Het eliminatiedieet
Honden en katten met jeuk of maag-darm klachten kunnen last hebben van een voedselovergevoeligheid. De klachten kunnen ontstaan door een intolerantie of allergie voor een of meerdere ingrediënten in de voeding, tussendoortjes of kauwartikelen.
Om de rol van voeding te onderzoeken maken dierenartsen en specialisten gebruik van een eliminatiedieet. Het is een diagnostische tool om de diagnose te stellen. In het artikel ‘Het eliminatiedieet bij de hond en kat‘ lees je hier meer over.
Bij een betrouwbaar eliminatiedieet komt er veel meer kijken dan alleen het dieet aanpassen en dan zien we wel…
Een eliminatiedieet is simpel gezegd een testdieet waarbij een dier tijdelijk op een heel streng dieet wordt gezet waarbij hij/zij niks anders mag eten dan het gekozen dieet. Het doel is niet om een “speciaal dieet” of “hypoallergene voeding” te geven dat de problemen oplost, maar om alle mogelijke triggers weg te nemen, zodat je kunt zien of de klachten verbeteren (en de hond of kat voedselallergie heeft). Een goed uitgevoerd en betrouwbaar eliminatiedieet helpt de dierenarts om een diagnose te stellen. Daarbij komt meer kijken dan alleen het dieet veranderen.
In de praktijk is vaak lastiger dan het in eerste instantie klinkt. Twee factoren die hierbij roet in het eten kunnen gooien zijn kruisreacties en kruisbesmetting. In dit artikel lees je meer hier meer over omdat zij de betrouwbaarheid van een eliminatiedieet kunnen beïnvloeden.
Kruisreactie
Bij dieren met een voedselallergie reageert het afweersysteem op eiwitten uit de voeding, alsof het schadelijke indringers zijn. In meeste gevallen zal het afweersysteem bepaalde eiwitstructuren herkennen en maakt vervolgens ‘allergeen specifieke antilichamen’. Deze antilichamen zijn gericht tegen bepaalde eiwitten (allergenen). In merendeel van de gevallen gaat het om dierlijke eiwitten. Zij vormen de belangrijkste triggers bij honden en katten met voedselallergie. Met de aanmaak van deze specifieke antilichamen wordt namelijk ook een ontstekingsreactie van het immuunsysteem in gang gezet. Er ontstaan klachten zoals jeuk, oorontsteking of maag-darm klachten (braken, diarree).
Het afweersysteem kan zich ook weleens vergissen. Soms reageert het niet alleen op het oorspronkelijke allergeen, maar ook op eiwitten die hier (sterk) op lijken. Stel een hond of kat is allergisch voor kip, dan kan het afweersysteem ook op andere diersoorten reageren of zelfs plantaardige eiwitten. Wanneer het lichaam op een ‘look-a-like’ eiwit reageert, spreken we van een kruisreactie.
Eiwitten bestaan uit peptiden en aminozuren en hebben een specifieke (3D-)vorm. Het afweersysteem reageert meestal niet op het hele eiwit maar op een specifiek onderdeel van het eiwit. Dit noemen we een epitoop. Het is als het ware het herkenningspunt van een eiwit waar het afweersysteem op reageert. Het gaat meestal om een paar aminozuren die samen een herkenbare vorm of structuur hebben.
Twee eiwitten kunnen hierdoor sterk op elkaar lijken, zelfs als de diersoorten niet verwant zijn. Bekende kruisreacties zijn kip en ander gevogelte of rund en lam. Maar kruisreacties kunnen ook verrassend zijn: het kip-eiwit lijkt namelijk qua structuur op een vis-eiwit. Daardoor kunnen honden of katten met een kipallergie óók reageren op vis. Dit is wetenschappelijk aangetoond bij zowel honden als mensen. Bij katten is dit nog niet bewezen.
Bij dieren met een voedselallergie reageert het afweersysteem meestal op meerdere eiwitbronnen. Bij het kiezen van het eliminatiedieet is het belangrijk om niet alleen een nieuwe eiwitbron te kiezen, maar ook rekening te houden met mogelijke kruisreacties.
Uitleg
Bij een allergisch dier maakt het afweersysteem antilichamen tegen specifieke onderdelen van eiwitten. Als eiwitten qua structuur op elkaar lijken, kunnen de antilichamen ook deze look-a-like eiwitten binden. Hierbij kunnen er klachten ontstaan terwijl het dier oorspronkelijk niet allergisch is voor het andere eiwit.
Hieronder zijn twee mogelijke kruisreacties geïllustreerd met onder de afbeelding een korte uitleg.
Veel eiwitstructuren lijken op elkaar omdat diersoorten bijvoorbeeld aan elkaar verwant zijn, zoals gevogelte. In bovenstaande afbeelding kun je bijvoorbeeld zien dat de eiwitten van kip en kalkoen op elkaar lijken. Het laatste aminozuur is echter anders (geel in kip en groen in kalkoen)
Stel het dier maakt antilichamen aan tegen een bepaalde volgorde van aminozuren: rood-oranje-oranje. Dan zal in bovenstaand geval het dier óók kunnen reageren op kalkoen. Dit is niet het geval als het dier antilichamen maakt tegen een ander deel van het kip-eiwit: oranje-oranje-geel.
Helaas zijn kruisreacties niet beperkt tot verwante diersoorten. In dit voorbeeld zie je de eiwitstructuren van kip en vis. In het groene vakje zie je twee aminozuren: geel-oranje.
Als het dier net tegen onderdeel van het eiwit antilichamen heeft aangemaakt, dan kan het dier ook op een ander eiwit reageren met hetzelfde onderdeel. In dit geval zal het dier met een kipallergie óók op vissoorten met deze combinatie van aminozuren kunnen reageren.
Voorbeelden
Kruisreacties tussen voedingsmiddelen kunnen voorkomen. Hoe vaak dit voorkomt, weten we niet precies. In 2022 is er een artikel gepubliceerd waarbij er gekeken is naar hoe groot het theoretische risico op kruisreactiviteit is tussen verschillende voedselallergenen bij honden. Hierbij hebben ze gekeken naar de aminozuur-sequenties en een speciale methode om te voorspellen of eiwitten van verschillende diersoorten of planten immunologisch op elkaar lijken. Vrijwel alle allergenen die ze hebben onderzocht in deze studie hadden een hoog tot zeer hoog theoretisch risico op kruisreactiviteit. Zelfs als diersoorten evolutionair ver van elkaar af staan.
Volgens deze studie is het risico op kruisreactiviteit groter dan tot nu toe aangenomen. Dit komt o.a. door één van de allergenen: het eiwit tropomyosine. Dit pan-allergeen komt voor in vis, vlees, insecten, huisstofmijten, kakkerlakken en zelfs spoelwormen (Toxocara canis). Dit betekent dat een hond met een visallergie theoretisch ook op insecten of huisstofmijten-tropomyosine kan reageren.
Wat weten we vanuit de praktijk en andere studies:
Vlees
Gevogelte: kip, kalkoen en eend lijken qua eiwitstructuur op elkaar. Ondanks de verwantschap, wordt in de praktijk eend vaak goed getolereerd. Maar voor de keuze van het eliminatiedieet, is het misschien minder geschikt in verband met risico op kruisreactie.
Herbivoren: rund, lam en hert delen meerdere vergelijkbare spiereiwitten. Bij een allergie voor rundvlees kan lam of hert ook een reactie uitlokken. Ook als het dier nog nooit eerder hert heeft gegeten. Paard en konijn wijken qua eiwitstructuren vaak meer af waardoor het populaire en betrouwbare keuzes zijn voor het eliminatiedieet.
Vis
Er bestaat een grote kans op kruisreactiviteit tussen allergenen van verschillende vissoorten. Vrijwel alle vissoorten bevatten het dominante visallergeen beta-parvalbumine. Als een hond of kat op kabeljauw (witvis) reageert, dan vormen alle witvissoorten een potentieel risico. Ook zalm, makreel of haring en mindere mate tonijn zouden een reactie kunnen uitlokken.
Kip-Vis
Een minder voor de hand liggende maar beschreven kruisreactie is die tussen kip en vis. In een onderzoek uit 2019 is gekeken naar hoe het immuunsysteem van honden reageert op kip en vis. Daaruit bleek dat veel honden IgE‑antilichamen hebben die niet alleen kip herkennen, maar ook bepaalde eiwitten uit vis. Dat zou kunnen betekenen dat het afweersysteem deze eiwitten door elkaar kan halen, omdat ze qua structuur op elkaar lijken. Hierdoor kan een hond (of kat) met een kipallergie soms óók reageren op vis, en andersom. Belangrijke kanttekening: de aanwezigheid van antilichamen in het bloed betekent niet dat een dier ook allergisch is voor dat stofje.
Granen
Bij dieren en mensen met een pollenallergie weten we dat kruisreacties tussen grassoorten regelmatig voorkomen. Een kruisreactiviteit tussen verschillende graansoorten in de voeding is mogelijk. Als een dier allergisch is voor tarwe, dan kan hij/zij bijvoorbeeld ook op andere graansoorten reageren.
Kruisbesmetting
De betrouwbaarheid van het eliminatiedieet wordt ook bepaald door de eventuele mogelijkheid op kruisbesmetting. Kruisbesmetting treedt op wanneer er (onbedoeld) voedingsstoffen van het ene product terecht komen in een ander product, dit noemen we contaminatie.
Kruiscontaminatie is een ‘probleem’ bij alle soorten dierenvoeding: brokken, blikvoer, KVV (kant-en-klaar-vers-vlees) en BARF. Maar ook bij de slager of thuis, tijdens het bereiden of verwerken van vlees, kunnen restjes van andere diersoorten achterblijven op werkbanken, messen of handschoenen.
Het is niet bekend of deze kleine hoeveelheden daadwerkelijk klachten kunnen uitlokken bij honden of katten. Bij mensen met bijvoorbeeld een pinda‑allergie weten we dat zelfs minimale sporen al problemen kunnen geven. Vanuit die kennis nemen we aan dat dit bij dieren ook mogelijk is. Daarom is het belangrijk om bij het kiezen van een eliminatiedieet rekening te houden met de kans op kruisbesmetting.
Het zelfkookdieet wordt al jarenlang beschouwd als de gouden standaard om voedselovergevoeligheid te bevestigen of uit te sluiten. Je hebt hierbij namelijk veel meer controle over:
welke ingrediënten worden gebruikt
hoe ze worden bereid
hoe hygiënisch er wordt gewerkt
Daardoor is de kans op kruisbesmetting in de regel kleiner dan bij commerciële voeders.
Een zelfkookdieet is het niet hetzelfde als KVV en BARF voeren. Deze producten worden vaak in fabrieken bereid waar meerdere diersoorten achter elkaar worden verwerkt. Tussen productieruns door worden machines, werkoppervlakken en hulpmiddelen meestal niet volledig gereinigd. Hierdoor kunnen restjes van andere diersoorten in het eindproduct terechtkomen.
Ook bij BARF‑producten die handmatig worden verwerkt, kan kruisbesmetting optreden. Als er tijdens het snijden, portioneren of verpakken geen hygiënemaatregelen worden genomen, kunnen kleine hoeveelheden van andere diersoorten achterblijven. Medewerkers wisselen doorgaans niet van handschoenen tussen verschillende vleessoorten en werkbanken worden niet altijd tussendoor gereinigd.
Voor een betrouwbaar eliminatiedieet is het essentieel dat het dier één nieuwe eiwitbron krijgt, zonder sporen van andere diersoorten. Kruisbesmetting kan het resultaat van het dieet beïnvloeden en tot onterechte conclusies leiden. Daarom is het verstandig om bij het selecteren van een dieet kritisch te kijken naar:
de herkomst van het product
de productiemethode
de kans op contaminatie
Een zorgvuldig gekozen dieet verkleint de kans op foutieve resultaten en maakt de diagnose voedselovergevoeligheid betrouwbaarder.
En verder?
Na het lezen van deze blog begrijp je waarschijnlijk dat voedselallergie en een eliminatiedieet complexer zijn dan ze misschien in eerste instantie leken. Kruisreacties en kruisbesmetting kunnen ervoor zorgen dat een eliminatiedieet minder betrouwbaar is.
Een zorgvuldig gekozen eliminatiedieet vergroot de kans op een duidelijk en betrouwbaar resultaat = goede diagnose. In veel gevallen biedt een zelfkookdieet de meeste controle, maar ook binnen commerciële honden- of kattenvoeding zijn er voldoende opties die goed kunnen werken. Mits er rekening wordt gehouden met potentiële risico’s zoals kruisreacties of -contaminatie.
Heb je hulp nodig bij het kiezen van een eliminatiedieet? Wil je begeleiding of meer weten? Neem gerust contact op via onderstaand contactformulier, dan kijk ik graag met je mee naar de mogelijkheden.
Vragen, opmerkingen, hulp
Heb je na het lezen van deze blog of één van de andere artikelen vragen, opmerkingen of wil je graag hulp. Laat het me vooral weten via één van mijn social media kanalen (Facebook of Instagram), stuur een e-mail naar info@huidadviesvoordieren.nl of vul het contact formulier hieronder in.


