Het eliminatiedieet

Honden en katten met jeuk of maag-darm klachten kunnen last hebben van een voedselovergevoeligheid. De klachten kunnen ontstaan door een intolerantie of allergie voor een of meerdere ingrediënten in de voeding, tussendoortjes of kauwartikelen. 

Om de rol van voeding te onderzoeken maken dierenartsen en specialisten gebruik van een zogenoemd eliminatiedieet. Hierbij worden alle voedingsmiddelen die het dier eerder gegeten heeft geëlimineerd en introduceren we een nieuw dieet zónder extraatjes. De hond of kat krijgt dus alleen het gekozen dieet te eten (vlees of brok). 

Het eliminatiedieet moet een langere periode volgehouden worden, de richtlijn is tenminste 6 weken. Bij honden met oorproblemen en katten in het algemeen wordt het eliminatiedieet vaak verlengd tot 12 weken (of langer). 

Keuze van het dieet en de betrouwbaarheid

Het klinkt simpel: we laten álles weg wat de hond of kat eerder gegeten heeft en we geven een compleet nieuw dieet met nieuwe ingrediënten. Echter komt er bij een betrouwbaar eliminatiedieet veel meer kijken. 

De keuze van het dieet bepaalt voor een groot gedeelte de betrouwbaarheid. Met behulp van dit dieet kan de dierenarts of specialist een diagnose stellen. Een goed gekozen en uitgevoerd eliminatiedieet geeft antwoord op de vraag ‘worden de klachten veroorzaakt door een negatieve reactie op iets in de voeding?‘.
Met andere woorden: heeft mijn hond of kat een voedselovergevoeligheid?

Over het algemeen is het eliminatiedieet voor zowel eigenaar als dier geen pretje. De hond of kat mag gedurende een aantal weken géén snoepjes, menseneten en kluifjes meer krijgen. Veel eigenaren vinden het moeilijk om hun huisdier niets anders te geven dan brokken of vlees. Het is mede daarom aan te raden om één keer goed het dieet uit te voeren, dan elke keer van voeding te wisselen zonder duidelijk plan of te weten waar je op moet letten en waar je nou eigenlijk mee bezig bent. Want niet elk dieet is even betrouwbaar

Betrouwbaarheid van het dieet

Voedselovergevoeligheid is een complexe aandoening waarbij de klachten door een of meerdere mechanismen ontstaan. Daarom is het ook niet mogelijk om met een bloedonderzoek of andere testen de diagnose te stellen. Aan de buitenkant kunnen we niet zien op welke manier de klachten ontstaan (als deze al door een negatieve reactie op de voeding veroorzaakt worden). Om de kans op een juiste diagnose zo groot mogelijk te maken, willen we een zo zuiver mogelijk eliminatiedieet kiezen en uitvoeren. 

Dieren reageren meestal averechts op dierlijke eiwitten maar andere eiwitstructuren kunnen ook reacties uitlokken. Voor sommige dieren maakt het ook uit of het eiwit bewerkt c.q. verhit is of rauw aangeboden wordt. Zo zijn er dieren die wel tegen gekookte kip kunnen maar van rauwe kip klachten krijgen. 

Een betrouwbaar en zuiver eliminatiedieet, is een dieet dat o.a. rekening houdt met:
– keuze van dierlijke eiwitten
– keuze van koolhydraten (bv. uniek en vrij van eiwitten)
– samenstelling van het voer
– bereiding van het voer (in de fabriek)
– kans dat het lichaam negatief reageert op de ingrediënten

Meeste commerciële diëten (vers vlees, brokken en blikvoeding) zijn níet geschikt als eliminatiedieet.
Vaak ook niet als dit voer voor de hond of kat nieuwe ingrediënten bevat. Dit heeft niet alleen te maken met de bovenstaande punten maar ook met kruisreacties en kruisbesmetting (zie verder).

Gehydrolyseerde eiwitten

In de loop van de jaren zijn er brokken op de markt gekomen met zgn. ‘gehydrolyseerde eiwitten’. Dit zijn eiwitten die in kleine stukjes geknipt zijn, hierdoor zal het afweersysteem de eiwitten minder snel herkennen en overmatig of afwijkend hierop reageren. Om deze reden worden diëten met gehydrolyseerde eiwitten vaak ‘hypoallergeen’ genoemd. De kans op een negatieve of allergische reactie is kleiner in vergelijking met normale voeding.

De grootte van de eiwitten bepaalt of het afweersysteem de eiwitten kan herkennen. Hoe kleiner de eiwitten, hoe kleiner de kans en des te betrouwbaarder het dieet is. Om de grootte van gehydrolyseerde eiwitten aan te duiden wordt de massa-eenheid Dalton (Da) gebruikt. Tussen de 1-40 kDa (kilo Dalton) kunnen er reacties ontstaan, meestal tussen 15 en 40 kDa.  Niet elke brok met gehydrolyseerde eiwitten bevat even grote eiwitten, Royal Canin Hypoallergenic bevat bijvoorbeeld gehydrolyseerde eiwitten tussen de 3 en 5 kDa terwijl de Anallergenic brokken van Royal Canin de allerkleinste eiwitten bevat (minder dan 1 kDa). Om deze reden adviseren veel dierenartsen en dermatologen Royal Canin Anallergenic. Deze brok lijkt de nieuwe ‘gouden standaard’ te zijn. 

Kruisreactie

Voedselovergevoeligheid is de overkoepelende term voor voedselintolerantie en -allergie. Zoals hierboven te lezen is, kunnen de klachten bij voedselovergevoeligheid op meerdere manieren ontstaan. Bij een intolerantie ontstaat er in het maag-darmkanaal een abnormale reactie op de voeding terwijl bij een allergie de negatieve reactie door een overmatige of afwijkende reactie van het afweersysteem ontstaat.

Hoe ontstaan de klachten?

Bij een negatieve reactie op de voeding wordt er een onderscheid gemaakt tussen een immunologische (allergie, anafylaxie) en niet-immunologische reactie (intolerantie). Een niet-immunologische reactie kan verder onderverdeeld worden in:

  • stofwisselingsreactie, bv. een tekort aan een bepaald enzym zoals bij lactose-intolerantie
  • voedselvergiftiging, bv. door toxinen of bacteriën in het voer
  • malabsorptie: voedingstoffen kunnen niet opgenomen worden
  • farmacologische reactie: stofjes in de voeding veroorzaken bijwerkingen bij gevoelige dieren (bv. cafeïne inname en hartkloppingen)
  • reactie op stoffen die van nature in de voeding voorkomen, bv. histamine 
  • overige groep (‘food idiosyncrasy’): het is niet bekend waardoor de klachten ontstaan (bv. reactie op conserveringsmiddelen en kleurstoffen)

Bij een intolerantie ontstaan de klachten vaak geleidelijk en kan er sprake zijn van een grenswaarde (bij een bepaalde hoeveelheid ontstaan er klachten). Als het dier niet meer blootgesteld wordt aan de trigger dan verdwijnen de klachten doorgaans vanzelf.

Bij een immunologische reactie is het afweersysteem betrokken. Er zijn vier type overgevoeligheidsreacties bekend (type I, II, III en IV). Een combinatie van allergische reacties is ook mogelijk. Type I is waarschijnlijk de meest bekende overgevoeligheidsreactie, hierbij maakt het afweersysteem antilichamen die voor de klachten zorgen. Bij een hond of kat met een voedselovergevoeligheid kunnen type I, III en IV reacties gezien worden.

Bij een voedselallergie reageert het afweersysteem in de regel overmatig en afwijkend op een of meerdere voedingsstoffen (bijna altijd zijn dit de eiwitten in de voeding).
Witte bloedcellen (B-lymfocyten) maken antilichamen aan waardoor er allergische ontstekingsreacties ontstaan. Hierdoor kan de hond of kat een scala aan klachten ontwikkelen (jeuk, oorontsteking, andere huidklachten maar ook braken en diarree).
Bij een type IV overgevoeligheidsreactie ontstaan er ontstekingen doordat het afweersysteem zich tegen bepaalde stofjes richt (bv. voedingsstoffen, pollen, huismijten). In tegenstelling tot de andere type overgevoeligheidsreacties duurt het bij een type IV reactie langer voordat er klachten ontstaan. Om deze reden kunnen sommige dieren pas na maanden of jaren ‘ineens’ klachten ontwikkelen (terwijl ze al langere tijd hetzelfde voer krijgen).

Voedselallergie en kruisreacties

Omdat het afweersysteem bij een voedselallergie niet goed werkt, kunnen de afweercellen ook overmatig reageren op andere (verwante) stoffen. Bij een allergische reactie reageert het afweersysteem voornamelijk op eiwitten, waarbij dierlijke eiwitten in de voeding de belangrijkste triggers zijn. 

Eiwitten zijn opgebouwd uit ketens aminozuren. Sommige eiwitten lijken qua structuur heel erg op elkaar maar verschillen net op enkele punten. Hierbij kun je denken aan ‘verwante’ diersoorten, bv. kip en ander gevogelte of rund en lam. Maar kruisreacties zijn niet altijd voor de hand liggend. Zo lijkt het kip-eiwit qua structuur op het vis-eiwit waardoor honden met een allergie voor kip, óók averechts kunnen reageren op vis (dit is middels wetenschappelijk onderzoek aangetoond bij mensen en honden, we weten niet of dit ook bij de kat voorkomt).

Bij dieren met een voedselallergie kan het dus voorkomen dat het lichaam ook reageert op andere eiwitten* of voedingsstoffen. Om deze reden is het advies om niet alleen een nieuwe eiwitbron te selecteren voor het eliminatiedieet, maar ook rekening te houden met eventuele kruisreacties.

*dikwijls zijn dieren allergisch voor meer dan één voedingsstof

Kruisbesmetting

De betrouwbaarheid van het eliminatiedieet wordt ook bepaald door de eventuele mogelijkheid op kruisbesmetting. Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product. 

Kruisbesmetting is een ‘probleem’ bij alle commerciële diëten, zowel brokken als vers vlees producten. Maar ook bij de slager of thuis kan er kruisbesmetting optreden. Het is niet bekend of de kleine hoeveelheden die onbedoeld in het eindproduct terecht zijn gekomen, ook reacties kunnen uitlokken. We weten bij mensen met een pinda-allergie dat kleine hoeveelheden al kunnen leiden tot klachten. Vanuit deze kennis, nemen we aan dat dit ook bij honden of katten het geval kan zijn. Bij het kiezen en beoordelen van een eliminatiedieet is het dan ook belangrijk om hier rekening mee te houden. 

Voorheen was het ‘zelfkook’ dieet de eerste keuze om voedselovergevoeligheid uit te sluiten of te bevestigen. Behalve dat het zelfkook dieet niet alle voedingsstoffen bevat die het dier nodig heeft, is er ook een kans dat er kruisbesmetting optreedt. Als het vlees in aanraking komt met andere producten (in de fabriek of bij de slager) raakt het gecontamineerd. Het lichaam kan op deze ongewenste voedingsstoffen reageren terwijl het gekozen dieet (vlees, brok) compleet nieuw is qua samenstelling. Het eliminatiedieet is dan ineens niet meer betrouwbaar. Om deze reden wordt er steeds minder vaak gekozen voor een zelfbereid dieet. 

‘Zelfkook dieet’: KVV en BARF als eliminatiedieet

Steeds meer mensen voeren vers vlees aan hun huisdieren. Er zijn dan ook een hoop verkooppunten voor KVV en BARF producten. KVV staat voor ‘kant en klaar vers vlees’ en BARF is de afkorting voor ‘bones and raw food’. 

Als je kiest voor een zelfkook dieet met KVV en BARF producten, dan is het belangrijk om te realiseren dat (net zoals met veel commerciële brokken en blikvoeding) er een risico is op kruisbesmetting. Onderstaande foto is genomen in een fabriek waar KVV en BARF producten worden bereid. In KVV worsten zit meestal spiervlees, botten en organen. Deze worden in een soort gehaktmolen/shredder gegooid en komen in de bak op de foto terecht. Vanuit deze bak komt het gemalen product in een machine terecht waar de uiteindelijke worsten gemaakt worden. Tussen de verschillende eindproducten door wordt de machine en bak niet schoongemaakt. Er is dan ook een reële kans dat er in de KVV worsten andere voedingsstoffen zoals dierlijke eiwitten terecht zijn gekomen. 
Bij BARF producten kan er ook kruisbesmetting optreden zoals dit bij de slager of thuis mogelijk is. Als er tussen het bereiden, verwerken en verpakken van het vlees geen hygiënemaatregelen worden getroffen, is hier ook een aanzienlijke kans op kruisbesmetting. De medewerkers in de fabriek zullen niet tussen de diersoorten door handschoenen wisselen of de werkbank reinigen. 

Samenvatting

  • Voedselovergevoeligheid is de overkoepelende term voor voedselintolerantie en voedselallergie
  • De ontstaanswijze van de klachten van voedselovergevoeligheid is erg complex en wisselt per dier
  • Het eliminatiedieet is dé manier om de rol van voeding te onderzoeken
  • Gehydrolyseerde eiwitten zijn eiwitten die in kleine stukjes zijn geknipt, de grootte van de eiwitten bepaalt de kans dat het afweersysteem overmatig reageert op het eiwit
  • Niet elk eliminatiedieet is even betrouwbaar
  • Wissel niet elke keer van voeding maar kies één keer voor een goed dieet en laat je hierin adviseren en begeleiden door een dierenarts of dermatoloog 
  • De keuze van het dieet heeft gevolgen voor het stellen van de diagnose – er kan door een niet betrouwbaar dieet een verkeerde diagnose worden gesteld!
  • Bij vers vlees, natvoer en brokken is er een kans op kruisreacties en kruisbesmetting
  • Een kruisreactie kan ontstaan wanneer het lichaam het ene stofje aanziet voor het andere stofje
  • Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product
© 2020 Huidadvies voor Dieren
Geschreven door dierenarts Kelly van Amersfort

Recommended Posts