Te traag werkende schildklier: diagnose

dikke hond schildklier?

Hypothyreoïdie bij de hond

Een van de meest voorkomende hormonale aandoeningen bij de hond is hypothyreoïdie. ‘Hypo’ betekent weinig of minder dan en ‘ thyroïd’ is de medische term voor schildklier.
Bij hypothyreoïdie werkt de schildklier niet zoals het hoort en is er een tekort aan schildklierhormonen. Er wordt vaak gezegd dat de hond dan een te traag werkende schildklier heeft maar in werkelijkheid is er sprake van ernstige functieverlies tot verwoesting van de schildklier.

Oorzaak van het tekort

Bij meeste honden is er sprake van een verwoesting van de schildklier. Dit gaat gepaard met vele klachten omdat schildklierhormonen een belangrijke rol in de stofwisseling innemen.

Er zijn twee oorzaken voor de verwoesting van de schildklier. De schildklier kan door een auto-immuun reactie kapot gaan of door onbekende oorzaak, in het laatste geval noemen we het ‘idiopathisch’. Aan de buitenkant kunnen we niet zien of het om de immuungemedieerde of idiopathische variant gaat.

Bij de auto-immuun variant maakt het afweersysteem antilichamen tegen de cellen van de schildklier aan. Hierdoor raakt de schildklier ontstoken en gaat het weefsel kapot. Deze immuungemedieerde schildklieraandoening kent een genetische basis. Hypothyreoïdie komt dan ook bij bepaalde hondenrassen vaker voor. 

De schildklierpatiënt

De diagnose ‘hypothyreoïdie’ als oorzaak van huidklachten wordt in de praktijk erg vaak gesteld. Ondanks het één van de meest voorkomende hormonale problemen is, is deze aandoening in de dermatologie overgediagnosticeerd. Dat betekent dat veel honden gediagnosticeerd worden met een te traag werkende schildklier terwijl dit niet de werkelijke oorzaak van de huidklachten is.

Het verwarrende is dat veel honden met een normale schildklierfunctie alsnog verbeteren op schildkliermedicatie. Er wordt zelfs geschat dat ongeveer 60-70% van de honden die behandeld worden met schildklierhormoon géén hypothyreoïdie heeft, aldus prof. dr. Hans Kooistra.

De diagnose “Hypothyreoïdie”

Het beoordelen van de schildklierfunctie wordt meestal via een bloedonderzoek gedaan. Er zijn veel factoren die de aanwezigheid van het schildklierhormoon in het bloed beïnvloeden. Denk hierbij aan de leeftijd van de hond, het ras, lichaamsconditie, grootte van het dier, inspanning en medicijnen (bv. NSAIDs, hartmedicatie).

Ook gedurende de dag varieert de concentratie van het schildklierhormoon in het bloed. Het tijdstip van de bloedafname kan dus technisch gezien van invloed zijn.
In de praktijk betekent dit dat een hond met een gezonde schildklierfunctie op een bepaald moment van de dag een te lage schildklierwaarde kan hebben. Maar dat wil niet meteen betekenen dat de hond een te traag werkende schildklier heeft.

Totaal T4: totaal thyroxine concentratie in het bloed

Om in de praktijk te voorkomen dat er een verkeerde diagnose wordt gesteld, is het advies om de schildklierwaarde (totaal T4) alleen te bepalen bij dieren met klachten die passen bij hypothyreoïdie.

De totale thyroxine concentratie in het bloed noemen we het totaal T4. Het is een goede screening test: 90% van de honden met hypothyreoïdie heeft een lage totaal T4 waarde. Ongeveer 10% heeft een laag-normale T4 waarde.

Vrij totaal T4

De meest gevoelige en betrouwbare bloedtest om de schildklierfunctie te bepalen is het vrije totaal T4. Deze test kost iets meer geld en kan niet bij elk laboratorium uitgevoerd worden. De sensitiviteit en specificiteit van deze test liggen boven de 90% waardoor de kans op vals positieve én negatieve uitslagen klein is.

TSH waarde

In combinatie met de TSH waarde kunnen we met meer zekerheid de juiste diagnose stellen (sensitiviteit en specificiteit stijgen tot 100% bij een laag totaal T4 of vrij totaal T4).

TSH staat voor thyreoïd (=schildklier) stimulerend hormoon. Als er te weinig schildklierhormoon (T4) in het bloed circuleert dan wordt er meer TSH afgegeven in de hersenen. Dit hormoon stimuleert de schildklier om meer schildklierhormoon te produceren. Bij een te traag werkende schildklier en te weinig schildklierhormoon verwachten we dus een hoge TSH waarde.

Helaas is de TSH waarde maar bij 65-75% van de honden met hypothyreoïdie verhoogd. Dat betekent dat 25-35%  van de honden mét hypothyreoïdie een normale TSH waarde heeft.

Het advies: welke testen zijn belangrijk?

Geen enkele test is 100% betrouwbaar.

Om de schildklierfunctie te beoordelen is het combineren van testen belangrijk. En misschien is het wel het allerbelangrijkste dat het plaatje moet kloppen.
De hond moet dus klachten hebben passende bij hypothyreoïdie. Alleen op basis van een lage T4 waarde kunnen we geen diagnose stellen!

Voor het stellen van de diagnose ‘hypothyreoïdie’ is het advies om de totaal T4 waarde (en/of vrij totaal T4) te bepalen samen met de TSH waarde én deze resultaten te beoordelen op basis van de klachten van de hond.

Wanneer klopt het plaatje?

Een typische hond met hypothyreoïdie is:

  • van middelbare leeftijd (gemiddelde leeftijd = 7 jaar)
  • een rashond
  • sloom
  • sneller moe
  • te zwaar ondanks geen veranderingen in voedselpatroon

Daarnaast hebben veel honden met hypothyreoïdie:

  • kaalheid (meestal op flanken, symmetrisch aan beide kanten)
  • bijkomende huidinfecties (en daardoor jeuk)
  • seborroe (droge of juist vette vacht en huid)

Minder voorkomende symptomen:

  • teef: onvruchtbaarheid / afwijkende loopsheid
  • myxoedeem (zorgt voor ‘tragische’ gezichtsuitdrukking)
  • hart- en vaatafwijking (o.a. trage hartslag)
  • afwijkingen aan spieren en zenuwen (kreupelheid, stijfheid)
  • oorontsteking
  • gegeneraliseerde demodicosis (demodex mijten)

Hormonale kaalheid

Bij meer dan 70% van de honden met hypothyreoïdie wordt hormonale kaalheid gezien. De kaalheid kan zich op twee manieren uiten:

  • Complete kaalheid (alopecia)
  • Verminderde beharing (hypotrichosis)

Bij symmetrische kaalheid van de flanken (zowel links als rechts) denken mensen meteen aan hormonale problemen zoals hypothyreoïdie of de ziekte van Cushing. Echter begint de kaalheid meestal niet op de flanken. Veel honden ontwikkelen kale plekken of dunne beharing op plekken die blootgesteld worden aan wrijving: staart, buik, achterzijde dijen en neusrug. Pas later ontstaat de typische kaalheid op de flanken.

Maar mijn hond heeft huidklachten én een te lage schildklierwaarde ...

Het komt regelmatig voor dat honden met huidklachten gediagnosticeerd worden met hypothyreoïdie terwijl de schildklier prima functioneert. Er wordt toch een lage schildklierwaarde gemeten en met schikdkliermedicatie knapt de hond zienderogen op. 

Wat is er aan de hand?

‘Sick Euthyreoid Syndroom’ – SES

We spreken van SES als een dier ziek is en de ziekte de uitslag van de schildkliertesten beïnvloed. De ziekte heeft echter meestal geen direct effect op de schildklier.

Hoe ernstiger de ziekte, hoe groter de veranderingen van de schildklierwaarde. Het vrije totaal T4 wordt minder beïnvloed door ziekte dan de totaal T4 waarde, de TSH waarde wordt zelden beïnvloed. Een lage T4 waarde bij een ziek dier kan dus voor een onterechte diagnose ‘hypothyreoïdie’ leiden.

Conclusie

Hypothyreoïdie is één van de meest voorkomende hormonale ziektes bij honden. Helaas is het stellen van de diagnose niet zo eenvoudig als het lijkt. Veel honden worden ten onrechte met schildkliermedicatie behandeld. Om deze reden is het belangrijk dat we de juiste testen aanvragen bij de juiste patiënten. Niet elke hond met kaalheid of elke slome hond met overgewicht heeft hypothyreoïdie.

© 2020 Huidadvies voor dieren.
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd in 2018.