiwitbron en als we kiezen voor brokken het liefst ook een nieuwe koolhydraatbron. Als de klachten met 8-12 weken verdwijnen of verminderen en terugkeren bij het geven van het oude dieet of snoepjes (= provocatie) dan is de diagnose voedselovergevoeligheid gesteld. 

Allergische oorzaak

We kunnen het ons bijna niet voorstellen dat katten met een indolent ulcus (eenzijdig of beiderzijds) géén jeuk of pijn ervaren. Hoe kan het dan dat meeste katten met een indolent ulcus een allergie hebben?

Honden en katten met allergieën hebben namelijk eigenlijk altijd jeuk, toch? Het is één van de hoofdcriteria om te bepalen of er sprake zou kunnen zijn van een allergische aandoening. 

In veel gevallen is de oorzaak van het indolent ulcus een vlooienallergie. Katten met jeuk vertonen overmatig poetsgedrag. Een mogelijke verklaring voor het ontstaan van het indolent ulcus is het overmatige likken van de huid. De lippen raken geirriteerd en ontstoken. Haren vallen uit, de huid wordt dikker en gaat kapot. 

Niet alleen uit onderzoek blijkt dat katten met verschijnselen van het EGC vaak een onderliggende allergie hebben. Ook in de praktijk zien dierenartsen en dermatologen regelmatig katten met een vlooien-, voedsel of omgevingsallergie die bij correcte behandeling en klinische opwerking volgens een strikt stappenplan, aanzienlijk verbeteren.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste versie juli 2019. Oorspronkelijk gepubliceerd op 21 juni 2017