Oorontsteking bij de hond

chronische oorontsteking hond

Oorontsteking - Otitis Externa

Otitis externa is een ontsteking van de buitenste gehoorgang. Dat is het deel van het oor dat door het trommelvlies wordt gescheiden van het midden- en binnenoor. De buitenste gehoorgang wordt opgedeeld in drie stukken: de oorschelp, verticale en horizontale gehoorgang. Een oorontsteking kan eenzijdig of beiderzijds aanwezig zijn. 

Sommige honden hebben alleen een ontsteking van de oorschelp (binnen- of buitenzijde) terwijl bij andere honden de gehele buitenste gehoorgang mee doet. In alle gevallen spreken we van een otitis externa.

Een oorontsteking kan acuut of chronisch zijn, waarbij we spreken van een chronische oorontsteking als het probleem langer dan 3 weken bestaat óf als er te snel recidief optreedt. 

Als dierenarts zie ik veel honden met een oorontsteking (bijna dagelijks). Ongeveer 1 op de 5 honden krijgt hier weleens last van. Merendeel van de honden met terugkerende oorontsteking heeft een allergie. Maar elke hond is anders. Het is erg belangrijk om het probleem stapsgewijs te benaderen om de klachten te kunnen behandelen én de onderliggende oorzaak te achterhalen.

anatomie oor hond
Doorsnede van de buitenste gehoorgang van een hond. De huid van de oorschelp loopt door via de verticale en horizontale gehoorgang naar het trommelvlies. Omdat de huid van de buitenste gehoorgang en oorschelp niet veel anders is dan elders op het lichaam, kan een ontsteking hiervan door verschillende aandoeningen veroorzaakt worden.

Symptomen

Tekenen van een oorontsteking zijn:

  • Jeuk of pijn
    • Schudden met kop
    • Klapperen met oren
    • Krabben aan oren
    • Schuren over de grond (met kop/oren)
    • Ontstoken oor omlaag houden / schuine kop
    • Pijn bij aanraken kop/oren
  • Overmatige hoeveelheid oorsmeer
  • Stinkende oren (met of zonder veel oorsmeer)
  • Rode oorschelp
  • Verdikte oorschelp of bloedoor (othematoom)
  • Etterige uitvloeiing (groen, geel, slijmerig)

Oorzaken van een oorontsteking

Er zijn meerdere oorzaken voor een oorontsteking. Bij sommige honden is de oorontsteking eenmalig maar bij veel honden komt de ontsteking steeds terug. In het begin kan hier maanden tussen zitten. Zolang de onderliggende oorzaak niet gediagnosticeerd wordt, kunnen de problemen steeds erger worden. Op den duur lijkt de oorontsteking helemaal niet meer weg te gaan.

Meest voorkomende oorzaken zijn:

Andere minder voorkomende oorzaken zijn immuungemedieerde aandoeningen zoals pemphigus en vasculitis maar ook afwijkingen aan de klieren of een poliep/tumor in de gehoorgang worden weleens gezien.

Bijkomende infectie

Een hond met een oorontsteking heeft niet per definitie een infectie. Door de ontsteking van de gehoorgang verandert het microklimaat (zuurgraad, temperatuur, luchtvochtigheid) en wordt er meer oorsmeer gemaakt. Dit alles zorgt ervoor dat bacteriën of gisten, die al aanwezig zijn, voor problemen kunnen zorgen. De infectie is niet de hoofdoorzaak maar een bijkomend probleem. We moeten in de praktijk dus ook niet de focus leggen op het behandelen van de infectie. Helaas zie ik regelmatig dat het wel zo is. Elke keer maar een zalfje voorschrijven, zorgt er niet voor dat we een diagnose kunnen stellen

Heeft de hond een infectie? – Cytologisch onderzoek

Om te zien of er sprake is van een bijkomende infectie kan de dierenarts middels cytologisch onderzoek het oorsmeer nakijken onder de microscoop. Een andere mogelijkheid is het opsturen van een swab voor kweek en gevoeligheidsbepaling (voor antibiotica). Dermatologen hebben de voorkeur voor cytologisch onderzoek om meerdere redenen: (1) je hebt direct een uitslag, (2) het is goedkoper, (3) het geeft een betrouwbare uitslag en een goed beeld van het probleem.

Met het cytologisch onderzoek bekijkt de dierenarts het monstertje na een speciale kleuring onder de microscoop. Hij/zij kan dan beoordelen of er een infectie aanwezig is en welke micro-organismen hier verantwoordelijk voor zijn (bacteriën of gisten). Daarnaast kan de dierenarts ook ontstekingscellen in beeld brengen en zien hoeveel micro-organismen per oor aanwezig zijn. Bij de controle kan dit onderzoek herhaald worden zodat we kunnen behandelen tot zowel de ontsteking als infectie verdwenen zijn. 

Dit onderzoek zorgt er voor dat de dierenarts gericht kan behandelen. We kunnen zo beter een oor reiniger en/of oorzalf kiezen. Een gisteninfectie krijgen we bijvoorbeeld niet weg met antibiotica en als er geen bacteriën aanwezig zijn dan hebben we ook geen antibiotica nodig. 

Plan van aanpak terugkerende oorontsteking

In de praktijk maak ik een onderscheid tussen honden die voor het eerst een oorontsteking hebben en honden die het vaker hebben gehad. Het mooiste zou zijn als we bij alle honden met een oorontsteking cytologisch onderzoek doen maar helaas is dit in de praktijk om meerdere redenen niet haalbaar. 

Heeft de hond vaker een oorontsteking gehad of gaat het niet beter na de ingestelde behandeling dan volg ik onderstaand stappenplan.

Stap 1: Anamnese + Signalement
Waar het heeft dier last van, sinds wanneer, hoeveel tijd zit ertussen, altijd in hetzelfde seizoen, etc.
Ras en leeftijd van de hond

Stap 2: Lichamelijk onderzoek
Hierbij worden de oren met een otoscoop bekeken en kijkt de dierenarts de rest van het dier na (ook wegen!). Het is extra belangrijk om de huid goed te onderzoeken (ook onder de staart en tussen de teentjes). Zo verzamelen we namelijk aanwijzingen voor een onderliggende aandoening.

Stap 3: Cytologisch onderzoek
Niet elke dierenarts kan dit onderzoek uitvoeren. Aanvullende kosten voor dit onderzoek liggen tussen de 15 en 30 euro. Cytologie helpt de dierenarts om je hond beter te behandelen en antibioticaresistentie en chronische oorontsteking te voorkomen.

Stap 4: Behandeling van de ontsteking en eventuele infectie
Een oorzalf bevat meestal een ontstekingsremmer (corticosteroïd), antibiotica en antischimmel middel. 
Afhankelijk van de bevindingen bij stap 3 kan de dierenarts voor een andere (betere) oorzalf kiezen. Zijn de oren erg vies dan is het aan te raden om de oren tevens te reinigen met een oorcleaner. In vieze oren werkt het oorzalfje minder goed. 

Stap 5: Onderliggende oorzaak onderzoeken 
Bij seizoensgebonden klachten denken we aan atopie maar bij alle andere huidklachten i.c.m. jeuk en oorontstekingen is er eerst een eliminatiedieet nodig om tot een diagnose te komen. Bij aanwijzingen op hormonale problemen is bloed- of urine onderzoek de volgende stap. Bij problemen met de verhoorning komen we al snel uit op het nemen van huidbiopten. 

Doorsturen dermatoloog of verder onderzoek

Bij sommige honden leiden bovenstaande stappen niet tot een blijvende oplossing. Het is dan aan te raden om op tijd naar een dermatoloog verwezen te worden. Zij kunnen met hun kennis en ervaring het dier beter helpen. Met een video-otoscoop kunnen zij de gehoorgang en het trommelvlies beter in beeld brengen dan met een normale otoscoop. Ze kunnen de oren goed uitspoelen en eventueel het middenoor mee behandelen.

Zijn er aanwijzingen voor bestendigende factoren dan is er verder onderzoek of een andere manier van behandeling noodzakelijk. Heeft de hond een middenoorontsteking of multiresistente bacterie? Dan ben je bij de dermatoloog in de juiste handen. Is de gehoorgang dermate aangetast dat we met medicatie dit niet meer kunnen terugdraaien? Dan is uiteindelijk verwijdering van de gehoorgang geïndiceerd. Om dit te voorkomen is tijdig ingrijpen en doorsturen van absoluut belang!

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Demodex injai

Demodex mijten

Veel mensen weten niet dat er verschillende demodex mijten bestaan. Er zijn bij de hond drie soorten bekend: Demodex canis, Demodex injai en Demodex cornei. Meestal als we het over demodex hebben, dan bedoelen we Demodex canis. Dit is een normale huidbewoner en leeft in de haarzakjes in de lederhuid. Gezonde honden hebben hier geen last van; het afweersysteem houdt de populatie onder controle. 

Demodicosis

Demodicosis is een huidziekte die wordt veroorzaakt door demodex mijten. Demodex canis leeft in kleine aantallen in de huid. Bij onvoldoende afweer en een verstoorde balans kunnen deze mijten rap vermenigvuldigen en voor problemen zorgen.

In principe heeft elke hond demodex mijten. Uit onderzoek is gebleken dat alleen honden geboren via een keizersnede die vervolgens met de fles groot gebracht zijn, géén demodex mijten hebben. Pups krijgen de mijten gedurende de eerste 2-3 dagen van het leven via de moederhond. Met name tijdens het zogen worden de mijten overgedragen. Dit is een logische verklaring waarom we vaker huidklachten op de kop en voorpoten zien. Na de overdracht van moederhond naar pup zijn de mijten niet meer ‘besmettelijk’.

Rode huid en beginnende kaalheid op de poot van een jonge hond

Demodex injai en Demodex cornei zijn minder voorkomend dan Demodex canis mijten. D. injai is groter en heeft een langer lichaam. Ze leven diep in de haarfollikel en kunnen ook in de talgklieren voorkomen. D. cornei heeft een kort lichaam en leeft oppervlakkig in de huid.

We weten niet goed of de andere demodex mijten, net zoals Demodex canis, bij alle honden aanwezig zijn 

Demodex cornei
Demodex canis

Demodex injai

Demodicosis door D. injai is tot op heden alleen beschreven bij volwassen dieren (ouder dan twee jaar), met de hoogste incidentie bij terriërs. 

Eén van de belangrijkste symptomen is een vette vacht (en huid)(seborroe oleosa), met name op de rug. Seborroe is een medische term die in de diergeneeskunde wordt gebruikt om problemen met de verhoorning en vorming van vetten in de huid te beschrijven. 

Andere symptomen zijn kaalheid, rode of juist zwarte huid en mee-eters (comedones). Soms hebben de honden jeuk en zelden zien we huidafwijkingen op de kop. Dit laatste geldt niet voor Shih Tzu’s. Uit recent onderzoek is gebleken dat Demodex injai bij Shih Tzu’s voor zgn ‘Facial Dermatitis’ kan zorgen. De honden hebben ontstekingen van de huid en jeuk aan de kop. 

Diagnose en behandeling

We weten niet zoveel over deze mijt, dat maakt de diagnose en behandeling niet altijd even makkelijk. De diagnose stellen we door middel van diepe huidafkrabsels. Demodex injai en canis leven diep in de huid (dermis), we moeten dus tot bloedens toe afkrabben om deze mijten te vinden. 

Het is (voor mij) onbekend of gebruikelijke en geregistreerde diergeneesmiddelen die gebruikt worden bij de behandeling van Demodex canis, ook werken bij demodicosis door Demodex injai.

In de praktijk merk ik dat terriërs met seborroe oleosa en/of jeuk op de rug goed reageren op behandeling met isoxazolines. Dit zijn tabletten die werken tegen vlooien en teken. Sommige zijn ook geregistreerd voor de behandeling van Demodex canis. Deze diergeneesmiddelen zijn al enkele jaren op de markt verkrijgbaar (uitsluitend bij de dierenarts) en zijn bijzonder effectief tegen o.a. Demodex canis. We hoeven gelukkig niet meer maanden lang te behandelen met amitraz, ivermectine of moxidectine. Over het algemeen is het probleem binnen 1-3 maanden opgelost.

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Behandeling van atopie: immuuntherapie

Immuuntherapie

Immuuntherapie, ook wel allergeen-specifieke immuuntherapie (ASIT) genoemd, wordt bij mensen met atopie al sinds begin van vorige eeuw gebruikt. In 1992 is immuuntherapie van Artuvetrin als diergeneesmiddel geregistreerd. Op de website van Artuvetrin lees je meer over allergietesten en de behandeling met immuuntherapie.

Het is een van de behandelingsvormen van de behandeling van atopie. Op deze pagina lees je meer over ASIT. 

Het is de enige behandeling die het verloop van de allergie kan veranderen en de reactie van het immuunsysteem kan aanpassen zonder deze te onderdrukken. 

Desensibliseren

Sensibilisatie is het proces waarbij dieren gevoelig (gemaakt) worden. Door herhaalde blootstelling aan stofjes in de omgeving reageert het afweersysteem bij allergische dieren overmatig. Het lichaam maakt als het ware van een mug een olifant. Onschadelijke huisstofmijten of graspollen zijn ineens een bedreiging voor het lichaam en moeten met grof geschut aangepakt worden. Dat is één van de redenen waarom we niet te lang moeten wachten om de jeuk en ontsteking te behandelen. Naarmate de tijd verstrijkt kan het lichaam meer gevoelig worden en wordt het steeds lastiger om de allergie te behandelen. Op celniveau zien we een verschuiving van de betrokken cellen en stofjes. Bij chronische jeuk wordt het steeds lastiger om gericht te behandelen.

Desensibilisatie is het proces waarbij het lichaam weer ‘ongevoelig’ gemaakt kan worden. Dat is het doel van de immuuntherapie: ervoor zorgen dat het afweersysteem niet meer overmatig reageert na blootstelling aan omgevingsallergenen. 

Allergietesten

Om het lichaam te desensibiliseren moeten we eerst in kaart brengen op welke stofjes het lichaam overgevoelig reageert. Hiervoor gebruiken we twee allergietesten: de serumtest (bloedonderzoek) en huidtest (intradermale test). In het artikel ‘Allergietesten‘ lees je meer informatie.

Na het bloedonderzoek heb je binnen 1-2 weken een uitslag. De huidtest wordt direct door de dermatoloog afgelezen. Sommige dieren hebben een vertraagde reactie, dat betekent dat er 1-2 dagen na de huidtest alsnog een rode zwelling kan ontstaan op de plek waar het allergeen is ingespoten. 

Hoe werkt de immuuntherapie?

Aan de hand van de uitslag van de bloed- en/of huidtest kan het laboratorium een desensibilisatiekuur maken.

De immuuntherapie werkt door het periodiek geven van een dosis allergenen (per injectie of via het bekje). Het afweersysteem reageert daar op en uiteindelijk wordt er bij een deel van de honden een tolerantie voor de desbetreffende allergenen opgebouwd. Het afweersyteem wordt als het ware getraind om niet meer overmatig te reageren.

Bij atopische dieren reageert het afweersysteem namelijk afwijkend. Hierbij spelen T-cellen een belangrijke rol. T-cellen (T-lymfocyten) zijn witte bloedcellen (afweercellen), onderdeel van het verkregen immuunsysteem. Er bestaan verschillende soorten T-cellen met elk een andere taak, bv. T-helper cellen (Th) en regulerende T-cellen (Treg). 

T-cellen laten allerlei stofjes (o.a. cytokines) los om met andere afweercellen te communiceren en bepaalde processen te activeren. Bij allergische honden zijn T-helper 2 cellen in de meerderheid. Bij chronische problemen zien we een verschuiving naar T-helper 1 cellen.

De immuuntherapie grijpt aan op de populatie T-cellen. Er wordt een nieuwe generatie regulerende T-cellen geactiveerd. Deze T-reg cellen onderdrukken T-helper 1 en 2 cellen. Dit resulteert dan in minder ontsteking, jeuk en andere huidklachten.

De behandeling zelf

Zodra de uitslag(en) bekend zijn, kan het laboratorium een allergeen-specifieke-immuuntherapie maken.

De therapie wordt op maat gemaakt voor elk dier, op basis van de allergenen die worden geïdentificeerd met de allergietesten. De dierenarts of dermatoloog geeft aan het laboratorium door welke allergenen in de immuuntherapie meegenomen moeten worden. Het kan voorkomen dat niet alle positieve allergenen uit de test in de therapie komen. We willen alleen de relevante allergenen toevoegen. 

Als de desensibilisatiekuur gemaakt is, wordt deze naar de praktijk opgestuurd. De dierenarts of dermatoloog zal daarna de behandeling uitleggen waarbij er ook geoefend wordt om zélf de onderhuidse injecties te geven. Meeste eigenaren geven de injecties zelf maar veelal is het ook mogelijk om dit op de praktijk te laten doen. In het filmpje hieronder kun je zien hoe het in z’n werk gaat (bron: Allergiepoli voor honden Youtube kanaal).

Bij het starten van de therapie wordt er begonnen met een opbouwschema. De maximale dosering per maand is 1 ml. Niet elke hond reageert hetzelfde, in sommige gevallen is het standaardprotocol te snel qua opbouwen of is de hoeveelheid allergenen te hoog. We kunnen dan afwijken van het schema. 

Uiteindelijk komen we uit op een onderhoudsdosering waar de hond het goed op doet. Dit kan 1 ml per 4 weken zijn maar ook om de week 0,5 ml of elke 3 weken 0,8 ml. Door het behandelschema op de hond aan te passen behalen we de beste resultaten. 

Er bestaat sinds kort ook een ‘sublinguale’ immuuntherapie. Hierbij worden de allergenen niet per injectie onder de huid toegediend maar via een pompje in de bek (wangslijmvlies, onder de tong). Deze behandeling is anders dan de gebruikelijke immuuntherapie. Er kunnen 12 allergenen in één flesje en de vloeistof moet dagelijks toegediend worden (i.p.v. 8 allergenen en maandelijkse toediening). 

De sublinguale immuuntherapie is een optie voor eigenaren die niet kunnen prikken of voor honden waarbij de injecties bijwerkingen veroorzaken. Het is ook mogelijk dat honden die niet goed reageren op de injectievariant, wel positief reageren op de sublinguale immuuntherapie. 

Succes en kosten

Over het algemeen zien we binnen 6-9 maanden dat de behandeling effect heeft. Helaas is de behandeling niet voor alle honden succesvol. Ongeveer 60-70% laat (meer dan 50%) verbetering zien. Veel honden die goed reageren, hebben echter nog andere behandelingsvormen nodig (shampootherapie, oorzalf, medicatie). Het doel van de immuuntherapie is dat: (1) dieren minder klachten hebben, of (2) er minder opflakkeringen gezien worden, of dat (3) dieren minder medicatie nodig hebben. 
Ongeveer 20% van de honden is met alleen immuuntherapie klachtenvrij. 

De immuuntherapie, 1 flesje van 10 ml, bevat 1 tot 8 allergenen. Het is mogelijk om meer dan 8 allergenen te behandelen maar dan zijn er additionele flesjes nodig. Als we 1 ml per maand geven dan kun je met één flesje 10 maanden vooruit. Omgerekend kost de immuuntherapie gemiddeld per maand zo’n 25-50 euro, dit is afhankelijk van de hoeveelheid allergenen (1-4 is goedkoper dan 5-8) en bij meerdere flesjes zijn de kosten vanzelfsprekend hoger. 

Het beste resultaat - tips&trucs

  • Elke hond is anders
  • Behandeling op maat is essentieel voor een goed resultaat
  • Het standaardschema is een richtlijn
  • Het is aan te raden om het eerste half jaar de jeuk en ontsteking te behandelen
  • Blijf monitoren op bijkomende huidinfecties!
  • Vergeet de parasieten niet!
  • Is de rol van voedsel onderzocht met een betrouwbaar en strikt eliminatiedieet?
  • Houd een dagboek bij
  • Kijk goed naar de omgeving, misschien kun je een verband ontdekken met stofjes uit de omgeving en het ontstaan van jeuk of andere klachten?
  • Meer jeuk ná de injectie betekent dat we teveel geven → dosering aanpassen
  • Combinatie van bloed- en huidtest is het beste (?)
    Een negatieve bloedtest kan het beste opgevolgd worden door een huidtest. Maar ook als de bloedtest wél positief is, kunnen we verantwoordelijke allergenen missen die wel met de huidtest naar voren komen.
© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Bronvermelding:
– https://www.hematologienederland.nl
– https://mens-en-gezondheid.infonu.nl
– ESAVS dermatologie cursus
– https://www.artuvet.com/nl/
– Youtube kanaal Allergiepoli voor honden

Mee-eters bij honden

Comedones

Mee-eters, iedereen kent ze wel. Volgens humane artsen zijn mee-eters verstoppingen van de talgklieruitvoergangen. Het worden ook wel verstopte poriën of comedones genoemd. Er bestaan witte en zwarte mee-eters (zie afbeelding hieronder).

Bron en copyright: Huidarts.com

Mensen en honden zijn natuurlijk niet hetzelfde. In de diergeneeskunde is een mee-eter een haarzakje zonder haar waarbij het haarzakje verstopt is met keratine-achtig debris (afval, dode cellen) en talg. 

Aan de buitenkant kunnen we mee-eters bij honden herkennen als zwarte puntje in de huid (zgn. ‘blackheads’). 

Comedones bij honden

Niet elke hond met mee-eters is per definitie ziek. Maar heeft jouw hond veel mee-eters,is de huid geïrriteerd en onrustig of heeft hij/zij andere klachten? Dan zou er weleens iets meer aan de hand kunnen zijn. 

Mee-eters op de buik van een hond. De rode puntjes zijn papels en onder op de foto is een oude pukkel te zien.

Mogelijke oorzaken

Er zijn meerdere (huid)aandoeningen bij honden die mee-eters veroorzaken. Katten krijgen alleen mee-eters op de kin bij Feline Acne. Bij haarloze rassen zoals de Chinese Naakthond en Sfinx is het een ‘normale’ bevinding. 

Heeft jouw hond mee-eters, dan kunnen die veroorzaakt worden door:

  • Demodex mijten
  • Schimmels
  • Ziekte van Cushing
  • Overmaat aan oestrogenen (door bv. cysten op de eierstokken)
  • Topicaal corticosteroïd gebruik (zalfjes)!
  • Kleurmutant alopecia
  • Folliculaire dysplasieën = afwijkingen van de haarzakjes (meestal erfelijk)
  • Idiopathische Seborroe 
  • Bij Cocker Spaniëls: Vitamine-A-responsieve dermatose
  • Bij Schnauzers: Schnauzer comedone syndroom
  • Op de kin: kin pyodermie

Schnauzer comedone syndroom

Bij dwergschnauzers komt een acne-achtige huidaandoening voor: het Schnauzer Comedone syndroom. We weten niet precies waardoor de mee-eters ontstaan. Het is een aandoening die niet gepaard gaat met jeuk of pijn. 

De mee-eters bevinden zich op de rug, tussen de schouders en het bekken. Meestal volgen de comedones de middenlijn over de rugwervels. De verwijde haarzakjes kunnen geïnfecteerd raken met bacteriën. Er ontstaan dan rode puntjes (papels), pukkels en het dier kan jeuk ervaren. 

Behandeling

Er zijn meerdere huidverzorgingsproducten om mee-eters te behandelen. Het is echter wel belangrijk dat er eerst een diagnose wordt gesteld. De dierenarts kan door middel van huidafkrabsels mijten uitsluiten. Om schimmels te onderzoeken neemt de dierenarts wat monsters van de huid voor een schimmelkweek. Tegenwoordig bestaat er ook een PCR onderzoek waarbij de uitslag binnen enkele werkdagen bekend is 

Bij ziekte van Cushing heeft de hond eigenlijk altijd systemische klachten zoals veel drinken en plassen. Lees meer over Cushing op de website van het Medisch Centrum voor Dieren.

Afhankelijk van het ras en de vachtkleur is verder onderzoek naar kleurmutant alopecia en folliculaire dysplasie noodzakelijk. De dierenarts neemt dan huidbiopten en stuurt de monsters op voor weefselonderzoek bij de patholoog. Binnen 1-2 weken hebben we dan een uitslag. Huidbiopten worden meestal onder algehele narcose genomen maar het is ook mogelijk om dit via lokale verdoving te doen. 

Shampootherapie

Omdat de haarzakjes verstopt zijn met rommel is shampootherapie de beste manier om te behandelen.
Overmatig talg en vuil wordt van de huid gespoeld. Door gebruik te maken van medicinale shampoos kan de talgproductie en keratinisatie (vorming van opperhuid) hersteld worden. Niet elke shampoo is hiervoor geschikt.

Elke hond reageert anders; dat kan te maken hebben met de ingrediënten van de shampoo maar ook de ernst van de klachten. Waar moet je op letten bij het kiezen van een shampoo? 

  • Gebruik altijd een shampoo voor honden
  • Shampoos van de dierenarts zijn over het algemeen van betere kwaliteit 
  • Is de shampoo speciaal ontwikkeld voor behandeling van huidproblemen?
  • Sommige ingrediënten zijn te heftig en kunnen bijwerkingen veroorzaken (denk bv. aan teer of hoge concentraties salicylzuur)
  • Iedereen kan dergelijke producten importeren of zelf maken en vervolgens op de markt brengen. 
  • Houd er rekening mee dat elke shampoo een huidreactie kan opwekken. Is jouw hond erg gevoelig? Verdun de shampoo en probeer het op een stukje gezonde huid (bv. 1 op 10 verdunnen).

Raadpleeg eerst je dierenarts voordat je met een shampoo gaat wassen. Dit geldt helemaal voor dieren die jeuk of andere huidplekjes hebben. 

© 2019 Huidadvies voor dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Zonnebrandcrème voor honden en katten

Waarom zonnebrandcrème voor uw hond of kat?

Net als mensen kunnen honden en katten verbranden na blootstelling aan zonnestralen. Tekenen van zonnebrand bij uw huisdier kunnen rode, schilferige of droge huid zijn maar ook verlies van haren. Later kunnen er wondjes en korstjes ontstaan.

Het zonlicht heeft een aantal onzichtbare effecten op de huid: op celniveau (het DNA wordt aangetast) en op het afweersysteem in de huid. Kleine beschadigingen leiden tot herstel of mutatie van cellen. UV-licht zorgt o.a. voor schade van het collageen in de huid met een verminderde elasticiteit als gevolg. Meer ernstige beschadiging leidt tot celdood, het loslaten van chemische stofjes die ontsteking stimuleren en verminderde functie van de afweercellen in de huid.

Huidkanker kan het gevolg zijn van overmatige of langdurig herhaalde blootstelling aan UV-licht (UV-A en UV-B). Plaveiselcelcarcinoom (SCC) bij de hond en kat is één van de bekendste vormen van huidkanker (zo’n 15% van de huidtumoren van de kat en 5% bij de hond).

Afbeelding van Ivana Kohoutová via Pixabay

Zonnebrand voor alle dieren?

In principe heeft het lichaam meerdere manieren om zich te beschermen van invloeden van buitenaf. De huidbarrière en vetlaag van de opperhuid maar ook de vacht zijn hier voorbeelden van.

Bescherming tegen de zon is aan te raden bij:

  • onvoldoende beschermde huid: dun behaarde gebieden zoals oren, neus, buik, liezen.
  • onvoldoende beschermde huid: dieren met witte of licht gekleurde vacht, haarloze rassen, na scheren
  • lichaamsdelen zonder pigment: zoals littekenweefsel, chirurgische wonden maar ook honden of katten met vitiligo of pemphigus
  • honden of katten met huidaandoeningen die kunnen verergeren na blootstelling aan UV-licht (cutane lupus, pemphigus)
  • dieren met zonnebrand

SPF

SPF staat voor Sun Protection Factor. Deze factor bepaald de mate en effectiviteit van bescherming tegen zonnebrand. De SPF zegt dus niks over tijdsduur of blootstelling aan zonlicht. Er wordt aangenomen dat het vermogen van bescherming van een zonnebrandcrème maximaal 2 uur aanhoudt. Het is daarom aan te bevelen om regelmatig zonnebrandcrème aan te brengen.

De mate van bescherming hangt af van de SPF waarden. Producten met een lage of matige bescherming hebben een SPF van 6-10 en 15-25. SPF 30-50 geeft een hoge bescherming en SPF 50+ een zeer hoge bescherming.

Zink oxide

De reden waarom je beter géén humane zonnebrandcrème voor dieren kunt gebruiken is dat deze producten bijna altijd zink oxide bevatten. Zink oxide is een mineraal dat vaak aan zalfjes en huidverzorgingsproducten wordt toegevoegd om brandwonden op de huid te voorkomen of behandelen. Zink is één van de belangrijkste mineralen voor de huid en heeft een grote invloed bij de aanmaak van nieuwe cellen.

Echter als zink oxide via de bek wordt ingenomen door oplikken van bepaalde producten kan dit milde tot ernstige bijwerkingen teweegbrengen. Bij inname kan zink oxide dus giftig zijn voor uw huisdier. Voorbeelden van bijwerkingen: bloedarmoede, misselijkheid, hoesten, irritatie van bek, slokdarm of maag maar ook koorts, braken en diarree.

Zonnebrandcrème voor dieren

Er bestaan niet veel zonnebrandcrème producten voor de hond of kat. Dermoscent SunFREE® is een hydraterende zonnebrandcrème zonder zink oxide met SPF 30+. Deze crème is waterafstotend en 100% natuurlijk. Het blijft goed op de huid zitten en geeft zo een goede bescherming.

© 2019 Huidadvies voor Dieren

Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

 

Bronvermelding:
– Dermoscent Training Module Sun Protection
– Small Animal Dermatology (Hnilica)
– vetinfo.com
– ESAVS Dermatology course II 

Pollenallergie? – 5 tips

Pollenallergie? - 5 tips!

Honden en katten kunnen net zoals mensen last hebben van atopie. Dat is een allergie voor stofjes uit de omgeving, meestal zijn dat pollen en huismijten. 

Pollen van bomen, grassen en kruiden lokken dan allergische reacties uit. Het afweersysteem reageert overmatig op deze allergenen wat resulteert in klachten zoals jeuk, oorontsteking, huidontstekingen, niezen of ontstoken/geïrriteerd oogbindvlies (conjunctivitis).

Het mooiste zou zijn als we kunnen voorkomen dat de omgevingsallergenen óp of ín het dier terecht komen. Helaas is dit echter heel lastig en in veel gevallen onmogelijk. 

Toch zijn er een aantal dingen die je kunt doen als baasje. In deze blog lezen jullie 5 tips.

ATOP-7-spray

Beschermlaagje op de huid

Honden en katten met atopie hebben een defecte huidbarrière en een overactief afweersysteem. Door blootstelling aan allergenen te verminderen, wordt het lichaam minder getriggerd en heeft het dier minder klachten.

Er zijn landen in de wereld waar mensen de honden speciale 'jumpsuits' aandoen. De pollen komen dan niet in de vacht terecht maar op het pakje. Ik weet niet of dit de beste en fijnste manier is voor de hond maar bij hele allergische honden kan zo'n pakje tijdens het uitlaten nét dat verschil maken.

Beschermlaagje op de huid
Als een pakje geen optie is, wat dan? Mensen met hooikoorts smeren weleens vaseline aan de binnenkant van de neus. De pollen komen dan niet direct met het neusslijmvlies in aanraking en daardoor hebben ze minder last van geprikkelde slijmvliezen.
Nu is het natuurlijk niet de bedoeling om honden en katten met vaseline in te smeren! Maar er bestaat wel een speciale spray voor honden en katten: Dermoscent Atop 7 spray. Deze spray werkt op 7 verschillende manieren. Eén van de belangrijkste eigenschappen is het vormen van een beschermlaagje op de huid. De spray zorgt tevens voor herstel en hydrateren van de huid

Tip: spray voor het uitlaten de huid in zodat de pollen tijdens de wandeling niet direct met de huid in aanraking komen. Met name geschikt voor kortharige honden, onbehaarde delen van het lichaam (buik, liezen, onder de staart) en de pootjes.

Luchtreiniger

Ook binnenshuis kunnen pollen in de lucht zitten (via ventilatierooster, ramen en deuren). Door gebruik te maken van een luchtreiniger verminder je de blootstelling aan pollen en andere omgevingsallergenen. Er bestaan veel verschillende soorten luchtreinigers. Via de volgende websites kun je meer informatie lezen over deze apparaten:
- Luchtreiniger.nl
- Luchtreinigeradvies.com
- Allergieshop.nl

Voor mijn kat met allergische astma/bronchitis heb ik van Philips een luchtreiniger gekocht. Dit op aanraden van een familielid met hooikoorts/huisstofmijtenallergie.Ik ben er heel tevreden over. NB: Ik heb geen aandelen in Philips en krijg ook niet betaald voor het noemen van producten!

Pollenradar en Pollennieuws

Iedereen kent buienradar, maar wist je dat er ook een pollen- of hooikoortsradar bestaat? Je kunt er ook een app van installeren op je smartphone.

Met de app van Hooikoortsradar.nl kun je tot 5 dagen vooruit kijken. Met het 24 uurs overzicht kun je zelfs kijken wanneer het beste moment is om je hond uit te laten. Er zijn namelijk dagen waarbij er voor 7 uur en na 22 uur aanzienlijk minder pollen in de lucht zijn.

Op de website van Pollennieuws staat een heleboel informatie over de verschillende pollen. Via de pollenkalender kun je ook zien hoeveel pollen er in de lucht waren. Van de afgelopen week staan de aantallen er niet op maar wel van de afgelopen maand. Op die manier kun je ook eventuele triggers proberen te identificeren.
Kreeg jouw hond of kat bijvoorbeeld 3 weken geleden meer last? Dan kun je via de pollenkalender zien of er op dat moment veel of meer pollen in de lucht waren.

De website laat een overzicht zien van pollen van bomen, grassen en kruiden. Alsof de website nog niet informatief genoeg is, hebben ze ook een overzicht van de verschillende planten en wanneer zij bloeien en dus voor problemen kunnen zorgen. Klik hier voor een overzicht van graspollen.

Shampootherapie

Pollen en huismijten gaan in de vacht van honden en katten zitten. Als dieren het goed toelaten en wassen geen of weinig stress veroorzaakt, dan is shampootherapie een mooie manier om alle allergenen van de vacht en huid te spoelen.
Alleen afspoelen met water (hele hond) is bij allergische honden niet het beste wat je voor de allergiegevoelige huid kunt doen. Het opdrogen van water werkt deels jeukstillend maar het kan er ook voor zorgen dat de huid onnodig lang vochtig blijft waardoor de huidflora verstoord raakt. Tevens kan de huid verder uitdrogen. De huid en talgklieren incl. vetlaag op de huid krijgen onvoldoende tijd om zich te herstellen.

In de zomer de pootjes afspoelen met water is een prima manier om de blootstelling met pollen te verminderen. Het mooiste is als de huid na het afspoelen behandeld wordt met een huidconditioner (bv. Maxani Hydralac of ICF Ermidra spray).

Shampootherapie
Er bestaan veel verschillende shampoos voor honden en katten. Maar een klein percentage is speciaal ontwikkeld voor dieren met een allergische huid. Van een deel van deze shampoos is niet onderzocht of de ingrediënten en samenstelling daadwerkelijk een positief effect heeft.
Een veel geadviseerde en voorgeschreven shampoo is Virbac Allermyl. Zelf ben ik fan van Maxani AtopOat shampoo; een verzorgende en jeukstillende shampoo met havermout en ceramiden.

Raadpleeg je dierenarts

Heeft jouw huisdier een pollenallergie en in het pollenseizoen veel klachten? Helpt de huidige behandeling of de genomen maatregelen niet? Overleg dan met je dierenarts welke mogelijkheden er nog meer zijn.
Eén daarvan is doorverwijzing naar een dermatoloog voor dieren. Zij werken dagelijks met allergische dieren en zijn dé specialisten op het gebied van huidproblemen. Sinds januari 2020 ben ik werkzaam als dierenarts specialist in opleiding bij Evidensia Dierenziekenhuis in Arnhem. Wil je een afspraak maken dan kan dat alleen via doorverwijzing van de eigen dierenarts. Hulp op afstand? Voor zowel eigenaren als dierenartsen hebben wij een e-mail consult.

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Laatste update: februari 2020

Q&A: essentiële vetzuren

Ik krijg veel vragen over het bijgeven van omega 3 en/of omega 6 vetzuren. Ook lees ik op internet veel (onzin) over dit onderwerp.
“Wat zou je graag over deze essentiële vetzuren willen weten?” – dat vroeg ik vorige week op mijn Facebookpagina. In deze blog lees je enkele vragen en antwoorden.

Q: Zijn essentiële vetzuren geschikt voor dagelijks gebruik bij een hond met een allergie?

Omega -3 en -6 vetzuren zijn essentiële vetzuren omdat de hond of kat deze vetzuren niet zelf kunnen aanmaken. In complete diervoeding zijn omega -3 en -6 vetzuren toegevoegd aan het dieet. De beste verhouding lijkt tot op heden tussen 1:5 en 1:10 te liggen. Dat betekent dat er 5 tot 10 keer zo veel omega 6 vetzuren in de voeding moeten zitten dan omega 3 vetzuren. Volgens gezondheidsplein.nl twijfelen experts aan het nut van de ratio. In de veterinaire wereld zal dat ongetwijfeld ook zo zijn. Er is meer onderzoek nodig om te bepalen hoe belangrijk de verhouding is.

Bij honden en katten met een allergie zoals atopie heeft het extra geven van essentiële vetzuren meerdere gezondheidsvoordelen . Het bijgeven van voedingsstoffen (o.a. vitaminen, mineralen) noemen we supplementeren. Er bestaan veel verschillende producten met essentiële vetzuren die eigenaren als voedingssupplement aan hun huisdier kunnen geven. Tenzij anders vermeld kunnen deze supplementen prima dagelijks gegeven worden.

Q: Klopt het dat omega 6 vetzuren ontsteking bevorderen?

Omega 6 vetzuren zijn net als omega 3 vetzuren meervoudig onverzadigde vetzuren. Het lichaam kan deze vetzuren niet zelf aanmaken maar heeft ze wel nodig. Het zijn beide belangrijke voedingsstoffen.

Zoals bij veel dingen in het leven is er een balans nodig tussen omega 3 en 6 vetzuren. De bekendste omega 6 vetzuren zijn linolzuur (LA) en arachidonzuur (AA) en voor de omega 3 vetzuren zijn dat ALA (alfa-linoleenzuur), EPA (eicosapentaeenzuur ) en DHA (docasahexaeenzuur).

Linolzuur en alfa-linoleenzuur zijn ‘basis-omega vetzuren’. Het lichaam kan door middel van enzymen deze stofjes omzetten in o.a. GLA, AA, EPA en DHA. De enzymen die hiervoor nodig zijn worden door beide paden gebruikt. De omega 3 en 6 vetzuren delen de enzymen; een overmaat aan het ene vetzuur kan zorgen voor verminderde werking van het andere vetzuur. Zijn er meer omega 6 vetzuren in het dieet aanwezig dan zou dit ten koste kunnen gaan van de omzetting van omega 3 vetzuren (ALA is de voorloper van EPA en DHA). Minder omega 3 vetzuren zou betekenen dat er minder ontsteking geremd kan worden en op die manier zouden omega 6 vetzuren de ontsteking kunnen bevorderen.

Zoals je hierboven kunt lezen, wordt er humaan getwijfeld aan het gegeven dat er meer omega 6 dan 3 in het dieet moet te zitten. Dit heeft o.a. te maken met de effecten die omega 6 vetzuren op het lichaam en de ontstekingsreactie hebben.

Wat doen essentiële vetzuren?

Essentiële vetzuren zijn een bron van energie en kunnen in het vetweefsel ingebouwd worden. Ze zorgen ook voor transport van cholesterol, opbouw van celmembranen en hebben invloed op de eigenschappen en werking van membraan-eiwitten zoals receptoren, enzymen en ionkanalen. Dankzij de werking op diverse membraan-eiwitten hebben essentiële vetzuren effect op de binding van steroïden en hormonen op hun receptoren en kunnen ze sommige afweerfuncties aanpassen^.

Essentiële vetzuren zijn voorlopers van veel verschillende stofjes zoals prostaglandines, leukotrienen en thromboxanen. Dit zijn belangrijke bemiddelaars en modulators van ontsteking. Ze spelen dus een rol in het afweersysteem.

En omega 6 vetzuren?

Linolzuur (LA) is nodig voor behoud van een gehydrateerde opperhuid en goed functioneren van de huidbarrière. Het regelt het waterverlies in de buitenste cellaag van de opperhuid (stratum corneum). LA is namelijk een belangrijk onderdeel van ceramiden. Ceramiden zijn het hoofdbestanddeel van de vetlaag tussen de huidcellen (vergelijkbaar met de cementlaag tussen bakstenen). Bij een tekort aan linolzuur kunnen andere vetzuren deze functie overnemen. Echter is de vorming van de opperhuid dan niet optimaal en kunnen dieren een schilferige huid vertonen.^

Het omega 6 vetzuur arachidonzuur (AA) speelt een belangrijke rol bij stofwisselingsprocessen en is een voorloper van ontstekingseiwitten zoals prostaglandines en cytokinen. Net zoals EPA en DHA is AA ook belangrijk voor het centrale zenuwstelsel.

Zoals je hopelijk begrijpt heeft het lichaam omega 6 vetzuren nodig !

Maar werken omega 6 vetzuren nou ontstekingsbevorderend????

Niet alle omega 6 vetzuren bevorderen ontsteking. Linolzuur is nodig voor onderhoud van een goede huidbarrière en vochtbalans van de opperhuid. Dihomo-gamma-linoleenzuur (DGLA) maakt ontstekingsremmende type 1
prostaglandines aan.
Arachidonzuur produceert als enige omega 6 vetzuur ‘ongunstige’ ontstekingseiwitten. Echter zijn deze ontstekingseiwitten wel nodig als er een ontsteking ergens in het lichaam aanwezig is.

Zoals hierboven beschreven staat, kan een overmaat aan omega 6 vetzuren ervoor zorgen dat omega 3 vetzuren minder goed hun werk kunnen doen. Omega 3 vetzuren werken o.a. ontstekingsremmend en als zij minder goed kunnen functioneren, zou dat kunnen betekenen dat er minder ontstekingen geremd worden.

Of omega 6 vetzuren ontsteking bevorderen, hangt dus van meerdere factoren af.

In onderstaande afbeelding staat beschreven hoe de omega -3 en -6 vetzuren omgezet worden en welke effecten de verschillende stofjes hebben. Je leest ook meer over delta 5 en 6 desaturase enzymen en waar de essentiële vetzuren met name in te vinden zijn (bron van de vetzuren).

essential fatty acids
Bron:
http://www.healthproductsdistributors.com/blog/truth-essential-fatty-acids/

Zoals je onderaan in bovenstaande afbeelding kunt zien, maken arachidonzuur (arachidonic acid), DGLA (dihomo-gamma-linolenic acid) en EPA (eicosapentaenoic acid) prostaglandines.

Niet alle prostaglandines hebben hetzelfde effect. Type 1 en 3 prostaglandines hebben ‘favorable’ effecten, dat wil zeggen dat ze een gunstig effect hebben. Type 2 prostaglandines zijn ongunstig. Zowel AA als EPA maken via lipoxygenase ontstekingseiwitten (leukotrienen) aan. De leukotrienen van EPA zijn minder inflammatoir.

De stofwisseling van omega -3 en -6 vetzuren is dermate ingewikkeld dat het in deze Q&A blog niet mogelijk is om álle functies en effecten te bespreken.

Wel of geen vetzuren bijgeven?

Bij gezonde honden is het niet noodzakelijk om essentiële vetzuren te supplementeren. Krijgt jouw huisdier complete voeding (brok of vlees) dan zit er in de voeding voldoende omega -3 en -6 vetzuren.

Is jouw huisdier ziek en heeft hij/zij een tekort aan bepaalde vetzuren, dan kan het supplementeren wel zinvol zijn. Afhankelijk van de bron en hoeveelheid vetzuren kan het bijgeven van omega 6 vetzuren ervoor zorgen dat sommige processen in het lichaam minder goed verlopen met ontstekingsbevorderende effecten als gevolg.

In de praktijk valt dit naar mijn idee reuze mee en bij honden met atopie zou je juist omega 6 vetzuren willen bijgeven (vanwege de defecte huidbarrière).

Bronvermelding:
^ ESAVS Dermatology course II 2016

© 2019 Huidadvies voor dieren.
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Folliculaire Casts

Folliculaire casts

Folliculaire casts zijn haren met een ring van vuil/debris/talg aan de basis. Ze zijn als het ware vastgeplakt en omgeven door een manchet van talgresten. Het is een belangrijk verschijnsel bij een aantal huidaandoeningen.

Folliculaire casts ontstaan als de plug niet oplost én als er sprake is van overmatige verhoorning van de opperhuid ter hoogte van het haarzakje (folliculaire hyperkeratose). 

Bij welke aandoeningen zien we folliculaire casts?

  • Sebaceous adenitis
  • Idiopathische (primaire) seborroe (bij de Cocker Spaniël)
  • Vitamine A responsieve dermatose (bij de Cocker Spaniël)

Als bijkomend verschijnsel (secundaire laesie) worden ze gezien bij:

Er zijn maar weinig huid gerelateerde klachten waarbij de lijst met mogelijke aandoeningen zo kort is.

© 2019 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door Dierenarts Kelly van Amersfort

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16 september 2017

Sebaceous adenitis

Sebaceous adenitis of steriele talgklierontsteking is een aandoening van de talgklieren en behoort derhalve tot de keratinisatie-stoornissen (=problemen met de verhoorning van de opperhuid). De precieze oorzaak van de ontstekingen is niet helemaal bekend. Uit onderzoek blijkt dat de talgklieren ontstoken raken door een immuungemedieerde reactie van het lichaam. Uiteindelijk leidt deze ziekte tot vernietiging van de talgklieren.

Continue reading

Biologische Behandeling van Atopie – Cytopoint ®

Vorig jaar op het Wereld Congres van Veterinaire Dermatologie (WCVD8, juni 2016) in Bordeaux werd er al gesproken over biologische behandelingen. Met de titel “Biologic therapies: the future or just a dream?” heeft dr. Douglas J. DeBoer (diplACVD) een lezing gegeven over deze nieuwe vorm van behandelen. Humaan worden monoclonale antilichamen, voorbeeld van een biologische behandeling, al langere tijd met succes ingezet bij o.a. atopie. Toen leek het toekomstmuziek en een jaar later is Cytopoint® in NL gelanceerd. 

Wat is een biologische behandeling?

Bij een biologische behandeling wordt er getracht om gebruik te maken van biologische (grond)stoffen in plaats van chemische stoffen. Over het algemeen bestaan deze biologische stofjes uit eiwitten of peptiden. Het verschil tussen een eiwit en peptide is dat peptiden uit een klein aantal aminozuren bestaat. Een peptide kan gebruikt worden als bouwsteen bij de aanmaak van eiwitten.

De eiwitten en peptiden die gebruikt worden voor biologische behandelingen, zijn wel in laboratoria gemaakt maar zijn niet ‘kunstmatig’.
Omdat de stoffen uit eiwitten bestaan, worden deze producten niet afgebroken en verwerkt (gemetaboliseerd) zoals ‘reguliere’ medicijnen. Ze zijn daarom niet belastend voor het lichaam (nieren, lever), ze hebben een langdurige werking en zijn zeer doelgericht.

Actieve en passieve immuuntherapie

Er zijn meerdere manieren om immuungemedieerde aandoeningen en huidallergieën te behandelen. Veel mensen denken aan corticosteroïden zoals prednison bij dit soort aandoeningen maar er is anno 2019 veel meer mogelijk!

Als we het hebben over immuuntherapie maken we een onderscheid tussen actieve en passieve immuuntherapie.
Voorbeelden van actieve immuuntherapie zijn vaccinaties en allergeen-specifieke immuuntherapie (ASIT), ook wel desensibilisatie genoemd.

Bij deze vorm van behandeling wordt het lichaam aan stofjes blootgesteld om een reactie van het afweersysteem en gastheer uit te lokken. De desensibilisatie bij honden met atopie (hooikoorts) wordt al jaren met succes ingezet en is de enige behandelingsvorm waarbij we kunnen proberen de oorzaak aan te pakken.

Bij passieve immuuntherapie worden er ook stofjes toegediend, alleen hebben de stofjes op zichzelf een direct effect, zonder dat het afweersysteem hoeft te reageren. Bij mensen die zelf geen antilichamen kunnen aanmaken, wordt er gebruik gemaakt van passieve immuuntherapie. Deze patiënten krijgen via een infuus immunoglobulinen toegediend.
Monoclonale antilichamen behoren ook tot deze manier van behandelen. Deze antilichamen hebben een target (doel) waar zij direct op werken zonder tussenkomst van andere mechanismen of cascades.

Monoclonale antilichamen

Een nieuw product in de strijd tegen jeuk. Halverwege 2017 is Cytopoint® op de markt gekomen in Nederland. Het is een injectievloeistof met monoclonale antilichamen (mAbs). Deze antilichamen hebben een nauwe werkzaamheid omdat zij één duidelijke target hebben: de cytokine interleukine-31 (IL-31).

We weten nog niet heel lang dat dit stofje een erg belangrijke rol bij jeuk en atopie speelt. Als we IL-31 injecteren bij honden (of katten), kunnen we jeuk opwekken. Een belangrijke ontdekking om een stapje dichterbij een veilige en effectieve behandeling van honden met jeuk of atopie te komen.

Wat zijn dan monoclonale antilichamen?

Monoclonale antilichamen zijn eiwitten die door het lichaam zelf geproduceerd kunnen worden, het zijn immunoglobulinen (Ig) en worden ook wel antistoffen of antilichamen genoemd. Omdat het lichaam de antilichamen zelf produceert, zijn de eiwitten diersoortspecifiek.
In het laboratorium worden de eiwitten op elke diersoort afgestemd. De Cytopoint® injectie is speciaal voor honden gemaakt en zal daarom niet bij katten werken!

Hoe werkt Cytopoint®?

Het toedienen van monoclonale antilichamen bootst natuurlijke antilichamen (door de gastheer gemaakt) na. In plaats dat het afweersysteem de antilichamen aanmaakt, worden ze in het lab gemaakt en toegediend in de praktijk.

Normaliter komt het lichaam in aanraking met iets uit de omgeving (pollen, huismijten, virussen etc) en zal de blootstelling een immuunreactie uitlokken. Het afweersysteem maakt antilichamen aan zodat de volgende keer dat het lichaam in aanraking komt, het afweersysteem ‘paraat’ is en sneller of heftiger kan reageren. Dit heeft als doel dat we niet ziek worden. De afweer beschermt het lichaam op deze manier. Door een ‘afweer op te bouwen’ zullen we niet echt ziek worden (als de afweer naar behoren werkt).
Op deze manier beschermen vaccinaties en zijn er meerdere ziekten uitgeroeid (zowel bij mensen als dieren).

Zoals aangegeven hebben monoclonale antilichamen een zeer specifieke werking. Er bestaan mAbs die gericht zijn tegen micro-organismen, tumor cellen, een individuele cel of het immuunsysteem maar ook cytokines of receptoren.
Door deze specifieke antilichamen toe te dienen kunnen we bepaalde ziekten, tumoren of cellen aanpakken. Bij mensen zijn er al veel gebieden waarin deze nieuwe manier van behandelen wordt gebruikt.

Ook in de diergeneeskunde zijn deze antilichamen in opkomst. In Amerika zijn er varianten op de markt voor de behandeling van lymfoom (kanker) en chronische pijn. Voor de behandeling van atopische dermatitis bij de hond, is er nu Cytopoint®, specifiek gericht tegen interleukine 31 (IL-31). Dit is een belangrijke cytokine die een rol speelt bij de ontstekingsreactie en het ontstaan van jeuk bij atopische dermatitis bij de hond. 

Cytopoint® blokkeert IL-31 waardoor deze niet
op de cel kan aanhechten en voor jeuk kan zorgen
.

Bijwerkingen

De mAbs blijven in de bloedbaan en worden niet gemetaboliseerd door lever en nieren. De eiwitten worden afgebroken en als het ware gerecycled. Het is echter mogelijk dat de eiwitten in het begin of uiteindelijk een afweerreactie uitlokken. Op basis van humane onderzoeken en ervaring bij mensen is dit het geval bij een zeer klein percentage.

Bij zo’n negatieve reactie van het afweersysteem worden er antilichamen tegen de monoclonale antilichamen aangemaakt. In het ‘gunstige’ geval worden de antilichamen onschadelijk gemaakt. In het ergste geval zal herhaalde toediening tot een allergische reactie leiden.

Een andere kanttekening bij het gebruik van monoclonale antilichamen is de gevolgen van de behandeling op de lange termijn. Afhankelijk van het ‘doelwit’ van de behandeling kan men gissen naar de eventuele gevolgen. Bij Cytopoint® werken de antilichamen tegen IL-31. Dit stofje is een klein onderdeel van het immuunsysteem en bijbehorende reacties. Het is niet bekend wat het tegenwerken van dit stofje op de lange termijn voor neveneffecten kan hebben.

De injectie en kosten

Cytopoint® werkt snel en is een veilig manier van behandelen. Het is echter nog steeds noodzakelijk om met uw dierenarts het stappenplan te doorlopen en de oorzaak van de jeuk te achterhalen.

De jeuk wordt meestal binnen 8 uur geremd maar soms kan het wat langer duren. Als uw hond niet zoals verwacht of gehoopt heeft gereageerd op de eerste injectie, is het zeker aan te raden om nog een tweede injectie te ‘proberen’. Bij een aantal honden zien we pas na de tweede injectie een goede reactie. Tevens kan het zijn dat uw hond nét iets meer nodig heeft en gelukkig kunnen we indien nodig de dosering veilig verhogen.

De injectie werkt tussen de 4 en 8 weken. Dit hangt onder andere af van de ernst van de allergie, de patiënt, het jaargetijde, de dosering, andere behandelingsvormen, etc etc.

Dosering 

In Europa gebruiken we een andere dosering dan in Amerika. De startdosering is 1 mg per kilogram lichaamsgewicht. Cytopoint® is verkrijgbaar als injectievloeistof in flesjes van 10 mg, 20 mg, 30 mg en 40 mg. Bij honden boven de 40 kg moeten we flesjes combineren. Bij honden lichter dan 3 kg is het ook even puzzelen. Er zit geen conserveringsmiddel in de flacon dus na aanprikken moet de inhoud meteen gebruikt worden. 

Cytopoint® 10 mg → hond 3-10 kg
Cytopoint® 20 mg → hond 10-20 kg
Cytopoint® 30 mg → hond 20-30 kg
Cytopoint® 40 mg → hond 30-40 kg

Kosten

Wat kost zo’n injectie nou eigenlijk? Er is geen adviesprijs voor dit medicijn en elke dierenartsenpraktijk kan zelf de prijs bepalen voor dit medicijn. Om u toch een indicatie te geven van de kosten, zal ik hier wat prijzen noemen. Ik wil u echter wel attenderen op het feit dat er aan deze prijzen geen rechten ontleend kunnen worden. 

De afgelopen jaren heb ik op veel verschillende praktijken gewerkt en iedere praktijk heeft een ander verdienmodel. Het kan zijn dat u voor dezelfde injectie bij de ene praktijk goedkoper uit bent dan bij de andere. Maar wat krijgt u voor uw geld? Wordt de injectie door de assistent of dierenarts gegeven? Is het prikje en klaar of wordt de hond nagekeken en beoordeelt de dierenarts het effect van de behandeling? 

Bij de behandeling met Cytopoint® kunt u denken aan de volgende prijzen:
10 mg €55-65
20 mg €80-90
30 mg  €115-125
40 mg €135-150

Rekensom:
Is uw hond 6 kg dan krijgt hij de injectie van 10 mg, bij deze hond zal de injectie waarschijnlijk tussen de 4 en 8 weken werken. De prijs van de injectie verspreidt u dus uit over 4-8 weken (dat is 30-60 euro per maand).
Is uw hond 20 kg dan betaalt u rond de 85 euro voor een injectie van 20 mg en dan doet u hond het waarschijnlijk 4 weken goed op één injectie. Geven we echter de injectie van 30 mg dan werkt de injectie waarschijnlijk langer (richting 6-8 weken). I.p.v. 85 euro per maand bent u dan €42,50 kwijt. Vergelijken we dat met de behandeling met Apoquel® of cyclosporine dan bent u goedkoper uit met één injectie.

Voor meer informatie over het gebruik van Cytopoint® en ervaringen van diereigenaren verwijs ik u naar een Engelstalige website: http://www.cytopoint4dogs.com/

© 2017 Huidadvies voor Dieren 
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort
Laatst bijgewerkt: mei 2019

DISCLAIMER: Deze informatie is in geen enkel geval een vervanging van consultatie bij uw dierenarts of dermatoloog.