Kruisreacties en kruisbesmetting

Het eliminatiedieet

Honden en katten met jeuk of maag-darm klachten kunnen last hebben van een voedselovergevoeligheid. De klachten kunnen ontstaan door een intolerantie of allergie voor een of meerdere ingrediënten in de voeding, tussendoortjes of kauwartikelen. 

Om de rol van voeding te onderzoeken maken dierenartsen en specialisten gebruik van een zogenoemd eliminatiedieet. Hierbij worden alle voedingsmiddelen die het dier eerder gegeten heeft geëlimineerd en introduceren we een nieuw dieet zónder extraatjes. De hond of kat krijgt dus alleen het gekozen dieet te eten (vlees of brok). 

Het eliminatiedieet moet een langere periode volgehouden worden, de richtlijn is tenminste 6 weken. Bij honden met oorproblemen en katten in het algemeen wordt het eliminatiedieet vaak verlengd tot 12 weken (of langer). 

Keuze van het dieet en de betrouwbaarheid

Het klinkt simpel: we laten álles weg wat de hond of kat eerder gegeten heeft en we geven een compleet nieuw dieet met nieuwe ingrediënten. Echter komt er bij een betrouwbaar eliminatiedieet veel meer kijken. 

De keuze van het dieet bepaalt voor een groot gedeelte de betrouwbaarheid. Met behulp van dit dieet kan de dierenarts of specialist een diagnose stellen. Een goed gekozen en uitgevoerd eliminatiedieet geeft antwoord op de vraag ‘worden de klachten veroorzaakt door een negatieve reactie op iets in de voeding?‘.
Met andere woorden: heeft mijn hond of kat een voedselovergevoeligheid?

Over het algemeen is het eliminatiedieet voor zowel eigenaar als dier geen pretje. De hond of kat mag gedurende een aantal weken géén snoepjes, menseneten en kluifjes meer krijgen. Veel eigenaren vinden het moeilijk om hun huisdier niets anders te geven dan brokken of vlees. Het is mede daarom aan te raden om één keer goed het dieet uit te voeren, dan elke keer van voeding te wisselen zonder duidelijk plan of te weten waar je op moet letten en waar je nou eigenlijk mee bezig bent. Want niet elk dieet is even betrouwbaar

Betrouwbaarheid van het dieet

Voedselovergevoeligheid is een complexe aandoening waarbij de klachten door een of meerdere mechanismen ontstaan. Daarom is het ook niet mogelijk om met een bloedonderzoek of andere testen de diagnose te stellen. Aan de buitenkant kunnen we niet zien op welke manier de klachten ontstaan (als deze al door een negatieve reactie op de voeding veroorzaakt worden). Om de kans op een juiste diagnose zo groot mogelijk te maken, willen we een zo zuiver mogelijk eliminatiedieet kiezen en uitvoeren. 

Dieren reageren meestal averechts op dierlijke eiwitten maar andere eiwitstructuren kunnen ook reacties uitlokken. Voor sommige dieren maakt het ook uit of het eiwit bewerkt c.q. verhit is of rauw aangeboden wordt. Zo zijn er dieren die wel tegen gekookte kip kunnen maar van rauwe kip klachten krijgen. 

Een betrouwbaar en zuiver eliminatiedieet, is een dieet dat o.a. rekening houdt met:
– keuze van dierlijke eiwitten
– keuze van koolhydraten (bv. uniek en vrij van eiwitten)
– samenstelling van het voer
– bereiding van het voer (in de fabriek)
– kans dat het lichaam negatief reageert op de ingrediënten

Meeste commerciële diëten (vers vlees, brokken en blikvoeding) zijn níet geschikt als eliminatiedieet.
Vaak ook niet als dit voer voor de hond of kat nieuwe ingrediënten bevat. Dit heeft niet alleen te maken met de bovenstaande punten maar ook met kruisreacties en kruisbesmetting (zie verder).

Gehydrolyseerde eiwitten

In de loop van de jaren zijn er brokken op de markt gekomen met zgn. ‘gehydrolyseerde eiwitten’. Dit zijn eiwitten die in kleine stukjes geknipt zijn, hierdoor zal het afweersysteem de eiwitten minder snel herkennen en overmatig of afwijkend hierop reageren. Om deze reden worden diëten met gehydrolyseerde eiwitten vaak ‘hypoallergeen’ genoemd. De kans op een negatieve of allergische reactie is kleiner in vergelijking met normale voeding.

De grootte van de eiwitten bepaalt of het afweersysteem de eiwitten kan herkennen. Hoe kleiner de eiwitten, hoe kleiner de kans en des te betrouwbaarder het dieet is. Om de grootte van gehydrolyseerde eiwitten aan te duiden wordt de massa-eenheid Dalton (Da) gebruikt. Tussen de 1-40 kDa (kilo Dalton) kunnen er reacties ontstaan, meestal tussen 15 en 40 kDa.  Niet elke brok met gehydrolyseerde eiwitten bevat even grote eiwitten, Royal Canin Hypoallergenic bevat bijvoorbeeld gehydrolyseerde eiwitten tussen de 3 en 5 kDa terwijl de Anallergenic brokken van Royal Canin de allerkleinste eiwitten bevat (minder dan 1 kDa). Om deze reden adviseren veel dierenartsen en dermatologen Royal Canin Anallergenic. Deze brok lijkt de nieuwe ‘gouden standaard’ te zijn. 

Kruisreactie

Voedselovergevoeligheid is de overkoepelende term voor voedselintolerantie en -allergie. Zoals hierboven te lezen is, kunnen de klachten bij voedselovergevoeligheid op meerdere manieren ontstaan. Bij een intolerantie ontstaat er in het maag-darmkanaal een abnormale reactie op de voeding terwijl bij een allergie de negatieve reactie door een overmatige of afwijkende reactie van het afweersysteem ontstaat.

Hoe ontstaan de klachten?

Bij een negatieve reactie op de voeding wordt er een onderscheid gemaakt tussen een immunologische (allergie, anafylaxie) en niet-immunologische reactie (intolerantie). Een niet-immunologische reactie kan verder onderverdeeld worden in:

  • stofwisselingsreactie, bv. een tekort aan een bepaald enzym zoals bij lactose-intolerantie
  • voedselvergiftiging, bv. door toxinen of bacteriën in het voer
  • malabsorptie: voedingstoffen kunnen niet opgenomen worden
  • farmacologische reactie: stofjes in de voeding veroorzaken bijwerkingen bij gevoelige dieren (bv. cafeïne inname en hartkloppingen)
  • reactie op stoffen die van nature in de voeding voorkomen, bv. histamine 
  • overige groep (‘food idiosyncrasy’): het is niet bekend waardoor de klachten ontstaan (bv. reactie op conserveringsmiddelen en kleurstoffen)

Bij een intolerantie ontstaan de klachten vaak geleidelijk en kan er sprake zijn van een grenswaarde (bij een bepaalde hoeveelheid ontstaan er klachten). Als het dier niet meer blootgesteld wordt aan de trigger dan verdwijnen de klachten doorgaans vanzelf.

Bij een immunologische reactie is het afweersysteem betrokken. Er zijn vier type overgevoeligheidsreacties bekend (type I, II, III en IV). Een combinatie van allergische reacties is ook mogelijk. Type I is waarschijnlijk de meest bekende overgevoeligheidsreactie, hierbij maakt het afweersysteem antilichamen die voor de klachten zorgen. Bij een hond of kat met een voedselovergevoeligheid kunnen type I, III en IV reacties gezien worden.

Bij een voedselallergie reageert het afweersysteem in de regel overmatig en afwijkend op een of meerdere voedingsstoffen (bijna altijd zijn dit de eiwitten in de voeding).
Witte bloedcellen (B-lymfocyten) maken antilichamen aan waardoor er allergische ontstekingsreacties ontstaan. Hierdoor kan de hond of kat een scala aan klachten ontwikkelen (jeuk, oorontsteking, andere huidklachten maar ook braken en diarree).
Bij een type IV overgevoeligheidsreactie ontstaan er ontstekingen doordat het afweersysteem zich tegen bepaalde stofjes richt (bv. voedingsstoffen, pollen, huismijten). In tegenstelling tot de andere type overgevoeligheidsreacties duurt het bij een type IV reactie langer voordat er klachten ontstaan. Om deze reden kunnen sommige dieren pas na maanden of jaren ‘ineens’ klachten ontwikkelen (terwijl ze al langere tijd hetzelfde voer krijgen).

Voedselallergie en kruisreacties

Omdat het afweersysteem bij een voedselallergie niet goed werkt, kunnen de afweercellen ook overmatig reageren op andere (verwante) stoffen. Bij een allergische reactie reageert het afweersysteem voornamelijk op eiwitten, waarbij dierlijke eiwitten in de voeding de belangrijkste triggers zijn. 

Eiwitten zijn opgebouwd uit ketens aminozuren. Sommige eiwitten lijken qua structuur heel erg op elkaar maar verschillen net op enkele punten. Hierbij kun je denken aan ‘verwante’ diersoorten, bv. kip en ander gevogelte of rund en lam. Maar kruisreacties zijn niet altijd voor de hand liggend. Zo lijkt het kip-eiwit qua structuur op het vis-eiwit waardoor honden met een allergie voor kip, óók averechts kunnen reageren op vis (dit is middels wetenschappelijk onderzoek aangetoond bij mensen en honden, we weten niet of dit ook bij de kat voorkomt).

Bij dieren met een voedselallergie kan het dus voorkomen dat het lichaam ook reageert op andere eiwitten* of voedingsstoffen. Om deze reden is het advies om niet alleen een nieuwe eiwitbron te selecteren voor het eliminatiedieet, maar ook rekening te houden met eventuele kruisreacties.

*dikwijls zijn dieren allergisch voor meer dan één voedingsstof

Kruisbesmetting

De betrouwbaarheid van het eliminatiedieet wordt ook bepaald door de eventuele mogelijkheid op kruisbesmetting. Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product. 

Kruisbesmetting is een ‘probleem’ bij alle commerciële diëten, zowel brokken als vers vlees producten. Maar ook bij de slager of thuis kan er kruisbesmetting optreden. Het is niet bekend of de kleine hoeveelheden die onbedoeld in het eindproduct terecht zijn gekomen, ook reacties kunnen uitlokken. We weten bij mensen met een pinda-allergie dat kleine hoeveelheden al kunnen leiden tot klachten. Vanuit deze kennis, nemen we aan dat dit ook bij honden of katten het geval kan zijn. Bij het kiezen en beoordelen van een eliminatiedieet is het dan ook belangrijk om hier rekening mee te houden. 

Voorheen was het ‘zelfkook’ dieet de eerste keuze om voedselovergevoeligheid uit te sluiten of te bevestigen. Behalve dat het zelfkook dieet niet alle voedingsstoffen bevat die het dier nodig heeft, is er ook een kans dat er kruisbesmetting optreedt. Als het vlees in aanraking komt met andere producten (in de fabriek of bij de slager) raakt het gecontamineerd. Het lichaam kan op deze ongewenste voedingsstoffen reageren terwijl het gekozen dieet (vlees, brok) compleet nieuw is qua samenstelling. Het eliminatiedieet is dan ineens niet meer betrouwbaar. Om deze reden wordt er steeds minder vaak gekozen voor een zelfbereid dieet. 

‘Zelfkook dieet’: KVV en BARF als eliminatiedieet

Steeds meer mensen voeren vers vlees aan hun huisdieren. Er zijn dan ook een hoop verkooppunten voor KVV en BARF producten. KVV staat voor ‘kant en klaar vers vlees’ en BARF is de afkorting voor ‘bones and raw food’. 

Als je kiest voor een zelfkook dieet met KVV en BARF producten, dan is het belangrijk om te realiseren dat (net zoals met veel commerciële brokken en blikvoeding) er een risico is op kruisbesmetting. Onderstaande foto is genomen in een fabriek waar KVV en BARF producten worden bereid. In KVV worsten zit meestal spiervlees, botten en organen. Deze worden in een soort gehaktmolen/shredder gegooid en komen in de bak op de foto terecht. Vanuit deze bak komt het gemalen product in een machine terecht waar de uiteindelijke worsten gemaakt worden. Tussen de verschillende eindproducten door wordt de machine en bak niet schoongemaakt. Er is dan ook een reële kans dat er in de KVV worsten andere voedingsstoffen zoals dierlijke eiwitten terecht zijn gekomen. 
Bij BARF producten kan er ook kruisbesmetting optreden zoals dit bij de slager of thuis mogelijk is. Als er tussen het bereiden, verwerken en verpakken van het vlees geen hygiënemaatregelen worden getroffen, is hier ook een aanzienlijke kans op kruisbesmetting. De medewerkers in de fabriek zullen niet tussen de diersoorten door handschoenen wisselen of de werkbank reinigen. 

Samenvatting

  • Voedselovergevoeligheid is de overkoepelende term voor voedselintolerantie en voedselallergie
  • De ontstaanswijze van de klachten van voedselovergevoeligheid is erg complex en wisselt per dier
  • Het eliminatiedieet is dé manier om de rol van voeding te onderzoeken
  • Gehydrolyseerde eiwitten zijn eiwitten die in kleine stukjes zijn geknipt, de grootte van de eiwitten bepaalt de kans dat het afweersysteem overmatig reageert op het eiwit
  • Niet elk eliminatiedieet is even betrouwbaar
  • Wissel niet elke keer van voeding maar kies één keer voor een goed dieet en laat je hierin adviseren en begeleiden door een dierenarts of dermatoloog 
  • De keuze van het dieet heeft gevolgen voor het stellen van de diagnose – er kan door een niet betrouwbaar dieet een verkeerde diagnose worden gesteld!
  • Bij vers vlees, natvoer en brokken is er een kans op kruisreacties en kruisbesmetting
  • Een kruisreactie kan ontstaan wanneer het lichaam het ene stofje aanziet voor het andere stofje
  • Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product
© 2020 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorcleaners

oren hond

Oorsmeer

Een ander woord voor oorsmeer is cerumen. In de huid van de gehoorgang zijn talgklieren en speciale cerumenklieren aanwezig. Het afscheidingsproduct van deze klieren bestaat uit lipiden (vetten, fosfolipiden) en zure lange suikerketens. Oorsmeer bestaat uit vetten afkomstig uit de talgklieren, dode huidcellen en micro-organismen, vuil en debris en inhoud uit de cerumenklieren (fosfolipiden en mucopolysacchariden). 

Het cerumen bekleed en beschermt de huid van de gehoorgang (horizontale en verticale deel). Om ophoping van cerumen te voorkomen, hebben de oren een ‘zelfreinigend mechanisme’. Via zgn. ‘epitheliale migratie’ komt het oorsmeer vanuit de horizontale gehoorgang naar de oorschelp. Er zijn meerdere oorzaken waarbij het zelfreinigende mechanisme verstoord kan raken of waardoor er meer oorsmeer geproduceerd wordt.

Het microklimaat in de gehoorgang (luchtvochtigheid, temperatuur, zuurgraad) en productie van cerumen veranderen als de hond of kat een oorontsteking heeft. Vaak gaat een oorontsteking dan ook gepaard met een overmatige aanmaak van oorsmeer en bijkomende infecties met bacteriën of gisten. 

De enige manier om het zelfreinigende mechanisme van de gehoorgang te herstellen, is het schoonmaken van de oren. Dit kan de dierenarts op de praktijk doen (onder sedatie of narcose of bij het wakkere dier) maar het is ook mogelijk dat men thuis de oren spoelt met speciale oorcleaners. Er bestaan veel verschillende soorten oorreinigers met elk andere eigenschappen (dankzij de ingrediënten en samenstelling).

De keuze van een oorreiniger wordt idealiter bepaald door meerdere factoren. Hierbij kun je denken aan: (1) type oorsmeer, (2) veranderingen van de gehoorgang, (3) gescheurd of intact trommelvlies, (4) aanwezige bacteriën of gisten.

In dit artikel lees je meer over bekende ingrediënten en vind je een overzicht met veel gebruikte oorreinigers die via de dierenarts verkrijgbaar zijn (zie kopje ‘oorreinigers’). 

Ingrediënten en samenstelling

De ingrediënten en samenstelling van oorreinigers bepalen uiteindelijk welke oorcleaner geschikt is voor welk probleem. Vettig oorsmeer kun je beter wegkrijgen met een oorsmeeroplossende reiniger dankzij ceruminolytische ingrediënten. Bij een etterige (pus) oorontsteking gebruiken we liever een waterige reiniger met antiseptische ingrediënten.

Veel gebruikte ingrediënten
  • Chloorhexidine
  • Glycerine
  • Melkzuur
  • Propyleenglycol
  • Salicylzuur
  • Tris-EDTA
  • Azijnzuur
Ototoxisch

Ook oorcleaners en oorzalven kunnen ongewenste bijwerkingen hebben. Oormedicatie en reinigende producten kunnen op vier manieren nadelige effecten veroorzaken: (1) direct effect op de huid en het trommelvlies, (2) effect op het middenoor, (3) effect op evenwichtsorgaan en het gehoor (via het binnenoor: cochlea ofwel slakkenhuis) en (4) systemische bijwerkingen (in het bijzonder corticosteroïden in oormedicatie).

Het nadelige effect op het evenwichtsorgaan en gehoor wordt ook wel beschreven met de term ‘ototoxisch’. Veel verschillen stoffen zijn ototoxisch. Dat betekent dat deze stoffen structuren in het midden- of binnenoor kunnen aantasten. Als er een gaatje in het trommelvlies zit, of als het trommelvlies voor een groot deel gescheurd is, kunnen deze stoffen in het diepere delen van het oor terecht komen. Dieren kunnen dan last krijgen van gehoorverlies, evenwichtsproblemen of andere neurologische klachten. Er zijn gelukkig enkele stoffen die geen gevaar voor het middenoor vormen: squaleen, tris-EDTA en tris-NAC.

Oorreinigers

Een overzicht met de meest bekende oorreinigers verkrijgbaar bij de dierenarts.

AST oorreiniger en Monoclean®

AST oorreiniger 120ml, Monoclean® 5 ml flacons

Eigenschappen
Verweekt en verwijdert oorsmeer, antimicrobieel

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten per ml
- Melkzuur (25 mg)
- Salicylzuur (1 mg)
- Chloorhexidine (2 mg)
- Natriumlaurylsulfaat
- Propyleenglycol
AST oorreiniger en Monoclean® zijn alcoholvrij

Epibac

Eigenschappen
Basisch (pH = 8), antimicrobieel, weinig irriterend, kalmerend, oorsmeeroplossend, verzorgend en verzachtend

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten
- Chloorhexidine (0,15%)
- Propyleenglycol
- Tris-EDTA
- Aloë Vera
- Hamamelis
Epibac is een waterige oorreiniger

EpiOtic

Eigenschappen
Antimicrobieel, oorsmeeroplossend, ondersteunt en verbetert de weerstand v/d huid

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten
- Water
- PCMX
- Disodium EDTA
- Salicylzuur
- Diethylhexyl sodium sulfosuccinate
- Defensine technologie
- Glycotechnologie
EpiOtic is een waterige oorreiniger

Episqualan

Eigenschappen
Niet irriterend, niet ototoxisch, verzorgend, verzachtend, sterk oorsmeeroplossend

Ingrediënten
- Squalaan (25%)
- Triglyceride
- Arachis hypogea
- Vitamine E
Episqualan is een olieachtige oorreiniger

Hexoclean

Eigenschappen
Zuur (pH = 3,5), antimicrobieel (incl. Malassezia), weinig irriterend, kalmerend en verzachtend

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten
- Chloorhexidine (0,15%)
- Propyleenglycol
- Salicylzuur
- Aloë Vera
- Hamamelis
Hexoclean is een waterige oorreiniger

MalAcetic Aural

Eigenschappen
Antibacterieel, antischimmel

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten
- Azijnzuur (2%)
- Boorzuur (2%)
- Glycerine
- Polysorbaat
- Triëthanolamine
MalAcetic Aural is een waterige oorreiniger

Maxani zure oordruppels

Eigenschappen
Antibacterieel, antischimmel, verzachtend

Ingrediënten
- Azijnzuur
- Propyleenglycol
Maxani Zure oordruppels zijn olieachtig

Otoact®

Eigenschappen
Keratolytisch, niet ototoxisch, oorsmeeroplossend, indrogend, verzachtend

Ingrediënten
- Squaleen (2%)
- Salicylzuur
- Kamille-extract
- Looizuur
- Gezuiverd water
- Conserveringsmiddelen
Otoact is als het goed is een waterige oorreiniger

Otoclean

Eigenschappen
Keratolytisch, oorsmeeroplossend, verzachtend, hydraterend

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten
- Salicylzuur (2,32 mg)
- Propyleenglycol
- Polyglycol en ethoxydiglycol
- Water
- Glycerine
- Melkzuur
- Cucumis sativus (komkommer extract)
- Cetraria islandica (Ijslands mos)
- Schors van Mimosa tenuiflora
- Oliezuur
Otoclean is een olieachtige en wat zure oorreiniger

Otodine®

Eigenschappen
Antibacterieel, niet irriterend

Ingrediënten
- Chloorhexidine (0,15%)
- Tris-EDTA

Sonotix®

Eigenschappen
Oorsmeeroplossend (ceruminolytisch), verzachtend, hydraterend, talgregulerend, neutrale pH, geurverwijderend (dankzij citroengeur)

NB: Niet gebruiken bij een mogelijk gescheurd trommelvlies !

Ingrediënten
- Ethoxydiglycol
- Caprylische glyceriden
- Propaan-2-Ol
- Glycerine
- Calendula officinalis
- Water
Sonotix® is een waterige oorreiniger

Tris-NAC®

Eigenschappen
Antibacterieel, slijmoplossend, niet ototoxisch, voorkomt vorming van een biofilm en breekt deze af

Ingrediënten
- tris-EDTA
- NAC (N-acetyl-cysteïne)
Tris-NAC® is een waterige oorreiniger

TrizAural

Eigenschappen
Antibacterieel, alkaliserend (maakt de omgeving minder zuur), niet ototoxisch

Ingrediënten
- tris-EDTA
- Tromethamine USP
TrizAural is een waterige oorreiniger

Wanneer kun je welke oorreiniger gebruiken?

Vieze oren
  • EpiSqualan
  • Otoclean
  • EpiOtic
  • Otoact®
  • Sonotix®
Zwemmende honden
  • Maxani zure oordruppels
  • Hexoclean
  • MalAcetic Aural
Mogelijk gescheurd trommelvlies
  • Episqualan
  • Otoact®
  • TrizAural
Werkzaam tegen bacteriën
  • Otodine®
  • Maxani zure oordruppels
  • EpiOtic
  • Epibac
  • AST oorreiniger
  • Monoclean®
  • MalAcetic Aural
Ondersteunend bij overgroei van gisten
  • Hexoclean
  • Maxani zure oordruppels
  • MalAcetic Aural
© 2020 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Het afweersysteem en atopie

bakstenen muur

Atopische dermatitis

Atopie beschrijft bij de mens een aantal aandoeningen waarbij het immuunsysteem overdreven reageert op stofjes die niet schadelijk voor het lichaam zijn (zoals pollen en huisstofmijten). Mensen met atopie hebben een aanleg voor het ontwikkelen van eczeem, astma of hooikoorts. De overdreven reactie van het afweersysteem noemen we een allergische reactie en ontstaat na blootstelling aan allergenen via de huid of na inademing. Bij dieren spreken we vaak van een omgevingsallergie in plaats van atopie. Veel mensen noemen het voor het gemak “hooikoorts” maar eigenlijk is dit geen terechte benaming.

Atopie bij honden is vergelijkbaar met atopie bij mensen.  Bij atopische honden zien we voornamelijk huidklachten met jeuk en bijkomende huidinfecties. Daarom is ‘atopische dermatitis’ een betere benaming. 
Atopie komt ook bij katten voor, zij hebben net zoals de hond vooral last van huid- en jeuk klachten. Maar er zijn ook veel katten met allergische astma.

Pas sinds de jaren 70 is er steeds bekend over atopie bij de hond. De kennis over allergische huidklachten bij de kat is nog steeds beperkt.   

Atopische dermatitis is een complexe huidaandoening die ontstaat door meerdere factoren. In essentie zien we een ontregeling van de afweerreactie, allergische sensibilisatie, een defecte huidbarrière, microbiële kolonisatie en invloed van omgevingsfactoren. In dit artikel zal ik de ontregeling van het afweersysteem toelichten.

Het afweersysteem

Het afweersysteem wordt ook wel ‘de weerstand’ of het immuunsysteem genoemd. De primaire taak van dit systeem is het lichaam verdedigen tegen mogelijke bedreigingen. Indringers zijn bijvoorbeeld potentiële ziekteverwekkende micro-organismen (bacteriën, gisten, schimmels) en virussen. Het afweersysteem ruimt ook afvalstoffen en zieke lichaamscellen (zoals kankercellen) op. Maar ook bij trauma, wondgenezing en operaties of andere ‘onnatuurlijke’ ingrepen komt de afweer de hoek om kijken.

Niet elke indringer lokt eenzelfde type afweerreactie uit. Het immuunsysteem kan tijdens het bestrijden van de indringer(s) schade toebrengen aan het lichaam. Deze schade moet beperkt worden, ofwel er moet een balans zijn!
De balans tussen bescherming van het lichaam en door de afweer veroorzaakte schade kan verstoord zijn door ziekte, tumoren, een allergie of auto-immuun probleem. Bij auto-immuunaandoeningen werkt de afweer verkeerd en allergische dieren hebben een te sterke afweerreactie (afweer schiet z’n doel voorbij).

In het onderstaande filmpje wordt de afweerreactie en werking van het afweersysteem toegelicht. Het filmpje gaat dan wel over chronische darmziekte bij de mens maar is vergelijkbaar bij huid- en darmproblemen bij honden en katten!

Componenten van het afweersysteem

Het immuunsysteem is niet één ding. Het afweersysteem bestaat uit meerdere componenten en lagen. We maken in ieder geval een onderverdeling tussen de aangeboren en verkregen afweer.

Aangeboren afweer

De aangeboren afweer wordt ook wel de ‘niet-specifieke afweer’ genoemd. Dieren worden er mee geboren: het is een snelle respons van het lichaam tegen potentiële gevaren. Máár de reactie is niet specifiek of nauwkeurig. 

Het lichaam herkent de ziekteverwekkers met een kleine hoeveelheid antennes (receptoren). Echter is de eerste afweerreactie niet specifiek tegen één ziekteverwekker gericht en slaagt er daarom niet altijd in om de ziekteverwekker te elimineren. Vaak remt het aangeboren afweersysteem  mogelijke ziekteverwekkers zodat het verkregen afweersysteem vervolgens in actie kan komen.

De niet-specifieke afweer omvat de eerste en tweede verdedigingslinie. De eerste verdediging bestaat uit diverse (fysieke) barrières en afweermechanismen zoals niezen of hoesten. Bij een barrière kun je denken aan de vacht, huid(barrière), traanvocht en maagzuur. 
De tweede lijn van de verdediging is een ‘ingebakken’ systeem dat ervoor zorgt dat het afweersysteem snel kan reageren op bacteriën en virussen die het lichaam binnendringen. Binnen de tweede verdedigingslinie bestaan er meerdere manieren om af te weren: fagocytose (witte bloedcellen kunnen ziekteverwekkers ‘opeten’), anti-microbiële peptiden (eiwitten die tegen bacteriën werken) en natural killer cellen (NK-cellen). De ontstekingsreactie van witte bloedcellen is één van de belangrijkste onderdelen.

Verkregen afweer

De verkregen afweer ontwikkelt zich in een later stadium gedurende het leven. Dit deel van het immuunsysteem bestaat uit een cellulaire en humorale respons. De verkregen afweer wordt ook wel ‘verworven’ of ‘specifieke afweer’ genoemd.

De reacties van dit deel van de afweer zijn specifiek gericht tegen bepaalde ziekteverwekkers. Het lichaam komt bijvoorbeeld in aanraking met het parvovirus (hond) of calicivirus (kat) en door een cascade aan reacties maakt het lichaam antilichamen tegen deze virussen aan. Bij herhaalde blootstelling is de afweer dan in staat om sneller en heviger te reageren (‘afweer opbouwen’ door middel van geheugencellen).

De cellulaire respons is gericht tegen geïnfecteerde lichaamscellen. De humorale respons is gericht tegen ‘antigenen’ door de productie van antilichamen.
Lymfocyten zijn een belangrijk onderdeel van het verworven immuunsysteem. Het zijn speciale witte bloedcellen die het lichaam verdedigen. Er bestaan meerdere soorten met elk een eigen specifieke functie (bv. T-cellen en B-cellen). Met name de T-lymfocyten (T-cellen) spelen een grote rol bij enkele huidproblemen (atopie, demodicosis).

Waar gaat het bij een allergie mis?

Bij allergische dieren maakt het afweersysteem van een mug een olifant én functioneren niet alle onderdelen van het gehele afweersysteem naar behoren. 

Huidbarrière

De huidbarrière bestaat uit meerdere onderdelen waarbij de vetlaag tussen de huidcellen en de huidcellen zelf erg belangrijk zijn. De huidbarrière wordt vaak vergeleken met een bakstenen muur met cement. De bakstenen zijn de huidcellen van de opperhuid (keratinocyten) en het cement is de vetlaag ertussen.
Deze combinatie zorgt ervoor dat ziekteverwekkers en andere indringers de huid niet kunnen binnen dringen en vocht niet kan uittreden (voorkomt uitdroging van de huid). Het is een waterafstotende en goed afsluitbare barrière. 

Bij honden met atopie, en waarschijnlijk ook katten, is de bakstenen muur met cement niet goed gevormd. Vocht treedt uit en allergenen dringen de huid binnen. Hierdoor komen de allergenen sneller in aanraking met het afweersysteem, welke bij het doorbreken van de eerste verdedigingslinie in actie komt.
Helaas gaat het nog op meerdere fronten mis. Denk hierbij aan de huidflora en andere afweermechanismen van het aangeboren afweersysteem.

Overdreven afweerreactie

Het afweersysteem komt de gehele dag met allerlei lichaamsvreemde stofjes in aanraking. Pas als de eerste en tweede verdedigingslinies doorbroken zijn komt het verkregen afweersysteem in actie. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, hebben allergische honden en katten een verminderde weerstand (o.a. door defecte huidbarrière). 

In de huid zijn speciale cellen van het afweersysteem aanwezig, zgn. ‘antigeen presenterende cellen’ (APCs). Deze cellen worden getriggerd door infecties (bacteriën, gisten, virussen, parasieten), toxinen (van het lichaam zelf of buitenaf), peptiden in het eten, allergenen en soms ook medicijnen. APCs zullen na het herkennen van potentiële gevaren andere cellen van het verkregen afweersysteem optrommelen (bijvoorbeeld T-cellen). Bij een defecte huidbarrière worden deze cellen sneller getriggerd en komt het verkregen afweersysteem in actie. 

Bij honden en katten met atopische dermatitis werkt het verkregen afweersysteem niet helemaal zoals het hoort. Het verkregen afweersysteem signaleert de potentiële gevaren en zal de indringers opruimen. Normaliter is er een balans. Bij allergieën blijft het afweersysteem reageren op onschadelijke stofjes (huismijten, pollen). Het maakt van een mug een olifant en het lichaam is niet meer in staat om de balans te herstellen. 

Het is zelfs zo dat er uiteindelijk een verschuiving plaatsvindt waardoor het afweersysteem door de aanmaak van antilichamen steeds sneller en heviger kan reageren op deze potentiële gevaren. We noemen dat proces ‘sensibilisatie’. Het lichaam wordt overgevoelig voor […]. Doordat de balans niet hersteld kan worden, blijft het afweersysteem actief. Dit kost enorm veel energie en dat gaat ten koste van de gezondheid van de hond of kat. Ook zorgt de ontstekingsreactie van het afweersysteem voor ontstekingen en jeuk. Door het krabben en likken raakt de huidbarrière verder verstoord. Het dier komt in een neerwaartse spiraal terecht. Niets doen is geen optie!

Om deze cascade aan reacties te doorbreken en verergering van de allergie, jeuk en klachten te voorkomen, schrijven dierenartsen medicatie voor. De enige manier om de afwijkende reactie van het afweersysteem aan te passen is immuuntherapie (desensibilisatie).

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update februari 2020. Oorspronkelijk gepubliceerd op 19 juli 2017

Allergie gevoelige rassen

Allergische huidklachten

Huidallergieën zien we al jarenlang regelmatig bij honden en katten. We maken hierbij een onderscheid tussen vlooienallergie, voedselgerelateerde jeuk (voedselovergevoeligheid) en omgevingsallergie (atopische dermatitis, Feline Atopie Syndroom).

 In Nederland heb ik maar weinig honden met een vlooienallergie gezien, terwijl in Amerika dat de meest voorkomende huidaandoening bij honden is.
Zo’n 10 tot 15 procent van de honden lijkt last te hebben van atopische dermatitis (omgevingsallergie). Voor voedselovergevoeligheid zijn er geen exacte getallen bekend. Het lijkt erop dat voedsel een rol speelt bij 1 tot 2 procent van de honden die bij de dierenarts komt. Bij honden met huidproblemen kan het oplopen tot 24% en van de honden met jeuk kan tot 40% een negatieve reactie op iets in de voeding laten zien.

Bij katten zien we dat veruit de meeste huidklachten en jeuk door parasieten, bv. vlooien(allergie) worden veroorzaakt. Er zijn veel minder onderzoeken over de incidentie van huidallergieën bij de katten.
Feline Atopie Syndroom (omgevingsallergie) lijkt niet vaak voor te komen bij katten; waarschijnlijk heeft maar 1% van de katten hier last van. Bij katten met jeuk en huidklachten liggen de percentages tussen de 12,5 en 30%. Voedselovergevoeligheid wordt minder vaak gezien: van de katten met huidproblemen lijkt bij 3 tot 6% voeding de oorzaak. Bij katten met jeuk heeft 12-21% last van voedselovergevoeligheid. Mijn ervaring is dat het percentage hoger ligt. Ik zie regelmatig katten met huid-, jeuk en maag-darm klachten waarbij voeding uiteindelijk voor verbetering van de klachten zorgt.

Genetische predispositie

Huidallergieën zijn complexe aandoeningen waarbij verschillende type overgevoeligheidsreacties en factoren voor klachten zorgen.

Bij honden met een omgevingsallergie weten we dat genetische aanleg een belangrijke oorzaak is voor het al dan niet ontwikkelen van klachten. Maar dit is zeker niet de enige oorzaak! 
De dermatologen van het Medisch Centrum voor Dieren hebben een stukje over erfelijkheid en atopie geschreven.

Hieronder kun je een overzicht met allergie gevoelige rassen zien.

Deze lijst is samengesteld op basis van meerdere wetenschappelijke onderzoeken (wereldwijd) en mijn ervaring als dermatologie-dierenarts. Naast de onderstaande elf hondenrassen zijn er nog veel meer rassen waarbij atopische dermatitis vaker wordt gezien. Voor voedselovergevoeligheid is er naar mijn weten geen lijst met gevoelige rassen. 
Uit de literatuur blijkt dat er drie kattenrassen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van omgevingsallergie. Deze rassen zie ik zelden in de praktijk waardoor ik niet durf te zeggen of dit klopt of niet. Daarnaast is er natuurlijk ook een verschil tussen de genenpoel in Nederland en het buitenland. Maar ook de puppyhandel/broodfok zal een grote rol spelen in de gezondheid van een ras (look-a-like versus stamboomhonden).

Kruisingen

Er wordt altijd gezegd dat kruisingen en vuilnisbakkenrassen gezonder zijn en langer leven. Als we kijken naar huidproblemen zoals omgevingsallergie dan geldt dat helaas niet voor kruisingen van allergie gevoelige rassen. Zo zien we heel veel problemen bij Boomers en Doodles (m.n. Labradoodles). 

Ook de gewone ‘Europese korthaar’ ofwel huis-tuin-keuken kat staat stipt op nummer 1 als het gaat om huidklachten zoals jeuk en allergieën (in vergelijking met andere rassen). Ik zie veel meer Europese kortharen dan raskatten (gezond of ziek). 

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Huidinfecties bij de hond

Huidflora en infecties

In en op het lichaam van een hond leven micro-organismen zoals bacteriën en gisten. Alle micro-organismen bij elkaar worden het microbioom genoemd. De term huidflora verwijst naar de micro-organismen die op de huid verblijven.

Het lichaam wordt dagelijks blootgesteld aan diverse potentiële ziekteverwekkers. De huid en haren zijn de eerste afweer tegen indringers van buitenaf maar ook andere schadelijke invloeden (UV-licht, vervuiling, etc.). De huidflora is dus een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. De normale huidbewoners zorgen er namelijk voor dat pathogene bacteriën niet kunnen koloniseren. Hierdoor wordt het dier niet ziek door een infectie.

De samenstelling van de huidflora wordt bepaald door diverse factoren zoals huidverzorging, huisvesting, zuurgraad, temperatuur maar ook risicofactoren. De meest voorkomende bacteriën die onderdeel uitmaken van de huidflora van gezonde zijn Staphylococci spp., Micrococcus spp., Streptococcus spp en Clostridium spp

Als we in de diergeneeskunde over gisten spreken dan hebben we het over Malassezia pachydermatis. Gisten zijn eencellige schimmels maar zijn, net zoals bacteriën, niet allemaal hetzelfde. Gisten komen echter niet overal op het lichaam voor en niet alle honden dragen Malassezia gisten met zich mee. Uit de literatuur blijkt dat bij ongeveer 42% van de honden Malassezia een normale huidbewoner is.

Na de geboorte ontwikkelt elke pup een eigen microbioom. Het lichaam zal ten alle tijden proberen om een goede balans te behouden. Als de balans verstoord is dan kunnen niet-huidbewoners voor klachten zorgen. We spreken van een huidinfectie als een micro-organisme de huid is binnengedrongen en zich daar vermenigvuldigd (kolonisatie). Zo’n 90% van de bacteriële huidinfecties wordt veroorzaakt door Staphylococcus Pseudintermedius bacteriën. 

Afweermechanismen van de huid

  • Vacht (dek- en wolharen)
  • Verhoorning (keratinisatie)
    Elke 21-22 dagen laat de buitenste cellaag van de opperhuid los. Alles wat daar aan vast kleeft, komt in de omgeving terecht. Zo worden oppervlakkige micro-organismen en parasieten verwijderd.
  • Hydrolipiden film / talglaag
    Het materiaal vanuit de talg- en zweetklieren heeft beschermende functie en vormt een vetlaagje op de huid en haren. Het remt ziekteverwekkende bacteriën en gisten en zorgt voor voedingsstoffen voor de normale huidbewoners. 
  • Huidbarrière (huidcellen en -vetten tussen de keratinocyten)
    De huidbarrière wordt ook wel vergeleken met een bakstenen met cement. Voorkomt binnendringen van potentiële ziekteverwekkers door een waterafstotende en goed afsluitbare opperhuid (vetlaag tussen de huidcellen = het cement). 
  • Huidflora (bacteriën en gisten)
    Remt vermenigvuldiging van niet-huidbewoners en ziekteverwekkende micro-organismen. De huidbewoners gaan actief de competitie aan. 
  • Aangeboren afweer (anti-microbiële peptiden)
    Deze peptiden (o.a. lysozyme en defensinen) hebben de eigenschap om meerdere ziekteverwekkers te kunnen doden. Ook kunnen zij het afweersysteem stimuleren.
  • Afweercellen in de huid
  • Microklimaat
    Temperatuur, zuurgraad en luchtvochtigheid

Bacteriële huidinfectie

Een bacteriële huidinfectie is een van de meest voorkomende huidaandoeningen bij honden. De infectie wordt dan ook vaak als een op zichzelf staande ziekte behandeld. Echter zullen de huidinfectie en bijkomende klachten steeds terugkeren als er niks aan de onderliggende aandoening wordt gedaan. 

Bacteriële huidinfecties bij honden kunnen we onderverdelen in drie soorten:

  • Oppervlakte pyodermie
  • Oppervlakkige pyodermie
  • Diepe pyodermie

Met pyodermie wordt een bacteriële huidontsteking bedoeld.  

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak van een terugkerende huidinfectie zijn allergische huidaandoeningen (omgevingsallergie, voedselovergevoeligheid). Andere oorzaken zijn hormonale problemen (hypothyreoïdie, ziekte van Cushing), verlaagde afweer door ziekte of gebruik van bepaalde medicatie (bv. prednison), andere infecties (schimmel, mijten), seborroe, keratinisatiestoornissen (ichthyosis, sebaceous adenitis), etc.
Naast deze aandoeningen kunnen honden ook een bacteriële huidontsteking krijgen doordat de huid en vacht te lang vochtig en warm zijn. Denk aan langharige honden die na het zwemmen niet goed opdrogen of honden met plooivorming. 

Mogelijke symptomen

  • Jeuk
  • Kale plekken
  • Schilfers
  • (gele) Korstjes
  • Huidwondjes en -plekjes
  • Stank/onaangename geurtjes
  • Rode huid
  • Epidermale collarettes (zie foto)
  • Zwartverkleuring van de huid
  • Vette huid en vacht

Cytologisch onderzoek

Bovenstaande symptomen zijn vrij aspecifiek. Zonder onderzoek kan de dierenarts niet met zekerheid vaststellen dat de hond last heeft van een bacteriële huidinfectie. Het is daarom erg belangrijk om bij het opwerken van huidpatiënten monstertjes van de huid te nemen voor cytologisch onderzoek.

Bij cytologisch onderzoek neemt de dierenarts met een swab, objectglaasje of plakband een monster van de huid en kleurt hij/zij deze met een speciale kleuring. Het monster kan dan onder de microscoop bekeken worden.

Behandeling

Niet elke huidinfectie wordt hetzelfde behandeld, de behandeling wordt o.a. bepaald door de diepte en ernst van de infectie en ontsteking, de klachten en de eigenaar. 

Een huidinfectie behandelen we bij voorkeur met een antimicrobiële shampoo. Het is ook mogelijk om oppervlakte en oppervlakkige huidinfecties met andere huidverzorgingsproducten te behandelen (mousse, spray, zalf/gel, speciale doekjes). Sommige honden met een oppervlakkige pyodermie moeten ook met antibiotica behandeld worden.
Diepe huidinfecties behandelen we met een lange kuur antibiotica (minimaal 3 weken) en indien mogelijk gecombineerd met lokale behandeling.

In mijn webshop kun je een overzicht van geschikte producten terugvinden. 

Malassezia dermatitis

Een huidinfectie door gisten noemen we ook wel Malassezia dermatitis. Bijna de helft van de allergische honden krijgt hier weleens last van. Dit zie ik vooral bij Shih-Tzu’s en kruisingen hiervan.

Bij sommige hondenrassen komt Malassezia dermatitis vaker voor. Denk aan de Basset, West Highland White Terriër, Duitse Herder, Cocker Spaniël, Dwergpoedel en Engelse Setter. Een aantal van deze honden, met name de Basset, heeft een genetisch defect waardoor het afweersysteem overgroei van gisten niet tegengaat.

Anatomische kenmerken en onderliggende aandoeningen lijken een belangrijke rol te spelen. Huidplooien en plekken op het lichaam met weinig ventilatie (tussen de teentjes, harige of nauwe gehoorgang) creëren een ideale omgeving voor gisten. Temperatuur en luchtvochtigheid zijn essentiële parameters voor vermenigvuldiging van micro-organismen zoals gisten.

Oorzaken

Huidallergieën, hormonale problemen, keratinisatiestoornissen, seborroe, etc.

Symptomen

De klachten van een gisteninfectie worden vooral bepaald door de omvang en ernst van de infectie en de lokalisatie op het lichaam. Jeuk is één van de meest voorkomende symptomen. Meeste honden hebben vergelijkbare huidafwijkingen: rode huid, kaalheid, schilfers, zwartverkleuring, korstjes en verdikking van de huid (lichenificatie). Dit zijn géén ziekte-specifieke symptomen en op basis van de klachten of foto’s kan er dus geen diagnose gesteld worden.

Op plekken waar huid tegen elkaar wrijft zijn de haren vaak bij de huid tegen elkaar geplakt door een vettige afscheiding. Bij een oorontsteking door gisten is het oorsmeer bruin en vet of waxachtig. Dezelfde soort afscheiding kan ook bij de nagelriem, nagels en tussen de teentjes gezien worden. Bij Cockers en Bassets met een vochtige, rode of kale plek in de hals moet men ook aan Malassezia dermatitis denken. Honden met een gisteninfectie kunnen zoveel jeuk hebben dat ze in de trimsalon of andere plekken met voldoende afleiding toch krabben en likken. Dit zien we ook bij dieren met schurft (scabiës) en voedselovergevoeligheid.

Cytologisch onderzoek

De diagnose wordt ook bij deze infectie door middel van cytologisch onderzoek gesteld. 

Behandeling

Niet alle anti-microbiële shampoos zijn geschikt om Malassezia dermatitis te behandelen. De meest gebruikte shampoos zijn Malaseb® en Dermasezia®. Daarnaast is de Douxo PYO lijn ook effectief tegen gisten. Bij hardnekkige gistinfecties kan het nodig zijn om met orale anti-schimmel middelen te werken.

Remedy+ Yeastosol spray

Yeastosol is handige spray zonder antibiotica of hormonen. De gepatenteerde formule kan dagelijks veilig gebruikt worden bij de bestrijding van gisten.

Yeastosol dient één- tot tweemaal daags op  de plek gesprayd te worden. Meestal zijn de gisten na 14 dagen onder controle. Dit is afhankelijk van de ernst van de infectie. Yeastosol kan als onderhoud, bijvoorbeeld tweemaal per week,  veilig worden gebruikt.

Yeastosol
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Dikke bovenlip bij de kat

Hé dat ziet er gek uit

indolent ulcus dikke lip kat

Op de foto zie je een kat met een dikke bovenlip (eenzijdig). De haren zijn verdwenen en de huid is kapot. Een diepe beschadiging zoals op de foto noemen we een zweer. De medische term is een ulcer/ulcus: het is een diep defect van de huid. Soms lijkt het net een krater.

We noemen deze huidafwijking van de foto een ‘indolent ulcus’. Indolent kan wijzen op de afwezigheid van pijn óf het feit dat de zweren vaak niet uit zichzelf genezen. 

Bij de kat komt zweervorming van de bovenlip voor als onderdeel van het eosinofiel granuloom complex. Veel katteneigenaren of professionals in de dierenbranche hebben hier weleens van gehoord.
Het is een van de huidreactiepatronen bij de kat. Verschijnselen van het dit complex zijn meestal een uitingsvorm van jeuk of een allergische huidaandoening maar kunnen ook door andere huidziekten worden veroorzaakt.​

Helaas kunnen we op basis van het zien van een dikke of kapotte bovenlip geen diagnose stellen. 

Eosinofiel granuloom complex (EGC)

Onderdeel van het EGC zijn:

  1. Indolent Ulcus
  2. Eosinofiel granuloom
  3. Lineair granuloom
  4. Eosinofiele plaque

Het is belangrijk om te realiseren dat de diverse vormen van het eosinofiel granuloom complex dus géén diagnoses zijn. Het zijn enkel beschrijvingen van het type huidklachten dat we zien.  

Indolent ulcus

Katten met een indolent ulcus hebben vaak geen last van deze vervelend uitziende huidafwijking. Op onderstaande foto’s zien we een jonge kat met beiderzijds op de bovenlip een indolent ulcus. Het kan beginnen als een kleine zwelling (linker foto) en later uitbreiden naar de mondhoeken met de vorming van zweren (rechter foto).

Symptomen

De zwelling en zweren ontstaan doorgaans op de middenlijn van de bovenlip. Regelmatig zien we dat het begint met een klein plekje waar hoektanden van de onderkaak de lip raken.

Een indolent ulcus kan aan één kant of twee kanten ontstaan. Over het algemeen zien we de huidbeschadigingen alleen op de bovenlippen. Maar in enkele gevallen doen de onderlippen of het harde gehemelte in de bek ook mee.

Vaak zien de zweertjes er droog en rood-bruin tot geel uit. Dikwijls raken de zweren geïnfecteerd door bacteriën uit de bek. 

Diagnose

Ondanks meeste katten met een indolent ulcus een onderliggende allergie hebben, is het toch belangrijk om infecties en tumoren uit te sluiten. Andere aandoeningen die gepaard kunnen gaan met zwelling van de bovenlip en zweervorming zijn virale ontstekingen van de lip (herpes, calici, retrovirus) en cryptococcosis (een diepe schimmelinfectie die niet veel voorkomt in Nederland).

Om de onderliggende oorzaak te achterhalen (= een diagnose stellen) kunnen er diverse onderzoeken gedaan worden:

  • Controle op vlooien en vlooienpoepjes (let op: het niet zien van vlooien betekent niet dat de kat ze niet heeft!)
  • Huidafkrabsels (controle op demodex- of schurftmijten)
  • Cytologisch onderzoek (om een infectie te onderzoeken)
  • Schimmelkweek
  • Aanvullende testen voor virussen (herpes, calici of poxvirus) en diepe schimmels
  • Biopten voor weefselonderzoek (om tumoren en auto-immuunziekten uit te sluiten)

Niet bij elke kat zijn alle bovenstaande onderzoeken nodig! Bij jonge katten denken we eerder aan infecties (schimmel, virussen, etc.) en allergieën terwijl we tumoren vaker bij oude dieren zien. De dierenarts zal op basis van het signalement (leeftijd, ras, geslacht), de anamnese en ziektegeschiedenis en het lichamelijk onderzoek een plan van aanpak opstellen. Omdat we op basis van de symptomen géén diagnose kunnen stellen, moet de dierenarts dus zoveel mogelijk informatie verzamelen om de oorzaak te achterhalen.

Stappenplan

Binnen de dermatologie werken we veel met stappenplannen. Omdat het indolent ulcus één van de huidreactiepatronen is en meestal wijst op een jeukende of allergische aandoening, volgen we onderstaand stappenplan:

  1. Parasieten zoals vlooien en mijten
  2. Huidinfecties (bacteriën, gisten, schimmels)
  3. Allergieën (vlooien, voedsel, omgeving)
  4. Overige aandoeningen

Bij katten met huidproblemen en/of jeuk is het belangrijk om parasieten en infecties uit te sluiten of te onderzoeken. Omdat katten met jeuk overmatig poetsen kunnen ze elk bewijs voor vlooien wegnemen. Als de kat nog niet (preventief) behandeld wordt tegen vlooien (en mijten) dan is mijn advies om dit als eerste stap wél te doen. 

De dierenarts kan huidinfecties uitsluiten en indien aanwezig behandelen. Meestal is een huidinfectie een bijkomende zaak en géén directe oorzaak. Diepe schimmels zijn hier een uitzondering op. Daarbij geldt overigens wel dat de schimmel voor problemen kan zorgen als de afweer van het dier verlaagd is. Dit kan een medische oorzaak hebben. 

Allergieonderzoek bij katten is beperkt. Zo bestaan er geen betrouwbare testen om een voedsel- of omgevingsallergie te diagnosticeren.

Met een goede vlooienbestrijding zullen katten met een vlooienallergie opknappen en zal de zweer genezen/weggaan. Een voedselovergevoeligheid (oude term: voedselallergie) kan gediagnosticeerd worden middels een zgn. eliminatiedieet. Hierbij laten we álle voedingsstoffen weg die de kat in het verleden heeft gegeten. We introduceren een nieuwe dierlijke eiwitbron en als we kiezen voor brokken het liefst ook een nieuwe koolhydraatbron. Als de klachten met 8-12 weken verdwijnen of verminderen en terugkeren bij het geven van het oude dieet of snoepjes (= provocatie) dan is de diagnose voedselovergevoeligheid gesteld. 

Allergische oorzaak

We kunnen het ons bijna niet voorstellen dat katten met een indolent ulcus (eenzijdig of beiderzijds) géén jeuk of pijn ervaren. Hoe kan het dan dat meeste katten met een indolent ulcus een allergie hebben?

Honden en katten met allergieën hebben namelijk eigenlijk altijd jeuk, toch? Het is één van de hoofdcriteria om te bepalen of er sprake zou kunnen zijn van een allergische aandoening. 

In veel gevallen is de oorzaak van het indolent ulcus een vlooienallergie. Katten met jeuk vertonen overmatig poetsgedrag. Een mogelijke verklaring voor het ontstaan van het indolent ulcus is het overmatige likken van de huid. De lippen raken geirriteerd en ontstoken. Haren vallen uit, de huid wordt dikker en gaat kapot. 

Niet alleen uit onderzoek blijkt dat katten met verschijnselen van het EGC vaak een onderliggende allergie hebben. Ook in de praktijk zien dierenartsen en dermatologen regelmatig katten met een vlooien-, voedsel of omgevingsallergie die bij correcte behandeling en klinische opwerking volgens een strikt stappenplan, aanzienlijk verbeteren.

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste versie juli 2019. Oorspronkelijk gepubliceerd op 21 juni 2017

Behandeling van atopie: anti-jeuk medicijnen

Anti-jeuk: Jeuk is erger dan pijn

Iedereen kent de uitspraak “jeuk is erger dan pijn”. Aanhoudende of erge jeuk heeft een behoorlijke impact op het dierwelzijn en uiteindelijk de gezondheid van het dier. Zeker bij allergische dieren is het van groot belang om tijdig de allergische ontstekingsreactie te couperen. Doen we dat niet dan worden de klachten alleen maar erger door het sensibilisatie proces. Het afweersysteem blijft overmatig reageren en het dier wordt gevoelig gemaakt voor een scala aan allergenen. Het lukt het lichaam niet om zelf weer in balans te komen. 

Spijtig genoeg zijn er een hoop mensen die niet begrijpen waarom dierenartsen anti-jeuk medicijnen voorschrijven. Er wordt zelfs door bepaalde partijen geclaimd dat dierenartsen de oorzaak niet (willen/kunnen) achterhalen en alleen maar symptomatisch behandelen. 

Het achterhalen van de oorzaak van de jeuk is geen makkelijk en snel proces. Een Quick Fix bestaat dan ook niet. Maar wanneer we het stappenplan volgen en de oorzaak proberen te achterhalen, hoeft het dier niet met ondraaglijke jeuk te blijven lopen. Door tijdig in te grijpen kunnen we tevens sensibilisatie (‘gevoelig worden voor’) remmen of voorkomen.

Maar wat kunnen we dan aan de jeuk doen? In dit artikel lees je meer over anti-jeuk medicijnen en andere manieren om de jeuk te behandelen. Bij de behandeling van katten zijn er helaas minder mogelijkheden.
Onderaan deze pagina vind je een overzicht

Vroeger en nu

Vroeger waren er vrij weinig mogelijkheden om (allergische) dieren met jeuk te behandelen. Het kwam vaak neer op een levenslange behandeling met corticosteroïden (het bekende prikje tegen de jeuk of tabletten). Bij katten is dit helaas dikwijls nog steeds het geval.

In 2003 kwam Atopica® op de markt (dat is ruim tien jaar ná de eerste registratie van prednisolon tabletten). Atopica® is de merknaam voor het medicijn cyclosporine. Inmiddels zijn er meerdere merken op de markt waardoor de behandeling goedkoper kan zijn.

Tien jaar na de komst van Atopica® kwam het revolutionaire medicijn Apoquel® naar Nederland. Het was hét nieuwe middel in de strijd tegen jeuk. Dit middel is alleen voor honden geregistreerd en wordt experimenteel bij katten gebruikt.  

Halverwege 2017 (4 jaar na de komst van Apoquel®) kwam Zoetis met een ander vernieuwend diergeneesmiddel: Cytopoint®. Een langwerkende injectie met monoklonale antilichamen. Deze injectie is alleen bij honden te gebruiken, bij de kat doet het niets en kan het zelfs schadelijk zijn.

Zoals je kunt lezen is er sinds de jaren 90 een hoop veranderd qua medicatie. Het oude prikje tegen de jeuk kan eigenlijk anno 2019 niet meer. Er is veel mogelijk, zowel op het gebied van medicijnen en supplementen als diverse ondersteunende maatregelen. 

Anti-jeuk medicijnen

Corticosteroïden

injection-147702_1280

Corticosteroïden zijn medicijnen die lijken op de hormonen die de bijnierschors maakt. Voorbeelden: prednison, prednisolon, dexamethason, methylprednisolon, triamcinolon, hydrocortison, etc.

Er zijn ontzettend veel medicijnen waar corticosteroïden in verwerkt zijn. Denk aan (oor)zalfjes, injecties, tabletten en oogdruppels. 

Dierenartsen schrijven corticosteroïden bij verschillende aandoeningen voor. Meestal om een (overmatige) ontstekingsreactie van het lichaam te remmen. Medicijnen uit deze groep werken heel breed, dat komt omdat bijna elke cel in het lichaam corticosteroïd receptoren heeft. 

Afhankelijk van de ziekte die behandeld wordt, varieert de startdosering van predniso(lo)n tussen 0,5 en 2 mg per kilogram lichaamsgewicht (hond). 

Bij de behandeling van allergieën reageert zo’n 70-90% van de honden goed op corticosteroïden. Waarbij het merendeel van de honden en katten heel snel verbetering laat zien (binnen enkele uren tot dagen). De voorkeur gaat uit naar tabletten, waarbij we op zoek gaan de laagst effectieve dosering. Stop nooit zomaar met prednison, altijd afbouwen volgens schema

Voordelen:
– snelle werking
– goedkoop
– hoge effectiviteit
– werkt breed

Nadelen:
– bijwerkingen
– veiligheid (bij lange termijn gebruik)
– beïnvloed de uitslag van allergietesten

Lees meer over prednison in het artikel van het Medisch Centrum voor dieren in Amsterdam.

Cyclosporines

medications-342449_1280

Cyclosporine is een medicijn dat oorspronkelijk uit de transplantatiegeneeskunde bij mensen komt. De belangrijkste werking van cyclosporine berust op het effect op de T-cellen (T-lymfocyten) van het afweersysteem. 

Net zoals corticosteroïden onderdrukt cyclosporine de afweerreactie. T-cellen zijn witte bloedcellen en vormen een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Er bestaan verschillende type T-cellen met elk een eigen functie. 

Cyclosporine is verkrijgbaar onder diverse merknamen in capsule vorm, orale vloeistof en als oogzalf (Optimune canis®). Atopica® kwam als eerste op de markt en later volgde Sporimune®, Cyclavance® en Modulis®. 

De startdosering is 5 mg per kilogram lichaamsgewicht (hond) en 7 mg per kilogram lichaamsgewicht (kat).

Het duurt meestal 4-6 weken voordat er effect zichtbaar is. Daarna is het bij veel dieren mogelijk om af te bouwen naar om de dag dosering. Als dat één maand goed gaat dan is het mogelijk om cyclosporine twee keer per week te geven. Als dat ook goed gaat, kunnen we proberen om de dosering te verlagen. 

Voordelen:
– minder bijwerkingen dan corticosteroïden
– goede effectiviteit
– veilig voor lange termijn gebruik

Nadelen:
– kosten
– smakelijkheid / maag-darm klachten
– duurt een aantal weken voordat het werkt
– kan niet zomaar bij elk dier ingezet worden 

Klik hier voor meer informatie over cyclosporine
(incl. kostenoverzicht).

Oclacitinib (Apoquel®)

pills-530372_1280

Oclacitinib is de werkzame stof van Apoquel® en wordt tegenwoordig door veel dierenartsen als eerste keus middel voorgeschreven.

Evenals corticosteroïden en cyclosporine grijpt dit medicijn aan op het afweersysteem. Afweercellen communiceren met elkaar via signaalstofjes (bv. cytokines). Voordat cytokines andere cellen kunnen aansporen om iets te gaan doen, moeten ze binden aan een cel. Dat doen cytokinen (en andere signaalstoffen) via receptoren. Janus Kinase (JAK) enzymen worden o.a. gebruikt door cytokinen om signalen door te geven. 

Apoquel® is een Janus Kinase Remmer. Het is echter niet zo dat Apoquel® alle JAK enzymen remt (zoals sommige mensen beweren). Apoquel® is het meest potent in het remmen van JAK1. Het remt dus specifieke cytokines en onderdrukt niet een groot deel van het afweersysteem zoals corticosteroïden dat wel doen.

Voordelen:
– snelle werking
– hoge effectiviteit
– veilig 

Nadelen:
– kosten
– niet geregistreerd voor honden jonger dan 12 maanden en katten

Lokivetmab (Cytopoint®)

syringe-1884758_1280

Cytopoint® is de nieuwste manier om jeuk te behandelen. Het is injectie op basis van monoklonale antilichamen. 

Lokivetmab is de werkzame stof en is speciaal voor honden gemaakt. Bij katten doet dit stofje niets. Cytopoint® werkt op een totaal andere manier tegen de jeuk als de andere drie anti-jeuk medicijnen. 
De monoklonale antilichamen werken op één cytokine (IL-31) en is daarom een hele veilige manier van behandelen. Het heeft dus geen direct effect op de afweercellen en het wordt ook niet door de lever of nieren afgebroken. Er zijn nauwelijks tot geen bijwerkingen gemeld. 

Eén injectie werkt tussen de vier en acht weken. Dit hangt met name af van de dosering van de injectie, het dier en de ernst van de klachten. In Nederland is het alleen geregistreerd voor de behandeling van jeuk bij honden met een omgevingsallergie (atopische dermatitis). 

Voordelen:
– werkt binnen 1-3 dagen
– gemak 
– zeer veilig

Nadelen:
– kosten
– onbekend of IL-31 nog meer functies heeft behalve jeuk opwekken
– niet te gebruiken bij honden lichter dan 3 kg

Klik hier voor meer informatie over Cytopoint® (incl. kostenoverzicht). 

Anti-jeuk behandeling bij de kat

Het leuke aan katten is dat ze allemaal anders zijn en doen waar ze zelf zin in hebben. Als katteneigenaar kan ik dat waarderen maar voor een dierenarts maakt dat de behandeling van katten wat lastiger. 

Bij de behandeling van katten met jeuk of huidproblemen staat de dierenarts dan ook voor een enorme uitdaging. Er wordt veel minder onderzoek naar ziekten bij katten gedaan (we weten relatief weinig) en veel aandoeningen geven dezelfde klachten.

Om de jeuk te behandelen zijn er een beperkt aantal opties:

  • Corticosteroïden
  • Cyclosporines

In de praktijk worden veel allergische katten met corticosteroïden behandeld. Voor de gezondheid van de kat heeft dat behoorlijk wat nadelen. Cyclosporines hebben voor de lange termijn behandeling de voorkeur. Echter spelen kosten vaak een rol waardoor men toch bij corticosteroïden uitkomt. Ook is de toediening van dit drankje niet gemakkelijk i.v.m. de smakelijkheid. 
Apoquel® wordt experimenteel ook bij katten ingezet om de jeuk en huidklachten te behandelen. Dit medicijn is niet geregistreerd voor katten en algemeen gebruik wordt afgeraden (off-label use). Wordt er toch gekozen voor Apoquel® dan zijn regelmatige controles erg belangrijk (lichamelijk onderzoek incl. wegen, urine onderzoek en/of bloedonderzoek). Specialisten hebben meer ervaring en kennis, doorverwijzing naar een dermatoloog is ook zeker aan te raden alvorens off-label of experimentele behandelingen op te starten.

Het is tevens ook mogelijk om de kat met complementaire diergeneeskunde of andere supplementen te ondersteunen. In vergelijking met bovengenoemde opties is mijn ervaring dat deze manier van behandelen onvoldoende tegen de jeuk en ontstekingen werkt. Echter is het zeker voor de lange termijn het overwegen waard. De genoemde producten zorgen er vaak voor dat de kat minder medicatie nodig heeft. Ik heb nog geen katten gezien die het alleen op onderstaande middelen goed doen. 

Andere opties:
– Antihistaminica (Histacalmine®)
– Essentiële vetzuren (omega 3 en 6 vetzuren)
– Redonyl capsules met PEA (natuurlijke ontstekingsremmer), vetzuren en biotine
– PUUR Derma, Apis of Cteno (o.b.v. orthomoleculaire geneeskunde)
– Sensipharm Chinese kruiden
– Lokale ondersteuning met huidverzorgingsproducten (bv Dermoscent ATOP 7 lijn, Douxo Calm mousse, Dermacool ‘hotspot’ spray)

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update maart 2020

Cyclosporine

Cyclosporine

Cyclosporine is een medicijn dat o.a. wordt voorgeschreven om bepaalde huidproblemen bij honden en katten te behandelen.

Verkrijgbaar onder de volgende merknamen:

Vloeistof: 100 mg per milliliter (5 ml, 17 ml en 50 ml)
Capsules: 25 mg, 50 mg en 100 mg per capsule (verkrijgbaar in doosjes van 15 stuks)

Houdbaarheid na openen:
– 5 en 17 ml flacon maximaal 70 dagen
– 50 ml flacon maximaal 84 dagen
NB: Bewaren tussen 15 °C en 30°C maar niet langer dan 1 maand beneden 20°C bewaren

Kosten:
– 5 ml: €41,50
– 17 ml: €114
– 50 ml: €135
– 25 mg: €2,21 per capsule
– 50 mg: €3,61 per capsule
– 100 mg: €6,16 per capsule

Behandeling kat (4 kg): 
– Dagelijkse toediening 0,28 ml → met een 17 ml flacon doe je 2 maanden = 57 euro per maand
– Om de dag toediening 0,28 ml → met een 17 ml flacon doe je 4 maanden  = 28,50 euro per maand

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 100 mg → met een 50 ml flacon doe je 50 dagen = 84 euro per maand
– Om de dag toediening 100 mg → met een 50 ml flacon doe je 3 maanden = 45 euro per maand
– Twee keer per week toediening 100 mg → met capsules zo’n 50 euro per maand en vloeistof (17 ml) 57 euro per maand

Vloeistof: 50 mg per milliliter (25 ml, 50 ml en 100 ml)

Houdbaarheid na openen:
3 maanden
NB: Het product bevat vetcomponenten van natuurlijke origine die bij lage temperaturen kunnen stollen (< 15 graden Celsius). Dit is omkeerbaar bij temperatuur tussen 15 en 25 graden Celsius. 

Kosten:
– 25 ml: €35
– 50 ml: €58
– 100 ml: €100

Behandeling kat (4 kg): 
– Dagelijkse toediening 0,56 ml → met een 25 ml flacon doe je 1,5 maand = 24 euro per maand
– Om de dag toediening 0,56 ml → met een 25 ml flacon doe je 3 maanden = 12 euro per maand

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 2 ml → met een 100 ml flacon doe je 50 dagen = 62 euro per maand
– Om de dag toediening 2 ml → met een 100 ml flacon doe je 3 maanden = 34 euro per maand
– Twee keer per week toediening 2 ml → met een 50 ml flacon doe je 3 maanden = 20 euro per maand

Vloeistof: 100 mg per milliliter (5 ml, 15 ml, 30 ml en 50 ml)

Houdbaarheid na openen:
6 maanden
NB: Een gelatine-achtig vel kan zich vormen beneden 15°C maar deze verdwijnt bij een temperatuur tussen de 15°C en 25°C, zonder dat de kwaliteit wordt aangetast. 

Kosten:
– 5 ml: €25,60
– 15 ml: €39,45
– 30 ml: €66,50
– 50 ml: €95,10

Behandeling kat (4 kg): 
– Dagelijkse toediening 0,28 ml → met een 15 ml flacon doe je 53 dagen = 23 euro per maand
– Om de dag toediening 0,28 ml → met een 15 ml flacon doe je 4 maanden = 9,90 euro per maand

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 50 dagen = 59 euro per maand
– Om de dag toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 100 dagen = 30 euro per maand
– Twee keer per week toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 6 maanden = 15,85 euro per maand

Vloeistof: 100 mg per milliliter (15 en 50 ml)

Alleen geregistreerd voor het gebruik bij honden

Houdbaarheid na openen:
3 maanden
NB: Een gelatine-achtig vel kan zich vormen beneden 15°C maar deze verdwijnt bij een temperatuur tussen de 15°C en 25°C, zonder dat de kwaliteit wordt aangetast. 

Kosten:
– 15 ml: €33
– 50 ml: €90,20

Behandeling hond (20 kg):
– Dagelijkse toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 50 dagen = 56 euro per maand
– Om de dag toediening 1 ml → met een 50 ml flacon doe je 100 dagen = 28 euro per maand
– Twee keer per week toediening 1 ml → met een 15 ml flacon doe je 58 dagen = 18 euro per maand

Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor cyclosporine of één van de hulpstoffen (ethanol, propyleenglycol etc.)
  • Katten met FIV of FeLV
  • Niet bij dieren jonger dan 6 maanden of lichter dan 2 kg
  • Niet vaccineren met een levend vaccin gedurende de behandeling, of binnen een periode van twee
    weken vóór of na de behandeling
  • Niet gebruiken bij dieren met tumoren

Bijwerkingen

Hond

Meest frequent waargenomen bijwerkingen zijn braken, diarree, speekselen en verminderde eetlust. Deze symptomen zijn tijdelijk en verdwijnen meestal met 1-2 weken. Stoppen van de behandeling is in principe niet noodzakelijk.

Andere bijwerkingen worden zelden waargenomen maar kunnen voorkomen:
– lusteloosheid
– hyperactviteit
– toename van tandvlees
– wratvormige bultjes op de huid
– verandering van de vacht
– rode en gezwollen oorschelpen
– spierzwakte

Zeer zelden wordt suikerziekte waargenomen. Cyclosporine heeft bij laboratoriumdieren invloed op de insuline niveau in het bloed en kan een te hoog gehalte aan glucose in het bloed veroorzaken (hyperglycemie). Dit is voornamelijk bij de West Highland White Terriër gezien. Persoonlijk heb ik dit nog nooit als bijwerking gezien. 

Zelden betekent: meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 dieren
Zeer zelden betekent: minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten

Kat

Bij katten worden maag-darm klachten ook het meest gezien (zeer vaak), denk hierbij aan braken en diarree. Ook hier is stoppen van de behandeling niet noodzakelijk en verdwijnen de bijwerkingen naarmate het lichaam went aan de medicatie. Het langzaam opbouwen naar de startdosering is aan te raden. 

Katten hebben een hogere dosering cyclosporine nodig (7 mg/kg) en lijken vaker bijwerkingen te hebben dan honden. De volgende bijwerkingen worden vaak gezien: 
– lethargie/sloomheid
– niet willen eten
– overmatig speekselen
– gewichtsverlies
– te weinig lymfocyten in het bloed (lymfopenie)

Vaak betekent: meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 dieren

Bovenstaande bijwerkingen verdwijnen na het stoppen met de behandeling of (bij voorkeur) na een verlaging van de dosering(sfrequentie). 

Interacties met andere medicijnen

  • Ketoconazole (antischimmel medicijn) zorgt voor een hogere concentratie cyclosporine in het bloed
    → er is dus minder cyclosporine nodig als er gelijktijdig ketaconazole gegeven wordt
  • Marcoliden (antibiotica) verhogen ook de concentratie van cyclosporine (tot twee keer zo hoog)
  • Bepaalde medicijnen verlagen de concentratie cyclosporine (het medicijn werkt dan minder goed), dit zien we bij middelen die cytochroom P450 remmen, anti-epilepsie medicijnen en antibiotica (bv. trimethoprim/sulfadimidine)
  • Door cyclosporine kan de nefrotoxiciteit (kans op nierschade) van aminoglycoside antibiotica (gentamycine) en trimethoprim (antibiotica) toenemen. Gelijktijdig gebruik van deze medicatie wordt afgeraden.
  • Bij vaccinaties is extra aandacht vereist
  • Tot slot kan cyclosporine i.c.m. ivermectine, selamectine, moxidectine of milbemycine (macrocyclische lactonen) leiden tot een verhoogd risico op verschijnselen van centrale zenuwstelsel toxiciteit. Het kan de uitstroom van deze medicijnen vanuit de cellen van de bloed-hersen-barrière verminderen. Klinisch wordt hier zelden effect van gezien (m.a.w. het ontwormen of behandelen met antiparasitica zorgt in de regel niet voor zichtbare nadelige bijwerkingen). 

Speciale waarschuwingen

  • Gebruik bij lacterende poezen of teven wordt afgeraden
    (het medicijn passeert de placenta en wordt via de melk uitgescheiden)
  • Gelijktijdig gebruik van andere afweeronderdrukkende medicatie wordt afgeraden
  • Gebruik bij dieren met suikerziekte wordt niet geadviseerd
  • Cyclosporine onderdrukt de T-cellen, er kan daardoor een verminderde anti-tumor immuun respons gezien worden. Ondanks dat het geen tumoren veroorzaakt, moeten we hier wel rekening mee houden als we het bij bepaalde honden of katten voor willen
    schrijven.
  • Bij honden met verminderde nierfunctie is regelmatige controle van nierwaarden (SDMA, creatinine) en urine onderzoek (voor monitoring van proteïnurie) geïndiceerd.
  • Bij katten wordt geadviseerd om vóór het starten met cyclosporine bloedonderzoek te doen naar Toxoplasma. Katten met een negatieve titer lopen mogelijk risico op het ontwikkelen van toxoplasmose als zij tijdens de behandeling geïnfecteerd raken. Dit is met name bij katten die buiten komen of rauw vlees eten van toepassing. 
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Oorontsteking bij de hond

chronische oorontsteking hond

Oorontsteking - Otitis Externa

Otitis externa is een ontsteking van de buitenste gehoorgang. Dat is het deel van het oor dat door het trommelvlies wordt gescheiden van het midden- en binnenoor. De buitenste gehoorgang wordt opgedeeld in drie stukken: de oorschelp, verticale en horizontale gehoorgang. Een oorontsteking kan eenzijdig of beiderzijds aanwezig zijn. 

Sommige honden hebben alleen een ontsteking van de oorschelp (binnen- of buitenzijde) terwijl bij andere honden de gehele buitenste gehoorgang mee doet. In alle gevallen spreken we van een otitis externa.

Een oorontsteking kan acuut of chronisch zijn, waarbij we spreken van een chronische oorontsteking als het probleem langer dan 3 weken bestaat óf als er te snel recidief optreedt. 

Als dierenarts zie ik veel honden met een oorontsteking (bijna dagelijks). Ongeveer 1 op de 5 honden krijgt hier weleens last van. Merendeel van de honden met terugkerende oorontsteking heeft een allergie. Maar elke hond is anders. Het is erg belangrijk om het probleem stapsgewijs te benaderen om de klachten te kunnen behandelen én de onderliggende oorzaak te achterhalen.

anatomie oor hond
Doorsnede van de buitenste gehoorgang van een hond. De huid van de oorschelp loopt door via de verticale en horizontale gehoorgang naar het trommelvlies. Omdat de huid van de buitenste gehoorgang en oorschelp niet veel anders is dan elders op het lichaam, kan een ontsteking hiervan door verschillende aandoeningen veroorzaakt worden.

Symptomen

Tekenen van een oorontsteking zijn:

  • Jeuk of pijn
    • Schudden met kop
    • Klapperen met oren
    • Krabben aan oren
    • Schuren over de grond (met kop/oren)
    • Ontstoken oor omlaag houden / schuine kop
    • Pijn bij aanraken kop/oren
  • Overmatige hoeveelheid oorsmeer
  • Stinkende oren (met of zonder veel oorsmeer)
  • Rode oorschelp
  • Verdikte oorschelp of bloedoor (othematoom)
  • Etterige uitvloeiing (groen, geel, slijmerig)

Oorzaken van een oorontsteking

Er zijn meerdere oorzaken voor een oorontsteking. Bij sommige honden is de oorontsteking eenmalig maar bij veel honden komt de ontsteking steeds terug. In het begin kan hier maanden tussen zitten. Zolang de onderliggende oorzaak niet gediagnosticeerd wordt, kunnen de problemen steeds erger worden. Op den duur lijkt de oorontsteking helemaal niet meer weg te gaan.

Meest voorkomende oorzaken zijn:

Andere minder voorkomende oorzaken zijn immuungemedieerde aandoeningen zoals pemphigus en vasculitis maar ook afwijkingen aan de klieren of een poliep/tumor in de gehoorgang worden weleens gezien.

Bijkomende infectie

Een hond met een oorontsteking heeft niet per definitie een infectie. Door de ontsteking van de gehoorgang verandert het microklimaat (zuurgraad, temperatuur, luchtvochtigheid) en wordt er meer oorsmeer gemaakt. Dit alles zorgt ervoor dat bacteriën of gisten, die al aanwezig zijn, voor problemen kunnen zorgen. De infectie is niet de hoofdoorzaak maar een bijkomend probleem. We moeten in de praktijk dus ook niet de focus leggen op het behandelen van de infectie. Helaas zie ik regelmatig dat het wel zo is. Elke keer maar een zalfje voorschrijven, zorgt er niet voor dat we een diagnose kunnen stellen

Heeft de hond een infectie? – Cytologisch onderzoek

Om te zien of er sprake is van een bijkomende infectie kan de dierenarts middels cytologisch onderzoek het oorsmeer nakijken onder de microscoop. Een andere mogelijkheid is het opsturen van een swab voor kweek en gevoeligheidsbepaling (voor antibiotica). Dermatologen hebben de voorkeur voor cytologisch onderzoek om meerdere redenen: (1) je hebt direct een uitslag, (2) het is goedkoper, (3) het geeft een betrouwbare uitslag en een goed beeld van het probleem.

Met het cytologisch onderzoek bekijkt de dierenarts het monstertje na een speciale kleuring onder de microscoop. Hij/zij kan dan beoordelen of er een infectie aanwezig is en welke micro-organismen hier verantwoordelijk voor zijn (bacteriën of gisten). Daarnaast kan de dierenarts ook ontstekingscellen in beeld brengen en zien hoeveel micro-organismen per oor aanwezig zijn. Bij de controle kan dit onderzoek herhaald worden zodat we kunnen behandelen tot zowel de ontsteking als infectie verdwenen zijn. 

Dit onderzoek zorgt er voor dat de dierenarts gericht kan behandelen. We kunnen zo beter een oor reiniger en/of oorzalf kiezen. Een gisteninfectie krijgen we bijvoorbeeld niet weg met antibiotica en als er geen bacteriën aanwezig zijn dan hebben we ook geen antibiotica nodig. 

Plan van aanpak terugkerende oorontsteking

In de praktijk maak ik een onderscheid tussen honden die voor het eerst een oorontsteking hebben en honden die het vaker hebben gehad. Het mooiste zou zijn als we bij alle honden met een oorontsteking cytologisch onderzoek doen maar helaas is dit in de praktijk om meerdere redenen niet haalbaar. 

Heeft de hond vaker een oorontsteking gehad of gaat het niet beter na de ingestelde behandeling dan volg ik onderstaand stappenplan.

Stap 1: Anamnese + Signalement
Waar het heeft dier last van, sinds wanneer, hoeveel tijd zit ertussen, altijd in hetzelfde seizoen, etc.
Ras en leeftijd van de hond

Stap 2: Lichamelijk onderzoek
Hierbij worden de oren met een otoscoop bekeken en kijkt de dierenarts de rest van het dier na (ook wegen!). Het is extra belangrijk om de huid goed te onderzoeken (ook onder de staart en tussen de teentjes). Zo verzamelen we namelijk aanwijzingen voor een onderliggende aandoening.

Stap 3: Cytologisch onderzoek
Niet elke dierenarts kan dit onderzoek uitvoeren. Aanvullende kosten voor dit onderzoek liggen tussen de 15 en 30 euro. Cytologie helpt de dierenarts om je hond beter te behandelen en antibioticaresistentie en chronische oorontsteking te voorkomen.

Stap 4: Behandeling van de ontsteking en eventuele infectie
Een oorzalf bevat meestal een ontstekingsremmer (corticosteroïd), antibiotica en antischimmel middel. 
Afhankelijk van de bevindingen bij stap 3 kan de dierenarts voor een andere (betere) oorzalf kiezen. Zijn de oren erg vies dan is het aan te raden om de oren tevens te reinigen met een oorcleaner. In vieze oren werkt het oorzalfje minder goed. 

Stap 5: Onderliggende oorzaak onderzoeken 
Bij seizoensgebonden klachten denken we aan atopie maar bij alle andere huidklachten i.c.m. jeuk en oorontstekingen is er eerst een eliminatiedieet nodig om tot een diagnose te komen. Bij aanwijzingen op hormonale problemen is bloed- of urine onderzoek de volgende stap. Bij problemen met de verhoorning komen we al snel uit op het nemen van huidbiopten. 

Doorsturen dermatoloog of verder onderzoek

Bij sommige honden leiden bovenstaande stappen niet tot een blijvende oplossing. Het is dan aan te raden om op tijd naar een dermatoloog verwezen te worden. Zij kunnen met hun kennis en ervaring het dier beter helpen. Met een video-otoscoop kunnen zij de gehoorgang en het trommelvlies beter in beeld brengen dan met een normale otoscoop. Ze kunnen de oren goed uitspoelen en eventueel het middenoor mee behandelen.

Zijn er aanwijzingen voor bestendigende factoren dan is er verder onderzoek of een andere manier van behandeling noodzakelijk. Heeft de hond een middenoorontsteking of multiresistente bacterie? Dan ben je bij de dermatoloog in de juiste handen. Is de gehoorgang dermate aangetast dat we met medicatie dit niet meer kunnen terugdraaien? Dan is uiteindelijk verwijdering van de gehoorgang geïndiceerd. Om dit te voorkomen is tijdig ingrijpen en doorsturen van absoluut belang!

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Behandeling van atopie: immuuntherapie

Immuuntherapie

Immuuntherapie, ook wel allergeen-specifieke immuuntherapie (ASIT) genoemd, wordt bij mensen met atopie al sinds begin van vorige eeuw gebruikt. In 1992 is immuuntherapie van Artuvetrin als diergeneesmiddel geregistreerd. Op de website van Artuvetrin lees je meer over allergietesten en de behandeling met immuuntherapie.

Het is een van de behandelingsvormen van de behandeling van atopie. Op deze pagina lees je meer over ASIT. 

Het is de enige behandeling die het verloop van de allergie kan veranderen en de reactie van het immuunsysteem kan aanpassen zonder deze te onderdrukken. 

Desensibliseren

Sensibilisatie is het proces waarbij dieren gevoelig (gemaakt) worden. Door herhaalde blootstelling aan stofjes in de omgeving reageert het afweersysteem bij allergische dieren overmatig. Het lichaam maakt als het ware van een mug een olifant. Onschadelijke huisstofmijten of graspollen zijn ineens een bedreiging voor het lichaam en moeten met grof geschut aangepakt worden. Dat is één van de redenen waarom we niet te lang moeten wachten om de jeuk en ontsteking te behandelen. Naarmate de tijd verstrijkt kan het lichaam meer gevoelig worden en wordt het steeds lastiger om de allergie te behandelen. Op celniveau zien we een verschuiving van de betrokken cellen en stofjes. Bij chronische jeuk wordt het steeds lastiger om gericht te behandelen.

Desensibilisatie is het proces waarbij het lichaam weer ‘ongevoelig’ gemaakt kan worden. Dat is het doel van de immuuntherapie: ervoor zorgen dat het afweersysteem niet meer overmatig reageert na blootstelling aan omgevingsallergenen. 

Allergietesten

Om het lichaam te desensibiliseren moeten we eerst in kaart brengen op welke stofjes het lichaam overgevoelig reageert. Hiervoor gebruiken we twee allergietesten: de serumtest (bloedonderzoek) en huidtest (intradermale test). In het artikel ‘Allergietesten‘ lees je meer informatie.

Na het bloedonderzoek heb je binnen 1-2 weken een uitslag. De huidtest wordt direct door de dermatoloog afgelezen. Sommige dieren hebben een vertraagde reactie, dat betekent dat er 1-2 dagen na de huidtest alsnog een rode zwelling kan ontstaan op de plek waar het allergeen is ingespoten. 

Hoe werkt de immuuntherapie?

Aan de hand van de uitslag van de bloed- en/of huidtest kan het laboratorium een desensibilisatiekuur maken.

De immuuntherapie werkt door het periodiek geven van een dosis allergenen (per injectie of via het bekje). Het afweersysteem reageert daar op en uiteindelijk wordt er bij een deel van de honden een tolerantie voor de desbetreffende allergenen opgebouwd. Het afweersyteem wordt als het ware getraind om niet meer overmatig te reageren.

Bij atopische dieren reageert het afweersysteem namelijk afwijkend. Hierbij spelen T-cellen een belangrijke rol. T-cellen (T-lymfocyten) zijn witte bloedcellen (afweercellen), onderdeel van het verkregen immuunsysteem. Er bestaan verschillende soorten T-cellen met elk een andere taak, bv. T-helper cellen (Th) en regulerende T-cellen (Treg). 

T-cellen laten allerlei stofjes (o.a. cytokines) los om met andere afweercellen te communiceren en bepaalde processen te activeren. Bij allergische honden zijn T-helper 2 cellen in de meerderheid. Bij chronische problemen zien we een verschuiving naar T-helper 1 cellen.

De immuuntherapie grijpt aan op de populatie T-cellen. Er wordt een nieuwe generatie regulerende T-cellen geactiveerd. Deze T-reg cellen onderdrukken T-helper 1 en 2 cellen. Dit resulteert dan in minder ontsteking, jeuk en andere huidklachten.

  • Th1 cellen sturen andere afweercellen aan: macrofagen, Natural Killer-cellen, cytotoxische T-cellen.
  • Th2 cellen zorgen ervoor dat B-cellen (andere afweercellen van het verkregen afweersysteem) antilichamen (antistoffen) maken. 

Macrofagen: zijn een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Zij eten celresten en ziekteverwekkers op (‘fagocyteren’). 

Natural Killer (NK) cellen: zijn de eerste verdediging tegen indringers van buitenaf (ze reageren ‘van nature’ op lichaamsvreemde stofjes). 

Cytotoxische T-cellen: deze gespecialiseerde T-cellen geven stofjes (toxinen) af die de dood van andere cellen in gang zet. Dit zijn meestal geïnfecteerde lichaamseigen cellen maar bijvoorbeeld ook kankercellen. 

Treg cellen remmen andere T-cellen zodat het afweersysteem niet doorslaat.

De behandeling zelf

Zodra de uitslag(en) bekend zijn, kan het laboratorium een allergeen-specifieke-immuuntherapie maken.

De therapie wordt op maat gemaakt voor elk dier, op basis van de allergenen die worden geïdentificeerd met de allergietesten. De dierenarts of dermatoloog geeft aan het laboratorium door welke allergenen in de immuuntherapie meegenomen moeten worden. Het kan voorkomen dat niet alle positieve allergenen uit de test in de therapie komen. We willen alleen de relevante allergenen toevoegen. 

Als de desensibilisatiekuur gemaakt is, wordt deze naar de praktijk opgestuurd. De dierenarts of dermatoloog zal daarna de behandeling uitleggen waarbij er ook geoefend wordt om zélf de onderhuidse injecties te geven. Meeste eigenaren geven de injecties zelf maar veelal is het ook mogelijk om dit op de praktijk te laten doen. In het filmpje hieronder kun je zien hoe het in z’n werk gaat (bron: Allergiepoli voor honden Youtube kanaal).

Bij het starten van de therapie wordt er begonnen met een opbouwschema. We beginnen bij 0,2 ml en na geleidelijk opbouwen bereiken we na 12 weken een maximale dosering van 1 ml. Niet elke hond reageert hetzelfde, in sommige gevallen is het standaardprotocol te snel of is de hoeveelheid allergenen te hoog. We kunnen dan afwijkend van het schema. 

Uiteindelijk komen we uit op een onderhoudsdosering waar de hond het goed op doet. Dit kan 1 ml per 4 weken zijn maar ook om de week 0,5 ml of elke 3 weken 0,8 ml. Door het behandelschema op de hond aan te passen behalen we de beste resultaten. 

Er bestaat sinds kort ook een ‘sublinguale’ immuuntherapie. Hierbij worden de allergenen niet per injectie onder de huid toegediend maar via een pompje in de bek (wangslijmvlies, onder de tong). Deze behandeling is anders dan de gebruikelijke immuuntherapie. Er kunnen 12 allergenen in één flesje en de vloeistof moet dagelijks toegediend worden (i.p.v. 8 allergenen en maandelijkse toediening). 

De sublinguale immuuntherapie is een optie voor eigenaren die niet kunnen prikken of voor honden waarbij de injecties bijwerkingen veroorzaken. Daarnaast is er bewijs dat honden die niet goed reageren op de injectievariant, wél verbeteren met de druppels in het bekje. 

Succes en kosten

Over het algemeen zien we binnen 4-6 maanden dat de behandeling effect heeft. Helaas is het succespercentage van deze behandeling geen 100%. Ongeveer 60-75% van de honden die behandeld worden met de immuuntherapie laten verbetering zien. Merendeel van de honden die goed reageren, hebben nog andere behandelingsvormen nodig. Ongeveer 20% van de honden is met alleen immuuntherapie klachtenvrij. 

De immuuntherapie, 1 flesje van 10 ml, bestaat uit 1 tot 8 allergenen. Het is mogelijk om meer dan 8 allergenen te behandelen maar dan zijn er additionele flesjes nodig. Als we 1 ml per maand geven dan kun je met één flesje 10 maanden vooruit. Omgerekend kost de immuuntherapie per maand zo’n 15-30 euro, dit is afhankelijk van de hoeveelheid allergenen (1-4 is goedkoper dan 5-8). 

Het beste resultaat - tips&trucs

  • Elke hond is anders
  • Behandeling op maat is essentieel voor een goed resultaat
  • Het standaardschema is een richtlijn
  • Het is aan te raden om het eerste half jaar de jeuk en ontsteking te behandelen
  • Blijf monitoren op bijkomende huidinfecties!
  • Vergeet de parasieten niet!
  • Is de rol van voedsel onderzocht met een betrouwbaar en strikt eliminatiedieet?
  • Houd een dagboek bij
  • Kijk goed naar de omgeving, misschien kun je een verband ontdekken met stofjes uit de omgeving en het ontstaan van jeuk of andere klachten?
  • Meer jeuk ná de injectie betekent dat we teveel geven → dosering aanpassen
  • Combinatie van bloed- en huidtest is het beste (?)
    Een negatieve bloedtest kan het beste opgevolgd worden door een huidtest. Maar ook in een positief bloedonderzoek kunnen we verantwoordelijke allergenen missen die wel met de huidtest naar voren komen.
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding:
– https://www.hematologienederland.nl
– https://mens-en-gezondheid.infonu.nl
– ESAVS dermatologie cursus
– https://www.artuvet.com/nl/
– Youtube kanaal Allergiepoli voor honden